Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:5065

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-12-2018
Datum publicatie
03-12-2018
Zaaknummer
20-003374-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij in beschermd natuurgebied Slikken bij de Sabina-Henricapolder. Hof oordeelt dat de verdachte de hennepplanten heeft geteeld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003374-17

Uitspraak : 3 december 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 24 oktober 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-166550-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het ten laste gelegde bewezen verklaard, voor zover inhoudende dat de verdachte opzettelijk hennep heeft geteeld, en de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 95 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 47 dagen hechtenis.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken.

Vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2017 tot en met 14 juni 2017 te Heijningen, gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in het beschermd natuurgebied Slikken bij de Sabina-Henricapolder) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 190 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 24 mei 2017 tot en met 14 juni 2017 te Heijningen, gemeente Moerdijk, opzettelijk heeft geteeld (in het beschermd natuurgebied Slikken bij de Sabina-Henricapolder) een hoeveelheid van in totaal 190 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Waar hierna wordt verwezen naar ‘het politiedossier’ wordt bedoeld: het dossier van de politie, eenheid Zeeland-West-Brabant, district De Markiezaten, districtelijk hennepteam De Markiezaten, met registratienummer PL2000-2017139732 en sluitingsdatum 13 juli 2017, welk dossier bestaat uit 95 doorgenummerde pagina’s.

Alle hierna te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en de inhoud ervan is telkens zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal ‘Aantreffen hennepkwekerij’ van 12 juli 2017 (pagina’s 6 tot en met 13 van het politiedossier), opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende:

(Pagina 6)

Op woensdag 24 mei 2017 omstreeks 14:45 uur was ik door buitengewoon opsporingsambtenaar [verbalisant 2] in kennis gesteld dat hij in beschermd natuurgebied Slikken bij de Sabrina-Henricapolder verstoringen in het terrein had aangetroffen. Bij nader onderzoek had hij een grote hoeveelheid hennepplanten aangetroffen die in dit gebied uitgeplant waren. Teneinde zicht op vermoedelijke verdachten te krijgen, werd overeengekomen dat nabij de hennepkwekerij een zogenaamde “wildcamera” werd opgehangen.

2. Het proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2017 (pagina’s 14 tot en met 17 van het politiedossier), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

(Pagina 14)

Op 14 juni 2017 omstreeks 20.26 uur ontving ik, verbalisant [verbalisant 3] , op mijn mobiele telefoon een fotografische afbeelding, afkomstig van een wildcamera die was geplaatst op een pad dat toegang bood tot een hennepkwekerij gelegen aan de Volkerakweg te Heijningen, gemeente Moerdijk, ter hoogte van het bedrijf ArcelorMittal Projects. Ik zag op deze afbeelding een man die een blauw T-shirt droeg. Hierop heb ik telefonisch contact opgenomen met verbalisant [verbalisant 4] . Hierop zijn wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , naar de locatie gegaan waar de wildcamera was geplaatst. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb telefonisch contact opgenomen met verbalisant [verbalisant 2] . Hierop ben ik, verbalisant [verbalisant 2] , ter plaatse gegaan.

Op 14 juni 2017 omstreeks 20.46 uur was ik, verbalisant [verbalisant 2] , op de Volkerakweg ter hoogte van de parkeerplaats van het bedrijf ArcelorMittal Projects. Ik zag ter plaatse een blauwe bestelbus staan van het merk Volkswagen en voorzien van het kenteken
[kenteken] . Ik zag toen dat twee mannen de dijk over kwamen en mij recht in het gezicht keken. Ik zag dat deze twee mannen schrokken en met versnelde pas naar de blauwe Volkswagen liepen. Hierop heb ik de twee mannen staande gehouden.

Wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , kwamen op 14 juni 2017 omstreeks 20.50 uur aan op de Volkerakweg. Wij zagen daar dat collega [verbalisant 2] in het gezelschap van twee mannen bij een blauwe Volkswagen stond. Een van deze mannen bleek te zijn: [betrokkene] .

(Pagina 15)

De andere man bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] (het hof begrijpt: de verdachte).

Ik, verbalisant [verbalisant 3] , hoorde dat de verdachte met zijn telefoon een persoon belde en tot tweemaal toe vertelde dat hij ‘bij die visstek’ was en dat hij door een boswachter was aangehouden.

Op 14 juni 2017 omstreeks 21.45 uur hebben wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , nader onderzoek ingesteld bij de hennepkwekerij. Wij zagen tientallen hennepplanten en daartussen twee lichtgroene apparaten van het merk Isotronic.

Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag op 14 juni 2017 omstreeks 21.50 uur dat twee jonge mannen op een brommer kwamen aanrijden ter hoogte van het bedrijf ArcelorMittal Projects. De mannen zijn in de richting van de kwekerij gelopen.

Op 14 juni 2017 omstreeks 21.57 uur ontving ik, verbalisant [verbalisant 3] , op mijn mobiele telefoon een foto afkomstig van de genoemde wildcamera. Ik zag hierop een man. Ik vermoedde hierom dat een man onderweg was naar de hennepkwekerij, waar wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , ons op dat moment bevonden. Hierop hebben wij ons te midden van de hennepkwekerij verstopt tussen de struiken. Na enkele minuten zagen wij twee mannen bij de hennepkwekerij verschijnen. Wij zagen dat een van de twee mannen een grijs T-shirt droeg en de ander een rood petje.

(Pagina 16)

Wij hoorden de twee mannen op zeer gedempte toon met elkaar spreken. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , zag dat de man met het grijze T-shirt gedurende vijftien minuten voortdurend heen en weer liep. Ik zag dat hij voortdurend bukte en hennepplanten uit de grond trok en bij zich droeg. Ook zag ik dat hij een groen apparaat uit de grond trok. Dit apparaat herkende ik als het apparaat van het merk Isotronic, dat ik eerder tussen de hennepplanten zag. Ik zag dat de twee mannen na ongeveer een kwartier de hennepkwekerij verlieten.

Op 14 juni 2017 omstreeks 22.25 uur zag ik, verbalisant [verbalisant 2] , twee jonge mannen komen lopen vanuit de plaats van de hennepkwekerij. Deze mannen gaven op te zijn: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Op 14 juni 2017 omstreeks 22.30 uur belde ik, verbalisant [verbalisant 3] , met collega [verbalisant 2] , die vertelde dat hij in het gezelschap was van twee jonge mannen. Hierop zijn wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , naar collega [verbalisant 2] gerend. Wij zagen dat de twee mannen die bij collega [verbalisant 2] stonden, dezelfde mannen waren als de mannen die wij te midden van de hennepkwekerij hadden gezien. Wij zagen dat één van de mannen een rood petje droeg en de ander een grijs T-shirt.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juni 2017 (pagina’s 18 tot en met 20 van het politiedossier), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :

(Pagina 18)

Op 24 mei 2017 sprak ik telefonisch met verbalisant [verbalisant 2] . Hij vertelde mij dat hij samen met collega [verbalisant 4] in natuurgebied Slikken bij de Sabina-Henricapolder, gelegen aan de Volkerakweg in Heijningen, gemeente Moerdijk, verdeeld over twee open terreinen een grote hoeveelheid hennepplanten had aangetroffen.

Op 15 juni 2017 bevond ik mij op de Volkerakweg ter hoogte van natuurgebied Slikken. Bij mij bevonden zich verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 4] . Zij toonden mij waar op 14 juni 2017 vier personen waren aangehouden. Alvorens het natuurgebied in te kunnen lopen, zag ik op de dijk een afrastering. Nadat ik over de afrastering was gestapt, zag ik verderop op het terrein een tweede afrastering rond het natuurgebied. Tevens zag ik borden met daarop de vermelding dat het natuurgebied afgesloten was.

Door de genoemde verbalisanten werd ik gewezen op een handmatig vervaardigd pad dat het terrein in liep. Na het doorlopen van bebossing zag ik laaggroei, omringd door bebossing en struiken. Tussen het hoge gras zag ik dat delen grond weggestoken waren en dat daar vermoedelijk potgrond was aangebracht en dat daarin een jonge plant was gezet. Ik herkende deze plant op basis van de vorm, kleur en geur als de mij ambtshalve bekende hennepplant.

(Pagina 19)

Ik zag dat het open veld waar ik mij bevond op vele plaatsen op dezelfde wijze was voorzien van hennepplanten. Tevens zag ik op dit veld een emmer, met daaronder een gieter. Verder zag ik een groenkleurige ‘paddenstoel’, welk voorwerp ik herkende als apparaat dat onder andere wordt gebruikt om wilde dieren of honden of katten af te schrikken door middel van licht en geluid (het hof begrijpt dat het gaat om een van de genoemde apparaten van het merk Isotronic). Verder lag op dit veld nog een boodschappentas met daarin potgrond en plantrestanten.

Verbalisant [verbalisant 4] vertelde mij dat hij op 14 juni 2017 bij dit veld twee mannen (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]) voorbij had zien lopen en dat die twee mannen vervolgens op een ander open deel (het hof begrijpt: van hetzelfde natuurgebied) hennepplanten uit de grond hadden getrokken. Teneinde ook dit veld te onderzoeken, ben ik de genoemde verbalisanten naar het tweede deel gelopen. Daar zag ik opnieuw een open terrein met lage begroeiing, omringd met bosschages. Ook daar zag ik waren delen van de natuurlijke begroeiing verwijderd en was het ontstane kweekgat gevuld met kweekaarde. Ik zag dat in meerdere kweekgaten een jonge hennepplant was geplant. Tevens zag ik dat in een groot aantal kweekgaten een gat in de grond zichtbaar was, waarin vermoedelijk eerder een jonge hennepplant had gestaan. Tijdens het onderzoek troffen we onder de bosschages enkele schoppen aan, waarmee vermoedelijk de gaten waren gegraven. Verder zag ik tussen de bosschages een houten rek, voorzien van zeefgaas, dat afgedekt was met recent uitgetrokken gras(pollen). Ik zag onder dit gras 48 hennepplanten. Vervolgens heb ik samen met de genoemde verbalisanten de in dit veld staande hennepplanten uit de kweekgaten gehaald en geteld. In totaal, dus inclusief de uitgetrokken hennepplanten, telde ik op dit veld 111 hennepplanten. Vervolgens hebben wij op het andere veld de hennepplanten uit de kweekgaten getrokken en geteld. Op dit veld telde ik 79 hennepplanten.

4. Het proces-verbaal van bevindingen van 4 juli 2017 (pagina’s 21 tot en met 23 van het politiedossier), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :

(Pagina 21)

Op 24 mei 2017 werd ik telefonisch aangesproken door verbalisant [verbalisant 2] , die me vertelde dat hij met zijn collega in het beschermde natuurgebied (het hof begrijpt: Slikken) een oneffenheid had aangetroffen in de vorm van een (vermoedelijk) speciaal aangelegd looppad door een begroeiing van brandnetels. Nadat hij dit pad had gevolgd en over de afrastering van het afgesloten terrein was gestapt, was hij in het natuurgebied op een minder begroeid terrein gekomen en trof hij daar verschillende bewerkingen van de grond aan. Hij zag dat in het terrein stukken grond waren verwijderd en dat de ontstane gaten waren gevuld met potgrond. Verder had hij gezien dat in ieder gat met potgrond een hennepplant was gezet.

Teneinde de vermoedelijke kwekers te kunnen betrappen, werd op het pad een zogenoemde wildcamera geplaatst, om de bewegingen van en naar de kwekerij vast te leggen. Bij beweging op het pad zou een foto worden gemaakt en doorgestuurd.

Desgevraagd vertelde verbalisant [verbalisant 2] dat het geen doorgaand pad betreft en dat er geen mensen zouden komen zonder van het bestaan van het pad af te weten.

Op 15 juni 2017 ontving ik enkele beelden die door de wildcamera tussen 24 mei 2017 en 14 juni 2017 waren vervaardigd. Ik zag dat op 5 mei 2017 (het hof begrijpt, mede op basis van het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 10 juli 2018 met proces-verbaalnummer PL2000-2017139732-33: 5 juni 2017) foto 1 was gemaakt, waarop te zien was dat omstreeks 11.58 uur een man over het bospad liep, in de richting van de hennepkwekerij. Op foto 2, ook gedateerd van 5 mei 2017 (het hof begrijpt opnieuw: 5 juni 2017), zag ik dat omstreeks 13.14 uur een man over het bospad liep, komende uit de richting van de hennepkwekerij.

(Pagina 22)

Het betrof dezelfde man als zichtbaar op foto 1. Ik herkende deze man als [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). Op foto 2 is te zien dat de verdachte een doos bij zich draagt. Vermoedelijk gaat het om een verpakking van een attribuut. Gezien de vorm en afmeting van deze verpakking wordt het vermoeden versterkt dat in deze verpakking een middel verpakt is geweest dat ertoe strekt schadelijk wild bij jonge beplanting weg te jagen. Op 15 juni 2017 zag ik bij de hennepkwekerij een kunststof ‘paddenstoel’ was geplaatst (het hof begrijpt dat het gaat om het apparaat van het merk Isotronic), qua soort en vermoedelijk ook qua kleur gelijk aan de op de onderhavige verpakking zichtbare bedrukking.

Op foto 3 is te zien dat deze is vervaardigd op 14 juni 2017 omstreeks 20.26 uur. Op de foto is een man te zien, die over het pad loopt in de richting van de hennepkwekerij. Op foto 4, vervaardigd op 14 juni 2017 omstreeks 20.42 uur, zijn twee mannen te zien die komen uit de richting van de hennepkwekerij. De man die voorop loopt herken ik als [betrokkene] . Op foto 4 is achter [betrokkene] een tweede man zichtbaar. Aan zijn kleding zie ik dat het dezelfde man is als de man die zichtbaar is op foto 3. Ik herken deze man als [verdachte] .

5. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 oktober 2017:

(Pagina 3 van het proces-verbaal van die terechtzitting)

Politierechter: Toen u werd staande gehouden (het hof begrijpt: aangehouden), heeft u gebeld om te zeggen dat u bij de visstek was. Met wie hebt u toen gebeld?

Antwoord verdachte: Ik heb met mijn vader gebeld. Later kwamen mijn broertjes (het hof begrijpt [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]).

6. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van het hof van 19 november 2018:

Ik heb dit incident later besproken met mijn vader. Hij heeft me verteld dat, nadat ik hem had gebeld over mijn aanhouding, hij mijn broertjes naar de hennepplanten heeft gestuurd.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Verweer strekkende tot vrijspraak

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken. Hiertoe is aangevoerd – kort en zakelijk weergegeven – dat de verdachte heeft verklaard dat hij op
5 en 14 juni 2017 in het beschermd natuurgebied is geweest in verband met zijn hobby vissen en dat deze verklaring, op basis van het voorhanden zijnde bewijsmateriaal, niet als onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de verschillende aanwijzingen voor verdachtes betrokkenheid bij de hennepkwekerij berusten op toeval en dat hieruit niet kan worden afgeleid dat de verdachte degene is geweest die de aangetroffen hennepplanten heeft geteeld of op een andere (strafbare) wijze bij die kwekerij betrokken is geweest. Bovendien is het natuurgebied op vele manieren te betreden en hoeft dat niet per se over het - volgens de politie - aangelegde pad.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe het volgende.

Op 24 mei 2017 is in beschermd natuurgebied Slikken, bij de Sabina-Henricapolder, een hennepkwekerij aangetroffen. Aan de rand van dit (voor publiek afgesloten) natuurgebied werd tevens een handmatig vervaardigd pad aangetroffen, welk pad leidde richting de hennepkwekerij.

Uit de beelden, gemaakt met de wildcamera die was opgehangen bij dat pad, blijkt dat de verdachte op 5 juni 2017 over dit pad in de richting van hennepkwekerij is gelopen en een kleine anderhalf later in omgekeerde richting over dit pad liep, in de richting van de uitgang van het natuurgebied. Bij het verlaten van het natuurgebied droeg de verdachte een verpakking bij zich. De vorm en de afmetingen van die verpakking en de kleur van de daarop zichtbare bedrukking deden vermoeden dat het ging om de verpakking van het bij de hennepplanten aangetroffen apparaat dat ertoe strekt dieren weg te jagen.

Uit de beelden van de wildcamera blijkt dat de verdachte op 14 juni 2017 opnieuw over het pad in de richting van de hennepkwekerij is gelopen. Toen de verdachte ruim een kwartier later samen met [betrokkene] het natuurgebied verliet, werden zij aangehouden. Hierop belde de verdachte naar zijn vader, waarbij hij enkel zei te zijn aangehouden ‘bij die visstek’. In dit gesprek werd niet vermeld dat de aanhouding verband hield met de hennepplanten in het natuurgebied. Naar aanleiding van dit telefoongesprek gaf verdachtes vader echter aan verdachtes 16-jarige broertjes ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) de opdracht naar de hennepplanten te gaan. Ongeveer een uur nadat de verdachte zijn vader had gebeld, kwamen verdachtes broertjes ter plaatse. Zij betraden het natuurgebied, liepen naar de hennepplanten, trokken 48 hennepplanten uit de grond en legden deze op een houten rek, afgedekt met gras(pollen). Ook trokken zij een apparaat uit de grond dat strekt tot het wegjagen van dieren.

Op basis van de genoemde omstandigheden, bezien in onderlinge samenhang, is het hof van oordeel dat het redelijkerwijs niet anders kan zijn dan dat de verdachte de onderhavige hennepplanten heeft geteeld. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de alternatieve verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij op 5 en 14 juni 2017 in het natuurgebied is geweest om een vissplek te zoeken, dan wel lokvoer te strooien in een viswater, niet aannemelijk is geworden. Niet alleen is verdachte niet met visspullen in het betreffende gebied gezien en zijn ook op de dag van de aanhouding bij hem en in de blauwe bestelbus van [betrokkene] geen visspullen aangetroffen. Ook leidde de enkele – doch in de herhaling nadrukkelijke – telefonische mededeling aan zijn vader ‘bij die visstek’ te zijn aangehouden, ertoe dat zijn vader zijn broertjes naar het natuurgebied heeft gestuurd om hennepplanten uit te trekken en in de bosschages te verstoppen. Deze actie wijst direct op de betrokkenheid van verdachte bij de hennepplantage.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het bewezen verklaarde is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep. Van hennep is algemeen bekend dat het gebruik ervan de gezondheid kan schaden. Het hof neemt de verdachte kwalijk hij hieraan kennelijk minder waarde heeft gehecht dan aan het financieel gewin dat hij met de kwekerij beoogde. Extra kwalijk is het dat de onderhavige hennepteelt heeft plaatsgevonden in een beschermd en voor publiek afgesloten natuurgebied.

Het hof zoekt aansluiting bij de binnen de rechterlijke macht ontwikkelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting. Het oriëntatiepunt voor een hennepkwekerij van 100 tot 500 planten is een taakstraf voor de duur van 120 uren, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. Het hof ziet geen reden hiervan af te wijken in het voordeel van verdachte. De opbrengst van buitenhennepplanten is doorgaans vele malen hoger dan de gebruikelijke opbrengst van een hennepplant onder kunstlicht. Bovendien heeft verdachte nagelaten zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het misdrijf door zijn betrokkenheid te ontkennen.

Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf beoogt het hof enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking te brengen en anderzijds de strafoplegging dienstbaar te maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel zal het hof een proeftijd verbinden van twee jaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door:

mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. S.C. van Duijn, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,

en op 3 december 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.