Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:2360

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-07-2019
Datum publicatie
05-07-2019
Zaaknummer
20-004068-17
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2017:6375, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 16 maanden en tbs met voorwaarden voor belaging en bedreiging, ontucht en bezit kinderporno. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch acht i.c. buiten echt ontucht met een minderjarige plegen (art. 247 Sr) bewezen ondanks dat er geen lichamelijk aanraking tussen verdachte en de minderjarige heeft plaatsgevonden. Verdachte deed zich op sociale media voor als 17-jarige jongen en overtuigde het slachtoffer er op listige wijze van naaktfoto’s van zichzelf naar hem te sturen. Ondanks dat er geen lichamelijk contact heeft plaatsgevonden, vindt het hof dat er onder omstandigheden sprake is van enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie tussen verdachte en die minderjarige, zijnde handelingen die gelet op de sociaal-ethische opvattingen daarover, gepleegd in de context zoals het hof die heeft vastgesteld, zijn aan te merken als het plegen van ontucht met een minderjarige als bedoeld in artikel 247 Sr (onder verwijzing naar HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ0950 en HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 138
Wetboek van Strafrecht 138ab
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafrecht 247
Wetboek van Strafrecht 261
Wetboek van Strafrecht 262
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 285b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-004068-17

Uitspraak : 5 juli 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 11 december 2017 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met de parketnummers 01-879818-16, 01-860047-17 en 01-860250-17, alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf met parketnummer 01-845417-16, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] ,

thans verblijvende [op adres] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van hetgeen in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 1 ten laste is gelegd, bewezen zal verklaren hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 2, in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2 en 3, alsmede hetgeen in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 1 en 2 ten laste is gelegd en hem deswege zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, en dat het hof aan verdachte tevens (gemaximeerd) de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal opleggen. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de eerder voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 01-845417-16 ten uitvoer zal worden gelegd.

Ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot het toewijzen van de vordering van [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 2.200,- vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering van [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk te verklaren voor zover de vordering betrekking heeft op immateriële schade en het gedeelde van de vordering dat ziet op materiële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 144,76, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de vordering van [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk te verklaren.

Met betrekking tot het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd de USB-stick, de GSM, de PC en de tablet te onttrekken aan het verkeer en de papieren verbeurd te verklaren.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ter zake van feit 1 (erfvredebreuk) en feit 2 (bedreiging) onder parketnummer 01-860047-17, alsmede ter zake van het ten laste gelegde onder feit 2 (bezit kinderporno) in de zaak met parketnummer 01-860250-17. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd en is bepleit terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen in plaats van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens de akte rechtsmiddel d.d. 22 december 2017 onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de eerste rechter van de in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraak.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis kan verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-879818-16:

1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig (telkens) opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, te weten door: - advertenties op o.a. sekswebsites te plaatsen met daarop foto's van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of teksten als zijnde afkomstig van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of

- nieuwe, althans andere accounts aan de maken op Facebook en/of Instagram, althans social media, op naam van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of

- daarop foto's van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of teksten gaande over voornoemde [benadeelde partij 1] te plaatsen en/of

- gegevens en/of berichten en/of foto's te verwijderen en/of te plaatsen op de social media accounts van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of

- wachtwoorden te wijzigen van meerdere accounts op social media van voornoemde [benadeelde partij 1] ;

2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten meerdere, althans een, server(s) van Facebook en/of Instagram (houdende een Facebookaccount en/of een Instagramaccount van [benadeelde partij 1] ), is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door (zonder haar medeweten en/of toestemming) met een of meer gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoorden van [benadeelde partij 1] in te loggen op haar Facebook profiel en/of Instagram account en aldus verbinding te maken met die server(s) en die/dat daaraan gekoppelde accounts;

3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, althans in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde partij 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als voornoemde [benadeelde partij 1] en (vervolgens):

één of meer advertenties en/of (pornografische/naakt) foto's heeft geplaatst als zijnde afkomstig van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of één of meer teksten heeft geplaatst zijnde afkomstig van voornoemde [benadeelde partij 1] , (onder meer) bestaande uit:

"Ik ben een geile slet uit Dommelen noord-Brabant. en ben op zoek naar echte kerels die mij in elk gaatje willen pakken. zo vaak mogelijk. Ik hoef geen geld of what ever. Ik wil gewoon goed hard geneukt worden. Ik heb een heerlijk slank lichaam om vol te spuiten. Zijn er nog echte kerels? voordat je reageert. Ik maak alleen afspraken via mail. Geen lange verhalen. ik ben niet op zoek naar een relatie ! Ik kan alleen ontvangen. Mailen, afspreken, =MIJ"

- op meerdere, althans één of meer, sekswebsites (zoals seksjobs.nl en/of seksafspraak.nl) en/of

- meerdere, althans één of meer, accounts op Facebook en/of Instagram, althans op social media,

terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was;

Zaak met parketnummer 01-860047-17:

1.
hij op of omstreeks 02 januari 2017 te Asten in een besloten erf gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [benadeelde partij 3] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen;

2.
hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Valkenswaard, in elk geval in Nederland, [benadeelde partij 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 2] (via WhatsApp-berichten) dreigend de woorden toegevoegd: "Stupid You!! Maybe one week left !! BAM BAM", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) gebruik gemaakt van een profielfoto waarop een meisje met een bloedende schotwond in het hoofd te zien was;

Zaak met parketnummer 01-860250-17:

1.
hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 november 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) met een persoon die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, te weten:

- [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, door die [slachtoffer] ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten:

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het tonen van (blote) borsten en/of ((gedeeltelijk) ontbloot) lichaam en/of

- het tonen van de (blote) vagina en/of (ontbloot) onderlichaam,

van welke handelingen afbeeldingen zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of (daarbij) middels WhatsApp, in elk geval een soortgelijk medium, voor hem, verdachte, zichtbaar waren;

2.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 02 juli 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), een hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) hoeveelheid afbeelding(en),

- in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

((onder andere) omschreven op pag. 49 - 52 van het proces-verbaal 2017027260 met documentcode 20170222.1213.6160, bestandsnaam: [bestandsnaam 1] .jpg en/of [bestandsnaam 2] .JPG en/of [bestandsnaam 3] .JPG en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal 2017027260 met documentcode 20170222.1213.6160 onder vermelding van [bestandsnaam 1] .jpg en/of [bestandsnaam 2] .JPG en/of [bestandsnaam 3] .JPG).

Daar waar in de tenlastelegging van de feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 01-879818-16 ‘ [benadeelde partij 1] ’ vermeld staat, begrijpt het hof ‘ [benadeelde partij 1] ’. Het hof herstelt deze schrijffouten en leest het laatste in plaats van het eerste. Ook voor zover er in de tenlastelegging overigens nog taal- en/of schrijffouten en/of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 01-879818-16:

1.
hij in de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] , met het oogmerk die [benadeelde partij 1] , vrees aan te jagen, te weten door:

- advertenties op o.a. sekswebsites te plaatsen met daarop foto's van voornoemde [benadeelde partij 1] en/of teksten als zijnde afkomstig van voornoemde [benadeelde partij 1] en

- nieuwe, althans andere accounts aan de maken op Facebook en Instagram, op naam van voornoemde [benadeelde partij 1] en

- daarop foto's van voornoemde [benadeelde partij 1] en teksten gaande over voornoemde [benadeelde partij 1] te plaatsen en

- gegevens en berichten en foto's te verwijderen en/of te plaatsen op de social media accounts van voornoemde [benadeelde partij 1] en

- wachtwoorden te wijzigen van meerdere accounts op social media van voornoemde [benadeelde partij 1] ;

2.
hij in de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, opzettelijk en wederrechtelijk telkens in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten meerdere servers van Facebook en Instagram (houdende een Facebookaccount en een Instagramaccount van [benadeelde partij 1] ), is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging met behulp van een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zonder haar medeweten en toestemming met een of meer gebruikersna(a)m(en) en wachtwoorden van [benadeelde partij 1] in te loggen op haar Facebook profiel en Instagram account en aldus verbinding te maken met die servers en daaraan gekoppelde accounts;

3.
hij in de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, opzettelijk, de eer en de goede naam van [benadeelde partij 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,

door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld, waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als voornoemde [benadeelde partij 1] en vervolgens:

één of meer advertenties en (pornografische/naakt) foto's heeft geplaatst als zijnde afkomstig van voornoemde [benadeelde partij 1] en één of meer teksten heeft geplaatst zijnde afkomstig van voornoemde [benadeelde partij 1] , onder meer bestaande uit:

"Ik ben een geile slet uit Dommelen noord-Brabant. en ben op zoek naar echte kerels die mij in elk gaatje willen pakken. zo vaak mogelijk. Ik hoef geen geld of what ever. Ik wil gewoon goed hard geneukt worden. Ik heb een heerlijk slank lichaam om vol te spuiten. Zijn er nog echte kerels? voordat je reageert. Ik maak alleen afspraken via mail. Geen lange verhalen. ik ben niet op zoek naar een relatie ! Ik kan alleen ontvangen. Mailen, afspreken, =MIJ"

- op sekswebsites (zoals seksjobs.nl en/of seksafspraak.nl) en

- meerdere accounts op Facebook en Instagram,

terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was;


Zaak met parketnummer 01-860047-17:

1.
hij op 02 januari 2017 te Asten in een besloten erf gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [benadeelde partij 3] , wederrechtelijk is binnengedrongen;


2.
hij op 15 januari 2017 te Valkenswaard, [benadeelde partij 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 2] (via WhatsApp-berichten) dreigend de woorden toegevoegd: "Stupid You!! Maybe one week left !! BAM BAM", en daarbij gebruik gemaakt van een profielfoto waarop een meisje met een bloedende schotwond in het hoofd te zien was;


Zaak met parketnummer 01-860250-17:

1.
hij, meermalen, in de periode van 01 november 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven en/of Rotterdam, (telkens) met een persoon die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten:

- [slachtoffer] (geboren op 10 april 2003), buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer] ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten:

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en

- het tonen van (blote) borsten en ((gedeeltelijk) ontbloot) lichaam en

- het tonen van de (blote) vagina en (ontbloot) onderlichaam,`

van welke handelingen afbeeldingen zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en middels WhatsApp, in elk geval een soortgelijk medium, voor hem, verdachte, zichtbaar waren;

2.
hij, op tijdstippen in de periode van 02 juli 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, een hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) hoeveelheid afbeelding(en),

- in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

((onder andere) omschreven op pag. 49 - 52 van het proces-verbaal 2017027260 met documentcode 20170222.1213.6160, bestandsnaam: [bestandsnaam 1] .jpg en/of [bestandsnaam 2] .JPG en/of [bestandsnaam 3] .JPG en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal 2017027260 met documentcode 20170222.1213.6160 onder vermelding van [bestandsnaam 1] .jpg en/of [bestandsnaam 2] .JPG en/of [bestandsnaam 3] .JPG).

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof kan zich vinden in de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen en neemt deze over. De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, wordt de inhoud van de door het hof gebruikte aanvullende bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Het hof kan zich vinden in de door de rechtbank gebezigde bewijsoverwegingen behalve ter zake van feit 1 in de zaak met parketnummer 01-860250-17 (ontucht) en neemt deze, behoudens voornoemde uitzondering, over. Deze door de rechtbank gebezigde bewijsoverwegingen worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Ter zake van feit 1 in de zaak met parketnummer 01-860250-17 (ontucht) heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot vrijspraak, nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De verdediging heeft zich bij dit standpunt aangesloten en heeft subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, nu er geen sprake is van enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie tussen verdachte en die minderjarige.

Het hof overweegt het volgende.

Artikel 247 Wetboek van Strafrecht luidt als volgt.

Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijk onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

Hierbij stelt het hof het volgende voorop. Bij arrest van 30 november 2004 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat onder omstandigheden ook sprake kan zijn van buiten echt ontuchtige handelingen plegen met een minderjarige als bedoeld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht als er geen lichamelijk aanraking tussen verdachte en de minderjarige heeft plaatsgevonden. Of in een zodanig geval sprake is van een bewezenverklaarde gedraging of gedragingen van de dader – al dan niet in onderlinge samenhang bezien – die het plegen van ontucht "met" een zodanige minderjarige oplevert, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Er dient dan wel onder omstandigheden sprake te zijn van enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie tussen verdachte en die minderjarige (zie Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ0950, vgl. v.w.b. artikel 246 Wetboek van Strafrecht, Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1379).

Uit de bewijsmiddelen blijkt het volgende. Verdachte heeft zich op Instagram voorgedaan als [naam] , een jongen van 17 jaar oud. In die hoedanigheid heeft verdachte via Instagram contact gehad met [slachtoffer] , een meisje van destijds 13 jaar oud. [slachtoffer] heeft verklaard dat [naam] naaktfoto’s van haar verlangde. Verdachte is zelf met het versturen van naaktfoto’s begonnen en zei tegen [slachtoffer] : ‘Je hoeft niet bang te zijn want ik heb het ook gedaan en je kunt mij vertrouwen’. In eerste instantie durfde en wilde [slachtoffer] dat niet, maar door lief tegen haar te praten, probeerde verdachte haar daartoe toch over te halen. [slachtoffer] heeft vervolgens naaktfoto’s gemaakt: twee thuis en een op vakantie. Deze foto’s heeft zij via WhatsApp naar verdachte gestuurd, welke foto’s op zijn telefoon zijn aangetroffen.

Hoewel uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat er lichamelijk contact is geweest tussen verdachte en [slachtoffer] , is er naar het oordeel van het hof wel sprake geweest van enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie als hiervoor bedoeld. Verdachte heeft immers, zich uitgevend voor een zeventienjarige jongen, bewust contact gehad met de toen slechts dertienjarige [slachtoffer] en haar op listige wijze ertoe bewogen naaktfoto’s van zichzelf te maken en die aan hem toe te sturen. Onder deze omstandigheden, waarbij sprake is van actieve en relevante interactie (via social media: Instagram en WhatsApp) tussen de verdachte en de minderjarige en in het bijzonder waarbij de verdachte ook actief seksueel getinte gedragingen van de minderjarige verlangt en/of door uitlatingen of al dan niet seksuele gedragingen van hemzelf, de ontuchtige gedragingen bevordert of aanmoedigt, is naar het oordeel van het hof dan ook sprake van handelingen die gelet op de sociaal-ethische opvattingen over deze handelingen, gepleegd in de context zoals het hof die heeft vastgesteld, zijn aan te merken als het buiten echt plegen van ontucht met een minderjarige als bedoeld in artikel 247 Wetboek van Strafrecht. Het hof verwerpt bijgevolg het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

computervredebreuk.

Het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

laster.

Het in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

in het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Het in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Het in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding of gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Het hof heeft daarbij gelet op de volgende omstandigheden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging, computervredebreuk, laster,

erfvredebreuk, bedreiging, buiten echt ontucht met een minderjarige en het in bezit hebben van kinderporno.

Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01-879818-16:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan laster en belaging van een minderjarig

slachtoffer (ten tijde van het plegen van het delict was zij 13 jaar oud) door advertenties op sekswebsites te plaatsen met daarop foto’s van het slachtoffer en teksten en andere foto’s, als ware deze afkomstig van dat slachtoffer. Hij heeft een advertentie op internet geplaatst waarin hij heeft doen voorkomen dat het minderjarig slachtoffer zich aanbood voor seksuele handelingen. Voorts heeft verdachte op naam van het slachtoffer nieuwe accounts aangemaakt op Facebook en Instagram. Hiermee heeft verdachte dit slachtoffer aangetast in haar eer en goede naam. Verdachte heeft zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep aangegeven dat hij dit heeft gedaan omdat hij kwaad was op de moeder van het slachtoffer, die de relatie met hem had verbroken. Het hof neemt het verdachte uitermate kwalijk dat hij zijn boosheid hierover heeft afgereageerd op een destijds dertienjarig meisje. Voor haar moet het zeer vervelend en kwetsend zijn geweest dat zij telefoontjes heeft ontvangen van mannen die dachten te reageren op haar advertentie en die seks met haar wilden. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat social media zoals Facebook en Instagram een grote rol spelen in het sociale leven van jongeren van die leeftijd. Verdachte heeft door zijn handelen niet alleen een forse inbreuk gemaakt op de privacy van het minderjarige slachtoffer, maar heeft er ook voor gezorgd dat haar sociale leven volledig op zijn kop is komen te staan. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit haar slachtofferverklaring ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01-860047-17:

Verdachte heeft zich op 2 januari 2017 schuldig gemaakt aan erfvredebreuk op het erf van

[benadeelde partij 3] . Zij en haar minderjarige dochters hebben hinder en angst ondervonden van

de inbreuk die is gemaakt op hun huisrecht. Daarnaast heeft verdachte zich op 15 januari 2017 schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door het slachtoffer [benadeelde partij 2] via WhatsApp een bedreigende tekst toe te sturen. Verdachte zette zijn uitlatingen kracht bij middels zijn profielfoto, waarop een meisje met een bloedende schotwond in het hoofd te zien was. De uitlatingen in combinatie met de profielfoto hebben een fors gewelddadig en bedreigend karakter. Het hof acht verdachtes handelen dan ook volstrekt onacceptabel. Zijn handelen heeft voor veel angst en onrust bij het slachtoffer gezorgd.

Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01-860250-17:

Verdachte heeft zich voorgedaan als een zeventienjarige jongen en heeft in die hoedanigheid een dertienjarig meisje bewogen tot het maken en hem toesturen van naaktfoto’s. Voorts heeft verdachte heeft zich gedurende een periode van een halfjaar schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. Verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de

bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden.

Door het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden (jonge) kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen ernstige psychische schade op, die gedurende de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is immers gebleken dat een afbeelding of film die eenmaal op het internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van het internet te verwijderen is en dus nog jarenlang kan opduiken. Dat verdachte hieraan door zijn handelen een bijdrage heeft geleverd, rekent het hof hem zwaar aan.

Pro Justitia Rapportage Pieter Baan Centrum

In opdracht van het hof hebben K. Foeken, psychiater en D. Breuker, forensisch GZ-psycholoog, een onderzoek ingesteld naar de geestesvermogen van verdachte.

In het rapport van K. Foeken d.d. 18 november 2018 wordt het volgende geconcludeerd:

“Gezien de voorgeschiedenis, het beloop tot op heden, de beperkt ontwikkelde copingmechanismen van onderzochte, samenhangend met zijn autismespectrumstoornis en

zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis, zijn verleden van affectieve pedagogische

verwaarlozing en zijn middelenmisbruik, is mijn klinische inschatting dat het algemeen

recidiefrisico hoog is. (…)

Er is sprake van ernstige, hardnekkige en complexe problematiek die, zoals gebleken

uit zijn tbs-verleden, niet tot nauwelijks te beïnvloeden is middels behandeling. De

behandeling/begeleiding zal zich vooral moeten richten op het aanleren en trainen

van adequate coping vaardigheden. Een grote beperking daarbij is dat betrokkene

geen introspectief vermogen heeft. Op inzicht gericht werken heeft geen zin.

Begeleiding zal moeten bestaan uit een vorm van beschermd wonen waarbij veel

aandacht is voor de beperkingen, ook op emotioneel gebied, van betrokkene. Zijn

omgeving zal overzichtelijk, gestructureerd en prikkelarm moeten zijn met een

duidelijke en voldoende directieve begeleiding waarbij betrokkene nog genoeg

autonomie kan ervaren. Een belangrijk aandachtspunt is zijn middelen misbruik.

Deze begeleiding zal, gezien de aard van de beperking, zeer langdurig van aard

moeten zijn. Betrokkene kan eigenlijk niet meer in staat worden geacht om volledig

zelfstandig deel te nemen aan de samenleving. (…)

Wanneer het hof alle zes zaken bewezen acht, kan, volgens de rechtbank, voldaan

worden aan de strafrechtelijke eisen die gesteld worden aan de mogelijkheid tot het

opleggen van een tbs met dwangverpleging. Bij een dergelijk scenario dient echter gewezen te worden op het gestelde onder “zorgprognose en beïnvloedingsmogelijkheden” en de vraag rijst in hoeverre een tbs met dwangverpleging in dit geval nu wel enige meerwaarde zou vormen. Langdurig verblijf in een forensische psychiatrische omgeving met als doel preventie van nieuwe delicten, een en ander zoals aangegeven in de nieuwe wet langdurig

toezicht, zou dit dilemma kunnen vermijden en tegelijkertijd een kader kunnen vormen

voor langdurig/onbeperkt toezicht. (…)

Er is bij betrokkene sprake van een autismespectrumstoornis, periodiek

misbruik van alcohol en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Dit was ook het geval ten tijde van de ten laste gelegde feiten, indien bewezen. Het ten laste gelegde kan mede verklaard worden uit de autismespectrumstoornis en de antisociale persoonlijkheidsstoornis. (…)

Concluderend wordt aanbevolen de door betrokkene erkende ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen.”

In het rapport van D. Breuker d.d. 20 november 2018 wordt het volgende geconcludeerd:

“Naar aanleiding van dit onderzoek kan bij de 49-jarige onderzochte man een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens worden vastgesteld, in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en psychopathie, in combinatie met misbruik dan wel afhankelijkheid van verschillende verslavende middelen (softdrugs, alcohol, benzodiazepinen, gamen – cocaïne en heroïne in het verleden).

Er wordt daarnaast een stoornis in de impulsbeheersing op meerdere niveaus (gedragsmatig, emotioneel, seksueel) vermoed, dan wel de aanwezigheid van een meer

specifieke seksuele stoornis, namelijk pedofilie. (…)

De gebrekkige ontwikkeling is aanwezig geweest [ten tijde van het ten laste gelegde]. Onduidelijk is de mate van middelengebruik geweest.

Beïnvloedde de eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling

van de geestvermogens onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde

van het ten laste gelegde (zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden)? Ja. (…)

Geadviseerd wordt om het plegen van de feiten, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen.

Eerdere behandelingen, therapieën en steunende interventies werden door betrokkene afgewezen en/of zich hieraan onttrokken, er niet van kunnen profiteren. Vrij snel na de beëindiging van de tbs is het snel weer misgegaan. Hij presenteert zich als slachtoffer en simuleert stoornissen (psychose; PTSS; autisme; geheugenverlies) waardoor hij de aandacht probeert af te leiden van het echte probleem, namelijk zijn eigen sociaal-emotionele tekorten, grenzeloze-, pathologische behoeftes, gebrek aan impulscontrole en middelenmisbruik. Er is in dit opzicht geen ziekte-inzicht en probleembesef.

Diagnostisch wordt tevens een impulsbeheersingsstoornis of pedofilie overwogen. Er zijn diverse aanwijzingen in het dossier voor seksueel grensoverschrijdende gedragingen die zorgelijk zijn. Er is steeds sprake van een zweem van vermoedens van pogingen tot seksueel contact met minderjarige meisjes dan wel van toespelingen op het ontlokken van seksuele gedragingen bij minderjarigen. Op basis van de klinische risicofactoren wordt de kans op een herhaling van grenzeloos en gewelddadig delictgedrag hoog geschat. (…)

Betrokkene kwam uit de tbs in 2015 waarna het al snel mis ging in 2016 met nieuwe

verdenkingen en het afhouden van behandeling en hulp. Het is sindsdien bergafwaarts gegaan. (…)

Om de hoge recidivekans te verkleinen en gezien de complexe en lastig te beïnvloeden problematiek, wordt geadviseerd voor een klinische start in een FPK, zoals bijvoorbeeld in de FPK Assen. De huidige diagnostische (her)overwegingen en risico’s voor nieuw delictgedrag (antisociale persoonlijkheidsstoornis en psychopathie, alcoholmisbruik/afhankelijkheid) zullen in een behandeling met betrokkene moeten worden besproken. Een delictanalyse kan bijdragen aan het vergoten van inzage in de diagnostiek, ook ten aanzien van een impulsbeheersingsstoornis of de aanwezigheid van een meer specifieke seksuele stoornis als pedofilie. Het resultaat hiervan zal vertaald dienen te worden in duidelijke behandel- en begeleidingsafspraken, onder andere ten aanzien van de bejegening van betrokkene, het middelengebruik, de sociale contacten, vrijetijdsinvulling alsmede seksualiteitsbeleving. Dit zal vervolgens de basis moeten vormen voor een resocialisatietraject en verblijf buiten de kliniek, met plaatsing in een beschermende woonvorm met een intensief begeleidingskarakter en toezicht (o.a. controle op contacten en activiteiten, middelengebruik en het tegen gaan van isolement).

Vanwege de aanwezigheid van een hoog recidiverisico op grenzeloos- en gewelddadig delictgedrag, in combinatie met complex te beïnvloeden, ingewikkelde multiproblematiek, wordt behandeling in het kader van een tbs opnieuw nodig gevonden. Dit zal namelijk de continuïteit van de noodzakelijke behandeling, begeleiding en het toezicht garanderen. Zonder een stevig dwingend kader lukt het betrokkene gewoonweg niet om het plegen van delictgedrag te stoppen. Verwacht wordt wel dat een tbs met voorwaarden haalbaar is, vanwege het feit dat betrokkene slim genoeg is om zich te realiseren wat de consequenties zijn, als hij zich hier niet aanhoudt. Hij heeft al eerder in de tbs gezeten en verwacht wordt dat een tbs met voorwaarden bij betrokkene als een stok achter de deur zal werken.

Indien een behandeling in het kader van een tbs met dwangverpleging wordt opgelegd, dan zal dit maatschappelijk optimale veiligheid bieden, echter te verwachten valt dat dit opnieuw zeer moeizaam zal gaan verlopen, veel strijd gaat opleveren en dat betrokkene weinig van behandeling zal profiteren, waardoor de kans groot is, dat hij snel weer aan zijn behandelplafond zal zitten, teneinde doorgeplaatst te zullen worden naar een long stay afdeling.

Het hof neemt voormelde bevindingen en conclusies van de psychiater en de psycholoog over. Zij acht deze bevindingen en conclusies voldoende onderbouwd.

Op te leggen straf en maatregel

Het hof stelt op basis van de beschikbare rapportages vast dat sprake is van een diepgewortelde ziekelijke stoornis bij verdachte en dat de stoornis aanwezig was ten tijde van het gepleegde feit.

Het hof is van oordeel dat een terbeschikkingstelling noodzakelijk is. Bij dit oordeel heeft het hof in aanmerking genomen dat, naast de ziekelijke stoornis van de geestvermogens van verdachte ten tijde van het plegen van het feit, ook voldaan wordt aan de overige voorwaarden die de wet stelt aan het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling, namelijk dat op het gepleegde misdrijf een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen die maatregel eist.

Het hof acht, gelet op de adviezen van de deskundigen, terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege niet opportuun, in het bijzonder nu verdachte blijkens voornoemde rapporten en het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 april 2019 eerder veroordeeld is tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, maar dit niet het beoogde effect heeft gesorteerd. Ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, zal het hof de nader te noemen voorwaarden stellen betreffende het gedrag van verdachte, waarbij het hof acht heeft geslagen op het verdachte betreffende reclasseringsrapport d.d. 20 mei 2019. Verdachte heeft zich bereid verklaard genoemde voorwaarden na te leven.

Daarnaast acht het hof het passend en geboden om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen. Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt het hof, evenals de rechtbank, rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder voor bedreiging werd veroordeeld en dat verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling. Voorts heeft het hof acht geslagen op de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Naar het oordeel van het hof kan in verband met een juiste normhandhaving niet worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest.

Beslag

Naar het oordeel van het hof zijn de in het dictum te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke de bewezen verklaarde feiten zijn begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Naar het oordeel van het hof dienen de in het dictum te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke de bewezen verklaarde feiten zijn begaan, te worden onttrokken aan het verkeer, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke de bewezen verklaarde feiten zijn begaan en aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Vordering van [benadeelde partij 1]

De [benadeelde partij 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.200,00 ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. Deze vordering is door de verdediging niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat [benadeelde partij 1] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Het hof merkt daarbij op dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard deze schade te willen vergoeden.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan [benadeelde partij 1] is toegebracht tot een bedrag van 2.200,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake tevens de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van [benadeelde partij 3]

De [benadeelde partij 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. Deze vordering is door de verdediging betwist.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van [benadeelde partij 3] onvoldoende onderbouwd, om welke reden het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van [benadeelde partij 2]

De [benadeelde partij 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 404,76, waarvan € 144,76 ter zake van materiële kosten en € 260,- ter zake van immateriële kosten. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. Deze vordering is door de verdediging niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Het hof merkt daarbij op dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard deze schade te willen vergoeden.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan [benadeelde partij 2] is toegebracht tot een bedrag van 404,76. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake tevens de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 28 dagen, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Oost-Brabant van 13 juli 2016 onder parketnummer 01-845417-16. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, is het hof van oordeel dat de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 37a, 38, 38a, 38v, 57, 63, 138, 138ab, 240b, 247, 261, 262, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 4 en 5 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-860250-17 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt als voorwaarden dat:

 veroordeelde zich zal onthouden van het plegen van enig strafbaar feit.

 veroordeelde verplicht is zich gedurende de proeftijd te melden bij Reclassering Nederland, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

 veroordeelde een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dit is nodig om de identiteit van veroordeelde vast te kunnen stellen.

 veroordeelde de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.

 veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering.

 veroordeelde meewerkt aan huisbezoeken.

 veroordeelde de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.

 veroordeelde zich niet op een ander adres vestigt zonder daaraan voorafgaande toestemming van de reclassering.

 veroordeelde meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht.

 veroordeelde inzicht geeft in zijn financiële situatie en werkt mee aan bewindvoering, indien dit noodzakelijk wordt geacht door de reclassering.

 veroordeelde meewerkt aan een time-out in een Forensisch Psychisch Centrum (FPC) of andere instelling als de reclassering dat nodig acht. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog een 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar.

 veroordeelde niet naar het buitenland gaat, daarbij inbegrepen de voormalige Nederlandse Antillen, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.

 veroordeelde zich laat opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zo lang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

 veroordeelde zich laat behandelen door een nader te bepalen instelling, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend op de klinische opname. De behandeling duurt zo lang de reclassering dat nodig acht. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan een onderdeel zijn van de behandeling.

 veroordeelde verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. Het verblijft duurt zo lang de reclassering dat nodig acht. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

 het de veroordeelde verboden is gedurende de proeftijd drugs en alcohol te gebruiken en dat hij verplicht is ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek, urineonderzoek en ademonderzoek, zo vaak de reclassering dit nodig acht.

 het de veroordeelde gedurende de proeftijd verboden is op enigerlei wijze contact te hebben met [benadeelde partij 3] en haar minderjarige dochters, alsmede [benadeelde partij 2] en haar minderjarige dochters, zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht.

 veroordeelde zich onthoudt van het seksueel getint communiceren met minderjarigen, gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen, alsmede gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Veroordeelde bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te kunnen voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit het controleren van computers en andere apparatuur. Veroordeelde werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers.

 het veroordeelde gedurende de proeftijd verboden is zich te bevinden binnen een straal van 1000 meter van [adres] , zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. Veroordeelde werkt mee aan elektronische controle op dit locatieverbod.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 blaadje papier met namen en 1 blaadje papier met namen en telefoonnummers.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een USB-stick Albert Heijn, 1 GSM Ideos, 1 Medion Pcmt4 en 1 tablet Rohs.

Vordering van [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2, 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde partij 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-879818-16 onder 1, 2, 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 10 april 2016.

Vordering van [benadeelde partij 3]

Verklaart [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van [benadeelde partij 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 404,76 (vierhonderdvier euro en zesenzeventig cent) bestaande uit € 144,76 (honderdvierenveertig euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 260,00 (tweehonderdzestig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde partij 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-860047-17 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 404,76 (vierhonderdvier euro en zesenzeventig cent) bestaande uit € 144,76 (honderdvierenveertig euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 260,00 (tweehonderdzestig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 15 januari 2017.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 13 juli 2016, parketnummer 01-845417-16, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) dagen.

Aldus gewezen door:

mr. A.R. Hartmann, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. J.T.F.M. van Krieken, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.C.M. van Keulen, griffier,

en op 5 juli 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.M.G. Smit en mr. J.T.F.M. van Krieken zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.