Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4854

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-11-2018
Datum publicatie
07-06-2019
Zaaknummer
200.232.314_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2017:6878, Overig
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2040
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak : 22 november 2018

Zaaknummer : 200.232.314/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/02/319262 / FA RK 16-4669

in de zaak in hoger beroep van:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom,

zetelend te Bergen op Zoom,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de ambtenaar BS,

betreffende de minderjarige:

[minderjarige] ,

geboren te [geboorteplaats minderjarige] op [geboortedatum minderjarige] 2015,

hierna ook te noemen: de minderjarige.

In deze zaak worden als overige belanghebbenden aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: de moeder,

en

[de man] ,

wonende te [woonplaats] , Polen,

hierna ook te noemen: de man,

en

de advocaat-generaal bij het ressortsparket ’s-Hertogenbosch,

hierna te noemen: de advocaat-generaal.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 oktober 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

De ambtenaar BS is bij beroepschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 19 januari 2018, in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking.

2.2.

Op 27 september 2018 is een schriftelijke conclusie van de advocaat-generaal ter griffie ingekomen.

2.3

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2018.

Bij die gelegenheid is gehoord:

- de ambtenaar BS in de persoon van [ambtenaar BS] .

2.4.

De advocaat-generaal is, met kennisgeving vooraf, niet ter zitting verschenen. De moeder en de man zijn evenmin verschenen.

2.5.

Ter zitting in hoger beroep heeft de ambtenaar BS, daarnaar gevraagd, een afschrift van het inleidend verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant overgelegd.

2.6.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de brief van de ambtenaar BS van 7 februari 2018 met bijgevoegd processtukken uit de

eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 8 februari 2018;

- een aantal stukken uit de procedure in eerste aanleg, per e-mailbericht van 24 september

2018 door het openbaar ministerie, arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant,

toegezonden aan de griffier.

3 De vaststaande feiten

3.1.

Op [datum] 2015 heeft de ambtenaar BS onder nummer [nummer] van het jaar 2015 een akte van geboorte opgemaakt, waarin is opgenomen dat op [geboortedatum minderjarige] 2015 te [geboorteplaats minderjarige] is geboren de mannelijke minderjarige:

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 1]

Voornamen : [voornamen minderjarige]

Voormelde akte vermeldt geen vadergegevens. Als moedergegevens (tevens gegevens van de aangever) zijn opgenomen:

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 1]

Voornamen : [voornamen moeder]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats moeder / vader] , Polen

Dag van geboorte : [geboortedatum moeder] -1993

3.2.

De moeder is op 6 september 2014 te [plaats] (Polen) met de man in het huwelijk getreden. Volgens het door de Poolse autoriteiten op 7 maart 2016 afgegeven internationale uittreksel uit de huwelijksakte heeft de moeder bij de huwelijkssluiting de geslachtsnaam van de man, “ [geslachtsnaam 2] ”, aangenomen.

3.3.

Volgens datzelfde internationale uittreksel uit de huwelijksakte is op 17 november 2015 het huwelijk tussen de moeder en de man door echtscheiding ontbonden.

3.4.

Zoals onder meer blijkt uit de Poolse identiteitskaart van de moeder met als datum van afgifte 30 juni 2016, heeft de moeder inmiddels haar meisjesnaam “ [geslachtsnaam 1] ” wederom als geslachtsnaam.

3.5.

De Districtsrechtbank in [geboorteplaats moeder / vader] (Polen), Afdeling IV Gezinszaken en Minderjarigen, heeft bij vonnis van 14 september 2016 in de door de moeder tegen de man aangespannen procedure inzake ontkenning van het vaderschap vastgesteld dat de man niet de vader van de minderjarige is. Dit vonnis is blijkens de daarop geplaatste stempel d.d. 30 december 2016 onherroepelijk geworden op 7 oktober 2016.

3.6.

De minderjarige, de moeder en de man hebben uitsluitend de Poolse nationaliteit.

4 De omvang van het geschil

4.1.

De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft de rechtbank verzocht te gelasten dat de geboorteakte van de minderjarige aldus wordt aangepast, dat daarin alsnog de gegevens van de man als vadergegevens worden opgenomen en dat de geslachtsnaam van de moeder en die van de minderjarige worden verbeterd in “ [geslachtsnaam 2] ”. Bij aanvullend verzoek heeft de officier van justitie verzocht om tevens de geslachtsnaam van de aangever te verbeteren in “ [geslachtsnaam 2] ”.

4.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de officier van justitie gedeeltelijk toegewezen, namelijk voor zover dit verzoek ziet op de verbetering van de geslachtsnaam van de moeder (tevens de aangever) en die van de minderjarige. Het verzoek van de officier van justitie is afgewezen, voor zover het ertoe strekt te gelasten dat in de geboorteakte de gegevens van de man als vadergegevens worden opgenomen.

4.3.

De ambtenaar BS kan zich met deze beschikking – ten dele – niet verenigen en is daarvan in hoger beroep gekomen. De ambtenaar BS heeft in het beroepschrift het hof verzocht de beschikking te vernietigen en te beslissen:

- dat de geboorteakte van de gemeente Bergen op Zoom die op aangifte van de moeder is opgemaakt op [datum] 2015, wordt doorgehaald en

- dat het geboorteregister van de gemeente Bergen op Zoom over het jaar 2015 wordt aangevuld met de volgende geboorteakte:

KIND

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 2]

Voornamen : [voornamen minderjarige]

Dag van geboorte : [geboortedatum minderjarige] -2015

(…) (…)

OUDERS

Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam 2]

Voornamen vader : [voornamen vader]

Geslachtsnaam moeder uit wie het kind is geboren : [geslachtsnaam 2]

Voornamen moeder uit wie het kind is geboren : [voornamen moeder]

OVERIGE GEGEVENS

GEBOORTEGEVENS OUDERS

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats moeder / vader] , Polen

Dag van geboorte vader : [geboortedatum vader] -1990

Plaats van geboorte moeder uit wie het kind is geboren : [geboorteplaats moeder / vader] , Polen

Dag van geboorte moeder uit wie het kind is geboren : [geboortedatum moeder] -1993

4.4.

Ter zitting bij het hof heeft de ambtenaar BS verzocht het petitum van het beroepschrift verbeterd te lezen, in die zin dat in de geboorteakte van de minderjarige tevens moeten worden vermeld de navolgende gegevens van de aangever:

AANGEVER

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 2]

Voornamen : [voornamen moeder]

Plaats van geboorte : [geboorteplaats moeder / vader] , Polen

Dag van geboorte : [geboortedatum moeder] -1993

4.5.

De advocaat-generaal heeft schriftelijk geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, voor zover het betreft het oordeel van de rechtbank over het wel of niet opnemen van de vadergegevens in de geboorteakte van de minderjarige.

5 De beoordeling

5.1.

De ambtenaar BS komt op tegen de beschikking van de rechtbank, voor zover het betreft de afwijzing van het verzoek van de officier van justitie om te gelasten dat de gegevens van de man als vadergegevens in de geboorteakte worden opgenomen. De ambtenaar BS voert in dit kader, samengevat, het volgende aan.

De geboorteakte van de minderjarige dient de juridische afstamming weer te geven zoals deze was op het moment van zijn geboorte. Toen de akte werd opgemaakt heeft de moeder verzuimd te vermelden dat zij gehuwd geweest was en haar zoon binnen 300 dagen na de huwelijksontbinding is geboren. Op grond van het toepasselijke Poolse afstammingsrecht was de man juridisch vader en hadden zijn gegevens dus in de geboorteakte vermeld moeten worden. De rechtbank heeft ten onrechte aan de pas later in Polen uitgesproken ontkenning van het vaderschap, waarvan de rechtsgevolgen terugwerken tot het moment van de geboorte, de conclusie verbonden dat in de geboorteakte niet de gegevens van de man als vadergegevens vermeld dienen te worden. Dit is in strijd met rechtspraak van de Hoge Raad waarin is uitgemaakt dat het stelsel van de wet vastlegging van de historische gang van zaken beoogt. Nadat de verzochte nieuwe geboorteakte in het geboorteregister is opgenomen, zal de ambtenaar BS de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap als latere vermelding aan deze geboorteakte toevoegen, aldus de ambtenaar BS.

5.2.

De advocaat-generaal heeft zich in zijn schriftelijke conclusie, kort gezegd, aangesloten bij het betoog van de ambtenaar BS in het beroepschrift.

5.3.

De moeder en de man zijn in de procedure in hoger beroep niet verschenen. Zij hebben ter zitting bij de rechtbank verklaard dat zij niet willen dat de man als de vader van de minderjarige wordt aangemerkt omdat de man niet zijn biologische vader is. De moeder heeft ten overstaan van de rechtbank verklaard dat zij graag wil dat de minderjarige in de geboorteakte wordt opgenomen met de geslachtsnaam van zijn biologische vader, te weten “ [geslachtsnaam 3] ”.

5.4.

Het hof overweegt omtrent het voorgaande als volgt.

5.4.1.

Gelet op het bepaalde in artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.

5.4.2.

Op grond van het hier toepasselijke artikel 1:24 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, gelasten.

5.4.3.

Ingevolge artikel 10:92 BW wordt de vraag of de minderjarige door geboorte in familierechtelijke betrekking tot de man is komen te staan, beheerst door het Poolse recht. Volgens artikel 62 § 1 van het Poolse Wetboek van Familie en Voogdij van 25 februari 1964 (hierna: het Poolse Familiewetboek) wordt vermoed dat een tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de beëindiging van het huwelijk geboren kind, de echtgenoot van de moeder als vader heeft. De minderjarige is geboren binnen 300 dagen na de ontbinding van het huwelijk tussen de moeder en de man. Volgens artikel 62 § 3 van het Poolse Familiewetboek kan het wettelijk vermoeden van vaderschap evenwel worden weggenomen door een ontkenning van het vaderschap. Blijkens het hierboven vermelde (onherroepelijk geworden) vonnis van de Districtsrechtbank in [geboorteplaats moeder / vader] (Polen) van 14 september 2016 is dit vermoeden weerlegd en is vastgesteld dat de man niet de vader van de minderjarige is.

5.4.4.

De moeder heeft ten overstaan van de rechtbank verklaard dat ene [geslachtsnaam 3] de biologische vader van de minderjarige is en dat zij graag wenst dat diens naam als geslachtsnaam in de geboorteakte van de minderjarige wordt vermeld. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is de vraag gerezen of wellicht [geslachtsnaam 3] inmiddels in Polen of op de Poolse ambassade of het Poolse Consulaat-Generaal in Nederland de minderjarige heeft erkend. Dit is onopgehelderd gebleven omdat de moeder in hoger beroep niet is verschenen.

5.4.5.

Het hof acht het in het belang van de minderjarige dat er een zo compleet en actueel mogelijk beeld omtrent zijn afstamming(sgeschiedenis) ontstaat. In dit kader acht het hof het gewenst dat er opheldering komt over de vraag of het vaderschap over de minderjarige inmiddels door een derde, meer in het bijzonder [geslachtsnaam 3] , is erkend. Omdat deze procedure (onder meer) een zaak van afstamming betreft, zal het hof op de voet van artikel 1:212 BW ambtshalve een bijzondere curator benoemen. Van de bijzondere curator wordt verwacht dat hij de belangen van de minderjarige in deze procedure behartigt en zich inspant om het hof te voorzien van voormelde ontbrekende informatie, evenals van overige informatie die hij in deze procedure relevant acht. Mocht van een erkenning door [geslachtsnaam 3] (of een andere derde) sprake zijn, dan wenst het hof van de bijzondere curator tevens te vernemen wat daarvan volgens het toepasselijke recht de consequenties zijn voor de in deze procedure te nemen beslissing(en).

5.4.6.

Het hof heeft mr. [bijzondere curator] , advocaat te [kantoorplaats] , bereid gevonden de taak van bijzondere curator ex artikel 1:212 BW op zich te nemen.

5.4.7.

Op grond van het voorgaande zal het hof, alvorens nader te beslissen, mr. [bijzondere curator] benoemen tot bijzondere curator.

5.4.8.

Het hof wijst de moeder erop dat zij de verplichting heeft de bijzondere curator, indien hij daarom verzoekt, de gewenste informatie te verstrekken. Het hof zal een afschrift van alle processtukken alsmede de adresgegevens van de moeder aan de bijzondere curator doen toekomen.

5.4.9.

Het hof zal de bijzondere curator verzoeken om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen datum van een nadere mondelinge behandeling, rapport uit te brengen omtrent zijn bevindingen.

5.4.10.

Het hof overweegt verder nog als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is een vraag gerezen omtrent het tijdstip waarop de moeder haar meisjesnaam heeft teruggekregen. Ingevolge artikel 10:19 BW wordt de geslachtsnaam van de moeder bepaald door het Poolse recht. Van de zijde van het hof is gewezen op artikel 59 van het Poolse Familiewetboek. Volgens dit artikel kan binnen drie maanden nadat de echtscheidingsuitspraak rechtskracht heeft gekregen, de gescheiden echtgenoot die vanwege de huwelijkssluiting zijn of haar geslachtsnaam heeft gewijzigd door middel van een ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand af te geven verklaring wederom de geslachtsnaam aannemen die hij of zij voorafgaande aan de huwelijkssluiting had. Volgens het internationale uittreksel uit de huwelijksakte is het huwelijk tussen de moeder en de man op 17 november 2015 ontbonden. De moeder heeft ter zitting bij de rechtbank verklaard dat zij sinds 21 april 2016 weer haar meisjesnaam als geslachtsnaam heeft. Dat is evenwel een datum die is gelegen later dan drie maanden na de huwelijksontbinding.

Het dossier bevat geen bescheiden waaruit met zekerheid valt af te leiden dat de moeder haar meisjesnaam inderdaad op de door haar gestelde datum als geslachtsnaam heeft teruggekregen. De ambtenaar BS heeft ter zitting in hoger beroep opgemerkt dat wellicht de Afdeling Burgerzaken van de woongemeente van de moeder over bescheiden ter zake beschikt. Het hof verzoekt de ambtenaar BS om – voor zover die bescheiden aldaar nog aanwezig zijn – deze in het geding te brengen, en wel uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen datum van een nadere mondelinge behandeling.

5.4.11.

Tot slot wenst het hof – zoals ter zitting besproken – van de ambtenaar BS te vernemen, waarom in het beroepschrift wordt verzocht om doorhaling van de huidige geboorteakte en aanvulling van het geboorteregister met de verzochte nieuwe geboorteakte, en niet om verbetering van de huidige geboorteakte.

5.4.12.

Op grond van het voorgaande zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden. De ambtenaar BS, de bijzondere curator en de overige belanghebbenden worden opgeroepen voor een nadere mondelinge behandeling op de hierna vermelde datum. Deze beschikking geldt als de oproeping voor die mondelinge behandeling.

6 De beslissing

Het hof:

benoemt op de voet van artikel 1:212 BW tot bijzondere curator:

mr. [bijzondere curator] ,

[Advocaten] Advocaten,

kantoorhoudende aan [adres] , postbus [postbus] , [postcode] [kantoorplaats] ;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking en van alle overige processtukken aan de bijzondere curator zal toezenden;

bepaalt dat de griffier van dit hof de adresgegevens van de moeder aan de bijzondere curator zal verstrekken;

verzoekt de bijzondere curator uiterlijk twee weken vóór de hierna te melden datum van de nadere mondelinge behandeling aan het hof schriftelijk te rapporteren;

stelt de ambtenaar BS in de gelegenheid uiterlijk twee weken vóór de hierna te melden datum van de nadere mondelinge behandeling eventuele nadere stukken in te dienen als vermeld onder 5.4.10 (slot), alsmede het hof de onder 5.4.11 verzochte toelichting te doen toekomen;

roept de ambtenaar BS, de bijzondere curator en de overige belanghebbenden op om te verschijnen op een nadere mondelinge behandeling, te houden op 16 april 2019, te 11.30 uur;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.M.M. Mostermans, C.N.M. Antens en C.A.R.M. van Leuven en is op 22 november 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.