Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:1243

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-04-2019
Datum publicatie
04-04-2019
Zaaknummer
20-003781-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2016:7426, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Fiscale fraudezaak. Accijnsfraude. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte ter zake van het feitelijk leidinggeven aan het meermalen valselijk opmaken van AGD's en de bedrijfsadministratie, alsmede het opdracht geven aan het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften accijns, tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek. Voorts zijn 39.936 flessen wodka verbeurd verklaard.

Overwegingen inzake onder meer:

1. Partiële nietigheid van de dagvaarding en de wijze van tenlasteleggen van fiscale fraudedelicten waarbij een groot aantal AGD's aan de orde is;

2. Modus operandi van accijnsfraude;

3. Valsheid van administratief geleidedocumenten (AGD's);

4. Wetenschap van de accijnsfraude;

5. Voorwaardelijk opzet op het doen van onjuiste aangiften accijns en de rol van een boekhouder;

6. Onjuistheid van de aangiften accijns, uitslag van accijnsgoederen vanwege een onregelmatigheid ex art. 86a van de Wet op de accijns;

7. Valselijk opmaken van een bedrijfsadministratie;

8. Grootschaligheid van het delict in de straftoemeting.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 69
Wet op de accijns 86a
Wetboek van Strafrecht 225
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 04-04-2019
FutD 2019-0997
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003781-16

Uitspraak : 2 april 2019

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 29 november 2016 in de strafzaak met parketnummer 01-994250-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum in het jaar] 1970,

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het onder feit 1, feit 2 en feit 3 telkens primair ten laste gelegde bewezen verklaard, dat gekwalificeerd als:
- ‘feitelijk leiding geven aan: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd’ (feit 1 primair),
- ‘feitelijk leiding geven aan: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen en het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd’ (feit 2 primair),
- ‘feitelijk leiding geven aan: valsheid in geschrift’ (feit 3 primair),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft de verdachte voorts partieel vrijgesproken, namelijk van het feitelijk leidinggeven aan het valselijk opmaken van vrachtbrieven (feit 1 primair) en het opzettelijk indienen van een aangifte accijns over de maand januari 2010 (feit 2 primair).

Ten slotte heeft de rechtbank de onttrekking aan het verkeer bevolen van 52 pallets met 39.936 flessen wodka die door de officier van justitie in beslag zijn genomen.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is gevorderd de inbeslaggenomen flessen wodka te onttrekken aan het verkeer.

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de dagvaarding partieel nietig behoort te worden verklaard. Daarnaast heeft hij integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Met betrekking tot de inbeslaggenomen flessen wodka is verzocht de teruggave daarvan aan de verdachte te gelasten.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de partiële vrijspraken door de rechtbank van hetgeen onder feit 1 primair en feit 2 primair in de impliciet cumulatief opgestelde tenlastelegging is opgenomen, te weten de vrijspraak van het feitelijk leidinggeven aan het valselijk opmaken van vrachtbrieven (‘en/of vrachtbrieven’ onder feit 1 primair) en de vrijspraak van het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk indienen van een aangifte accijns over de maand januari 2010 (‘aangifte accijns over de maand januari 2010’ onder feit 2 primair). Het hof is van oordeel dat deze partiële vrijspraken als beschermde vrijspraken moeten worden beschouwd.

Ingevolge het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte geen hoger beroep open tegen het vonnis voor zover hij van het ten laste gelegde is vrijgesproken.

Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat tegen de beschermde vrijspraken is gericht.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissingen.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de inleidende dagvaarding partieel nietig behoort te worden verklaard, namelijk ten aanzien van het onder feit 1 opgenomen bestanddeel ‘waaronder’. Door de term ‘waaronder’ te bezigen, lijkt het Openbaar Ministerie, naast de in de tenlastelegging expliciet genoemde acht administratief geleidedocumenten (hierna: AGD’s), tevens andere AGD’s ter beoordeling aan de rechter voor te willen leggen. Het is onduidelijk welke AGD’s daarmee zijn bedoeld. De rechtbank spreekt in dat verband over 467 AGD’s, doch in het procesdossier is slechts – naast de acht in de tenlastelegging gespecificeerde AGD’s – een overzicht met 21 vermoedelijk valse AGD’s opgenomen. Alleen die 21 AGD’s zijn door opsporingsambtenaren van de FIOD in de processen-verbaal besproken. Door deze wijze van tenlasteleggen is het voor de verdachte onvoldoende duidelijk tegen welke beweerdelijk valse AGD’s hij zich dient te verdedigen.

Het hof stelt voorop dat in gevallen als de onderhavige in verband met de wenselijkheid van begrenzing van enerzijds de omvang van het voorbereidend onderzoek en anderzijds de omvang van het onderzoek ter terechtzitting, geen rechtsregel zich ertegen verzet dat de steller van de tenlastelegging zich beperkt tot het beschrijven van een gering aantal AGD’s die voor de grotere hoeveelheid zich in het procesdossier bevindende AGD’s representatief zijn.

Het hof stelt vast dat in casu aan de verdachte onder feit 1 bij inleidende dagvaarding ten laste is gelegd dat hij zich als feitelijk leidinggever schuldig heeft gemaakt aan het door [vennootschap verdachte] B.V. opmaken van meerdere valse administratief geleidedocumenten, waaronder acht in de tenlastelegging nader omschreven AGD’s. Door gebruikmaking van de term ‘waaronder’, is kennelijk bedoeld te verwijzen naar een grotere hoeveelheid AGD’s die deel uitmaken van het procesdossier, maar welke specifieke AGD’s het Openbaar Ministerie daarmee voor ogen heeft gehad, is onduidelijk.

In het kader van de beoordeling van het nietigheidsverweer ziet het hof zich voor de vraag gesteld of de opgave van de tenlastegelegde feiten voldoende duidelijk is. De functie van de tenlastelegging is er immers in gelegen mede de verdachte op de hoogte te stellen van de gronden waarop de vervolging rust, zodat de verdediging op die grondslag haar verdediging kan inrichten.

In dit onderzoek staat kort gezegd de vraag centraal of accijnsgoederen binnen de tenlastegelegde periode naar de in de tenlastelegging genoemde afnemers zijn vervoerd. De acht AGD’s die nader in de tenlastelegging zijn omschreven, behelzen naar het oordeel van het hof een representatieve selectie van de overige zich in het dossier bevindende AGD’s, temeer nu die AGD’s zijn gericht aan dezelfde afnemers als waaraan de overige zich in het dossier bevindende AGD’s zijn geadresseerd.

Echter, voor wat betreft de overige zich in het dossier bevindende AGD’s, waarnaar wellicht is bedoeld te verwijzen door gebruik te maken van het woord ‘waaronder’, stelt het hof vast dat de tenlastelegging geen voldoende concrete beschrijving van die AGD’s bevat, noch een vindplaats van die beschrijving in het dossier vermeldt. Het is voor de verdachte, voor zover sprake is van andere dan de in de tenlastelegging gespecificeerde AGD’s, daarom niet voldoende duidelijk waarvan hij wordt beschuldigd en waartegen hij zich dient te verdedigen.

Het vorenoverwogene leidt het hof tot het oordeel dat de tenlastelegging, zoals vervat in de inleidende dagvaarding, voor wat betreft het bezigen van het woord ‘waaronder’, niet voldoet aan de daaraan in artikel 261, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen. Nu de verdediging daarop een beroep heeft gedaan, zal het hof de dagvaarding partieel nietig verklaren.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover thans nog aan de orde in hoger beroep, ten laste gelegd dat:

1.
[vennootschap verdachte] BV, in de periode 1 oktober 2009 tot en met 1 april 2010, te Heeze en/of Valkenswaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meerdere valse administratief geleidedocumenten heeft opgemaakt, te weten:
- Administratief geleidedocument, nummer 1970242, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA, gedateerd 3 maart 2010 (bijlage D-057-01), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970138, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA, gedateerd 9 februari 2010 (bijlage D-038-07-02), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970378, gericht aan [Portugese afnemer LB] , gedateerd 19 maart 2010 (bijlage D-044-01-06), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970426, gericht aan [Spaanse afnemer SAD] , gedateerd 23 maart 2010 (bijlage D-035-01-02), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970437, gericht aan [Italiaanse afnemer M] , gedateerd 23 maart 2010 (bijlage D-033-36-05), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 197025, gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] , gedateerd 10 november 2009 (bijlage D-043-06-04-01), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 197076, gericht aan [Roemeense afnemer FBT] SRL, gedateerd 14 januari 2010 (bijlage D 2-1, pag. 1166), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 197084, gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT, gedateerd 24 januari 2010 (bijlage D-083-02-01),
elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk deze/dit geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande het valselijk opmaken en/of vervalsen hierin dat [vennootschap verdachte] BV en of haar mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op die/dat administratief geleidedocument(en) heeft/hebben vermeld dat alcoholhoudende dranken worden/waren vervoerd naar en overgedragen aan de in de/het geleidedocument(en) genoemde geadresseerde(n), terwijl hij, verdachte, (telkens) tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven strafbare verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij, in de periode 1 oktober 2009 tot en met 1 april 2010, te Heeze en/of Valkenswaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meerdere valse administratief geleidedocumenten en/of vrachtbrieven heeft opgemaakt, te weten:
- Administratief geleidedocument, nummer 1970242, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA, gedateerd 3 maart 2010 (bijlage D-057-01), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970138, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA, gedateerd 9 februari 2010 (bijlage D-038-07-02), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970378, gericht aan [Portugese afnemer LB] , gedateerd 19 maart 2010 (bijlage D-044-01-06), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970426, gericht aan [Spaanse afnemer SAD] , gedateerd 23 maart 2010 (bijlage D-035-01-02), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 1970437, gericht aan [Italiaanse afnemer M] , gedateerd 23 maart 2010 (bijlage D-033-36-05), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 197025, gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] , gedateerd 10 november 2009 (bijlage D-043-06-04-01), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 197076, gericht aan [Roemeense afnemer FBT] SRL, gedateerd 14 januari 2010 (bijlage D 2-1, pag.1166), en/of
- Administratief geleidedocument, nummer 197084, gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT, gedateerd 24 januari 2010 (bijlage D-083-02-01),
elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk deze/dit geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande het valselijk opmaken en/of vervalsen hierin dat hij en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op die/dat administratief geleidedocument(en) heeft/hebben vermeld dat alcoholhoudende dranken worden/waren vervoerd naar en overgedragen aan de in de/het geleidedocument(en) genoemde geadresseerde(n);

2.
[vennootschap verdachte] BV, in de periode 1 december 2009 tot en met 30 april 2010, te Heeze en/of Valkenswaard en/of Nijmegen en/of Apeldoorn, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), een aantal bij de belastingwet voorziene (maand)aangifte(n) voor de accijns, te weten:
- aangifte accijns over de maand oktober 2009 (bijlage D-165-01) en/of
- aangifte accijns over de maand november 2009 (bijlage D-165-02) en/of
- aangifte accijns over de maand december 2009 (bijlage D-165-03) en/of
- aangifte accijns over de maand maart 2010 (bijlage D-165-05),
(telkens) opzettelijk onjuist/onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane, bestaande de onjuistheid/onvolledigheid (telkens) hierin dat (alcoholische) dranken, althans goederen, op de vrije markt werden afgezet, althans niet werden overgedragen aan een (andere) accijnsgoederenplaats en dit niet of niet volledig werd aan-/weer-/opgegeven in de betreffende aangifte(n), terwijl dit/deze feit(en) ertoe strek(ken) dat er te weinig belasting wordt geheven, terwijl hij, verdachte, (telkens) tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven strafbare verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, in de periode 1 december 2009 tot en met 30 april 2010, te Heeze en/of Valkenswaard en/of Nijmegen en/of Apeldoorn, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), een aantal bij de belastingwet voorziene (maand)aangifte(n) voor de accijns ten name van [vennootschap verdachte] BV, te weten:
- aangifte accijns over de maand oktober 2009 (bijlage D-165-01) en/of
- aangifte accijns over de maand november 2009 (bijlage D-165-02) en/of
- aangifte accijns over de maand december 2009 (bijlage D-165-03) en/of
- aangifte accijns over de maand januari 2010 (bijlage D-165-04) en/of
- aangifte accijns over de maand maart 2010 (bijlage D-165-05),
(telkens) opzettelijk onjuist/onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane, bestaande de onjuistheid/onvolledigheid (telkens) hierin dat (alcoholische) dranken, althans goederen, op de vrije markt werden afgezet, althans niet werden overgedragen aan een (andere) accijnsgoederenplaats en dit niet of niet volledig werd aan-/weer-/opgegeven in de betreffende aangifte(n), terwijl dit/deze feit(en) ertoe strek(ken) dat er te weinig belasting wordt geheven;

3.

[vennootschap verdachte] BV, in de periode 1 oktober 2009 tot en met 1 april 2010, te Heeze en/of Valkenswaard en/of Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), opzettelijk een valse administratie heeft opgemaakt, zijnde een administratie een samenstel van geschriften die in onderlinge samenhang bestemd is/zijn om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, (telkens) met het oogmerk dit (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande het valselijk opmaken en/of vervalsen hierin dat [vennootschap verdachte] BV (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid een aantal, althans meerdere, (valse) administratief geleidedocumenten en/of andere documenten/geschriften heeft opgenomen/verwerkt in haar administratie, terwijl hij, verdachte, (telkens) tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven strafbare verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in de periode 1 oktober 2009 tot en met 1 april 2010 te Heeze en/of Valkenswaard en/of Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), opzettelijk een valse administratie heeft opgemaakt (ten name van [vennootschap verdachte] BV) , zijnde een administratie een samenstel van geschriften die in onderlinge samenhang bestemd is/zijn om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, (telkens) met het oogmerk dit (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande het valselijk opmaken en/of vervalsen hierin dat hij en/of een van zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid een aantal, althans meerdere (valse) administratief geleidedocumenten en/of andere documenten/geschriften heeft opgenomen/verwerkt in deze/genoemde administratie.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. Met betrekking tot het onder feit 2 ten laste gelegde heeft het hof het woord ‘waaronder’ verbeterd gelezen als ‘te weten’. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
[vennootschap verdachte] BV in de periode 1 oktober 2009 tot en met 1 april 2010 te Heeze, meerdere valse administratief geleidedocumenten heeft opgemaakt, te weten:
- Administratief geleidedocument, nummer 1970242, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA, gedateerd 3 maart 2010 en
- Administratief geleidedocument, nummer 1970138, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA, gedateerd 9 februari 2010 en
- Administratief geleidedocument, nummer 1970378, gericht aan [Portugese afnemer LB] , gedateerd 19 maart 2010 en
- Administratief geleidedocument, nummer 1970426, gericht aan [Spaanse afnemer SAD] , gedateerd 23 maart 2010 en
- Administratief geleidedocument, nummer 1970437, gericht aan [Italiaanse afnemer M] , gedateerd 23 maart 2010 en
- Administratief geleidedocument, nummer 197025, gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] , gedateerd 10 november 2009 en
- Administratief geleidedocument, nummer 197076, gericht aan [Roemeense afnemer FBT] SRL, gedateerd 14 januari 2010 en
- Administratief geleidedocument, nummer 197084, gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT, gedateerd 24 januari 2010,
elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens met het oogmerk deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande het valselijk opmaken hierin dat [vennootschap verdachte] BV telkens valselijk en in strijd met de waarheid op die administratief geleidedocumenten heeft vermeld dat alcoholhoudende dranken worden/waren vervoerd naar en overgedragen aan de in de geleidedocumenten genoemde geadresseerden, terwijl hij, verdachte, telkens aan bovenomschreven strafbare verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven;

2.
[vennootschap verdachte] BV, in de periode 1 december 2009 tot en met 30 april 2010 te Heeze en/of Nijmegen en/of Apeldoorn, althans in Nederland, een aantal bij de belastingwet voorziene maandaangiften voor de accijns, te weten:
- aangifte accijns over de maand oktober 2009 en
- aangifte accijns over de maand november 2009 en
- aangifte accijns over de maand december 2009 en
- aangifte accijns over de maand maart 2010,
telkens opzettelijk onjuist/onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane, bestaande de onjuistheid/onvolledigheid telkens hierin dat alcoholische dranken niet werden overgedragen aan een andere accijnsgoederenplaats en dit niet werd aangegeven in de betreffende aangiften, terwijl deze feiten ertoe strekken dat er te weinig belasting wordt geheven, terwijl hij, verdachte, telkens tot het plegen van bovenomschreven strafbare feiten opdracht heeft gegeven;

3.
[vennootschap verdachte] BV in de periode 1 oktober 2009 tot en met 1 april 2010 te Heeze, opzettelijk een valse administratie heeft opgemaakt, zijnde een administratie een samenstel van geschriften die in onderlinge samenhang bestemd zijn om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, met het oogmerk dit samenstel van geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande het valselijk opmaken hierin dat [vennootschap verdachte] BV valselijk en in strijd met de waarheid meerdere valse administratief geleidedocumenten heeft opgenomen/verwerkt in haar administratie, terwijl hij, verdachte, aan bovenomschreven strafbare verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Algemene bewijsoverwegingen

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen1, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.


B.

Inleiding

Over het transport van accijnsgoederen onder schorsing van accijns komt uit het procesdossier het volgende naar voren.

Als een handelaar, zonder het betalen van accijns, accijnsgoederen binnen de Europese Unie wil transporteren voordat deze goederen worden uitgeslagen, is vereist dat de handelaar beschikt over een vergunning tot het drijven van een accijnsgoederenplaats. Voorts dient het transport vergezeld te gaan van een administratief geleidedocument (hierna ook wel: AGD).

Zolang de accijnsgoederen blijven opgeslagen in de accijnsgoederenplaats, is er geen accijns verschuldigd. De goederen liggen dan in de accijnsgoederenplaats onder schorsing van accijns. Op het moment dat de accijnsgoederen worden uitgeslagen is de accijnsgoederenplaatshouder accijns verschuldigd. Indien de accijnsgoederenplaatshouder de accijnsgoederen onder schorsing van accijns wil uitslaan, dient hij hiervoor een AGD te gebruiken. De accijnsgoederen worden dan zonder heffing van accijns overgebracht naar een andere accijnsgoederenplaats in Nederland of een belastingentrepot in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Het AGD bestaat uit 4 exemplaren. Het 1e exemplaar dient door de afzender van de accijnsgoederen te worden bewaard. Het 2e exemplaar is bestemd voor de geadresseerde die de accijnsgoederen in ontvangst neemt. Het 3e exemplaar dient door de accijnsgoederenplaatshouder in Nederland of de houder van het belastingentrepot in een andere lidstaat van de Europese Unie te worden teruggezonden naar de afzender ten bewijze dat de accijnsgoederen in de accijnsgoederenplaats van de geadresseerde zijn ingeslagen. De ontvanger van de accijnsgoederen dient de achterzijde van het 3e exemplaar te voorzien van een ondertekende verklaring omtrent de ontvangst van die accijnsgoederen en, indien dit in de lidstaat van bestemming is voorgeschreven, dit exemplaar ter visering (certificatie of bevestiging) aan te bieden aan de belastingautoriteit van die lidstaat van bestemming. Het 4e exemplaar dient door het ontvangende belastingentrepot in een lidstaat ter beschikking te worden gesteld aan de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van bestemming.

De 2e, 3e en 4e exemplaren moeten de accijnsgoederen tijdens het transport vergezellen.

Spanje en Portugal eisen visering van het 3e exemplaar van het AGD. Het Verenigd Koninkrijk eist een dergelijke visering niet.

Zodra de afzender het 3e exemplaar, voorzien van de juiste aftekeningen en – indien voorgeschreven – de visering door de betreffende belastingautoriteit, heeft terugontvangen, is hij gevrijwaard van het betalen van accijns.2

Aan [vennootschap verdachte] B.V. is op 12 oktober 2009 ex artikel 39 van de Wet op de accijns een vergunning verleend (besluit gewijzigd op 19 oktober 2009) op grond waarvan onder schorsing van accijns accijnsgoederen mogen worden ontvangen in, opgeslagen in en overgebracht uit de accijnsgoederenplaats gelegen aan de [vestigingsadres] te Heeze. De vergunning is afgegeven met betrekking tot de accijnsgoederen bier, wijn en overige alcoholhoudende producten.3

Verweren van de verdediging

C.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. In de kern is daartoe door de verdediging aangevoerd dat de wetenschap van de accijnsfraude bij de verdachte ontbreekt, waardoor het tenlastegelegde opzet niet kan worden bewezen. Aan dit standpunt is – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – het volgende ten grondslag gelegd.

C.1 Contact met afnemers in Zuid-Europa en koeriersenveloppen
Uit het procesdossier komt naar voren dat de gezuiverde 3e exemplaren van AGD’s per koeriersenvelop uit Zuid-Europa bij [vennootschap verdachte] B.V. zijn ingekomen. Ook had de verdachte per e-mail en telefoon contact met Zuid-Europese personen die meldden bevoegd te zijn om namens de betrokken accijnsgoederenplaatsen in Zuid-Europa op te treden. Als de verdachte van de fraude had geweten, had hij zich de moeite kunnen besparen om de AGD’s hem toe te laten sturen en om contact met de accijnsgoederenplaatsen op te nemen.

De raadsman heeft in dit verband voorts naar voren gebracht dat de tapgesprekken juist onderschrijven dat de verdachte bezig was om bevestigd te krijgen dat de ladingen ook daadwerkelijk in Zuid-Europa waren aangekomen en niet, zoals de rechtbank heeft geoordeeld, dat hij op de hoogte was van de gepleegde fraude. De aanwezigheid van dubbele exemplaren van AGD’s heeft de verdachte verklaard door het feit dat als vrachtwagens werden ingeladen, het – zelfs op het laatste ogenblik – voorkwam dat bestemmingen werden gewijzigd. In dat licht zijn de getapte telefoongesprekken beter te verklaren, aldus de raadsman. Achteraf is evenwel duidelijk geworden dat zijn contactpersonen uit Zuid-Europa zijn accijnsgoederenplaats hebben misbruikt.

De verdachte heeft erkend dat hij in telefoongesprekken gebruik maakte van de termen ‘rood’ en ‘groen’, maar stelt dat de codemelding ‘rood’ betrekking had op ladingen waarvan nog geen gezuiverde 3e exemplaren retour waren gezonden en dat zulks bij de codemelding ‘groen’ wel het geval was. Getuige [medewerkster vennootschap verdachte] heeft gelijkluidend verklaard. Deze gang van zaken levert aldus, anders dan het Openbaar Ministerie naar voren heeft gebracht, geen wetenschap op voor de accijnsfraude.


C.2 Onnodig insturen van AGD’s aan de douane

De douane zijn twee versies van een enkele AGD gefaxt. Indien de verdachte iets zou willen verhullen, dan zou hij vanzelfsprekend nimmer op een dusdanige wijze de aandacht op de desbetreffende lading hebben gevestigd. Ook heeft de verdachte onverplicht aan de douane gezuiverde 3e exemplaren van de AGD’s toegezonden. Dit bevestigt dat de verdachte ervan overtuigd was dat de documenten niet vals waren. Deze omstandigheid is in de visie van de verdediging de voornaamste contra-indicatie voor de veronderstelde wetenschap bij verdachte van de accijnsfraude.

C.3 Systeem met ‘pre advices’ ter zake van ladingen naar [Engelse afnemer S] Ltd.

Getuige [leidinggevende Engelse afnemer S] van [Engelse afnemer S] Ltd. heeft verklaard dat dit bedrijf in de tenlastegelegde periode ladingen alcohol accepteerde, waarbij in een aanzienlijk aantal van de gevallen ‘unique reference numbers’ aan die zendingen waren gekoppeld. Als de van [vennootschap verdachte] B.V. afkomstige ladingen met een dergelijk nummer naar [Engelse afnemer S] Ltd. gingen, dan ligt het niet voor de hand – zoals het Openbaar Ministerie beweert – dat deze ladingen naar Zuid-Europa zijn gegaan. Want in een dergelijk geval zou [Engelse afnemer S] Ltd. wel een vooraankondiging hebben gehad, maar niets hebben ontvangen. Het gebruik maken van een systeem met dergelijke nummers staat derhalve haaks op de verdenking dat de verdachte wetenschap droeg van de accijnsfraude.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 1

D.

Het hof ziet aanleiding om hierna tegelijkertijd in te gaan op de door de verdediging gevoerde verweren.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen.

D.1 Feitelijk leidinggevende binnen [vennootschap verdachte] B.V.
Sedert 19 februari 2009 was verdachte [verdachte] bestuurder van [vennootschap verdachte] B.V., van welke vennootschap de onderneming gevestigd was te Heeze.4

Bij gelegenheid van haar verhoor door de FIOD heeft [medewerkster vennootschap verdachte] , werkzaam voor [vennootschap verdachte] B.V., verklaard dat verdachte [verdachte] de dagelijkse leiding had binnen de vennootschap.5 Alleen de verdachte en zijzelf waren bij de douane als tekeningsbevoegde geregistreerd.6 Als de verdachte niet op het bedrijf aanwezig was, was [medewerkster vennootschap verdachte] de enige persoon die een AGD ondertekende.7 De verdachte kocht en verkocht alcoholische dranken. Daarnaast hield hij zich bezig met de opslag van goederen. Met betrekking tot de overtochten naar het Verenigd Koninkrijk verklaarde [medewerkster vennootschap verdachte] dat zij een paar keer een fax heeft gestuurd in opdracht van de verdachte. De andere keren deed verdachte dat zelf. De verdachte regelde volgens [medewerkster vennootschap verdachte] alles en zij deed wat zij van hem moest doen.
Ook de door haar opgemaakt blanco AGD’s werden in opdracht van de verdachte opgemaakt. De verdachte vertelde [medewerkster vennootschap verdachte] hoeveel vrachtwagens er kwamen laden. Vervolgens maakte [medewerkster vennootschap verdachte] een groter aantal AGD’s op.8

Getuige [werknemer vennootschap verdachte] , sinds 1 oktober 2009 als heftruckchauffeur in dienst bij [vennootschap verdachte] B.V., heeft verklaard dat de dagelijkse leiding binnen de onderneming bij verdachte [verdachte] lag. De verdachte gaf altijd opdrachten om bepaalde werkzaamheden te verrichten. De verdachte deed eigenhandig zaken per telefoon.9

Het hof stelt, met de rechtbank, op grond van het voorgaande vast dat verdachte [verdachte] feitelijk leidinggevende was binnen [vennootschap verdachte] B.V.


D.2 Modus operandi
Als door [vennootschap verdachte] B.V. accijnsgoederen werden overgebracht naar het buitenland, meestal het Verenigd Koninkrijk, dan werden door de verdachte of [medewerkster vennootschap verdachte] ten name van [vennootschap verdachte] B.V. AGD’s opgemaakt waarop een accijnsgoederenplaats/belastingentrepot of Bonded Warehouse als bestemming werd vermeld. Veelal betrof het de vennootschap [Engelse afnemer S] Warehousing Limited. Tevens werd een internationale vrachtbrief (CMR) opgemaakt voor het transport van de goederen.

De chauffeur van het expeditiebedrijf reed vervolgens met de accijnsgoederen, onder dekking van een AGD en CMR, naar Calais om in te schepen op de veerboot naar Dover of om via de Eurotunnel het Verenigd Koninkrijk te bereiken.

Als er in Calais of Dover geen controle door de douane plaatsvond van de accijnsgoederen en het AGD, dan werd dit telefonisch doorgegeven aan iemand die zich naar alle waarschijnlijkheid in het Verenigd Koninkrijk bevond. Die persoon gaf dit op zijn beurt door aan verdachte [verdachte] .
Als de accijnsgoederen niet werden gecontroleerd, dan was de code ‘groen’. Als de code ‘groen’ werd doorgegeven kreeg de vervoerder instructies om de goederen op een plaats, niet zijnde een accijnsgoederenplaats, af te leveren.
Indien er wel een controle was ingesteld, werd de code ‘rood’ gebruikt. Als de code ‘rood’ werd doorgegeven, wist de vervoerder dat hij de accijnsgoederen af moest leveren bij de accijnsgoederenplaats/het belastingentrepot dan wel Bonded Warehouse in het Verenigd Koninkrijk, zoals was vermeld in het AGD waarvan het transport vergezeld ging.

In het geval waarin de accijnsgoederen niet door de douane werden gecontroleerd, werden de accijnsgoederen zonder betaling van accijns in het Verenigd Koninkrijk via zogenaamde ‘cash-and-carrybedrijven’ in de handel gebracht. Het in Nederland opgemaakte AGD werd alsdan vervangen door een ander ten name van [vennootschap verdachte] B.V. valselijk opgemaakt en door verdachte [verdachte] of zijn medewerker [medewerkster vennootschap verdachte] ondertekend AGD, welk document werd gericht aan een onderneming in een andere EU-lidstaat met een lager accijnstarief10, zoals Portugal, Spanje, Hongarije of Roemenië. Hierdoor waren er aanvankelijk dubbele sets AGD’s van één en hetzelfde AGD-nummer in omloop, waarbij enkel de bestemmingen van elkaar verschilden. In het lager tariefland werd vervolgens, op naam van de aldaar gevestigde onderneming (die doorgaans van niets weet), het valselijk opgemaakte AGD in het betreffende land in strijd met de waarheid afgetekend of afgestempeld en vervolgens teruggestuurd naar Nederland. Dat laatstbedoelde AGD werd dan uiteindelijk, ten beweerdelijke bewijze van aankomst in het lager tariefland, in de administratie van de verzender opgenomen. Het AGD met de bestemming in het Verenigd Koninkrijk werd vervolgens vernietigd.

Door deze papieren schijnwerkelijkheid lijkt het of de accijnsplicht van de verzender is overgegaan naar de geadresseerde vergunninghouder in het lager tariefland.11

Op voormelde wijze zijn de accijnsgoederen daadwerkelijk zonder betaling van de hoge accijns in het Verenigd Koninkrijk afgezet, terwijl volgens de papieren werkelijkheid de accijnsgoederen zijn vervoerd naar Portugal, Spanje, Roemenië of een andere EU-lidstaat met lagere accijnstarieven.

D.3 Valse AGD’s?
De verdachte staat ingevolge hetgeen onder feit 1 primair aan hem ten laste is gelegd terecht ter zake van het feitelijk leidinggeven aan het door [vennootschap verdachte] B.V. opzettelijk opmaken van meerdere valse AGD’s, waarvan er acht in de tenlastelegging nader zijn gespecificeerd. Het hof overweegt aangaande deze in de tenlastelegging bedoelde AGD’s als volgt.

D.3.1 AGD met nummer 1970242 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA 12
Op 3 en 4 maart 2010 heeft een grensoverschrijdende observatie plaatsgevonden van een transport accijnsgoederen. Het transport was afkomstig uit de accijnsgoederenplaats van [vennootschap verdachte] B.V. te Heeze en ging vergezeld van een AGD met nummer 1970242. Het transport is via België naar Calais gereden. In de haven aldaar is door de Franse douane een documentencontrole uitgevoerd. Bij die gelegenheid zijn onder meer de volgende documenten ter controle voorgelegd:

- een kopie van een CMR-vrachtbrief met het nummer 273089 van 3 maart 2010 opgesteld voor een transport van 26 pallets van “MIXED-BEER” van 2 Has, [vestigingsadres] 5591 JH Heeze (NL) naar [Engelse afnemer S] WAREHOUSING LTD, gevestigd [vestigingsadres S] RAINHAM (GB);

- kopieën van de exemplaren 2, 3 en 4 van het AGD met nummer 1970242, op 3 maart 2010 opgesteld door [vennootschap verdachte] B.V., gevestigd aan de [vestigingsadres] , 5591 JH Heeze (NL), waarop de handtekening van [medewerkster vennootschap verdachte] te zien is.13

De documenten zijn niet door de douane gestempeld of getekend.14 Na afloop van de controle is de chauffeur aan boord gegaan van een veerboot van de rederij P&O.15 De vrachtwagen is vervolgens in het Verenigd Koninkrijk aan wal gegaan en uiteindelijk in of nabij een unit op een bedrijventerrein te Dover gereden, waar de vrachtwagen in het begin van de nacht van 3 op 4 maart 2010 arriveerde.16

Kort voor het tijdstip van de aankomst in het Verenigd Koninkrijk is een tapgesprek geregistreerd en vervolgens uitgeluisterd. De verdachte (hierna: [verdachte] ) wordt gebeld door een anonieme man met een Engels telefoonnummer (hierna: NN2) en bespreekt met hem onder meer het volgende:

“NN2: Weet je de lading?

[verdachte] : Ja

NN2: Ze hebben het papierwerk meegenomen maar ze hebben het niet gestempeld of ondertekend. Is het nog oké?

[verdachte] : Welke ondertekende het papierwerk?

(…)

NN2: Nee nee ze hebben het niet gestempeld of ondertekend.

NN2: Het staat nog aan de Franse kant.

[verdachte] : Want ja als ik het nog een keer uitprint heb ik een andere chauffeur hier. Hij vertrekt zo meteen voor Calais. Als je hem ontmoet is het dan oké?

NN2: Ah wanneer zou hij hem ontmoeten?

[verdachte] : Later hij heeft net geladen, hij gaat zo weg, bij mijn plaats, binnen 20 minuten.

NN2: Ja

[verdachte] : En ondertekenen accijnzenpapierwerk [lett. duty paperwork] en dan gooi dat papierwerk weg?

NN2: We kunnen dat weggooien?

[verdachte] : Ja, datgene dat niet ondertekend is.

NN2: Ze hebben het niet ondertekend. Ze hebben het helemaal niet ondertekend.

[verdachte] : Ja. Ik kan het uitprinten, stempelen en naar Hem sturen?

NN2: Ja

[verdachte] : Ja?

NN2: Hoe komt die weer naar buiten? Of ontmoet hij hem?

[verdachte] : Ik heb een lading, gaat richting Calais, ik kan hem het papierwerk geven.

NN2: Ja

[verdachte] : En dan als je nieuwe krijgt, gooi het andere weg?

NN2: Wat, op de Franse kant?

[verdachte] : Ja.

NN2: Oké. Dus waar ontmoet hij hem, binnen? Ergens binnen het douanegebied [lett. customs area]?

[verdachte] : Nee, hij kan hem ontmoeten bij het benzinestation afslag 3.

NN2: Eh bedoel je in het VK [Verenigd Koninkrijk]?

[verdachte] : Nee. Franse kant. Aan de Franse kant.

NN2: Maar hoe hij is het douanegebied in gegaan, hoe komt hij naar buiten?

[verdachte] : Oh, hij is al aan de douanekant [lett. on customs side]?

NN2: Ja ja ja. Hij is naar binnen gegaan. De douane nam het papierwerk en gaf het terug maar heeft het niet bestempeld of ondertekend.

[verdachte] : Hij is er al door?

NN2: Hij is al door. Ja. hij is al door.

[verdachte] : Maak je geen zorgen daarover, als hij al door is. maak je geen zorgen daarover.

NN2: Ja? Maar ze hebben het papierwerk genomen maar ze hebben geen stempel opgezet of het ondertekend. Is dat nog oké?

[verdachte] : Ah shit. We kunnen niet zeggen, dat wij het vergeten zijn. Ahhh. Want als hij al door is, kunnen wij niet zeggen dat wij het vergeten zijn, want hij is er al. Het is al weg.

NN2: Ja.

[verdachte] : Ja, als ze hem aanhouden en vragen, kan hij zeggen dat we vergaten het te ondertekenen.

NN2: Nee nee nee wat ik je probeer te vertellen het is niet jouw probleem ik probeer te zeggen, de Fransen hebben het gestopt, ze namen het papierwerk, normaal doen ze een stempel op, de douane.

NN2: Maar ze hebben geen stempel opgezet.

[verdachte] : Oké. Waar is hij nou? In het VK?

NN2: Hij is de Franse douane gepasseerd, en dat is nu is oké. Ja?

[verdachte] : Ja.

[verdachte] : Oké. Waar is de VK douane? Is hij die gepasseerd?

NN2: Hij is er niet doorheen, hij gaat nu de boot op.

[verdachte] : Oké, dat begrijp ik. Dat wilde ik juist zeggen: hij kan niet terugkomen.

NN2: Nee, hij kan niet terugkomen, nee.

[verdachte] : Kan hij je op de veerboot ontmoeten?

NN2: Ja.

[verdachte] : Kan je hem ontmoeten? Maar ja.

NN2: Maar is het nog oké want ze hebben het niet bestempeld?

[verdachte] : Dat is oké. Maar wat als de VK douane hem aanhouden?

NN2: Ja, maar als de VK dat is dat weet ik niet als ze het aanhouden.

[verdachte] : Als ze het aanhouden, gaat het naar de entrepot [lett. on the bond]

NN2: Ja. En als ze dat niet doen?

[verdachte] : Dan gooi het stuk papier weg.

NN2: Ja?

[verdachte] : Ja.

NN2: Oké.

NN2: Ja. Dus als het oké door de VK komt?

[verdachte] : Ja. Het is oké.

NN2: Dan is het oké.

[verdachte] : Ja. Oké. Geen probleem. Het wordt [Engelse afnemer S] [fon.], dat weet je.

NN2: Ja. Dat weet ik.

[verdachte] : Oké

NN2: Dag.” 17

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de van [vennootschap verdachte] B.V. afkomstige partij veraccijnsde drank, die vermoedelijk bestemd is voor de onbekende beller, is gecontroleerd door de Franse douane. De documenten zijn niet door de douane gestempeld of getekend. De verdachte zegt tegen de beller wat er moet gebeuren als er een controle plaatsvindt in het Verenigd Koninkrijk: dan moet de lading naar het belastingentrepot, te weten [Engelse afnemer S] Ltd. Als er geen controle plaatsvindt, dan moet volgens de verdachte ‘het stuk papier’ (het hof begrijpt: de AGD met de bestemming [Engelse afnemer S] Ltd.) worden weggegooid.

Op 15 maart 2010, dus na ongeveer anderhalve week na vorenbedoeld transport, heeft [vennootschap verdachte] B.V. het 1e exemplaar van het AGD met nummer 1970242 naar de douane gefaxt. Op dit AGD is vermeld dat op 3 maart 2010 door [vennootschap verdachte] B.V. bier naar [Portugese afnemer MAF] LDA in Portugal zou zijn verzonden. Dit exemplaar is, anders dan het exemplaar dat door de Franse douane is gecontroleerd, ondertekend door verdachte [verdachte] . Het transport zou volgens het AGD door dezelfde transporteur en middels dezelfde trailer hebben plaatsgevonden als het transport naar het Verenigd Koninkrijk.18

De douane ontving ook het 3e exemplaar van de AGD met nummer 1970242, waarin is vermeld dat op 3 maart door [vennootschap verdachte] B.V. 26 pallets gemixt bier naar [Portugese afnemer MAF] LDA in Portugal zouden zijn vervoerd. Op de achterzijde is vermeld dat deze accijnsgoederen op 22 maart 2010 in ontvangst zouden zijn genomen door [Portugese afnemer MAF] te Damaia Amadora, waarvoor een medewerker heeft getekend. Het exemplaar is tevens voorzien van een stempel die afkomstig lijkt te zijn van de Portugese douaneautoriteiten, waardoorheen een paraaf en datumstempel ‘25 maart 2010’ is gezet. Dit 3e exemplaar is eveneens ondertekend door verdachte [verdachte] .19


De gerechtelijke politie te Lissabon heeft de vennoot van de Portugese handelsvennootschap [Portugese afnemer MAF] LDA, te weten [vennoot MAF] , op 3 december 2010 als getuige gehoord. Bij die gelegenheid verklaarde hij dat de Nederlandse vennootschap [vennootschap verdachte] B.V. absoluut niet kent, nooit zaken van welk soort dan ook met dit bedrijf te hebben gedaan en er nooit goederen van te hebben ontvangen.

Op vertoon van het AGD met nummer 1970242 verklaarde hij dat dit AGD vals is en dat de op de voorzijde vermelde naam in slecht Portugees verkeerd geschreven is. Over de achterzijde van het betreffende AGD verklaarde de getuige dat hij de omschreven goederen nooit heeft ontvangen en dat de daarop voorkomende stempel niet die van zijn onderneming is. De handtekening van de werknemer is niet een handtekening van een van zijn werknemers. Getuige [vennoot MAF] verklaarde voorts dat hij nooit bier heeft geïmporteerd.20 Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft getuige [vennoot MAF] zijn eerdere verklaring bevestigd en daaraan toegevoegd dat buitenlandse bedrijven de naam van zijn bedrijf gebruikten op valse documenten.21

[medewerkster vennootschap verdachte] , medewerkster van [vennootschap verdachte] B.V., heeft in dit verband verklaard dat zij geen brieven, e-mailberichten of faxberichten heeft gelezen of verzonden aan [Portugese afnemer MAF] LDA in Portugal en dat ze ook geen telefonisch contact met dat bedrijf heeft gehad.22 Wel zag zij dat soms 3e exemplaren van AGD’s gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA in een envelop via een koeriersbedrijf terugkwamen.23

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat tweemaal een exemplaar van een AGD met nummer 19702424 d.d. 3 maart 2010 is opgemaakt. Een transport van 26 pallets gemixt bier zou zowel naar [Engelse afnemer S] Ltd. in het Verenigd Koninkrijk als naar [Portugese afnemer MAF] LDA in Portugal zijn vervoerd. Uit de bewijsmiddelen, meer in het bijzonder de observatie van de Belgische, Franse en Engelse autoriteiten alsmede de verklaring van getuige [vennoot MAF] , volgt evenwel dat de accijnsgoederen feitelijk naar het Verenigd Koninkrijk zijn vervoerd en niet naar Portugal. Daarmee is naar het oordeel van het hof het AGD met nummer 19702424, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA en zoals opgenomen in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V., valselijk opgemaakt.

D.3.2 AGD met nummer 1970138 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA 24

De Nederlandse douane heeft van [vennootschap verdachte] B.V. het 1e en 3e exemplaar van het AGD met nummer 1970138 ontvangen. Dit AGD heeft betrekking op een zending gemixt bier met verzenddatum 9 februari 2010 en bestemming [Portugese afnemer MAF] LDA in Portugal. Het transport zou zijn vervoerd door BAS Logistic onder trailernummer E-HL-170.25 Dit trailernummer is eveneens vermeld op een factuur van 25 februari 2010 van [transportbedrijf 3] . Volgens die factuur zou genoemde trailer op 10 februari 2010 om 4.28 uur – dus daags na de verzenddatum volgens het AGD – de overtocht hebben gemaakt van Calais naar Folkstone in het Verenigd Koninkrijk.26

Getuige [vennoot MAF] van [Portugese afnemer MAF] LDA heeft bij gelegenheid van zijn verhoor door de gerechtelijke politie te Lissabon verklaard dat de accijnsgoederen onder geleide van het AGD met nummer 1970138 niet door zijn bedrijf in Portugal zijn ontvangen. Voorts verklaarde hij nooit bier te hebben geïmporteerd en nimmer goederen van [vennootschap verdachte] B.V. te hebben ontvangen.27

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat het AGD met nummer 1970138, gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA en zoals opgenomen in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V., valselijk is opgemaakt, nu de alcoholhoudende dranken niet naar genoemde Portugese handelsvennootschap zijn vervoerd en/of daaraan zijn overgedragen.


D.3.3 AGD met nummer 1970378 gericht aan [Portugese afnemer LB] 28
Op een bierpallet in de loods van [vennootschap verdachte] B.V. aan de [vestigingsadres] te Heeze zijn de 2e, 3e en 4e exemplaren van het AGD met nummer 1970378 aangetroffen, betrekking hebbende op een partij wodka die op 19 maart 2010 naar [Portugese afnemer LB] in Portugal zou zijn vervoerd.29 Alle exemplaren zijn ondertekend door verdachte [verdachte] . Het 3e exemplaar is door [vennootschap verdachte] B.V. naar de douane verzonden. Op de achterzijde daarvan is namens [Portugese afnemer LB] een stempel en handtekening gezet voor ontvangst. De Portugese douane zou volgens opdruk het document op 12 mei 2010 hebben geviseerd en afgestempeld.30

De FIOD heeft geconstateerd dat er van het AGD met nummer 1970378 dubbele 3e exemplaren in omloop zijn, hetgeen kan geschieden met het doel de belastingautoriteiten van de betrokken lidstaten te misleiden met betrekking tot de heffing van accijns.31

Ten overstaan van de magistraat van het Portugese Openbaar Ministerie van Peso da Régua heeft [commercieel directeur LB] , commercieel directeur van [Portugese afnemer LB] , verklaard dat zijn onderneming nooit enig product of enige goederen uit Nederland heeft ontvangen. Voorts verklaarde hij de vennootschap [vennootschap verdachte] B.V. niet te kennen.

Na een kopie van het AGD met nummer 1970378 te zijn voorgehouden, verklaarde de getuige dit AGD nooit eerder te hebben gezien. Het bedrijf [Portugese afnemer LB] heeft nooit de op het AGD voorkomende flessen wodka ontvangen. Ook overigens heeft [Portugese afnemer LB] nimmer gebottelde producten (hof: zoals wodka) geleverd gekregen. Het op het AGD vermelde adres en belastingentrepotnummer van [Portugese afnemer LB] zijn volgens de getuige niet juist vermeld.32

Aan [medewerkster vennootschap verdachte] , medewerkster van [vennootschap verdachte] B.V., is het gezuiverde 3e exemplaar van het AGD met nummer 1970378 voorgehouden. Op een vraag wat haar opviel aan de achterzijde antwoordde zij: ‘Deze kloppen niet, de zendingen zijn een week tot twee maanden weg geweest. Dat kan nooit. Deze zijn vals’.33

De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden wettigen naar het oordeel van het hof de conclusie dat de flessen wodka die op het AGD met nummer 1970378 zijn vermeld, niet naar [Portugese afnemer LB] in Portugal zijn vervoerd en/of overgedragen. Daarmee is het AGD met nummer 1970378, dat anders vermeldt, door [vennootschap verdachte] B.V. valselijk opgemaakt.


D.3.4 AGD met nummer 1970426 gericht aan [Spaanse afnemer SAD] 34
Tijdens de doorzoeking in het kantoor van het bedrijfspand van [vennootschap verdachte] B.V. zijn een aantal 1e exemplaren van AGD’s aangetroffen, betrekking hebbende op verzendingen d.d. 23 maart 2010. Deze exemplaren zijn vergeleken met de 3e exemplaren die door [vennootschap verdachte] B.V. naar de Nederlandse douane zijn verzonden. Met betrekking tot het AGD met nummer 1970426 inzake een partij wijn is op het 1e exemplaar vermeld dat de bestemming van het transport [Engelse afnemer S] Warehousing te Rainham in Engeland is. Deze partij wijn zou op 23 maart 2010 door [transportbedrijf 1] richting het Verenigd Koninkrijk zijn vervoerd.35 Op het 3e exemplaar, dat gezuiverd zou zijn door de Spaanse autoriteiten en door [vennootschap verdachte] B.V. naar de Nederlandse douane is gezonden, is echter vermeld dat de bestemming van de partij wijn ‘ [Spaanse afnemer SAD] ’ zou zijn.36 Aldus zijn twee AGD’s opgemaakt met hetzelfde nummer, maar met verschillende geadresseerden.

Het AGD met nummer 1970426 is niet door de douane in het Verenigd Koninkrijk gecontroleerd.37

Bij de beweerdelijke afnemer [Spaanse afnemer SAD] (het hof begrijpt: Distribución) in Spanje is geen navraag gedaan of de partij wijn waarop het AGD met nummer 1970426 betrekking heeft, is geleverd. Die omstandigheid staat echter niet in de weg aan een bewezenverklaring van het valselijk opmaken van dit AGD. Het hof is namelijk, indachtig hetgeen hiervoor onder D.2 ter zake van de modus operandi van accijnsfraude is overwogen, van oordeel dat voormelde feitelijke gang van zaken ten aanzien van het AGD met nummer 1970426 op essentiële punten overeenkomsten vertoont met de feitelijke gang van zaken omtrent het opmaken van de andere in dit arrest opgenomen valse AGD’s. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat ook met betrekking tot het AGD met nummer 1970426 – kennelijk nadat geen douanecontrole aan de grens had plaatsgevonden – nog eenzelfde exemplaar is opgemaakt maar dan met een andere geadresseerde in een lager tariefland. Voorts is het 3e exemplaar uiteindelijk ten bewijze van de beweerdelijke aankomst van de accijnsgoederen in Spanje, opgestuurd naar de Nederlandse douane.

Naar het oordeel van het hof kan het daarom niet anders zijn dan dat ook het AGD met nummer 1970426 valselijk is opgemaakt, in die zin dat daarin in strijd met de waarheid is vermeld dat de accijnsgoederen naar [Spaanse afnemer SAD] in het lager tariefland Spanje zijn vervoerd en/of overgedragen.
Het hof ziet zich in dit oordeel gesterkt door hetgeen uit aanvullend onderzoek door de FIOD naar voren is gekomen.38 Op grond van documenten van [Spaanse afnemer SAD] zouden de door deze vennootschap ontvangen accijnsgoederen zijn verzonden naar ondernemingen in Portugal of Italië. Echter, de transportroute van Frankrijk, met name vanuit Calais, naar Madrid (waar [Spaanse afnemer SAD] is gevestigd) en vervolgens naar Italië of Portugal, bevreemdt zeer. Het is immers logischer om de goederen rechtstreeks vanuit Frankrijk naar de ontvanger in Italië of Portugal te verzenden, mede in aanmerking genomen dat dit transport ook zou kunnen worden uitgevoerd onder de opschortingsregeling waardoor geen accijns hoeft te worden betaald. Het gebruik van [Spaanse afnemer SAD] in Madrid, waar in werkelijkheid geen enkele operatie is uitgevoerd met betrekking tot de goederen – er is zelfs niet gelost – kan daarom naar het oordeel van het hof bezwaarlijk anders zijn ingegeven dan de fiscale controle op deze transporten te bemoeilijken.

D.3.5 AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] 39
Op het 1e exemplaar van het AGD met nummer 1970437 is vermeld dat de zending bier waarop dit AGD betrekking heeft, op 23 maart 2010 door [transportbedrijf 2] uit Ierland is verzonden naar [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. te Rainham in het Verenigd Koninkrijk.40 Het bijbehorende CMR draagt het nummer 050161.41
Op het 2e, 3e, en 4e exemplaar van het AGD met nummer 197043742 en bijbehorende CMR met nummer 05015143 is vermeld dat het zou handelen om een zending bier van [vennootschap verdachte] B.V. naar [Italiaanse afnemer M] te Como in Italië d.d. 23 maart 2010, eveneens vervoerd door [transportbedrijf 2] uit Ierland.
Aldus zijn met betrekking tot dezelfde zending twee verschillende CMR’s opgemaakt.


Bij de doorzoekingen zijn AGD’s en CMR’s aangetroffen in een auto van het merk Mercedes, die voor het bedrijfspand van [vennootschap verdachte] B.V. was geparkeerd.44 Daaronder bevond zich het hiervoor genoemde 1e exemplaar van het AGD met nummer 1970437, gericht aan [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. te Rainham in het Verenigd Koninkrijk.45 Dat dit 1e exemplaar is aangetroffen in een auto, kan er op duiden dat [vennootschap verdachte] B.V. dit AGD niet in de administratie wenste op te nemen, om zodoende te doen voorkomen alsof de zendingen naar [Italiaanse afnemer M] zijn gegaan.46


Aangezien de 2e, 3e en 4e exemplaren met bijbehorende CMR-vrachtbrief betreffende de zending bestemd voor [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. te Rainham niet bij de doorzoeking zijn aangetroffen, moet het ervoor worden gehouden dat deze aan de transporteurs zijn meegegeven ter begeleiding van het transport van de accijnsgoederen naar het Verenigd Koninkrijk.47

In de loods van het bedrijfspand van [vennootschap verdachte] B.V. is tevens nog een extra set AGD’s aangetroffen, bestaande uit het 1e, 2e, 3e en 4e exemplaar met nummer 1970437, telkens met de bestemming [Italiaanse afnemer M] .48 De omstandigheid dat de 2e, 3e en 4e exemplaren met bijbehorende CMR-vrachtbrief niet aan de transporteur zijn meegegeven (omdat deze in de loods zijn aangetroffen), duidt er op dat de zendingen naar [Italiaanse afnemer M] kennelijk niet hebben plaatsgevonden.49 Een blijkens de stempels en handtekening door de Italiaanse douane te Como gezuiverd 3e exemplaar van het AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] is echter wel door [vennootschap verdachte] B.V. aan de Nederlandse douane gezonden.50

De verdachte heeft bij gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD, naar aanleiding van een vraag hoe het kan dat volgens het 1e exemplaar van het AGD met nummer 1970437 de zending naar [Engelse afnemer S] Ltd. is vervoerd, maar volgens de 2e, 3e en 4e exemplaren naar [Italiaanse afnemer M] , geantwoord dat dit een incidentele fout betreft.51

[medewerkster vennootschap verdachte] , medewerkster van [vennootschap verdachte] B.V., heeft over het AGD met nummer 1970437 verklaard dat de handtekeningen op de twee 2e, twee 3e en twee 4e exemplaren van het AGD betreffende de verzending naar [Italiaanse afnemer M] en het 1e exemplaar betreffende de verzending naar [Italiaanse afnemer M] van haar zijn. [medewerkster vennootschap verdachte] weet niet waarom er twee sets AGD’s voor één en dezelfde zending zijn opgemaakt, waarvan in beide gevallen het 2e, 3e en 4e exemplaar niet aan de chauffeur van [transportbedrijf 2] is meegegeven. [medewerkster vennootschap verdachte] stelt dat zij die exemplaren blanco getekend moet hebben.52 [medewerkster vennootschap verdachte] heeft voorts met betrekking tot [Italiaanse afnemer M] verklaard dat zij geen brieven, e-mailberichten of faxberichten heeft gelezen van of heeft verzonden aan [Italiaanse afnemer M] of met dat bedrijf telefonisch contact heeft gehad.53

De dubbele opmaak van AGD’s en CMR’s voor één en dezelfde zending accijnsgoederen, alsmede het feit dat het 2e, 3e en 4e exemplaren van het AGD met nummer 1970437 met de bestemming [Italiaanse afnemer M] niet aan de vervoerder zijn meegegeven, duidt er op dat deze zending niet naar Italië is gegaan. Dat tijdens de doorzoeking wel een 1e exemplaar met de bestemming [Engelse afnemer S] Ltd. is aangetroffen maar géén 2e, 3e en 4e exemplaar duidt er op dat de goederen naar het Verenigd Koninkrijk zijn gegaan en dat de 2e, 3e en 4e exemplaren aan de transporteur zijn meegegeven. [medewerkster vennootschap verdachte] heeft in dit verband verklaard dat de dubbele opmaak van dit AGD mogelijk was omdat zij de AGD’s blanco heeft getekend. In de getapte telefoongesprekken van de verdachte komt onder meer naar voren dat ene Stevie er voor moet zorgen dat papieren door [Italiaanse afnemer M] worden gestempeld maar dat Stevie eerst geld vanuit Londen moet krijgen om aan de Italianen te geven.54 De vindplaats van het 1e exemplaar gericht aan [Engelse afnemer S] Ltd., te weten de vóór het bedrijfspand geparkeerde auto, duidt er op dat [vennootschap verdachte] B.V. wil doen voorkomen alsof de goederen wel naar Italië zijn gegaan en om die reden dit 1e exemplaar niet in de administratie is opgenomen.

De omstandigheid dat de accijnsgoederen niet door [Italiaanse afnemer M] na 23 maart 2010 (de aanvangsdatum van het transport) zijn ontvangen, vindt bevestiging in het feit dat de vergunning voor het drijven van een accijnsgoederenplaats door [Italiaanse afnemer M] SRL en daarmee goederen onder schorsing van accijns te mogen ontvangen, per 10 februari 2010 is ingetrokken.55 Het verzonden gezuiverde 3e exemplaar van het AGD met nummer 1970437 door [vennootschap verdachte] B.V. aan de Nederlandse douane leidt het hof niet tot een andersluidend oordeel. Immers, navraag bij de Italiaanse douane te Como heeft uitgewezen dat de stempel en handtekening vals zijn.56

Voormelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettigen naar het oordeel van het hof de conclusie dat het AGD met nummer 1970437, gericht aan [Italiaanse afnemer M] , valselijk is opgemaakt, nu de daarop vermelde accijnsgoederen niet zijn vervoerd naar of overgedragen zijn aan [Italiaanse afnemer M] in Italië, terwijl het AGD zulks wel doet vermoeden.


D.3.6 AGD met nummer 197025 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] 57
Het 1e exemplaar van het AGD met nummer 197025 is geadresseerd aan [Italiaanse afnemer FFIL] te Piano di Sorrento in Italië. Dit AGD heeft betrekking op een lading sterke drank en zou op 10 november 2009 zijn verzonden. Het AGD is ondertekend door verdachte [verdachte] en aangetroffen in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. tijdens de doorzoeking.58

De Nederlandse douane beschikte over het 3e exemplaar van het AGD met nummer 197025. Op dit exemplaar is eveneens vermeld dat het een zending sterke drank betreft die op 10 november 2009 zou zijn verzonden naar [Italiaanse afnemer FFIL] . Op de achterzijde is een stempel van deze Italiaanse onderneming en een handtekening geplaatst van een persoon genaamd [voornaam leidinggevende FFIL] . De ontvangst van de goederen zou hebben plaatsgevonden op 13 november 2009. Voorts is op de achterzijde van het 3e exemplaar een stempel ter visering geplaatst die afkomstig zou zijn van de douane te Napels. Bij de stempel is de vermeende viseerdatum 19 november 2009 vermeld.59

Aan de Italiaanse douane is door de Nederlandse douane gevraagd of de zending van [vennootschap verdachte] B.V. naar [Italiaanse afnemer FFIL] , zoals onder meer vermeld op het AGD met nummer 197025, daadwerkelijk is ontvangen en of de stempels en handtekeningen van de douane op het AGD authentiek zijn. Daarop is per faxbericht geantwoord dat de Italiaanse douane vermoedt dat deze zending vermoedelijk niet is ontvangen door [Italiaanse afnemer FFIL] en dat de stempels en handtekeningen vermoedelijk niet authentiek zijn.60 De stempelafdruk van [Italiaanse afnemer FFIL] met ‘ [Italiaanse afnemer FFIL] SRL’ is volgens de douane onvolledig, aangezien de juiste stempel die door het bedrijf wordt gebruikt de opdruk heeft ‘ [Italiaanse afnemer FFIL] S.r.l. L’Amministratore [leidinggevende FFIL] ’.61

In de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. is een faxbericht van [Italiaanse afnemer FFIL] aangetroffen. In dit bericht is in het Engels vermeld dat [Italiaanse afnemer FFIL] drie facturen van [vennootschap verdachte] B.V. heeft ontvangen, dat [Italiaanse afnemer FFIL] niet bekend is met [vennootschap verdachte] B.V., dat [Italiaanse afnemer FFIL] nooit orders voor de betreffende zendingen drank heeft gedaan, dat [Italiaanse afnemer FFIL] nimmer enige goederen van [vennootschap verdachte] B.V. heeft ontvangen en deze niet heeft betaald dan wel zal betalen en dat [Italiaanse afnemer FFIL] een verklaring wenst voor deze gang van zaken. De brief is ondertekend door [leidinggevende FFIL] namens [Italiaanse afnemer FFIL] .62


Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande, in het bijzonder gelet op de brief van [leidinggevende FFIL] , volgt dat het AGD met nummer 197025, gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] , valselijk is opgemaakt, nu de daarop vermelde accijnsgoederen – anders dan op het AGD is vermeld – niet zijn vervoerd naar of overgedragen zijn aan [Italiaanse afnemer FFIL] in Italië.


D.3.7 AGD met nummer 197076 gericht aan [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. 63
Het 1e en 3e exemplaar van het AGD met nummer 197076, beide aangetroffen in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V.64, betreffen een zending sterke drank die op 14 januari 2010 zou zijn verzonden naar [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. in Roemenië. Op 26 januari 2010 zouden deze accijnsgoederen zijn ontvangen door dit Roemeense bedrijf. Namens [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. heeft [medewerker FBT] daartoe een stempel en handtekening c.q. paraaf geplaatst. De Roemeense douane heeft het AGD geviseerd, eveneens op 26 januari 2010, en ten bewijze daarvan een stempel geplaatst.65

Naar aanleiding van een rechtshulpverzoek heeft de Roemeense douane bericht dat na controle is gebleken dat [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. niets heeft besteld bij of gekocht van [vennootschap verdachte] B.V. Evenmin zijn accijnsgoederen van [vennootschap verdachte] B.V. ontvangen. De Roemeense douane is voorts de mening toegedaan dat de stempels op de achterzijde van het 3e exemplaar vals zijn.66

De omstandigheid dat door [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. geen accijnsgoederen zijn ontvangen vindt bevestiging in de verklaring van [medewerkster vennootschap verdachte] , medewerkster van [vennootschap verdachte] B.V. Zij heeft immers bij gelegenheid van haar verhoor door de FIOD verklaard dat zij geen brieven, e-mailberichten of faxberichten heeft gelezen van of heeft verzonden aan bedrijven in Roemenië. Ook heeft zij daarmee geen telefonisch contact gehad.67 Voorts komt het AGD met nummer 197076 niet voor in de lijst met onderschepte zendingen door de douane in het Verenigd Koninkrijk68, hetgeen past in de hiervoor weergegeven modus operandi ter zake van accijnsfraude onder D.2.

Het vorenoverwogene leidt het hof tot het oordeel dat het AGD met nummer 197076 valselijk is opgemaakt, nu de daarop vermelde accijnsgoederen niet zijn vervoerd naar of overgedragen zijn aan [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. in Roemenië, terwijl zulks wel op het AGD is vermeld.

D.3.8 AGD met nummer 197084 gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT 69
Het AGD met nummer 197084, dat in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. is aangetroffen70, gaat over een levering van flessen wodka die volgens opdruk op 24 januari 2010 zouden zijn verzonden naar [Hongaarse afnemer ML] KFT te Boedapest in Hongarije. Tijdens de doorzoekingen in het bedrijfspand van [vennootschap verdachte] B.V. zijn meerdere sets documenten met nummer 197084 aangetroffen, namelijk:

  • -

    Een set AGD’s (1e, 2e, 3e en 4e exemplaar) met de bestemming [Hongaarse afnemer ML] KFT;

  • -

    Een 1e exemplaar van het AGD met de bestemming [Hongaarse afnemer ML] KFT;

  • -

    Een 2e, 3e en 4e exemplaar AGD met de bestemming [Hongaarse afnemer ML] KFT;

  • -

    Een set AGD’s (1e, 2e, 3e en 4e exemplaar) met de bestemming Cork in Ierland;

  • -

    Een 1e exemplaar van het AGD met de bestemming Cork in Ierland.71

Aan de Nederlandse douane is een 3e exemplaar van het AGD met nummer 197084 toegezonden waarop is vermeld dat een zending wodka de bestemming [Hongaarse afnemer ML] KFT in Hongarije heeft. Op de achterzijde zijn stempels en handtekeningen van zowel [Hongaarse afnemer ML] KFT als de douane te Boedapest geplaatst. Dit 3e exemplaar van het AGD is ondertekend door verdachte [verdachte] .72

De Hongaarse douane heeft bericht dat de stempels op het AGD met nummer 197075, zowel van de douane te Boedapest als van [Hongaarse afnemer ML] KFT, vals zijn.73 Het hof stelt vast dat de stempels op voormeld AGD dezelfde zijn als die op het 3e exemplaar van het AGD met nummer 197084, welk exemplaar door [vennootschap verdachte] B.V. aan de Nederlandse douane is toegezonden. De bevindingen van de Hongaarse douane met betrekking tot de stempels op het AGD met nummer 197075 gelden naar het oordeel van het hof mutatis mutandis ook met betrekking tot de stempels op het AGD met nummer 197084. Dit betekent naar ’s hofs oordeel dat de stempels op het 3e exemplaar van het AGD met nummer 197084 eveneens vals zijn. Deze conclusie vindt zijn bevestiging in hetgeen [medewerkster vennootschap verdachte] over de AGD’s gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT heeft verklaard74 en de hierna aangehaalde getuigenverklaring.

De directeur van [Hongaarse afnemer ML] KFT, [directeur ML] , heeft als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij verdachte [verdachte] niet kent en dat hij zich niet kan herinneren dat zijn onderneming een contractuele relatie of ander contact had met [vennootschap verdachte] B.V. Nadat hem het AGD met nummer 197084 was voorgehouden, verklaarde hij dit document niet te kennen.75

In de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. is een e-mailbericht gevonden van [medewerker ML] van [Hongaarse afnemer ML] KFT, gericht aan verdachte [verdachte] . [medewerker ML] laat daarin naar aanleiding van twee ontvangen facturen van [vennootschap verdachte] B.V. weten dat [Hongaarse afnemer ML] KFT een accijnsgoederenplaats is, dat de goederen alleen het bedrijf passeren (het bedrijf verricht enkel logistieke en administratieve werkzaamheden), [Hongaarse afnemer ML] KFT dus niet de koper is en dat men bovendien de betreffende accijnsgoederen waarop de facturen betrekking hebben, niet kent.76

Uit het antwoord op een rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk valt op te maken dat de zending wodka onder geleide van het AGD met nummer 197084 op 25 januari 2010 om 5.10 uur is onderschept. De zending had de bestemming Cork in Ierland.77

Het hof stelt vast dat de zending wodka, waarop het AGD met nummer 197084 betrekking heeft, een dag na de aanvang van het transport in het Verenigd Koninkrijk is gesignaleerd, met de bestemming Cork. De flessen wodka zijn aldus niet op 24 januari 2010 verzonden naar [Hongaarse afnemer ML] KFT in Hongarije, terwijl zulks wel op het 3e exemplaar van het AGD met nummer 197084 is vermeld. Het voorgaande betekent, mede in aanmerking genomen dat er meerdere AGD’s met het nummer 197084 in omloop zijn waarop verschillende afnemers zijn vermeld, gezien voormelde e-mail en gelet op de getuigenverklaring van de directeur van [Hongaarse afnemer ML] KFT, dat genoemd 3e exemplaar gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT valselijk is opgemaakt, nu de veraccijnsde flessen wodka niet zijn vervoerd naar of overgedragen zijn aan [Hongaarse afnemer ML] KFT in Hongarije.

D.4 Wetenschap van de verdachte
Door de raadsman van de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de accijnsfraude.

Het hof is evenwel van oordeel dat uit de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt dat de verdachte actieve betrokkenheid heeft gehad bij het valselijk opmaken van AGD’s. Daartoe overweegt het hof als volgt.

De kern van de onderneming van [vennootschap verdachte] B.V. bestond uit het exploiteren van een accijnsgoederenplaats. In dat kader zijn door de verdachte, dan wel door diens medewerker [medewerkster vennootschap verdachte] , ten behoeve van de zendingen accijnsgoederen naar andere lidstaten van de Europese Unie AGD’s opgemaakt. De verdachte heeft bij gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD erkend dat er daarbij ‘fouten’ zijn gemaakt, ook door hemzelf.78 Daarmee heeft de verdachte bevestigd dat AGD’s niet juist waren. Uit het feit dat voor een en dezelfde zending twee AGD’s werden opgemaakt, hetgeen tevens door de verdachte tijdens zijn verhoren is verklaard79 en bovendien in een zeer groot aantal van de gevallen voorkwam, kan naar het oordeel van het hof worden afgeleid dat de verdachte minst genomen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat één van die AGD’s niet de werkelijkheid weerspiegelde.

De verdachte heeft het opmaken van dubbele AGD’s verklaard door te stellen dat de bestemming van de accijnsgoederen soms werd gewijzigd. Die stelling overtuigt echter geenszins. Immers, uit de bewijsmiddelen (waaronder de verklaringen van afnemers dat zij geen goederen hebben ontvangen en van diverse transporteurs dat voor [vennootschap verdachte] B.V. geen transporten naar Zuid-Europa zijn verricht) volgt daarentegen juist dat de transporten in het geheel niet naar nieuwe bestemmingen in veelal Zuid-Europa zijn vervoerd.

De wetenschap van de valsheid van de AGD’s vindt voorts bevestiging in de tapgesprekken en in hetgeen medewerkers van [vennootschap verdachte] B.V. over het handelen van de verdachte hebben verklaard. Getuige [werknemer vennootschap verdachte] heeft bijvoorbeeld verklaard dat hij een lijst moest maken van 3e exemplaren van AGD’s80, waarop moest worden vermeld of een zending was opgehouden bij de douane. Deze lijst was volgens [werknemer vennootschap verdachte] voor de verdachte heel belangrijk. De verdachte vroeg steeds aan hem of 3e exemplaren van de AGD’s binnengekomen waren. De verdachte veroorzaakte bij de medewerkers van [vennootschap verdachte] B.V. veel stress door elke dag de 3e exemplaren door te kijken of deze retour gekomen waren.81 Dergelijk gedrag moet naar het oordeel van het hof worden aangemerkt als te zijn gericht op het sluitend maken van de administratie, waarmee wordt geveinsd dat de betreffende accijnsgoederen naar een lager tariefland zijn vervoerd. Deze handelwijze is een wezenskenmerk van de hiervoor onder D.2 weergegeven modus operandi ter zake van accijnsfraude. Hetzelfde geldt voor het weggooien van ‘het stuk papier’ (het hof begrijpt: het opgemaakte AGD met een bestemming in het Verenigd Koninkrijk, veelal [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd.) als geen controle door de douane heeft plaatsgevonden, waarover door de verdachte in telefonische gesprekken met een onbekende man in het Verenigd Koninkrijk is gesproken. Het hof vermag niet in te zien, mede in het licht van de overige bewijsmiddelen, hoe de inhoud van de tapgesprekken zou moeten onderschrijven dat de verdachte bezig was om bevestigd te krijgen dat de ladingen ook daadwerkelijk in Zuid-Europa waren aangekomen en verdachte daarom van de accijnsfraude niets afwist, zoals de raadsman naar voren heeft gebracht.

De verdediging heeft tevens naar voren gebracht dat de voornaamste contra-indicatie voor de wetenschap bij verdachte van de accijnsfraude het feit is dat de verdachte onverplicht aan de douane gezuiverde 3e exemplaren van AGD’s heeft toegezonden. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het procesdossier komt naar voren dat bij de vergunningverlening tot het exploiteren van een accijnsgoederenplaats de aanvullende voorwaarde was gesteld dat [vennootschap verdachte] B.V. de 1e exemplaren van het AGD naar de Nederlandse douane zou insturen. In plaats daarvan heeft de verdachte namens [vennootschap verdachte] B.V. evenwel de 3e gezuiverde exemplaren onverplicht toegezonden. Dat geschiedde pas nadat de accijnsgoederen vanuit de accijnsgoederenplaats in Heeze waren vertrokken. De Nederlandse douane zou weliswaar de accijnsgoederentransporten kunnen controleren als deze de 1e exemplaren toegezonden had gekregen, maar nu dat niet is gebeurd, is die controlemogelijkheid de douane onmogelijk gemaakt. Het toezenden van de 3e exemplaren van de AGD’s doet derhalve niet af aan de (wetenschap van de) valsheid van de AGD’s.

De raadsman heeft voorts ten verwere aangevoerd dat in het geval de van [vennootschap verdachte] B.V. afkomstige accijnsgoederen overeenkomstig de ‘pre advice procedure’ met een ‘unique reference number’ naar [Engelse afnemer S] Ltd. gingen, het niet voor de hand ligt dat deze ladingen naar Zuid-Europa zijn gegaan, nu in een dergelijk geval [Engelse afnemer S] Ltd. wel een vooraankondiging zou hebben gehad, maar niets zou hebben ontvangen. Aangaande het gebruik van dit systeem, dat volgens de verdediging een contra-indicatie oplevert voor de wetenschap van de valsheid van de AGD’s, overweegt het hof het volgende.

Getuige [leidinggevende Engelse afnemer S] van [Engelse afnemer S] Ltd. heeft over het systeem met ‘pre advices’ ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat [Engelse afnemer S] graag van klanten wil weten wat er wordt gestuurd, hoeveel goederen worden gestuurd en ook bijvoorbeeld het percentage alcohol van de accijnsgoederen. De lading krijgt dan een door de klant gegeven uniek referentienummer, welk nummer ook wordt vermeld op de begeleidende documenten. Met ‘klant’ wordt diegene bedoeld die een account heeft bij [Engelse afnemer S] en de goederen afneemt. [vennootschap verdachte] B.V. heeft volgens [leidinggevende Engelse afnemer S] geen account gehad bij [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. Het systeem met ‘pre advices’ betrof in de periode 2009-2010 (hof: zijnde de tenlastegelegde periode) een nieuw systeem.82 Uit een zich in het dossier bevindende e-mail van [leidinggevende Engelse afnemer S] aan verdachte [verdachte] komt naar voren dat pas op 16 juli 2012 aan de verdachte het systeem met ‘pre advices’ is voorgesteld.83


Het verweer mist aldus feitelijke grondslag, aangezien [vennootschap verdachte] B.V. gelet op het voorgaande in de tenlastegelegde periode geen gebruik maakte van het systeem met ‘pre advices’. Maar wat daar ook van zij, als met een dergelijk ‘pre advice’ zou worden aangetoond dat de betreffende accijnsgoederen naar het Verenigd Koninkrijk zijn gegaan, dan wordt daarmee automatisch het bewijs geleverd dat de tenlastegelegde AGD’s met daarop bestemmingen in de lager tarieflanden vals zijn, nu daarop is voorgewend dat de goederen juist niet naar het Verenigd Koninkrijk zijn gegaan. Dit systeem levert aldus naar het oordeel van het hof in het geheel geen contra-indicatie op voor de tenlastegelegde valsheid.

Ten slotte stelt het hof vast dat, behoudens [medewerkster vennootschap verdachte] die in opdracht van de verdachte tevens AGD’s opmaakte, op geen enkele wijze is gebleken van de betrokkenheid van een derde bij het valselijk opmaken van AGD’s ten name van [vennootschap verdachte] B.V.

Het hof is gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat de verdachte wetenschap had van de valsheid van de bewezenverklaarde AGD’s en dat van incidenteel gemaakte fouten in de administratie geen sprake was.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 2

E.

[vennootschap verdachte] B.V. heeft als belastingplichtige de volgende aangiften accijns gedaan bij de Belastingdienst:

- op 31 december 2009 over oktober 2009 ter hoogte van € 32.852,6284;

- op 31 december 2009 over november 2009 ter hoogte van € 27.874,5785;

- op 21 april 2010 over december 2009 een nihilaangifte86;

- op 21 april 2010 over maart 2010 ter hoogte van € 77.121,4187.

De aangiften zijn door [vennootschap verdachte] B.V. telkens gedaan op basis van de administratie waarin de valse AGD’s zijn opgenomen. Het hof stelt vast dat de valse AGD’s zijn gedateerd in de periode oktober 2009 tot en met maart 2010 en aldus daadwerkelijk ten grondslag hebben gelegen aan de aangiften accijns over genoemde maanden. De aangegeven bedragen zien op het verschil tussen de accijnswaarde van de ingekochte alcoholische dranken en die van de alcoholische dranken die onder geleide van AGD’s naar accijnsgoederenplaatsen in het buitenland zouden zijn gegaan.88

E.1 Voorwaardelijk opzet op het doen van onjuiste aangiften accijns
De maandaangiften accijns over de periode oktober 2009 tot en met maart 2010 zijn feitelijk ingediend door [boekhouder vennootschap verdachte] , de boekhouder van [vennootschap verdachte] B.V.89

De verdachte heeft bij gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD de stelling betrokken dat de door hem aan [boekhouder vennootschap verdachte] verstrekte gegevens van [vennootschap verdachte] B.V., die mede door hemzelf zijn opgemaakt, op de juiste wijze aan boekhouder [boekhouder vennootschap verdachte] zijn verstrekt. De verdachte stelt niet te weten wat de boekhouder aan de Belastingdienst heeft doorgegeven. De verdachte heeft de aangiften zelf nooit gecontroleerd. Boekhouder [boekhouder vennootschap verdachte] zei altijd dat de aangiften correct waren ingediend. De verdachte ging af op zijn woord.90

Het hof overweegt dienaangaande dat de omstandigheid dat de verdachte een adviseur heeft ingeschakeld, aan wie al dan niet (voorwaardelijk) opzet kan worden verweten, kan samengaan met de mogelijkheid dat bij de verdachte zelf (voorwaardelijk) opzet op het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting aanwezig is geweest. In dat verband kan van belang zijn of de verdachte de zorg heeft betracht die redelijkerwijs van hem kan worden gevergd bij de keuze van zijn adviseur en bij de samenwerking met die adviseur. Wat in dit opzicht redelijkerwijs van de verdachte kan worden gevergd, zal intussen van geval tot geval sterk kunnen verschillen, bijvoorbeeld naar gelang zijn hoedanigheid en zijn kennis en ervaring omtrent de ter zake relevante fiscale en andere aspecten.

Boekhouder [boekhouder vennootschap verdachte] heeft in dit verband verklaard dat het aanvankelijk de bedoeling was om de boekhouding te doen, de jaarrekening op te stellen, de deponering daarvan te regelen bij de Kamer van Koophandel en de aangiften voor de omzetbelasting, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en loonheffing te verzorgen. Enige tijd later hoorde [boekhouder vennootschap verdachte] van de verdachte dat hij ook de aangiften accijns moest doen. [boekhouder vennootschap verdachte] zei de verdachte toen dat hij daar niet in thuis was. [boekhouder vennootschap verdachte] heeft voorts verklaard dat hij geen verstand heeft van accijnswetgeving. Hij kreeg het papierwerk en daar moest hij het mee doen.91

Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden van de verdachte gevergd had kunnen worden met een andere, wel op het gebied van de accijnswetgeving deskundige, boekhouder in zee te gaan. Dat heeft hij echter nagelaten. Sterker nog, de verdachte is doorgegaan met het verstrekken van valse AGD’s en andere administratieve bescheiden, op grond waarvan de boekhouder de aangiften accijns heeft opgesteld en vervolgens namens [vennootschap verdachte] B.V. heeft ingediend. De verdachte wist dat deze AGD’s vals waren, zodat hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat de (mede op grond van die valse AGD’s) ingediende aangiften niet juist konden zijn. De verdachte heeft voorts nagelaten de aangiften accijns te controleren. Naar ’s hofs oordeel heeft de verdachte aldus bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aangiften accijns onjuist werden ingediend, waarmee hij voorwaardelijk opzet had op de verboden gedragingen, welk opzet aan [vennootschap verdachte] B.V. als de belastingplichtige rechtspersoon kan worden toegerekend.

Nu de verdachte met [boekhouder vennootschap verdachte] de afspraak had gemaakt dat [boekhouder vennootschap verdachte] op basis van de door hem verstrekte bescheiden de aangiften accijns van [vennootschap verdachte] B.V. zou indienen, heeft hij telkens tot het plegen van de bewezenverklaarde feiten opdracht gegeven.

E.2 Onjuistheid van de aangiften accijns

Met betrekking tot de onjuistheid van de aangiften accijns overweegt het hof voorts het volgende.


Artikel 2 van de Wet op de accijns luidde tot 1 april 2010, voor zover te dezen van belang, als volgt:

“1. In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder uitslag het brengen van een accijnsgoed buiten een plaats die voor dat soort accijnsgoed als accijnsgoederenplaats is aangewezen.

(…)

3. Als uitslag wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden brengen van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar:

a. een andere accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen;

b. een belastingentrepot;

c. een in een andere lid-staat gevestigd geregistreerd bedrijf;

d. een in een andere lid-staat gevestigd niet-geregistreerd bedrijf;

e. een derde land.

(…)

5. De voorwaarden als bedoeld in het derde lid hebben betrekking op formaliteiten waaraan bij de overbrenging van accijnsgoederen moet worden voldaan.

(…)

7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.”

Artikel 86a van de Wet op de accijns luidde tot 1 april 2010, eveneens voor zover te dezen van belang, als volgt:

“(…)
3. Wanneer met betrekking tot accijnsgoederen die vanuit Nederland zijn verzonden tijdens het intracommunautaire vervoer onder schorsing van de accijns een onregelmatigheid of een overtreding in Nederland wordt begaan, worden deze goederen geacht te zijn uitgeslagen uit de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht.

4. Wanneer tijdens het in het derde lid bedoelde vervoer van accijnsgoederen blijkt dat deze goederen niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen en niet kan worden vastgesteld waar de onregelmatigheid of de overtreding is begaan, wordt deze geacht te zijn begaan in Nederland en worden deze goederen geacht te zijn uitgeslagen uit de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht, tenzij binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum van verzending van de goederen wordt aangetoond dat de handeling regelmatig was of dat de onregelmatigheid of de overtreding daadwerkelijk werd begaan in een andere lid-staat.

5. Wanneer de accijns in een andere lid-staat verschuldigd is geworden op grond van het feit dat de onregelmatigheid of de overtreding werd geacht in die lid‑staat te zijn begaan en binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum van opstelling van het geleidedocument wordt vastgesteld dat de onregelmatigheid of overtreding daadwerkelijk werd begaan in Nederland, is de accijns in Nederland verschuldigd ter zake van de uitslag tegen het op de datum van verzending geldende tarief.

6. Indien in de gevallen bedoeld in het tweede of vierde lid binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum van opstelling van het geleidedocument wordt vastgesteld dat de onregelmatigheid of overtreding daadwerkelijk werd begaan in een andere lid-staat is de accijns in die lid-staat verschuldigd tegen het op de datum van verzending geldende tarief en wordt de aanvankelijk in Nederland geheven accijns teruggegeven zodra is aangetoond dat de accijns in de andere lid-staat is voldaan.

7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.”

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat accijnsgoederen buiten de accijnsgoederenplaats van [vennootschap verdachte] B.V. te Heeze zijn gebracht om onder dekking van een AGD te worden vervoerd naar een andere lidstaat van de Europese Unie. Met betrekking tot de zendingen veraccijnsde alcoholische drank is komen vast te staan dat deze veelal aanvankelijk een bestemming in het Verenigd Koninkrijk hadden. Van enkele van die zendingen is gebleken, gelet op de onderschepping bij douanecontroles92 en observaties door buitenlandse autoriteiten93, dat deze daadwerkelijk naar het Verenigd Koninkrijk zijn vervoerd. Evenwel is niet kunnen worden vastgesteld dat de zendingen accijnsgoederen waarop de bewezenverklaarde AGD’s betrekking hebben op de plaats van bestemming zijn aangekomen.

Uit hetgeen hiervoor onder D is overwogen volgt dat namens [vennootschap verdachte] B.V., meer in het bijzonder door de verdachte in eigen persoon, nadat de goederen vanaf de accijnsgoederenplaats van [vennootschap verdachte] B.V. op transport waren gesteld en nadat de verdachte door anderen was ingeseind dat geen douanecontrole had plaatsgevonden, op enig moment de voor het transport naar het Verenigd Koninkrijk opgemaakte AGD’s heeft vernietigd en heeft (laten) vervangen door AGD’s voor verzending van de goederen naar een lager tariefland, zoals Spanje, Portugal, Italië, Hongarije of Roemenië, terwijl de verdachte wist dat de goederen niet naar de afnemers in die landen gingen, maar naar een andere bestemming. De ten name van [vennootschap verdachte] B.V. gestelde AGD’s, gericht aan de afnemers in de lager tarieflanden, zijn derhalve valselijk opgemaakt. Naar het oordeel van het hof is onder die omstandigheden met het vernietigen van de oorspronkelijke AGD’s namens [vennootschap verdachte] B.V. en het valselijk opmaken van AGD’s sprake van een onregelmatigheid als bedoeld in artikel 86a, derde lid, van de Wet op de accijns. Uit de bewijsmiddelen kan bezwaarlijk een andere conclusie worden getrokken dan dat deze onregelmatigheid in Nederland is begaan, dan wel geacht moet worden in Nederland te zijn begaan. Aldus is sprake van een onregelmatigheid als bedoeld in artikel 86a, derde lid, van de Wet op de accijns. Dit heeft tot gevolg dat de goederen moeten worden geacht te zijn uitgeslagen uit de opslagplaats van [vennootschap verdachte] B.V. en dat [vennootschap verdachte] B.V. accijns verschuldigd is.

In het onderhavige geval is voorts sprake van het niet aankomen op de plaats van bestemming van de accijnsgoederen als bedoeld in het vierde lid van artikel 86a van de Wet op de accijns. Nu echter is vastgesteld dat reeds op grond van het derde lid van artikel 86a van de Wet op de accijns sprake is van uitslag in Nederland, behoeft de theoretische omstandigheid dat de onregelmatigheid van het onttrekken van de goederen aan het accijnsvrije vervoer onder begeleiding van een AGD daadwerkelijk in een andere lidstaat is begaan geen bespreking. Het hof overweegt ten overvloede dat zulks ook in het geheel niet aannemelijk is geworden, mede gelet op het feit dat de beweerdelijke afnemers in de lager tarieflanden en de transporteurs hebben verklaard dat zij de accijnsgoederen niet hebben ontvangen94 respectievelijk dat zij nimmer voor [vennootschap verdachte] B.V. goederen naar Zuid-Europa hebben vervoerd.95

Aldus was [vennootschap verdachte] B.V. accijns verschuldigd over de accijnsgoederen waarop de valselijk opgemaakte AGD’s betrekking hadden. Reeds omwille van het feit dat die accijns over de maanden oktober 2009, november 2009, december 2009 en maart 2010 niet, althans niet volledig, is aangegeven, zijn die aangiften onjuist gedaan, tot het plegen van welke feiten de verdachte telkens opdracht heeft gegeven.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 3


F.

Zoals reeds hiervoor onder D is overwogen zijn de bewezenverklaarde AGD’s valselijk en in strijd met de waarheid opgemaakt, omdat de accijnsgoederen niet aan de op die AGD’s vermelde afnemers zijn geleverd dan wel zijn overgedragen. Het opnemen van deze valse AGD’s in een bedrijfsadministratie moet worden aangemerkt als het valselijk opmaken van die bedrijfsadministratie, zijnde een samenstel van geschriften, hetwelk in onderlinge samenhang bestemd is tot het bewijs van het daarin gestelde.

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [vennootschap verdachte] B.V. de door de verdachte of haar medewerker [medewerkster vennootschap verdachte] opgemaakte AGD’s heeft opgenomen in de bedrijfsadministratie. Deze administratie is tijdens de doorzoekingen op 25 maart 2010 fysiek dan wel op een USB-stick aangetroffen in de woning van de verdachte, in het bedrijfspand van [vennootschap verdachte] B.V. of in een van de auto’s van de verdachte of medewerkers van [vennootschap verdachte] B.V. c.q. geparkeerd vóór het bedrijfspand. De verdachte heeft in zijn hoedanigheid van feitelijk leidinggever de valse AGD’s opzettelijk opgenomen, dan wel laten opnemen, in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. teneinde te doen voorkomen dat de accijnsgoederen naar afnemers in een lager tariefland zijn gegaan.

Conclusie feiten 1, 2 en 3 telkens primair ten laste gelegde

G.

Aldus falen de verweren van de verdediging. Het hof verwerpt mitsdien de tot vrijspraak strekkende verweren in al hun onderdelen.

Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien en slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft – wettig en overtuigend bewezen dat [vennootschap verdachte] B.V. het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, aan welke verboden gedragingen de verdachte telkens feitelijk leiding, dan wel opdracht heeft gegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde van het onder feit 1 primair ten laste gelegde wordt als volgt gekwalificeerd:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke
leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,meermalen gepleegd.

Het bewezen verklaarde van het onder feit 2 primair ten laste gelegde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig
doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan
door een rechtspersoon, terwijl hij tot het plegen van het feit opdracht heeft
gegeven,meermalen gepleegd.

Het bewezen verklaarde van het onder feit 3 primair ten laste gelegde wordt als volgt gekwalificeerd:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf


H.

Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

H.1 Ernst van het bewezen verklaarde

Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich als feitelijk leidinggever schuldig heeft gemaakt aan het meermalen plegen van valsheid in geschrift en dat hij opdracht heeft gegeven aan het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften accijns. De verdachte heeft administratief geleidedocumenten valselijk opgemaakt en in de administratie van zijn onderneming opgenomen teneinde accijnsgoederen in de verbruikssfeer te laten komen zonder dat daarover (voldoende) accijns zou worden geheven. Door het bewezenverklaarde handelen heeft de verdachte een niet te onderschatten bijdrage geleverd aan grootschalige accijnsfraude op Europees niveau.

Bij belastingheffing zijn in het algemeen gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken. Met heffing van accijns wordt immers beoogd de Staat der Nederlanden of een andere lidstaat van de Europese Unie geldmiddelen te verschaffen die voor zijn instandhouding en taakvervulling noodzakelijk zijn. De verdachte heeft door zijn handelwijze deze gemeenschapsbelangen geschonden. Hij heeft puur gehandeld uit het oogpunt van eigen financieel gewin. Dergelijk strafbaar gedrag leidt er uiteindelijk toe dat bonafide belastingplichtigen meer belasting moeten betalen. Ook is bonafide bedrijven, die wel aan de accijnsrechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie aangedaan.


Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte voorts het vertrouwen dat in het algemeen in geschriften met een bewijsbestemming moet kunnen worden gesteld, alsmede het hem gegeven vertrouwen in het kader van de exploitatie van een accijnsgoederenplaats, ernstig geschonden.


H.2 Nadeelberekening en valsheid overige AGD’s
Mede op grond van de valselijk opgemaakte administratief geleidedocumenten zijn door de vennootschap van de verdachte opzettelijk onjuiste aangiften accijns ingediend. Het door deze accijnsfraude geleden nadeel is door de FIOD, naar het Engelse accijnstarief, becijferd op € 6.650.572,32.96 Ingevolge artikel 86a van de Wet op de accijns moet evenwel een belaste uitslag van alle accijnsgoederen waarop de bewezenverklaarde valse AGD’s betrekking hebben in Nederland geacht worden te hebben plaatsgevonden. Aldus dient het Nederlandse accijnstarief voor het fiscaalrechtelijk nadeel in aanmerking te worden genomen. Die tarieven zijn gedifferentieerd naar soort alcoholische drank en het alcoholpercentage. Bij gebreke van een uitvoerig gespecificeerde berekening met betrekking tot alle uitgeslagen accijnsgoederen is het belastingnadeel niet exact vast te stellen. Gelet op de omvang van de aan de orde zijnde accijnsgoederen, stelt het hof evenwel vast dat het nadeel voor de Staat der Nederlanden zeer groot is. Dit nadeel moet, gelet de hoeveelheden drank waarop de AGD’s betrekking hebben, meer dan € 1.000.000,00 bedragen en komt daarmee ruimschoots uit in de hoogste categorie van de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude.

Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld en de raadsman heeft betoogd, behoeft de vermeende afdracht van accijns in Zuid-Europa niet op het nadeelbedrag in mindering te worden gebracht. Afgezien van het feit dat een (vermeende) afdracht van accijns in Zuid-Europa ingevolge artikel 20 van de Accijnsrichtlijn (richtlijn 92/12/EEG) aldaar op verzoek dient te worden teruggegeven aan diegene deze afdracht heeft verricht als de heffing in Nederland is ingevorderd, is het op grond van het procesdossier hoogst onwaarschijnlijk dat in Zuid-Europa – door [vennootschap verdachte] B.V. – accijnzen zijn betaald en is zulks evenmin aannemelijk geworden.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep in dit verband voorts betoogd dat het nadeelbedrag uitsluitend kan worden gebaseerd op de AGD’s die gespecificeerd ten laste zijn gelegd, althans die AGD’s die in het procesdossier zijn opgenomen. Het hof overweegt dienaangaande dat, hoewel in de tenlastelegging slechts acht van een veelheid aan AGD’s zijn genoemd, wel degelijk bij de straftoemeting rekening kan worden gehouden met het nadeel dat is ontstaan als gevolg van het valselijk opmaken van de overige zich in het procesdossier bevindende AGD’s. In geval van bewezenverklaring van het handelen van de verdachte met betrekking tot een of meer van de in de tenlastelegging omschreven AGD’s kan immers bij de straftoemeting rekening worden gehouden met het grootschalige karakter van het delict. In dit kader is van belang dat de verdachte in het vooronderzoek over meer AGD’s dan de acht in de tenlastelegging gespecificeerde AGD’s is gehoord. Ter terechtzittingen van de rechtbank en het hof zijn de AGD’s in het procesdossier voldoende besproken, mede in aanmerking genomen dat de verdediging telkens te kennen heeft gegeven dat het dossier voldoende is voorgehouden.

Het hof merkt de niet in de tenlastelegging gespecificeerde, doch wel in de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. aangetroffen AGD’s eveneens aan als vals en overweegt daartoe als volgt.


H.2.1 Overige AGD’s gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA
Aan de getuige [vennoot MAF] , vennoot van de Portugese handelsvennootschap [Portugese afnemer MAF] LDA, zijn – naast de eerder genoemde AGD’s met nummers 1970242 en 1970138 – de AGD’s met nummers 197039597, 197039498, 197039399, 1970392100, 1970391101, 1970389102, 1970388103, 1970387104, 1970386105, 1970324106, 1970322107, 1970321108, 1970320109, 1970316110, 1970315111, 1970313112, 1970312113, 1970311114, 1970310115, 1970251116, 1970250117, 1970247118, 1970245119 en 1970232120 voorgehouden. Deze AGD’s zijn steeds gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA.


De getuige [vennoot MAF] heeft verklaard dat al deze documenten vals zijn, dat hij precies hetzelfde verklaard als hetgeen hij reeds met betrekking tot de hem al voorgehouden documenten verklaard (hof: onder meer dat hij de goederen nooit geleverd heeft gekregen en geen handelsbetrekkingen met [vennootschap verdachte] B.V. heeft onderhouden), dat de naam van zijn onderneming in slecht Portugees en verkeerd is geschreven, dat de daarop voorkomende handtekeningen en stempels niet overeenkomen met zijn handtekening, dat de stempels niet overeenkomen met de stempels die door zijn bedrijf worden gebruikt en dat het telkens gaat om de aankoop van bier, hetgeen aantoonbaar vals is aangezien zijn onderneming nooit bier heeft aangekocht.121

Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft getuige [vennoot MAF] zijn eerdere verklaring bevestigd en daaraan toegevoegd dat buitenlandse bedrijven de naam van zijn bedrijf gebruikten op valse documenten.122

H.2.2 Overige AGD’s gericht aan [Portugese afnemer LB]

Ook aan getuige [commercieel directeur LB] , commercieel directeur van [Portugese afnemer LB] , zijn meerdere AGD’s voorgehouden die aan zijn onderneming zijn gericht. Naast het eerder genoemde AGD met nummer 1970378, zijn hem de AGD’s met nummers 1970463123, 1970379124, 1970281125, 1970274126, 1970263127 en 1970261128 getoond. Daarop verklaarde hij dat [Portugese afnemer LB] nooit enig product of enige goederen uit Nederland heeft ontvangen. Voorts verklaarde hij de vennootschap [vennootschap verdachte] B.V. niet te kennen. De voorgehouden AGD’s heeft hij nooit eerder gezien. Het bedrijf [Portugese afnemer LB] heeft nooit de op deze AGD’s voorkomende goederen ontvangen. Ook overigens heeft [Portugese afnemer LB] nimmer gebottelde producten geleverd gekregen. Het op de AGD’s vermelde adres en belastingentrepotnummer van [Portugese afnemer LB] zijn volgens de getuige niet juist vermeld.129

H.2.3 AGD gericht aan [Italiaanse afnemer M]
In antwoord op een rechtshulpverzoek heeft de Italiaanse douane met betrekking tot een aan [Italiaanse afnemer M] gericht AGD met nummer 1970193130 betreffende een zending bier (25.680,00 liter) van [vennootschap verdachte] B.V. geantwoord dat dit bier nooit op de plaats van bestemming is aangekomen. [Italiaanse afnemer M] SRL was ten tijde van de zending voorts niet meer geautoriseerd om onder opschorting van het betalen van accijns alcoholische drank in ontvangst te nemen, nu jegens [Italiaanse afnemer M] een verbod op invoer was opgelegd en de vergunning voor het drijven van een accijnsgoederenplaats door [Italiaanse afnemer M] SRL per 10 februari 2010 was ingetrokken. Dat geen transport heeft plaatsgevonden naar [Italiaanse afnemer M] vindt bevestiging in het feit dat uit het antwoord op een rechtshulpverzoek vanuit Italië aan Ierland naar voren komt dat met betrekking tot de transporteur die is vermeld op het AGD, te weten [transportbedrijf 2] uit Ierland, niet in het Ierse handelsregister voorkomt, noch in een ander belastingregister, en bovendien is er geen enkele vervoersvergunning in Ierland aan dit bedrijf afgegeven en is er geen enkel voertuig bekend.131

H.2.4 Overige AGD’s gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL]

Op 21 december 2009 heeft [vennootschap verdachte] B.V., naast het eerder vermelde AGD met nummer 197025, vier andere AGD’s met nummers 197035132, 197045133, 197057134 en 197061135 verstuurd naar het nummer [faxnummer 1] . Deze AGD’s zijn alle gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] . Het voormelde faxnummer is in gebruik bij een andere onderneming dan [Italiaanse afnemer FFIL] .136

Op 12 januari 2010 heeft [vennootschap verdachte] B.V. van [Italiaanse afnemer FFIL] vanaf het faxnummer [faxnummer 2] een bericht ontvangen waarin is vermeld dat [Italiaanse afnemer FFIL] drie facturen van [vennootschap verdachte] B.V. heeft ontvangen, dat [Italiaanse afnemer FFIL] niet bekend is met [vennootschap verdachte] B.V., dat [Italiaanse afnemer FFIL] nooit orders voor de betreffende zendingen drank heeft gedaan, dat [Italiaanse afnemer FFIL] nimmer enige goederen van [vennootschap verdachte] B.V. heeft ontvangen en deze niet heeft betaald dan wel zal betalen en dat [Italiaanse afnemer FFIL] een verklaring wenst voor deze gang van zaken.137

Gelet op laatstgenoemd faxbericht stelt het hof vast dat de accijnsgoederen vermeld op de AGD’s met nummer 197035, 197045, 197057 en 197061 niet door [Italiaanse afnemer FFIL] zijn ontvangen.


H.2.5 Overige AGD’s gericht aan [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. en AGD’s gericht aan [Roemeense afnemer SFD] S.R.L. en [Roemeense afnemer MG] S.A.
Middels een rechtshulpverzoek zijn de Roemeense autoriteiten verzocht om bij de bedrijven [Roemeense afnemer FBT] S.R.L., [Roemeense afnemer SFD] S.R.L. en [Roemeense afnemer MG] S.A. na te gaan of door hen de ladingen alcoholische dranken die onder geleide van de AGD’s met nummers 197079138, 1970140139, 1970158140, 1970161141, 1970162142, 1970163143, 1970175144, 1970177145 en 1970195146 zouden zijn verzonden, door hen zijn ontvangen. In antwoord daarop heeft de Roemeense douane bericht dat na controle is gebleken dat voornoemde drie ondernemingen niets hebben besteld bij of gekocht van [vennootschap verdachte] B.V. Evenmin zijn accijnsgoederen van [vennootschap verdachte] B.V. ontvangen. De Roemeense douane is voorts de mening toegedaan dat de stempels op de achterzijde van de 3e exemplaren vals zijn.147

Aldus stelt het hof met betrekking tot deze aan Roemeense bedrijven gerichte AGD’s vast dat de accijnsgoederen evenmin door die bedrijven zijn ontvangen.


H.2.6 Overige AGD’s gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT
Volgens de administratie van [vennootschap verdachte] B.V. zouden twee zendingen met alcoholische drank in februari 2010 aan [Hongaarse afnemer ML] KFT zijn verzonden onder geleide van de AGD’s met nummers 1970104148 en 1970134149. De directeur van [Hongaarse afnemer ML] KFT, [directeur ML] , heeft als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij verdachte [verdachte] niet kent en dat hij zich niet kan herinneren dat zijn onderneming een contractuele relatie of ander contact had met [vennootschap verdachte] B.V.150

In een e-mailbericht van [medewerker ML] van [Hongaarse afnemer ML] KFT aan verdachte [verdachte] , naar aanleiding van twee ontvangen facturen met als referentie de AGD’s met nummers 1970104 en 1970134, laat [medewerker ML] aan [vennootschap verdachte] B.V. weten dat [Hongaarse afnemer ML] KFT een accijnsgoederenplaats is, dat de goederen alleen het bedrijf passeren (het bedrijf verricht enkel logistieke en administratieve werkzaamheden), [Hongaarse afnemer ML] KFT dus niet de koper is van de goederen en dat men bovendien de betreffende accijnsgoederen waarop de facturen betrekking hebben, niet kent.151

Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt de accijnsgoederen, zoals vermeld op de AGD’s met nummers 1970104 en 1970134, niet door [Hongaarse afnemer ML] KFT zijn ontvangen.

H.2.7 Conclusie overige AGD’s: vals
Nu op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rechte is komen vast te staan dat de vermeende afnemers, zoals vermeld op de hiervoor genoemde AGD’s, de betreffende accijnsgoederen niet geleverd hebben gekregen, is het hof van oordeel dat ook die AGD’s valselijk en in strijd met de waarheid zijn opgemaakt.

H.3 Justitiële documentatie

Het hof heeft bij de strafoplegging voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 4 januari 2019, betrekking hebbende op het justitieel verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij door de politierechter te Haarlem eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtreding van de Douanewet. Uit uittreksels uit justitiële administratieve systemen van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk komt naar voren dat de verdachte voorafgaand aan het bewezen verklaarde meermalen door buitenlandse rechtbanken onherroepelijk ter zake van fraudedelicten is veroordeeld, onder meer tot gevangenisstraffen.


H.4 Overige persoonlijke omstandigheden

Daarnaast heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Uit het verhandelde ter terechtzitting van het hof en de inhoud van het reclasseringsadvies d.d. 30 januari 2012 komt hieromtrent naar voren dat de verdachte is gescheiden van zijn eerdere vrouw in Engeland, hij vier kinderen heeft, lijdt aan suikerziekte en thans op een onbekende locatie buiten Europa verblijft.


H.5 Strafoplegging

Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezen verklaarde, het justitieel verleden van de verdachte en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Hoewel de rechtbank en de advocaat-generaal zulks eveneens hebben onderkend, komt in de respectievelijk opgelegde en gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, de ernst van de bewezenverklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking, zodat daarmee naar ’s hofs oordeel niet kan worden volstaan.

Alles afwegende acht het hof in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Daarbij heeft het hof tevens de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude, in aanmerking genomen. Voorts is gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd.


H.6 Redelijke termijn

Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende. Het hof stelt vast dat de verdachte op 19 augustus 2011 is aangehouden en in verzekering is gesteld, nadat eerder op 25 maart 2010 doorzoekingen hadden plaatsgevonden. Op 20 augustus 2011 is de verdachte voor de eerste maal verhoord door de FIOD. Nadat hij was gedagvaard voor de rechtbank en de zaak in eerste aanleg was behandeld, heeft de rechtbank op 29 november 2016 vonnis gewezen. Vervolgens is namens de verdachte op 12 december 2016 hoger beroep ingesteld. Het hof doet bij arrest van heden – 2 april 2019 – einduitspraak.

Het tijdsverloop tussen 20 augustus 2011, het aanvangsmoment van de ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (te weten het eerste verhoor van de verdachte door de FIOD en niet, zoals door de rechtbank is geoordeeld en door de raadsman is betoogd, de datum van de doorzoeking) en het wijzen van vonnis door de rechtbank bedraagt ruim 5 jaren en 3 maanden. Het tijdsverloop tussen het instellen van hoger beroep en het wijzen van eindarrest bedraagt op basis van het voormelde bijna 2 jaren en 4 maanden. Voorts behelst de totale procesduur in eerste aanleg en hoger beroep ongeveer 7 jaren en 7 maanden.

Bij de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden kunnen bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Hoewel de onderhavige zaak omvangrijk en complex van aard is en de verdediging diverse (door het hof gehonoreerde) onderzoekswensen heeft ingediend, is het hof van oordeel dat die redenen niet het gehele tijdsverloop verklaren.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn in eerste aanleg met ruim 39 maanden alsmede in hoger beroep met bijna 4 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijdingen in het voordeel van de verdachte verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat de op te leggen gevangenisstraf zal worden gematigd met 6 maanden.


H.7 Resumé op te leggen straf

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Al hetgeen overigens door de verdediging naar voren is gebracht, leidt het hof niet tot een andersluidend oordeel.

Beslag

De hierna in het dictum te noemen 39.936 flessen wodka zijn onder [vennootschap verdachte] B.V. in beslag genomen en behoren deze vennootschap toe. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat met betrekking tot deze flessen wodka het bewezen verklaarde van het onder feit 2 primair ten laste gelegde feit is begaan, aangezien over deze alcoholhoudende sterke drank geen accijns is aangegeven, terwijl deze flessen wodka ex artikel 86a van de Wet op de accijns wel degelijk waren uitgeslagen, terwijl de verdachte tot het plegen deze feiten telkens opdracht heeft gegeven.

Het hof is derhalve van oordeel dat de inbeslaggenomen flessen wodka vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Mitsdien zal het hof daartoe overgaan. Bij die beslissing heeft het hof rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 27, 27a, 33, 33a, 51, 57, 60 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraken van het impliciet cumulatief ten laste gelegde, betrekking hebbende op het feitelijk leidinggeven aan het valselijk opmaken van vrachtbrieven en het opzettelijk indienen van een aangifte accijns over de maand januari 2010;

vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

verklaart de inleidende dagvaarding partieel nietig, namelijk voor wat betreft de onder feit 1 primair gebezigde bewoording ‘waaronder’;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 52 pallets met 39.936 flessen wodka.

Aldus gewezen door:

mr. P.J. Hödl, voorzitter,

mr. drs. P. Fortuin en mr. J. Platschorre, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.N. van Veen, griffier,

en op 2 april 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het overzichtsproces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Arnhem, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , opsporingsambtenaar van de Belastingdienst/FIOD, dossiernummer 46745, inhoudende twaalf ordners met doorgenummerde dossierpagina’s 1-3598, alsmede een vijftal aanvullende processen-verbaal, telkens bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van de Belastingdienst/FIOD met daarin gerelateerde bijlagen.

2 Aanvangsproces-verbaal 0-OPV-01, p. 12-13.

3 Vergunning opslag in een accijnsgoederenplaats met begeleidend schrijven, p. 1736-1742. Zie ook p. 2697-2700.

4 Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, DOC 003, p. 1627.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-001, p. 1477.

6 Vgl. Proces-verbaal van getuigenverhoor [belastingambtenaar] , G-06-01, p. 1594-1595.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-003, p. 1485.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-004, p. 1489-1491.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [werknemer vennootschap verdachte] , G-07-01, p. 1616-1619.

10 Vgl. Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-092, p. 664.

11 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 35-36.

12 AGD met nummer 1970242 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 3 maart 2010, D-057-01 en D-057-03, p. 2831, 2833 en 2834.

13 Nederlandse vertaling van het Franse proces-verbaal van voorbereidend onderzoek, OBS-15/RHV 004, p. 859 en 860.

14 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 43.

15 Nederlandse vertaling van het Franse proces-verbaal van voorbereidend onderzoek, OBS-15/RHV 004, p. 859 en 860.

16 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 41; Nederlandse vertaling van observatie door de Britse douane (Her Majesty’s Revenue and Customs), RHV-005, p. 957-959 en het faxbericht van HM Revenue & Customs, RHV-008, p. 1151-1152.

17 Tapgesprek, lijn 004, sessie 546, p. 1318-1320.

18 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-079 met bijlage 1, p. 608-610.

19 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 44 en AGD met nummer 1970242 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 3 maart 2010, D-057-03, 2833 en 2834.

20 Portugees proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , RHV-006-1, p. 1038-1049 en Proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , G5-001, p. 1586-1591.

21 Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het getuigenverhoor van [vennoot MAF] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 10 maart 2014, p. 1-8.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-005, p. 1502.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-002, p. 1482.

24 AGD met nummer 1970138 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 3 maart 2010, D-038-07-02 en D-038-07-03, p. 2269-2271.

25 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 78-79.

26 Factuur [transportbedrijf 3] aan [vennootschap verdachte] B.V., D-038-01-01, p. 2246.

27 Portugees proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , RHV-006-1, p. 1038-1049 en Proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , G5-001, p. 1586-1591.

28 AGD met nummer 1970378 gericht aan [Portugese afnemer LB] Portugal d.d. 19 maart 2010, D-044-01-01, D-044-01-02, D-044-01-03 en D-044-01-05, p. 2471, 2473, 2475, 2480 en 2481.

29 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-058, p. 475-476 in combinatie met het proces-verbaal van ambtshandeling, AH-033, p. 319 e.v.

30 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 75.

31 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-058, p. 476.

32 Proces-verbaal van rogatoire commissie, RHV-006-02, p. 1050-1052 (vertaling) en p. 1053-1055 (origineel).

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-005, p. 1500.

34 AGD met nummer 1970426 gericht aan [Spaanse afnemer SAD] d.d. 23 maart 2010, D-035-01-02 en D-035-01-04, p. 2196-2197.

35 AGD met nummer 1970426 gericht aan [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. d.d. 23 maart 2010, D-035-01-01, p. 2194.

36 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 79-80; Gezuiverd 3e exemplaar AGD met nummer 1970426, D-035-01-04, p. 2199-2200.

37 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-091, p. 658-661 en bijbehorend controleoverzicht D-152-01 en D-152-02, p. 3422-3423.

38 Vijfde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 5, afzonderlijk in het dossier gevoegd, in het bijzonder p. 9.

39 AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] d.d. 23 maart 2010, D-033-36-01, D-033-36-02, D-033-36-03, D-033-36-05, D-033-36-07, p. 2091-2095, p. 2100 en p. 2102.

40 AGD met nummer 1970437 gericht aan [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. d.d. 23 maart 2010, D-033-35-05, p. 2089.

41 CMR, behorend bij het AGD met nummer 1970437 gericht aan [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd., D-033-35-06, p. 2090.

42 AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] d.d. 23 maart 2010, D-033-35-01 tot en met D-033-35-03, p. 2080-2084.

43 CMR, behorend bij het AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] , D-033-35-04, p. 2086-2088.

44 AGD’s en CMR’s met documentnummers D-033-26-05 en D-033-26-06 tot en met D-033-40-05 en D-033-40-06, p. 2004-2155.

45 AGD met nummer 1970437 gericht aan [Engelse afnemer S] Warehousing Ltd. d.d. 23 maart 2010, D-033-35-05, p. 2089.

46 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 87.

47 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 87.

48 AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] d.d. 23 maart 2010, D-033-36-01 tot en met D-033-36-03 en D-033-36-05, p. 2091-2201.

49 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 87.

50 Gezuiverd AGD met nummer 1970437 gericht aan [Italiaanse afnemer M] , geviseerd op 31 maart 2010, D-033-36-07, p. 2102-2103.

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , V-01-01, p. 6 van het afzonderlijk in het procesdossier gevoegd aanvullend proces-verbaal ‘OPV aanv’.

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-005, p. 1498.

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-005, p. 1502.

54 Tapgesprek, lijn 4, sessie 1023, p. 1343-1344.

55 Derde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 3, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 6 en bijlagen 12-1, 12-2 en 12-3.

56 Derde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 3, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 9 onder 3.6 en bijlagen 19-1, 19-2 en 19-3.

57 AGD met nummer 197025 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] d.d. 10 november 2009, D-043-06-04-01, p. 2394.

58 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 91.

59 AGD met nummer 197025 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] d.d. 10 november 2009, D-043-14-01, p. 2459-2460; Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 92.

60 Antwoord van de Italiaanse douane te Rome, RHV-011, p. 1273.

61 Derde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 3, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 6 en bijlagen 13-1, 13-2 en 13-3.

62 Faxbericht van [Italiaanse afnemer FFIL] aan [vennootschap verdachte] B.V. d.d. 10 december 2009, D-043-09, p. 2441. Zie ook het proces-verbaal van ambtshandeling, AH-059, p. 478.

63 AGD met nummer 197076 gericht aan [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. d.d. 14 januari 2010, bijlage 2-1 en 2-3, behorende bij het antwoord op het Roemeens rechtshulpverzoek RHV-010, p. 1166 en 1168.

64 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 93.

65 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 94; AGD met nummer 197076 gericht aan [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. d.d. 14 januari 2010, bijlage 2-1 en 2-3, behorende bij het antwoord op het Roemeens rechtshulpverzoek RHV-010, p. 1166 en 1168-1169.

66 Antwoord van de Roemeense douane te Boekarest, RHV-010, p. 1155-1160.

67 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-005, p. 1501.

68 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-091, p. 658-661 en de lijst van door de douane in het Verenigd Koninkrijk onderschepte zendingen, D-152-01 en D-152-02, p. 3422 e.v.

69 AGD met nummer 197084 gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT d.d. 24 januari 2010, D-083-02-02, D-083-02-03 en D-083-02-12, p. 3223, p. 3225 en p. 3249.

70 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 96.

71 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 96.

72 AGD met nummer 197084 gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT d.d. 24 januari 2010, D-083-02-12, p. 3249.

73 Derde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 3, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 5 en bijlagen 10-1, 10-2 en 10-3.

74 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medewerkster vennootschap verdachte] , V5-005, p. 1501-1502.

75 Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het getuigenverhoor van [directeur ML] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 15 januari 2014 met als bijlagen het in de Hongaarse taal opgestelde proces-verbaal van getuigenverhoor met vertaling, p. 1-10.

76 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 96 en de e-mail van [medewerker ML] van [Hongaarse afnemer ML] KFT aan de verdachte [verdachte] , D-083-06, p. 3302.

77 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 96-97 en de lijst van door de douane in het Verenigd Koninkrijk onderschepte zendingen, D-152-01 en D-152-02, p. 3422 e.v.

78 Vgl. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , V01-001, p. 3 en p. 6, deel uitmakende van het aanvullend overzichtsproces-verbaal.

79 Processen-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , V01-001, p. 3, V01-002, p. 3, 5-6 en V01-004, p. 2, telkens deel uitmakende van het aanvullend overzichtsproces-verbaal.

80 Lijst met aantekeningen betreffende 3e exemplaren AGD’s, D-053, p. 2821 e.v.

81 Proces-verbaal van verhoor getuige [werknemer vennootschap verdachte] , G7-001, p. 1615-1620.

82 Proces-verbaal van getuigenverhoor van [leidinggevende Engelse afnemer S] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 7 september 2015, p. 2-6.

83 E-mail van [leidinggevende Engelse afnemer S] van [Engelse afnemer S] Ltd. aan [verdachte] van [vennootschap verdachte] d.d. 16 juli 2012, bijlage 3, volgnummer 2 bij het proces-verbaal van getuigenverhoor van [leidinggevende Engelse afnemer S] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 7 september 2015.

84 Ambtsedige verklaring met overzicht van aangiftegegevens van [vennootschap verdachte] B.V. te Heeze, AH-013, p. 164-165; Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-098, p. 1-2, deel uitmakende van het aanvullend proces-verbaal; Digitale aangiftegegevens D-165-01, p. 3504-3506.

85 Ambtsedige verklaring met overzicht van aangiftegegevens van [vennootschap verdachte] B.V. te Heeze, AH-013, p. 164-165; Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-098, p. 1-2, deel uitmakende van het aanvullend proces-verbaal; Digitale aangiftegegevens D-165-02, p. 3507-3509.

86 Ambtsedige verklaring met overzicht van aangiftegegevens van [vennootschap verdachte] B.V. te Heeze, AH-013, p. 164-165; Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-098, p. 1-2, deel uitmakende van het aanvullend proces-verbaal; Aangifte (bijlage 1 achter getuigenverhoor van [boekhouder vennootschap verdachte] , G-08-01, aanvullend overzichtsproces-verbaal) en de digitale aangiftegegevens D-165-03, p. 3513-3515.

87 Ambtsedige verklaring met overzicht van aangiftegegevens van [vennootschap verdachte] B.V. te Heeze, AH-013, p. 164-165; Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-098, p. 1-2, deel uitmakende van het aanvullend proces-verbaal; Aangifte (bijlage 2 achter getuigenverhoor van [boekhouder vennootschap verdachte] , G-08-01, aanvullend overzichtsproces-verbaal) en de digitale aangiftegegevens D-165-05, p. 3522-3526.

88 Proces-verbaal van getuigenverhoor [belastingambtenaar] , G6-001, p. 1593; Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 107-108.

89 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , V1-007, p. 3 en p. 5, deel uitmakende van het aanvullend overzichtsproces-verbaal; Proces-verbaal van verhoor getuige [boekhouder vennootschap verdachte] , G8-001, p. 5, eveneens deel uitmakende van het aanvullend overzichtsproces-verbaal.

90 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , V1-007, p. 8, deel uitmakende van het aanvullend overzichtsproces-verbaal.

91 Proces-verbaal van verhoor getuige [boekhouder vennootschap verdachte] , G8-001, p. 5-6, deel uitmakende van het aanvullend overzichtsproces-verbaal.

92 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-091, p. 658-661 en de lijst van door de douane in het Verenigd Koninkrijk onderschepte zendingen, D-152-01 en D-152-02, p. 3422 e.v.

93 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 41; Nederlandse vertaling van het Franse proces-verbaal van voorbereidend onderzoek, OBS-15/RHV 004, p. 859 en 860; Nederlandse vertaling van observatie door de Britse douane (Her Majesty’s Revenue and Customs), RHV-005, p. 957-959 en het faxbericht van HM Revenue & Customs, RHV-008, p. 1151-1152.

94 Vgl. Proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , RHV-006-1, p. 1038-1049 en G5-001, p. 1586-1591; Proces-verbaal van rogatoire commissie, RHV-006-02, p. 1050-1052 (vertaling) en p. 1053-1055 (origineel); Faxbericht van [Italiaanse afnemer FFIL] aan [vennootschap verdachte] B.V. d.d. 10 december 2009, D-043-09, p. 2441 en het proces-verbaal van ambtshandeling, AH-059, p. 478; Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 96 en de e-mail van [medewerker ML] van [Hongaarse afnemer ML] KFT aan de verdachte [verdachte] , D-083-06, p. 3302; Vierde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 4, p. 2 en bijlagen 3e, negende document, en bijlage 4; Derde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 3, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 6 en bijlagen 12-1, 12-2 en 12-3; Antwoord van de Roemeense douane te Boekarest, RHV-010, p. 1155-1160 in combinatie met het relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 95.

95 Proces-verbaal van getuigenverhoor [directeur transportbedrijf 4] , G3-001, p. 1516-1522; Proces-verbaal van getuigenverhoor van [directeur transportbedrijf 5] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 8 september 2015, p. 5.

96 Proces-verbaal van ambtshandeling met bijlagen, AH-080, p. 611-632.

97 AGD met nummer 1970395 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-17-05, p. 2673.

98 AGD met nummer 1970394 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-16-05, p. 2668.

99 AGD met nummer 1970393 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-15-05, p. 2655.

100 AGD met nummer 1970392 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-14-05, p. 2643.

101 AGD met nummer 1970391 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-13-05, p. 2631.

102 AGD met nummer 1970389 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-12-05, p. 2609.

103 AGD met nummer 1970388 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-11-05, p. 2597.

104 AGD met nummer 1970387 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-10-05, p. 2585.

105 AGD met nummer 1970386 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 20 maart 2010,
D-044-09-05, p. 2574.

106 AGD met nummer 1970324 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-21, p. 2795.

107 AGD met nummer 1970322 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-20, p. 2793.

108 AGD met nummer 1970321 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-19, p. 2791.

109 AGD met nummer 1970320 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-18, p. 2789.

110 AGD met nummer 1970316 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-17, p. 2787.

111 AGD met nummer 1970315 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-16, p. 2785.

112 AGD met nummer 1970313 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010, D-051-15, p. 2783.

113 AGD met nummer 1970312 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-14, p. 2781.

114 AGD met nummer 1970311 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-13, p. 2779.

115 AGD met nummer 1970310 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 17 maart 2010,
D-051-12, p. 2777.

116 AGD met nummer 1970251 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 4 maart 2010,
D-051-08, p. 2769.

117 AGD met nummer 1970250 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 4 maart 2010,
D-051-07, p. 2767.

118 AGD met nummer 1970247 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 4 maart 2010,
D-051-06, p. 2765.

119 AGD met nummer 1970245 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 3 maart 2010,
D-051-05, p. 2763.

120 AGD met nummer 1970232 gericht aan [Portugese afnemer MAF] LDA d.d. 1 maart 2010,
D-061-21, p. 2892.

121 Portugees proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , RHV-006-1, p. 1038-1049 en Proces-verbaal van getuigenverhoor van [vennoot MAF] , G5-001, p. 1590.

122 Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het getuigenverhoor van [vennoot MAF] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 10 maart 2014, p. 1-8.

123 AGD met nummer 1970463 gericht aan [Portugese afnemer LB] d.d. 24 maart 2010, D-124-01 tot en met D-124-04, p. 3312-3318.

124 AGD met nummer 1970379 gericht aan [Portugese afnemer LB] d.d. 19 maart 2010, D-044-02-01 tot en met D-044-02-06, p. 2483-2496.

125 AGD met nummer 1970281 gericht aan [Portugese afnemer LB] d.d. 11 maart 2010, D-85-04, p. 3310.

126 AGD met nummer 1970274 gericht aan [Portugese afnemer LB] d.d. 10 maart 2010, D-155, p. 3458.

127 AGD met nummer 1970263 gericht aan [Portugese afnemer LB] d.d. 9 maart 2010, D-154, p. 3453.

128 AGD met nummer 1970261 gericht aan [Portugese afnemer LB] d.d. 8 maart 2010, D-153, p. 3447.

129 Proces-verbaal van rogatoire commissie, RHV-006-02, p. 1050-1052 (vertaling) en p. 1053-1055 (origineel).

130 AGD met nummer 1970193 gericht aan [Italiaanse afnemer M] d.d. 20 februari 2010, bijlage 3e bij het vierde aanvullend proces-verbaal, achtste document.

131 Vierde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 4, p. 2 en bijlagen 3e, negende document, en bijlage 4; Derde aanvullend proces-verbaal, OPV aanv. 3, afzonderlijk in het dossier gevoegd, p. 6 en bijlagen 12-1, 12-2 en 12-3.

132 AGD met nummer 197035 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] d.d. 20 november 2009, D-034-06-04-02, p. 2395.

133 AGD met nummer 197045 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] d.d. 4 december 2009, D-034-06-04-03, p. 2396.

134 AGD met nummer 197057 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] d.d. 16 december 2009, D-034-06-04-04, p. 2397.

135 AGD met nummer 197061 gericht aan [Italiaanse afnemer FFIL] d.d. 21 december 2009, D-034-06-04-05, p. 2398.

136 Proces-verbaal van ambtshandeling, AH-59, p. 477-480 en bijbehorende faxberichten, DOC-043-06-04, p. 2394-2398.

137 Faxbericht van [Italiaanse afnemer FFIL] aan [vennootschap verdachte] B.V. d.d. 10 december 2009, D-043-09, p. 2441. Zie ook het proces-verbaal van ambtshandeling, AH-059, p. 478.

138 AGD met nummer 197079 gericht aan [Roemeense afnemer FBT] S.R.L. d.d. 18 januari 2010, RHV-010, bijlage 3, p. 1176-1178.

139 AGD met nummer 1970140 gericht aan [Roemeense afnemer MG] S.A. d.d. 9 februari 2010, RHV-010, bijlage 4, p. 1185-1187.

140 AGD met nummer 1970158 gericht aan [Roemeense afnemer SFD] S.R.L. d.d. 16 februari 2010, RHV-010, bijlage 5, p. 1193-1195.

141 AGD met nummer 1970161 gericht aan [Roemeense afnemer SFD] S.R.L. d.d. 17 februari 2010, RHV-010, bijlage 6-1, p. 1201-1203.

142 AGD met nummer 1970162 gericht aan [Roemeense afnemer SFD] S.R.L. d.d. 17 februari 2010, RHV-010, bijlage 7, p. 1209-1211.

143 AGD met nummer 1970163 gericht aan [Roemeense afnemer SFD] S.R.L. d.d. 17 februari 2010, RHV-010, bijlage 8, p. 1217-1219.

144 AGD met nummer 1970175 gericht aan [Roemeense afnemer MG] S.A. d.d. 18 februari 2010, RHV-010, bijlage 9, p. 1225-1227.

145 AGD met nummer 1970177 gericht aan [Roemeense afnemer MG] S.A. d.d. 18 februari 2010, RHV-010, bijlage 10, p. 1233 en p. 1235-1236.

146 AGD met nummer 1970195 gericht aan [Roemeense afnemer MG] S.A. d.d. 20 februari 2010, RHV-010, bijlage 11, p. 1241 en p. 1242-1243.

147 Antwoord van de Roemeense douane te Boekarest, RHV-010, p. 1155-1160 in combinatie met het relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 95.

148 AGD met nummer 1970104 gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT d.d. 2 februari 2010, D-083-04-01, p. 3265-3271 en D-083-04-03, p. 3276 en D-083-04-05, p. 3278-3279.

149 AGD met nummer 1970134 gericht aan [Hongaarse afnemer ML] KFT d.d. 6 februari 2010, D-083-05-07, p. 3291-3297 en D-083-05-01, p. 3283.

150 Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het getuigenverhoor van [directeur ML] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch, van 15 januari 2014 met als bijlagen het in de Hongaarse taal opgestelde proces-verbaal van getuigenverhoor met vertaling, p. 1-10.

151 Relaasproces-verbaal 1-OPV-01, p. 96 en de e-mail van [medewerker ML] van [Hongaarse afnemer ML] KFT aan verdachte [verdachte] , D-083-06, p. 3302.