Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:1342

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-04-2019
Datum publicatie
11-02-2020
Zaaknummer
200.207.572_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4883
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:407
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:1202
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

aanneming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.207.572/01

arrest van 9 april 2019

in de zaak van

[Betonboor- & Zaagwerken] Betonboor- & Zaagwerken B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

verder: [appellante] ,

advocaat: mr. R.P.G. Schelvis te Tilburg,

tegen:

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

verder: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. E. Beele te Tilburg,

als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 21 maart 2017 en 27 november 2018 in het hoger beroep van de door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer/rolnummer C/02/306524 HA ZA 15-699 tussen partijen gewezen vonnissen van 8 juni 2016 en 21 december 2016.

8 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 27 november 2018;

- de akte van [appellante] van 5 februari 2019;

- de akte van [geïntimeerde] van 5 februari 2019.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het procesdossier dat door [appellante] is overgelegd, bevat in strijd met het procesreglement van het hof markeringen. Het hof zal daar geen acht op slaan.

9 De verdere beoordeling

9.1

Bij tussenarrest van 27 november 2018 heeft het hof overwogen voornemens te zijn één deskundige te benoemen ter beantwoording van de vraag welke kosten naar algemene maatstaven gemoeid zijn met het herstel van de door [appellante] bij haar sloopwerkzaamheden veroorzaakte schade, uitgaande van het toezichtrapport van 20 augustus 2014 van Adviesbureau [adviesbureau] . Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de deskundigheid en de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vraagstelling.

9.2

Met betrekking tot de deskundigheid van de te benoemen deskundige hebben beide partijen te kennen gegeven dat de deskundigheid dient te liggen op het gebied van de bouwkostencalculatie. Het hof zal hiervan uitgaan.

9.3

Met betrekking tot de persoon van de te benoemen deskundige hebben partijen geen eensluidend voorstel gedaan [appellante] heeft in haar akte drie mogelijke deskundigen genoemd. [geïntimeerde] gaat er in haar akte van uit dat het hof een deskundige zal voorstellen en dat zij daar vervolgens op kan reageren. Dat is niet het geval. [geïntimeerde] heeft immers al de gelegenheid gehad zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige. Bij gebreke van overeenstemming tussen partijen heeft het hof zelf een deskundige benaderd op het gebied van de bouwkostencalculatie en de heer Abelen bereid gevonden als deskundige op te treden.

9.4

Met betrekking tot de vraagstelling heeft [appellante] in haar akte opgemerkt dat het onderzoek uitsluitend betrekking dient te hebben op de herstelkosten en niet op posten die verband houden met de aannemingsovereenkomst en/of interne kosten van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft in haar akte te kennen gegeven dat als tweede vraag kan worden toegevoegd wat een redelijk opslagpercentage is, zowel wat de herstelkosten betreft als wat de interne kosten van [geïntimeerde] betreft. Het hof ziet in deze reacties geen aanleiding de vraagstelling aan te passen of aan te vullen. Uitgangspunt voor het deskundigenbericht is de omschrijving van de schade in het toezichtrapport van 20 augustus 2014 van Adviesbureau [adviesbureau] ; voor de vaststelling van de kosten die met het herstel daarvan gemoeid zijn is de voorlichting door een deskundige nodig. Voor het overige geldt dat de deskundige door de gebruikelijke slotvraag de vrijheid heeft opmerkingen te maken die niet geheel binnen de vraagstelling zouden vallen.

9.5

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

10 De uitspraak

Het hof:

10.1

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:

  1. Welke kosten zijn naar algemene maatstaven gemoeid met het herstel van de door [appellante] bij haar sloopwerkzaamheden veroorzaakte schade, uitgaande van het toezichtrapport van 20 augustus 2014 van Adviesbureau [adviesbureau] ;

  2. Wat acht u verder nog van belang om op te merken, eventueel naar aanleiding van de opmerkingen van partijen in hun aktes?

10.2

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

de heer L. Abelen, bouwpatholoog

[Bouwadvies en Expertise] Bouwadvies en Expertise

[adres]

[postcode] [kantoorplaats]

[telefoonnummer] ;

10.3

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

10.4

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

10.5

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.612,50 inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 1.612,50 inclusief btw, derhalve € 806,25 inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

10.6

benoemt mr. M.G.W.M. Stienissen tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

10.7

verwijst de zaak naar de rol van 6 augustus 2019 in afwachting van het deskundigenbericht;

Verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellante] ;

10.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en G.J.S. Bouwens en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 april 2019.

griffier rolraadsheer