Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:2415

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
200.229.621_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3953
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Raadsonderzoek en vaststelling van voorlopige contactregeling tussen de vader en de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 11 juli 2019

Zaaknummer: 200.229.621/01

Zaaknummers 1e aanleg: C/01/323719 / FA RK 17-3716 & C/01/323374 / FA RK 17-3553

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. L.G.P.A. van Putten-van den Heuvel,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. R.J. Laatsman.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

Regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie 1] ,

hierna te noemen: de raad.

5 De beschikking d.d. 20 september 2018

Bij die beschikking heeft het hof partijen verwezen naar het Omgangshuis van Maashorst te [vestigingsplaats] voor een traject omgangsbemiddeling ten behoeve van contactherstel tussen de vader en de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) geboren op [geboortedatum] 2012 te

[geboorteplaats] . Het hof heeft het Omgangshuis verzocht om het hof tijdig vóór 21 februari 2019 schriftelijk te informeren omtrent de resultaten van het traject van de omgangsbemiddeling, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen en aan de raad.

Het hof heeft deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere verdere beslissing aangehouden tot 21 februari 2019 PRO FORMA, in afwachting van het verloop van de omgangsbemiddeling.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 mei 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Van Putten-van den Heuvel;

- de moeder, bijgestaan door mr. Laatsman;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad]

6.2.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- de brief van de Stichting Maashorst d.d. 29 januari 2019;

- de brief van de advocaat van de vader d.d. 7 februari 2019;

- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 13 februari 2019;

- het V8-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 8 maart 2019;

- de brief van de Stichting Maashorst d.d. 21 maart 2019 met als bijlage het eindverslag van het Omgangshuis;

- het V6-formulier met bijlagen (producties 28 en 29) van de advocaat van de moeder d.d. 26 april 2019;

- het V6-formulier met bijlage (productie 30) van de advocaat van de moeder d.d. 2 mei 2019.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Uit het bericht van Stichting Maashorst d.d. 29 januari 2019, waarin de stand van zaken met betrekking tot de begeleide omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] is beschreven, volgt dat [minderjarige] plezier beleeft aan contact met de vader.

Begeleid contact tussen de vader en [minderjarige] zal overgaan naar onbegeleid contact in de woonplaats van [minderjarige] en de vader en er wordt toegewerkt naar het voorstel van de moeder om twee keer per maand contact tussen de vader en [minderjarige] te laten plaatsvinden op neutraal terrein. Voor de moeder is dit het maximaal haalbare. De vader wil een meer uitgebreid contact met [minderjarige] .

Partijen hebben niet kunnen werken aan het communicatieherstel. Het Omgangshuis heeft grote zorgen of het de ouders zal lukken om zelfstandig de voornoemde omgangsregeling vorm te geven. De moeder maakt zich daar ook zorgen over en wil niet dat onenigheid tussen de ouders tot een contactbreuk tussen de vader en [minderjarige] zal leiden. De moeder heeft BOR (Humanitas) bereid gevonden om vanaf medio april 2019 de overdrachten te begeleiden.

7.2.

Uit de brief van 7 februari 2019 van de advocaat van de vader volgt dat de vader wil toewerken naar een uitbreiding van de huidige omgangsregeling (twee uur per twee weken). Hij wil naar een weekendregeling toewerken, alsook de helft van de vakanties en feestdagen. In dat kader stelt de vader de volgende opbouw van de omgangsregeling voor:

  • -

    na 1 april 2019 zal [minderjarige] bij de vader thuis verblijven gedurende één dag per 14 dagen, dit kan vier keer plaatsvinden;

  • -

    daarna zal [minderjarige] eenmaal per 14 dagen van zaterdagochtend tot en met zondagavond bij de vader verblijven (vier keer);

  • -

    vervolgens zal [minderjarige] eenmaal per 14 dagen van vrijdag na school tot zondagavond 19:00 uur bij de vader verblijven.

  • -

    voorts zullen de vakanties en de feestdagen in onderling overleg dienen te worden verdeeld.

7.3.

De advocaat van de moeder benadrukt in de brief 13 februari 2019 dat er veel onrust is, mede ook door een nog lopende verdelingsprocedure tussen de ouders. Het is de vraag of het hof, middels het beslissen over het geschil, recht doet aan [minderjarige] . De onderlinge strijd zal immers nooit verdwijnen. De moeder heeft [minderjarige] aangemeld bij BOR.

7.4.

De advocaat van de vader heeft voorts bij het V8 formulier d.d. 8 maart 2019 het eindverslag van Koraal groep aan het hof toegezonden en benadrukt dat er sprake kan zijn van onbelast contact tussen de vader en [minderjarige] . Partijen hebben contact opgenomen met BOR Humanitas om verdere omgangsmomenten te begeleiden. De advocaat van de vader wijst erop dat Koraal Groep in het eindverslag adviseert om de raad te benaderen om een raadsonderzoek te gelasten. De vader heeft daar geen bezwaar tegen.

7.5.

Uit het eindverslag van het Omgangshuis volgt (onder meer) dat het doel - [minderjarige] heeft onder begeleiding van het omgangshuis contact met haar vader en vindt dit contact plezierig - is behaald. Het lukt de ouders echter niet om samen, zonder professionele begeleiding, de overdracht van [minderjarige] te regelen ten gevolge waarvan [minderjarige] minder plezier kan beleven tijdens de omgang met de vader.

De andere doelen, te weten:

  • -

    beide ouders ondersteunen [minderjarige] bij het aangaan en onderhouden van het contact met beide ouders, en

  • -

    de ouders zijn in staat om vanuit hun ouderschap met elkaar over [minderjarige] te communiceren

zijn niet behaald.

De ouders doen hun best om [minderjarige] te ondersteunen in het onderhouden van het contact met beide ouders, maar door de strijd die tussen de ouders gaande is, wordt dit erg moeilijk.

Het Omganghuis adviseert een raadsonderzoek omdat de zorgen - dat de ouders niet in staat zijn om in elkaars bijzijn [minderjarige] een onbelast contact met beide ouders te laten hebben - er niet minder op zijn geworden.

Nader onderzocht dient te worden of een professional de regie in het gezin moet hebben om te waken voor belastende momenten, zoals bij overdrachten. Het opgebouwde contact tussen [minderjarige] en de vader zou zomaar stopgezet kunnen worden, omdat het de ouders ontbreekt aan respectvol ouderschap jegens elkaar. De enorme strijd tussen hen speelt hen op alle leefgebieden parten, aldus het Omganghuis.

Voor de moeder is het maximaal haalbare dat [minderjarige] eens in de twee weken onbegeleid contact met de vader heeft op neutraal terrein; wat betekent niet bij de vader thuis.

De overdrachten worden bij grote voorkeur gedaan door een neutraal persoon. Een persoon uit het netwerk is hierbij geen optie voor de moeder. Er is geen alternatief ná het traject bij het Omgangshuis.

De vader vindt dit als tussenoplossing prima. Hij wil graag een uitspraak van het hof zodat [minderjarige] uiteindelijk op regelmatige basis bij hem thuis kan komen.

Het Omgangshuis heeft grote zorgen over het onbelast contact dat [minderjarige] aan wil gaan met beide ouders. Haar ouders kunnen haar hierin niet begeleiden.

7.6.

De raad constateert ter zitting dat er sprake is van een lastige situatie. [minderjarige] ziet haar vader immers graag en het is de vraag is of dit meer kan worden. De raad maakt zich echter ook zorgen om [minderjarige] , haar situatie en haar problematiek en acht het zorgelijk dat de families van beide ouders bijdragen aan de onderlinge strijd. De raad acht het derhalve van belang om meer zicht te krijgen op wat het beste is voor [minderjarige] in deze situatie. In een onderzoek door de raad kunnen de ouders, de school van [minderjarige] , Herlaarhof en ook de familie worden betrokken. Tevens kan in het raadsonderzoek worden bezien hoe de gesprekken tussen de ouders – welke in het kader van het traject van de omgangsbemiddeling nog niet van de grond zijn gekomen – wellicht alsnog kunnen plaatsvinden. Desgevraagd hebben zowel de vader als de moeder ter zitting ingestemd met een eventueel raadsonderzoek.

7.7.

Het hof overweegt het volgende.

7.7.1.

Ingevolge artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast.

Niet in geschil is of de vader recht heeft op omgang met [minderjarige] maar wel de wijze waarop daaraan invulling moet worden gegeven.

7.7.2.

Uit hetgeen ter zitting van het hof naar voren is gekomen volgt dat er thans tussen de vader en [minderjarige] eens in de twee weken gedurende twee uur onbegeleide omgang plaatsvindt. De moeder draagt [minderjarige] tijdens deze omgangsmomenten, samen met een medewerker van Humanitas (BOR), over aan de vader, waarna hij en [minderjarige] twee uur samen doorbrengen. De beschreven overdracht vindt plaats op het parkeerterrein van [locatie 2] in [plaats] . Na afloop brengt de vader [minderjarige] weer terug naar het genoemde parkeerterrein.

Ook bij dit moment is iemand van Humanitas aanwezig.

Het is de wens van de vader om deze omgangsregeling uit te breiden. Hij wil [minderjarige] tijdens het omgangsmoment mee naar huis nemen, zodat zij ook kennis kan maken met zijn gezin.

Er is bovendien geen sprake van contra- indicaties, aldus de vader. [minderjarige] vindt het leuk en er is geen kritiek op de vader.

De moeder wenst geen uitbreiding van de omgangsmomenten. Zij acht dit niet in het belang van [minderjarige] . Ter onderbouwing heeft de moeder ter zitting desgevraagd verklaard dat zij meent dat de vader [minderjarige] manipuleert. Daarbij komt dat [minderjarige] de omschakeling na een omgangsmoment met de vader, volgens de moeder heel erg moeilijk vindt.

Op dit moment gaat het niet goed met [minderjarige] . Dit in verband met een mogelijke ontuchtzaak.

Hiervoor heeft [minderjarige] EMDR ondergaan bij Herlaarhof. Ook krijgt ze nog een gesprek met een seksuoloog. Herlaarhof is op de achtergrond bij het gezin van de moeder betrokken .

De moeder benadrukt verder nog dat [minderjarige] meer behoefte heeft aan controle als zij stress ervaart.

Zij informeert de vader één keer per maand over [minderjarige] .

Tot slot is ter zitting gebleken dat de spanningen tussen de ouders zeer recent zijn opgelopen als gevolg van een incident, waarbij beide families van partijen en ook [minderjarige] zijn betrokken. Ook brengt de gerechtelijke procedure in het kader van de verdeling (van gezamenlijke vermogensbestanddelen) tussen partijen extra onrust met zich.

7.7.3.

Het hof acht zich op grond van de thans beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. Het hof zal dan ook de raad verzoeken om een onderzoek in te stellen en te rapporteren en adviseren omtrent de volgende vragen:

- Welke mogelijkheden en belemmeringen ziet de raad voor een (langer dan twee uur durende) onbegeleide omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] ? Wat acht de raad nodig om eventuele belemmeringen weg te nemen?

- In hoeverre dient een professional de regie in het gezin te hebben om te waken voor de belangen van [minderjarige] op belastende momenten, zoals bij overdrachten?

- Hebben de ouders professionele ondersteuning nodig, en zo ja in welke vorm, om in het belang van [minderjarige] hun onderlinge communicatie te verbeteren?

- Komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet in het antwoord op de voornoemde onderzoeksvragen zijn vermeld, maar wel van belang zijn met betrekking tot de omgangsregeling, en zo deze bevindingen naar voren zijn gekomen, welke zijn dit?

7.7.4.

Het hof zal de verdere behandeling van de zaak vier maanden aanhouden, teneinde de resultaten van het onderzoek en het advies van de raad af te wachten.

Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld binnen twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en het advies van de raad.

7.7.5.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [minderjarige] de contacten met de vader als plezierig ervaart.

Het hof ziet, in hetgeen door de moeder ter zitting is aangevoerd, geen belemmeringen om het huidige twee-wekelijkse omgangsmoment voorlopig in afwachting van het raadsonderzoek uit te breiden; temeer nu [minderjarige] de EMDR therapie bij Herlaarhof heeft afgerond en Herlaarhof slechts op de achtergrond betrokken is.

Het hof zal bepalen dat het huidige omgangsmoment van één keer per twee weken twee uur wordt uitgebreid naar een omgangsmoment van één keer per twee weken één (nader door de ouders te bepalen) dag in het weekend van 9:00 uur tot 17:00 uur bij de vader thuis. De vader heeft ter zitting van het hof toegezegd dat hij, om verdere incidenten in de familiaire sfeer te voorkomen, [minderjarige] niet mee zal nemen naar het huis van zijn broer.

De eerste twee keer zal de overdracht plaatsvinden op de parkeerplaats bij [locatie 2] in [plaats] , zoals dit thans ook gebeurt, in aanwezigheid van een medewerker van Humanitas (BOR). Vervolgens zal de moeder [minderjarige] rechtstreeks naar de woning van de vader brengen en zal de vader haar naar de moeder terugbrengen. Indien dit laatste niet haalbaar is zal de overdracht van [minderjarige] tussen de ouders blijven plaatsvinden op de parkeerplaats bij [locatie 2] in [plaats] .

7.7.6.

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden tot PRO FORMA 14 november 2019.

8 De beslissing

Het hof:

verzoekt de raad een onderzoek in te stellen conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 7.7.3. is overwogen;

verzoekt de raad tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;

stelt tussen de vader en [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te

[geboorteplaats] , de volgende voorlopige omgangsregeling vast:

één keer per twee weken één (nader door de ouders te bepalen) dag in het weekend van 9:00 uur tot 17:00 uur verblijft [minderjarige] bij de vader thuis. De overdracht door de moeder van [minderjarige] aan de vader vindt plaats overeenkomstig hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 7.7.5. is bepaald;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan tot PRO FORMA 14 november 2019.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, C.A.R.M. van Leuven, E.A.M. Scheij, en is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.