Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:229

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-01-2019
Datum publicatie
30-10-2020
Zaaknummer
20-000875-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor groepsbelediging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000875-17

Uitspraak : 3 januari 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 2 maart 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-241122-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van groepsbelediging subsidiair belediging, meermalen gepleegd (feit 1) en belediging, meermalen gepleegd (feit 2).

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 16 uren, subsidiair 8 dagen hechtenis, waarvan 8 uren, subsidiair 4 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen vordert de advocaat-generaal dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen, zich in het openbaar, te weten op/aan/richting de openbare weg (de Steenkamplaan en/of de Martinus Eijkestraat),

mondeling, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Marokkanen en/of buitenlanders en/of vreemdelingen, wegens hun ras en/of godsdienst, door te roepen:

- "Nederlands praten of opdonderen... Wegwezen" en/of

- "Ga terug naar je eigen land" en/of

- "Jullie komen alleen maar om te bedelen" en/of

- "Jullie vragen alleen maar een uitkering aan",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen opzettelijk

[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] in het openbaar mondeling, heeft beledigd,

door haar/hun de woorden toe te voegen:

- "Nederlands praten of opdonderen... Wegwezen" en/of

- "Ga terug naar je eigen land" en/of

- "Jullie komen alleen maar om te bedelen" en/of

- "Jullie vragen alleen maar een uitkering aan",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Terneuzen opzettelijk

[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] in haar/hun tegenwoordigheid,

door feitelijkheden, heeft beledigd, door opzettelijk in de richting van die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] te spugen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met verbetering van de gronden.

Uit de verklaringen in het dossier komt weliswaar voldoende naar voren dat verdachte heeft gezegd "Nederlands praten" en blijkt dat er een woordenwisseling is geweest tussen verdachte en de beide aangeefsters, maar de verklaringen van aangeefsters komen op essentiële punten niet voldoende overeen om tot de overtuiging te komen dat verdachte heeft gezegd: "Nederlands praten of opdonderen…wegwezen", "Ga terug naar je eigen land", "Jullie komen alleen maar om te bedelen" en "Jullie vragen alleen maar een uitkering aan". Voor deze essentiële onderdelen van de tenlastelegging van feit 1 is er telkens maar één verklaring voorhanden terwijl de inhoud van de processen-verbaal voor het overige naar het oordeel van het hof van onvoldoende gewicht zijn om tot een bewezenverklaring te komen.

Ten aanzien van feit 2 komen de verklaringen van aangeefsters weliswaar overeen, maar het hof heeft, gelet op het geheel van de verklaringen, ook hier teveel twijfel om de overtuiging te bekomen dat verdachte het feit - dat door de verdachte uitdrukkelijk wordt ontkend - heeft gepleegd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door:

mr. J. Nederlof, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. A.M.G. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van C.M. Sweep, griffier,

en op 3 januari 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.