Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:919

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-03-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
20-000928-15
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:920
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte wegens het via webshops verkopen van illegaal vuurwerk tot een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.

Het verweer dat het vuurwerk geen schadelijk karakter had in de zin van art. 174 Sr omdat het was voorzien van een CE-markering als bedoeld in Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen wordt verworpen.

Ook het verweer dat verdachte niet als verzender van het vuurwerk kan worden aangemerkt omdat het vuurwerk feitelijk werd verzonden door de Poolse leverancier ervan wordt verworpen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 174
Vuurwerkbesluit 1.2.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000928-15

Uitspraak : 7 maart 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 maart 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-997507-10 en 02-997503-11, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, onder verbetering van de begindatum van de bewezen verklaarde periode van het onder parketnummer 02-997507-10 onder 2 bewezen verklaarde in 1 september 2010.

De verdediging heeft (primair) vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 02-997507-10 onder 1 en het onder parketnummer 02-997503-11 onder 1 ten laste gelegde.

Wat betreft de vraag of het onder parketnummer 02-997507-10 onder 2 en het onder parketnummer 02-997503-11 onder 2 ten laste gelegde kan worden bewezen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

De verdediging heeft voorts (subsidiair) een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 02-997507-10:
1:
hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 4 juli 2010 tot en met 14 december 2010, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, te Breda en/of elders in Nederland, opzettelijk waren, te weten vuurwerk van het merk/type Delova Rana (Profi) en/of Achtung en/of La Bomba en/of Super cobra 6 en/of Cobra 3 en/of Krachmen FP3 en/of bangers en/of strijkers en/of shells 3, 4 of 5 inch en/of lawinepijlen, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of via een pakketdienst heeft afgeleverd of laten afleveren, wetende dat die waren voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, terwijl hij en/of zijn mededader(s) dat schadelijk karakter heeft/hebben verzwegen, immers heeft hij toen aldaar tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, genoemd vuurwerk, althans (telkens) een deel van dat vuurwerk vanuit Polen en/of elders naar en in Nederland door een pakketdienst vervoerd en/of laten vervoeren, terwijl op de verpakking(en) van dat vuurwerk (telkens) geen aanduidingen waren aangebracht waaruit dat schadelijke karakter bleek;

2:

hij in of omstreeks de periode van 4 juli 2010 tot en met 14 december 2010 te Breda en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, waaronder knalvuurwerk van het merk/type Delova Rana en/of Achtung en/of strijkers en/of Napolitaanse bom en/of Super Cobra 6 en/of Cobra 3 en/of Krachmen FP3 en/of La Bomba en/of een of meer soorten mortieren variërend van 3 tot 6 inch en/of een of meer soorten lawinepijlen en/of signaalraketten, dat/die bestemd was/waren voor particulier gebruik, (telkens) binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, heeft opgeslagen, voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld;

parketnummer 02-997503-11:

1:
hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 24 februari 2011 tot en met

27 september 2011, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, te Breda en/of elders in Nederland, opzettelijk waren, te weten vuurwerk van het merk/type Delova Rana en/of shells en/of lawinepijlen heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, wetende dat die waren voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, terwijl hij en/of zijn mededader(s) dat schadelijk karakter heeft/hebben verzwegen;

2:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 februari 2011 tot en met

27 september 2011, te Breda en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 02-997507-10 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 02-997503-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

parketnummer 02-997507-10:

1:

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 4 juli 2010 tot 1 oktober 2010 te Breda of elders in Nederland, opzettelijk waren, te weten vuurwerk van het merk/type Delova Rana (Profi) en/of Achtung en/of La Bomba en/of Super cobra 6 en/of Cobra 3 en/of Krachmen FP3 en/of bangers en/of strijkers en/of shells 3, 4 of 5 inch en/of lawinepijlen, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of via een pakketdienst heeft laten afleveren, wetende dat die waren voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, terwijl hij dat schadelijk karakter heeft verzwegen, immers heeft hij toen aldaar genoemd vuurwerk, althans (telkens) een deel van dat vuurwerk, vanuit Polen naar en in Nederland door een pakketdienst laten vervoeren, terwijl op de verpakkingen van dat vuurwerk geen aanduidingen waren aangebracht waaruit dat schadelijke karakter bleek

en

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 14 december 2010, tezamen en in vereniging met een ander, te Breda of elders in Nederland, opzettelijk waren, te weten vuurwerk van het merk/type Delova Rana (Profi) en/of Achtung en/of La Bomba en/of Super cobra 6 en/of Cobra 3 en/of Krachmen FP3 en/of bangers en/of strijkers en/of shells 3, 4 of 5 inch en/of lawinepijlen, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of via een pakketdienst heeft laten afleveren, wetende dat die waren voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, terwijl hij en zijn mededader dat schadelijk karakter hebben verzwegen, immers heeft hij toen aldaar tezamen en in vereniging met die ander genoemd vuurwerk, althans (telkens) een deel van dat vuurwerk, vanuit Polen naar en in Nederland door een pakketdienst laten vervoeren, terwijl op de verpakkingen van dat vuurwerk geen aanduidingen waren aangebracht waaruit dat schadelijke karakter bleek;

2:

hij in de periode van 4 juli 2010 tot 1 oktober 2010 te Breda of elders in Nederland, meermalen opzettelijk professioneel vuurwerk, waaronder knalvuurwerk van het merk/type Delova Rana of Achtung of strijkers of Napolitaanse bom of Super Cobra 6 of Cobra 3 of Krachmen FP3 of La Bomba of een of meer soorten mortieren variërend van 3 tot 6 inch of een of meer soorten lawinepijlen of signaalraketten, dat bestemd was voor particulier gebruik, telkens binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht

en

hij in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 14 december 2010 te Breda of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk professioneel vuurwerk, waaronder knalvuurwerk van het merk/type Delova Rana of Achtung of strijkers of Napolitaanse bom of Super Cobra 6 of Cobra 3 of Krachmen FP3 of La Bomba of een of meer soorten mortieren variërend van 3 tot 6 inch of een of meer soorten lawinepijlen of signaalraketten, dat bestemd was voor particulier gebruik, telkens binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.


parketnummer 02-997503-11:

1:
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 16 juni 2011 tot en met 27 september 2011, te Breda of elders in Nederland, opzettelijk waren, te weten vuurwerk van het merk/type Delova Rana en/of shells en/of lawinepijlen heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, wetende dat die waren voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, terwijl hij dat schadelijk karakter heeft verzwegen;

2:
hij op tijdstippen in de periode van 16 juni 2011 tot en met 27 september 2011, te Breda of elders in Nederland, opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De verdediging heeft (primair) vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 02-997507-10 onder 1 en het onder parketnummer 02-997503-11 onder 1 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

a. In de eerste plaats kan niet worden bewezen dat de waren een schadelijk karakter hadden, omdat het vuurwerk overeenkomstig Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen was voorzien van een CE-markering.

b. Daarnaast kan - voor zover het verwijt vooral ziet op de wijze van verzending van het vuurwerk - verdachte niet worden aangemerkt als (mede)pleger van het feit, omdat verdachte slechts de bestelling van de klanten heeft doorgegeven aan de Poolse leverancier van het vuurwerk en zelf niet verantwoordelijk was voor de (wijze van) verzending ervan.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Ad a. Het enkele feit dat het vuurwerk was voorzien van een CE-markering als bedoeld in de ten tijde van het ten laste gelegde van toepassing zijnde Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen betekent niet dat het vuurwerk niet schadelijk voor het leven of de gezondheid kan zijn als bedoeld in art. 174 lid 1 Sr. Ook vuurwerk met een dergelijke markering kan zeer gevaarlijk zijn, en daarmee schadelijk voor het leven of de gezondheid, zoals blijkt uit de categorie-indeling waarin het vuurwerk ingevolge art. 3 lid 1 van voormelde Richtlijn moet worden ondergebracht. Zo duidt categorie 4 op vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis, veelal 'vuurwerk voor professioneel gebruik' genoemd (…)', waarbij onder 'personen met gespecialiseerde kennis' personen moeten worden verstaan die van een lidstaat toestemming hebben gekregen om dat vuurwerk op haar grondgebied af te steken (art. 2, aanhef en onder 10 van de Richtlijn).

Ingevolge art. 7 lid 3, aanhef en onder a, van de Richtlijn mag vuurwerk van die categorie ook uitsluitend aan dergelijke personen worden verkocht of anderszins ter beschikking worden gesteld.

Uit de gebruikte bewijsmiddelen, in het bijzonder de rapporten van het NFI, blijkt dat als het in de tenlastelegging genoemde vuurwerk afgaat, dat kan leiden tot zeer ernstig letsel bij omstanders. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat dat vuurwerk schadelijk is voor het leven of de gezondheid als bedoeld in art. 174 lid 1 Sr.

Dit onderdeel van het verweer wordt daarom verworpen.

Ad b. Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt het volgende:

i. verdachte heeft in de periode van 4 juli 2010 tot en met 14 december 2010 (parketnummer 02-997507-10 onder 1) en in de periode van 16 juni 2011 tot en met 27 september 2011 (parketnummer 02-997503-11 onder 1) op een internetsite, die hij beheerde, professioneel vuurwerk te koop aangeboden aan consumenten voor particulier gebruik;

ii. verdachte wist dat het professioneel vuurwerk betrof en moet, zeker als handelaar in vuurwerk, hebben geweten dat dat vuurwerk schadelijk was voor het leven of de gezondheid of hij heeft in ieder geval minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat dat vuurwerk schadelijk was voor het leven of de gezondheid.

iii. wanneer een klant op internet een bestelling voor dat vuurwerk plaatste, kwam die bestelling evenals de bijbehorende betaling bij verdachte binnen;

iv. verdachte stuurde die bestelling door naar de Poolse leverancier van het vuurwerk en stortte het door de klant betaalde geld, na aftrek van zijn - verdachtes - deel, eveneens door naar die Poolse leverancier;

v. verdachte had met de Poolse leverancier afgesproken dat die laatste voor de verzending van het vuurwerk vanuit Polen naar de klant zorg zou dragen. Daarvoor werd gebruik gemaakt van een pakketdienst;

vi. op de internetsite van verdachte was vermeld dat het vuurwerk discreet zou worden verzonden, wat volgens verdachte betekende dat aan de buitenkant van het postpakket niet te zien was dat zich vuurwerk in het pakket bevond en wat voor vuurwerk dat was;

vii. verdachte wist dat een deel van de klanten uit Nederland afkomstig was en dat het vuurwerk voor die klanten naar Nederland zou worden verzonden;

viii. indien een klant niet tevreden was over het geleverde vuurwerk, kon die klant bij verdachte reclameren, waarna verdachte daarover met de Poolse leverancier contact opnam;

ix. in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 14 december 2010 (parketnummer 02- 997507-10 onder 1) heeft verdachte voormelde handelingen samen met zijn Nederlandse kompaan [medeverdachte] verricht.

Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden leidt het hof af dat het verdachte is geweest (en in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 14 december 2010 verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte] ) die, via een door hem beheerde webshop op internet, op grote schaal professioneel vuurwerk te koop heeft aangeboden, heeft verkocht en (via een derde) dat vuurwerk heeft geleverd aan klanten in Nederland. Voor zover het al niet als feit van algemene bekendheid kan worden beschouwd, moet verdachte, als handelaar in vuurwerk, hebben geweten dat dat vuurwerk schadelijk was voor het leven of de gezondheid of heeft verdachte in ieder geval minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat dat vuurwerk schadelijk was voor het leven of de gezondheid. Daarbij neemt het hof in overweging, dat verdachte professioneel vuurwerk heeft verzonden naar particulieren, zonder hun daarbij te waarschuwen voor het feit dat dergelijk vuurwerk niet was bestemd voor particulier gebruik. Verdachte heeft dat schadelijk karakter evenwel verzwegen, doordat hij het schadelijk karakter van het vuurwerk niet op zijn website had vermeld en doordat, nadat het vuurwerk was besteld en vervolgens verstuurd, op de buitenkant van de postpakketten met het vuurwerk niet was vermeld dat er vuurwerk in zat en wat voor vuurwerk dat was.

Dat verdachte het vuurwerk feitelijk liet verpakken en verzenden door een derde, te weten de Poolse leverancier van het vuurwerk, maakt het vorenstaande niet anders. Het verzenden en vervolgens leveren van het vuurwerk was immers een onlosmakelijk onderdeel van het verkoopproces van de door verdachte beheerde webshop in vuurwerk, waarover verdachte bovendien afspraken had gemaakt met die leverancier.

Ook dit onderdeel van het verweer wordt daarom verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 02-997507-10 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

waren verkopen, te koop aanbieden, afleveren of uitdelen, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van waren verkopen, te koop aanbieden, afleveren of uitdelen, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 02-997507-10 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 02-997503-11 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

waren verkopen, te koop aanbieden, afleveren of uitdelen, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende,

meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 02-997503-11 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdediging heeft (subsidiair) een strafmaatverweer gevoerd. Zij heeft verzocht om ingeval van oplegging van een gevangenisstraf, het onvoorwaardelijke deel niet langer te laten duren dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en om een eventuele taakstraf voor aanzienlijk minder uren op te leggen dan door de rechtbank is opgelegd.

Het hof overweegt hieromtrent - grotendeels overeenkomstig de rechtbank - als volgt.

Verdachte heeft gedurende enkele maanden, voor een deel alleen, voor een deel samen met medeverdachte [medeverdachte] via internet illegaal vuurwerk verkocht aan klanten in Nederland. Omdat dit vuurwerk in Nederland verboden is, bestelde verdachte het vuurwerk in Polen en liet hij het vervolgens vanuit Polen door verschillende pakketdiensten bij de klanten in Nederland afleveren. Op de verpakkingen stond niet vermeld wat de inhoud was, zodat de bezorgers aan grote gevaren werden blootgesteld zonder dat zij daarvan op de hoogte waren.

Verdachte blijft volhouden dat er van gevaar geen sprake was, omdat het vuurwerk overeenkomstig Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen was voorzien van een CE-markering. Het feit dat hij zich in 2011 weer opnieuw met illegale vuurwerkhandel heeft beziggehouden, nadat hij in 2010 voor deze activiteiten ruim twee maanden in voorlopige hechtenis had doorgebracht, onderstreept het feit dat hij overtuigd is van zijn gelijk en dat hij kennelijk niet het gevaarzettende karakter van zijn handelen inziet.

Verdachte heeft onwetende derden aan gevaar blootgesteld, uitsluitend met het doel om

zelf winst te behalen.

Ook de ontvangers van het vuurwerk zijn door verdachte niet op de hoogte gesteld van de

gevaren, nu die gevaren niet op de website van verdachte waren vermeld en er bij het vuurwerk geen Nederlandse gebruiksaanwijzingen geleverd werden.

Bovendien konden zij, dan wel hun huisgenoten, niet weten wat zij in ontvangst namen, nu

op de verpakking niet dan wel niet op de juiste wijze was aangegeven wat er zich in de

verpakking bevond.

Aldus heeft verdachte door zijn handelen onverantwoorde risico's genomen en de

gezondheid en veiligheid van mensen ernstig in gevaar gebracht. Dit neemt het hof verdachte bijzonder kwalijk.

Naar het oordeel van het hof kan, het vorenstaande in aanmerking genomen en gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Op dezelfde gronden kan naar het oordeel van het hof in beginsel niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd, omdat daarin de omstandigheid dat verdachte kennelijk nog steeds de laakbaarheid van zijn handelen niet inziet onvoldoende tot uitdrukking komt.

Om te voorkomen dat verdachte wederom in de verleiding komt om zich met de handel in illegaal vuurwerk bezig te houden, zal het hof het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf op geruime duur bepalen, met een proeftijd van 2 jaren.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof heeft zich tevens rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn in de onderhavige zaak is aangevangen op

14 december 2010, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld.

De rechtbank heeft in deze zaken vonnis gewezen op 11 maart 2015. De behandeling in eerste aanleg is derhalve niet afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na de aanvang van de hiervoor genoemde termijn. Bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen zijn niet gebleken. In eerste aanleg is dan ook sprake van een schending van de redelijke termijn met een periode van ongeveer 2 jaar en 3 maanden.

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld op 24 maart 2015. Het hof wijst het onderhavige arrest op 7 maart 2018. Ook het hof is dus niet binnen twee jaren nadat het hoger beroep is ingesteld tot een einduitspraak gekomen, terwijl het hof geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen. Naar het oordeel van het hof is het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn daarom ook in hoger beroep geschonden en wel met een periode van ongeveer 11 maanden en 2 weken.

Het hof vindt in de termijnoverschrijding in eerste aanleg en in hoger beroep aanleiding om een lagere straf op te leggen dan het hof zonder deze verdragsschending zou hebben opgelegd. Zonder deze termijnoverschrijding zou het hof naast na te melden gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, een taakstraf opleggen van 220 uren, subsidiair 110 dagen hechtenis, dus hoger dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd. Vanwege de termijnoverschrijding zal het hof op de taakstraf 60 uren in mindering brengen, zodat de hoogte van de op te leggen taakstraf 160 uren bedraagt, subsidiair 80 uren hechtenis.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63 en 174 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-997507-10 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 02-997503-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 (zevenhonderdtwintig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 484 (vierhonderdvierentachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. F.P.E. Wiemans, voorzitter,

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans en mr. A.M.G. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 7 maart 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Wiemans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.