Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:5302

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-12-2018
Datum publicatie
27-12-2018
Zaaknummer
200.233.848_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2018:63, Overig
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 20 december 2018

Zaaknummer: 200.233.848/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/241978 / FA RK 17-4050

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] (België),

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. E.J.M. Habets,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. H.P. Janssen-Wikkers.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

Regio Zuidoost-Nederland, vestiging [vestiging] ,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 3 januari 2018.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 16 februari 2018, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek

van de moeder tot het wijzigen van het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in eenhoofdig gezag af te wijzen, dan wel de moeder in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, een en ander kosten rechtens.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 april 2018, heeft de moeder verzocht de vader in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel zijn verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2018. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Habets;

- de moeder, bijgestaan door mr. Wikkers;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de door mr. Janssen-Wikkers op 28 februari 2018 ingediende stukken;

- het V-formulier d.d. 26 april 2018, met bijlagen, ingekomen op 30 april 2018, ingediend door mr. Janssen-Wikkers.

3 De beoordeling

3.1.

Uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van partijen zijn geboren:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 1] );

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 2] ).

3.2.

Bij de - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - bestreden beschikking heeft de rechtbank bepaald dat aan de moeder voortaan alleen het gezag zal toekomen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

3.3.

De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

De vader voert - kort samengevat - het volgende aan. Er is geen sprake van een wijzing van omstandigheden die maakt dat het gezag dient te worden beëindigd.

In januari 2017 is de communicatie tussen partijen verstoord geraakt en kwam de moeder de in de echtscheidingsbeschikking vastgestelde zorgregeling niet meer goed na. Medio 2017 heeft de moeder het contact tussen de vader en de kinderen helemaal stopgezet. De vader heeft in kort geding verzocht om nakoming van de zorgregeling, maar dat verzoek is afgewezen, omdat de voorzieningenrechter van oordeel was dat de zaak zich niet leende voor afdoening in kort geding. Inmiddels is er een bodemprocedure aanhangig waarin, op advies van de raad, een BOR (Begeleide OmgangsRegeling) is bepaald.

De omstandigheid dat de moeder de vastgestelde zorgregeling niet na is gekomen en het contact tussen de vader en de kinderen heeft tegengehouden, kan niet als wijziging van omstandigheden worden gekwalificeerd. Bovendien levert het ontbreken van communicatie tussen partijen onvoldoende grond op om tot gezagsbeëindiging over te gaan.

De vader wil graag een rol in het leven van de kinderen spelen. Hij wil naast contact met de kinderen ook meebeslissen over zaken die hen aangaan. De vader heeft het idee dat de moeder hem uit het leven van de kinderen wil bannen, hetgeen in strijd is met haar taak als ouder. Het gemis van zijn kinderen heeft hem zeer aangegrepen. Er is op dit moment echter geen sprake van stress of een depressie.

3.5.

De moeder heeft - kort gezegd - het volgende verweer gevoerd. Er is sprake van een wijziging van omstandigheden die maakt dat eenhoofdig gezag door de moeder aangewezen is. De relatie tussen de ouders is al jarenlang slecht. In 2013 is er al hulpverlening geweest wegens huiselijk geweld, waarvan de kinderen getuige waren. Die hulpverlening is beëindigd omdat de vader zijn afspraken niet na kwam. Ook de in het kader van de echtscheiding gemaakte afspraken ten aanzien van (onder andere) de zorgregeling kwam de vader niet na, hetgeen zijn weerslag had op de kinderen. De moeder heeft hulp gezocht om de vader te bewegen zijn afspraken na te komen, maar de vader heeft ook de afspraken in dat kader vaak

afgezegd. Verder was de vader niet bereid om een handtekening te zetten onder de aanvraag voor een paspoort van [minderjarige 1] . De verstandhouding tussen partijen is slecht. De vader scheldt de moeder uit als er contact is. Hij heeft haar vernederd, bedreigd en zwart gemaakt bij haar familie. Verder kan de school zich niet aan de indruk onttrekken dat de vader de moeder ook zwart maakt bij de kinderen. Een voorwaarde bij de BOR is dat de uitvoerende instantie contact mag opnemen met de huisarts van de vader. Sinds de verbreking van het contact met de vader hebben de kinderen een grote ontwikkeling doorgemaakt. Als het gezamenlijk gezag zou worden hersteld is er sprake van een onaanvaardbaar risico op het klem en verloren raken van de kinderen, waarbij niet binnen afzienbare tijd verbetering is te verwachten.

3.6.

De raad heeft ter zitting - kort samengevat - het volgende naar voren gebracht. Beide ouders beschuldigden elkaar over en weer en waren onbetrouwbaar in het maken van afspraken. De ouders hebben moeite met het zien van hun eigen aandeel in de problematiek. De slechte verstandhouding en communicatie hadden hunweerslag op de kinderen. [minderjarige 1] liet agressief gedrag zien. Hij sloeg kinderen en had een grote mond. Hij was boos en gefrustreerd. [minderjarige 2] maakte een gelaten en gespannen indruk en zij liet veel onrust zien. Toen de vader uit beeld raakte veranderde het gedrag van de kinderen in positieve zin. De kinderen ontwikkelen zich nu goed.

In de een bij de rechtbank aanhangige procedure over de zorgregeling heeft de raad een BOR geadviseerd. De ouders moeten leren communiceren over de kinderen. De kinderen hebben aangegeven open te staan voor een BOR. Wellicht zou de onderhavige procedure kunnen worden aangehouden in afwachting van het verloop van dit traject.

3.7.

Het hof overweegt als volgt.

3.7.1.

Het hof stelt vast dat de moeder en de vader na de echtscheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen zijn blijven uitoefenen.

3.7.2.

Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

De rechter kan, aldus artikel 1:251a BW bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

3.7.3.

Gezamenlijke uitoefening van het gezag vereist dat de ouders het mogelijk maken dat beslissingen over de verzorging en opvoeding van het kind tot stand komen op een wijze die niet belastend is voor het kind en zijn veiligheid niet in gevaar brengt. In het geval ouders niet (meer) samenleven en moeizaam of niet communiceren kan dat betekenen dat, waar nodig, de verzorgende ouder die beslissingen kan nemen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor het kind en dat de niet-verzorgende ouder deze beslissingen niet blokkeert. Ook is het van belang dat ouders die niet in staat zijn de strijd

met elkaar te staken, tenminste in staat zijn het kind buiten die strijd te houden. Indien bovengenoemde omstandigheden aanwezig zijn, ligt eenhoofdig gezag van een van de ouders niet in de rede, tenzij andere redenen een wijziging van het gezag noodzakelijk

maken.

3.7.4.

In de onderhavige situatie zijn de omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag gewijzigd. Er is sprake geweest van een echtscheiding, er is sprake van langdurige problematiek en een gebrek aan communicatie. De vader heeft de kinderen al sinds midden 2017 niet gezien.

Op dit moment valt niet te verwachten dat deze ouders in staat zijn om in de (nabije) toekomst samen beslissingen te nemen die voor de kinderen van belang zijn zonder de kinderen te belasten. De basis van de verstandhouding en communicatie tussen de ouders is niet goed. Zij beschuldigen elkaar over en weer en stellen elkaar in een slecht daglicht. Het is hen tot op heden niet gelukt om afspraken te maken over de kinderen en/of deze na te komen. De moeder heeft in 2017 nog vervangende toestemming aan de rechtbank moeten vragen voor het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige 1] . De manier waarop partijen zich al geruime tijd (niet) tot elkaar verhouden heeft bovendien een weerslag gehad op de kinderen. [minderjarige 1] liet agressief gedrag zien en [minderjarige 2] liet spanningen zien in haar gedrag. De omstandigheid dat de vader sinds twee jaar op afstand van de moeder en de kinderen staat, heeft rust gebracht voor de kinderen. De kinderen hebben sindsdien een grote ontwikkeling laten zien. Het is in het belang van de kinderen noodzakelijk dat deze rust voortduurt, ook in het licht van (de kans van slagen van) het BOR-traject dat de ouders en de kinderen thans doorlopen. Indien partijen in dit traject, dusdanig leren communiceren dat zij in het belang van de kinderen beslissingen kunnen nemen, zou de vader, op basis van een wijziging van omstandigheden, kunnen verzoeken om herstel van het gezamenlijk gezag.

3.7.5.

Op basis van het voorgaande acht het hof een aanhouding van de procedure niet in het belang van de kinderen en is het hof van oordeel dat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd. Het verzoek van de vader zal worden afgewezen.

3.8.

Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen echtgenoten zijn.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 3 januari 2018;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant,

afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht ter attentie van het Centraal Gezagsregister;

compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, C.A.R.M. van Leuven en J.F.A.M. Graafland-Verhaegen uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 december 2018.