Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4720

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-03-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
20-001272-16
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:888, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

11a Opiumwet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001272-16

Uitspraak : 13 maart 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 20 april 2016 in de strafzaak met parketnummer 01-820210-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag en -maand] 1979,

wonende te [woonadres] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren alsmede een geldboete van € 10.000,00.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen verbeurd zal verklaren.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Daarnaast heeft de verdediging verzocht dat het hof de teruggave zal gelasten van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen aan verdachte.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 26 mei 2015 te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek, in elk geval in het arrondissement Oost-Brabant, (in een (winkel)pand aan [adres ] ) stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens, te weten,

-10, althans een of meer assimilatielamp(en) en/of

-14, althans een of meer schakelbord(en) en/of

-15, althans een of meer do(os/zen) met (ijzeren) koppelstuk(ken) en/of

- 4, althans een of meer pallet(s) met (ijzeren) koppelstuk(ken) en/of

- 6, althans een of meer koolstoffilter(s) en/of

- een luchtafzuiger en/of

- 3, althans een of meer slakkenhui(s)zen (inbouwventilator(en)) en/of

- 45, althans een of meer, ventilator(en) en/of

- 7, althans een of meer klimaatregelaar(s) (OptiClimate) en/of

- 4, althans een of meer Co2-booster(s)/hotbox(en) en/of

- 5, althans een of meer kachel(s) en/of

- 2, althans een of meer temperatuur ventilatieregelaar(s) en/of

- 14, althans een of meer water-beluchting en/of dompelpomp(en) en/of

- 25, althans een of meer hydro-Ph/EC meter(s) en/of

- 2, althans een cannacutter(s) en/of

- 4, althans een of meer sealappara(a)t(en) en/of

- 2, althans een groeitent(en) en/of

- een tas met droogrek(ken) en/of

- 70, althans een of meer do(os/zen) met big shopper(s)/sporttas(sen) en/of

- 3, althans een of meer do(os/zen) met Turkish bag(s) en/of

- 8, althans een of meer (zwarte) sporttas(sen) en/of

- een (witte) kast en/of

- 538, althans een of meer, stekbak(jes) en/of

- 50, althans een meer do(os/zen) met kweekmat(ten) (merk Agra wool) en/of

- 4, althans een of meer do(os/zen) met kweekbak(ken) en/of

- 2, althans een aluminium luchtkoker(s) en/of

- 40, althans een of meer zak(ken) wol kweekpak en/of

- 288, althans een of meer zak(ken) steenwolkorrel(s) en/of

- 25, althans een of meer do(os/zen) met luchtslang(en) (Combi Connect Nuova B, 203mm) en/of

- 8, althans een of meer do(os/zen) met luchtslang(en) (Combi Connect Nuova B, 127mm) en/of

- 39, althans een of meer do(os/zen) met luchtslang(en) (Combi Connect Nuova B, 315mm) en/of

- 4, althans een of meer do(os/zen) met luchtslang(en) (Combi Connect Nuova B, 457mm) en/of

- 14, althans een of meer luchtslang(en) (Sono Connect BS25PMP, 254mm) en/of

- 8, althans een of meer luchtslang(en) (Sono Connect BS25PMP, 406mm) en/of

- 6, althans een of meer luchtslang(en) (Sono Connect BS25PMP, 160mm) en/of

- 5, althans een of meer luchtslang(en) (Sono Connect BS25PMP, 127mm) en/of

- 2, althans een luchtslang(en) (Sono Connect BS25PMP, 457mm) en/of

- 7, althans een of meer luchtslang(en) (Soni 15 Galla 315) en/of

- 2, althans een do(os/zen) met slang(en) (305mm) en/of

- meerdere, althans een jerrycan(s)/verpakking(en) voedingsmiddel(en) en/of

- meerdere, althans een spuitbus(sen) geurverdrijver(s),

bestemd tot het plegen van een of meer feit(en) strafbaar gesteld in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten:

- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een grote hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of te koop aangeboden en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 maart 2015 tot en met 26 mei 2015 te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek, in een (winkel)pand aan [adres ] stoffen en voorwerpen, te weten,

-10 assimilatielampen en

-14 schakelborden en

-15 dozen met koppelstukken en

- 4 pallets met koppelstukken en

- 6 koolstoffilters en

- een luchtafzuiger en

- 3 slakkenhuizen en

- 45 ventilatoren en

- 7 klimaatregelaars (OptiClimate) en

- 4 Co2-boosters/hotboxen en

- 5 kachels en

- 2 temperatuur ventilatieregelaars en

- 14 dompelpompen en

- 25 hydro-Ph/EC meters en

- 2 cannacutters en

- 4 sealapparaten en

- 2 groeitenten en

- een tas met droogrekken en

- 70 dozen big shoppers/sporttassen en

- 3 dozen Turkish bags en

- 8 ( zwarte) sporttassen en

- een (witte) kast en

- 538 stekbakjes en

- 50 dozen met kweekmatten (merk Agra wool) en

- 4 dozen met kweekbakken en

- 2 aluminium luchtkokers en

- 40 zakken wol kweekpak en

- 288 zakken steenwolkorrels en

- 25 dozen met luchtslangen (Combi Connect Nuova B, 203mm) en

- 8 dozen met luchtslangen (Combi Connect Nuova B, 127mm) en

- 39 dozen met luchtslangen (Combi Connect Nuova B, 315mm) en

- 4 dozen met luchtslangen (Combi Connect Nuova B, 457mm) en/of

- 14 luchtslangen (Sono Connect BS25PMP, 254mm) en

- 8 luchtslangen (Sono Connect BS25PMP, 406mm) en

- 6 luchtslangen (Sono Connect BS25PMP, 160mm) en

- 5 luchtslangen (Sono Connect BS25PMP, 127mm) en

- 2 luchtslangen (Sono Connect BS25PMP, 457mm) en

- 7 luchtslangen (Soni 15 Galla 315) en

- 2 dozen slangen (305mm) en

- meerdere jerrycans/verpakkingen voedingsmiddelen en

- meerdere spuitbussen geurverdrijvers,

bestemd tot het plegen van een feit strafbaar gesteld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet, te weten:

- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

heeft te koop aangeboden en/of voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die stoffen en voorwerpen bestemd waren tot het plegen van die feiten.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Op gronden nader verwoord in haar pleitnota heeft de verdediging – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. De aangetroffen goederen hebben niet de bestemming beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige hennepteelt. De goederen waren immers bestemd voor de gedoogde thuisteler en de enkele (resterende) zware materialen die er nog lagen, waren bedoeld voor het afval. De kleinschalige teelt voor eigen gebruik – en dus niet voor geldelijk gewin – valt niet onder het bereik van artikel 11a Opiumwet. Voorts kan de hoeveelheid goederen verdachte niet worden tegengeworpen. Verdachte heeft weliswaar groot ingekocht – teneinde (meer) korting te verkrijgen – maar blijkens de door de verdediging overgelegde facturen worden er geen grote hoeveelheden verkocht. Daarnaast had verdachte geen criminele intentie. Met het oog op de invoering van artikel 11a Opiumwet werden de goederen nog slechts aan één afnemer (een bedrijf) verkocht die op zijn beurt slechts aan particuliere tuinders verkocht ten behoeve van ‘indoor gardening’. Met die afnemer stond verdachte nauw in contact en hij ging er niet van uit dat de goederen bestemd waren tot beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige hennepteelt, noch had hij ernstige reden dit te vermoeden, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het dossier volgt dat de voorwerpen die in de bewezenverklaring zijn opgenomen op 26 mei 2015 in het bedrijfspand van verdachte aan [adres ] in Aarle-Rixtel zijn aangetroffen. Voorts zijn er naast deze voorwerpen ook rollen zeil, armaturen, een grote hoeveelheid elektriciteitskabels, zakken potgrond, een tuinslang, strijkzakken, een strijkijzer en hennepresten aangetroffen. Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat de in bewezenverklaring opgenomen (witte) kast een kweekkast voor hennep betreft en kan dienen als voorbeeld voor de inrichting van een professionele hennepkwekerij (einddossier, pag. 50). Verdachte heeft verklaard dat hij de eigenaar van de goederen is.

Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij op de hoogte was van de wetswijzing per 1 maart 2015, dat hij zich door [betrokkene ] heeft laten voorlichten en vervolgens daarop zijn assortiment heeft aangepast.

Artikel 11a Opiumwet stelt strafbaar degene die onder meer te koop aanbiedt of voorhanden heeft stoffen of voorwerpen of gegevens, waarvan hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van hennepteelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (als bedoeld in art. 11, derde lid, van de Opiumwet) en/of het plegen van grootschalige hennepteelt (als bedoeld in art. 11, vijfde lid, van de Opiumwet).

Met betrekking tot de vraag welke betekenis toekomt aan de termen ‘in de uitoefening van een beroep of bedrijf’ en ‘grote hoeveelheid’ heeft het volgende te gelden.

De Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs, geeft indicatoren voor het bedrijfsmatig verhandelen en telen van cannabis. Voor beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt is voorts de mate van professionaliteit en het doel van de teelt van belang. In bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet (inhoudende o.a. regels met betrekking tot de vervolging bij grote hoeveelheden alsmede bij beroeps- of bedrijfsmatig geproduceerde hoeveelheden) is een lijst opgenomen met indicatoren aangaande de professionaliteit: als aan twee of meer punten van hoge professionaliteit op die lijst is voldaan, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, beroeps- of bedrijfsmatig handelen aangenomen. Een aantal van deze indicatoren zijn: belichting d.m.v. kunstlicht op tijdklokken, thermostaat- of computergestuurde verwarming, ventilatie d.m.v. afzuiging naar buiten en steenwol als bodem.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat met betrekking tot de vraag of sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige teelt niet zozeer de hoeveelheid planten van belang is, doch veeleer de mate van professionaliteit en de gerichtheid op het behalen van financiële winst. Met betrekking tot de term ‘grote hoeveelheid’ geldt dat in art. 1 lid 2 Opiumwetbesluit wordt bepaald dat als een grote hoeveelheid moet worden beschouwd: 500 gram hennep, 200 hennepplanten en 500 eenheden van een ander middel als bedoeld in lijst II.

Op 26 mei 2015 is door de politie bij het binnentreden van het bedrijfspand van de verdachte aan [adres ] te Aarle-Rixtel een grote hoeveelheid goederen aangetroffen, welke goederen, zoals de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard, bestemd waren voor indoor growing. Gelet op het beperkte assortiment aan goederen, de aard en of de functie van de goederen, de combinatie van diverse voor hennepteelt geschikte goederen en de aangetroffen hennepresten, is het hof van oordeel dat de aangetroffen goederen waren bestemd voor het telen van hennepplanten. Het hof wijst daarbij met name op de aangetroffen koolstoffilters, slakkenhuizen, assimilatielampen, cannacutters, groeitenten, schakelborden, klimaatregelaars, kweekmatten, zakken steenwolkorrels, strijkijzer en strijkzakken (waardoor de hennep zonder geur en uiterlijke kenmerken kan worden vervoerd). Voorts worden hiermee minstens twee punten van de lijst met indicatoren van professionaliteit uit de Aanwijzing Opiumwet bestreken, waarmee de bestemming voor bedrijfsmatige teelt is komen vast te staan.

Ten aanzien van deze voorwerpen en stoffen is het hof van oordeel, dat het volstrekt niet aannemelijk is dat die voorwerpen en stoffen worden gebruikt in kleinschalige, niet professioneel ingerichte hennepkwekerijen die gericht zijn op teelt van enkele hennepplanten voor eigen huiselijk gebruik, maar dat zij vanwege hun aard en/of functie in ieder geval zijn bestemd voor bedrijfsmatig gebruik onder professioneel gecreëerde omstandigheden ter bevordering van een optimale oogst en een optimale financiële opbrengst van de hennepkwekerij, dus op verkoop van de oogst.

Het hof beschouwt de door de politie aangetroffen stoffen en voorwerpen, met name vanwege de (combinatie van de) hiervoor specifiek beschreven aangetroffen goederen, als een gezamenlijkheid van goederen die zijn bestemd voor bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt. Dat een aantal aangetroffen voorwerpen afzonderlijk ook kunnen zijn bestemd voor kleinschalige hennepteelt of anderszins doet daar niet aan af.

Dat verdachte van deze bestemming wist of in ieder geval ernstige redenen had om dit te vermoeden en met zijn handelen (opzettelijk) de bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt faciliteerde, staat naar het oordeel van het hof eveneens buiten kijf. Verdachte heeft in het verleden zelf ervaring opgedaan met hennepteelt. Hij is daarvoor onherroepelijk veroordeeld . Op de zitting in eerste aanleg heeft verdachte verklaard dat hij naast zijn [bedrijf] een handel had in growshopspullen, Dit wordt bevestigd door [getuige] (einddossier, pag. 39 en 40), een goede bekende van verdachte die heeft verklaard dat het bedrijf van verdachte aan [adres ] een groothandel voor growshops is. Verdachte wist van de inwerkingtreding van artikel 11a Opiumwet en heeft zich daaromtrent laten voorlichten door een raadsman. Het door zijn raadsman gegeven advies was om bepaalde voorwerpen, zoals bijvoorbeeld complete sets lampen en koolstoffilters, ofwel het zware materiaal, achterwege te laten, aldus de verdachte. Vervolgens heeft verdachte, naar zijn zeggen, zijn assortiment daarop aangepast en zouden in zijn pand aangetroffen goederen slechts bestemd zijn voor de kleinschalige hennepteelt. Desalniettemin zijn op 25 mei 2017 in zijn bedrijfspand onder meer koolstoffilters, slakkenhuizen, assimilatielampen en cannacutters aangetroffen gericht op bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt. Naar het oordeel van het hof kan het dus niet anders dan dat verdachte van deze bestemming wist of in ieder geval ernstige redenen had om dit te vermoeden en hij faciliteerde met zijn handelen (opzettelijk) de bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt. Het feit dat de verdachte na 1 maart 2015, naar zijn zeggen, slechts aan één [afnemer] , een groothandel waarmee hij in nauw contact stond, goederen verkocht en niet rechtstreeks aan particulieren, doet aan het voorgaande niet af. Uit niets is immers gebleken dat dit bedrijf verdachte enige garantie had geboden dat de goederen niet gebruikt zouden worden voor de bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt.

De stelling van verdachte dat hij de ‘zware materialen’ niet wilde verkopen en/of dat het afval betreft, acht het hof bij gebrek aan enige onderbouwing daarvoor niet aannemelijk geworden.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

stoffen en voorwerpen te koop aanbieden en/of voorhanden hebben waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van de in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

De verdediging heeft (subsidiair) verzocht dat het hof in plaats van een geldboete een taakstraf aan verdachte zal opleggen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het te koop aanbieden en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd ter voorbereiding of vergemakkelijking van bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt. Softdrugs vormen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik van dergelijke verdovende middelen leidt tot veel criminaliteit en overlast, mede gezien de grote financiële belangen die met de handel in verdovende middelen gemoeid zijn. Dit is de reden dat de verstrekking van softdrugs aan banden is gelegd. Door de handelwijze van verdachte wordt dit restrictieve beleid doorkruist. Het hof rekent dit verdachte zeer aan.

Bij de strafoplegging heeft het hof voorts in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het feit dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 januari 2018 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Alles overziend, acht het hof, in afwijking van hetgeen de advocaat-generaal heeft gevorderd, in dit geval oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren alsmede een geldboete van € 5.000,00, te vervangen door 60 dagen hechtenis, passend en geboden.

Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

In beslag genomen goederen

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 11a van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 5.000,00 (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de onder 1 tot en met 41 vermelde goederen op de beslaglijst, welke lijst is gehecht aan het arrest.

Aldus gewezen door:

mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven, voorzitter,

mr. S. Riemens en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.A.J. van de Kamp, griffier,

en op 13 maart 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.