Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:847

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-02-2018
Datum publicatie
27-02-2018
Zaaknummer
Raadkamer
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het uitgangspunt dat de verdachte zijn berechting in vrijheid af mag wachten is niet zonder meer nog aan de orde nu er sprake is van een berechting en een veroordelend vonnis door een daartoe bevoegde rechter. Daaraan doet volgens rechtspraak van het EHRM niet af dat het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Parketnummer 1e aanleg : [nummer]

Parketnummer : [nummer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van [datum] strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [adres]

thans gedetineerd te [detentieplaats]

Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot [datum] .

Het hof heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal tot verlenging van de gevangenhouding.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en haar raadsman.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor wat betreft de

verlenging van de gevangenhouding.

Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.

Het hof heeft kennis genomen van relevante stukken uit het dossier.

Daaruit blijkt dat verdachte bij vonnis van [datum] in eerste aanleg veroordeeld is tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek wegens kort gezegd

medeplichtigheid aan moord.

Tegen dit vonnis is verdachte tijdig in beroep gekomen.

De voorlopige hechtenis van verdachte is bij beslissing van de rechtbank op [datum]

geschorst. Deze schorsing is bij even vermeld vonnis opgeheven aangezien de rechtbank van oordeel is dat het belang van de samenleving en de belangen van de nabestaanden van het slachtoffer vereisen dat verdachte (weer) vast komt te zitten, ook al zou dat in afwachting zijn van een uitspraak in hoger beroep.

Namens verdachte is betoogd dat nu de voorlopige hechtenis eerder gedurende lange tijd is

geschorst er thans geen reden is om de voorlopige hechtenis weer te doen herleven door het opheffen van de schorsing. Voorts is aangevoerd dat verdachte psychische problemen heeft, haar woning wil behouden en de zorg voor haar dieren heeft.

Het hof overweegt als volgt.

Verdachte is tot een langdurige gevangenisstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan

moord. Door het veroordelend vonnis is de vrijheidsbeneming van verdachte niet langer

gebaseerd op artikel 5 lid 1 sub c EVRM maar op artikel 5 lid 1 sub a EVRM waarin is

bepaald dat het recht op vrijheid is uitgezonderd wanneer de verdachte op rechtmatige wijze

is gedetineerd na veroordeling door een daartoe bevoegde rechter. In een dergelijk geval is

het uitgangspunt dat de verdachte haar berechting in vrijheid mag afwachten niet zonder

meer nog aan de orde nu er sprake is van een berechting en een veroordelend vonnis door

een daartoe bevoegde rechter. Daaraan doet volgens vaste rechtspraak van het EHRM niet af

dat het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan.

Dat laat onverlet dat ook in geval van een veroordelend vonnis een afweging van belangen

dient plaats te vinden waarbij naar het oordeel van het hof heeft te gelden dat aan de

persoonlijke belangen van de verdachte zwaardere eisen gesteld mogen worden. Daarbij zal

het dienen te gaan om bijzonder zwaarwichtige belangen de persoon van de verdachte

betreffende op basis waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de

voorlopige hechtenis dient te wijken voor het persoonlijk belang dat verdachte heeft bij het

in vrijheid afwachten van de berechting in hoger beroep. De rechtbank heeft die hernieuwde

afweging gemaakt en het hof stemt in met deze afweging en de motivering ervan, nu de

namens verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden door het hof niet

worden beschouwd als voldoende bijzonder zwaarwichtig.

Het hof wijst toe de vordering tot verlenging van de gevangenhouding voor de duur van 120

dagen en wijst af het verzoek tot schorsing.

BESCHIKKENDE:

Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 8 februari 2018 door

mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. B. Yazi-Koçyilmaz, griffier.

De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.

’s-Hertogenbosch, 8 februari 2018

De advocaat-generaal,

Gezien d.d.

De Directeur van thans gedetineerd te [detentieplaats]