Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4693

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-11-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
200.223.165_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3037
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zorgregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 15 november 2018

Zaaknummer: 200.223.165/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/312813 / FA RK 16-4904

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. A.G.J. de Vries,

tegen

mr. J. Stappaerts-Zijlmans,

hierna te noemen: de bijzondere curator,

handelend in haar hoedanigheid van bijzondere curator van de minderjarigen:

[minderjarige 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

en

[minderjarige 2] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

advocaat: mr. J. Stappaerts-Zijlmans.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

- [belanghebbende] (hierna te noemen : de moeder).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

5 De beschikking d.d. 12 juli 2018

Bij die beschikking heeft het hof bepaald dat de vader voorlopig gerechtigd is tot contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] iedere zaterdag van 12.00 uur tot 22.00 uur en verder op de wijze zoals onder rechtsoverweging 3.4 van die beschikking is omschreven. Voorts heeft het hof iedere verdere beslissing met betrekking tot de contactregeling aangehouden tot 11 oktober 2018 en de advocaten van partijen en de bijzondere curator verzocht het hof uiterlijk twee weken vóór voormelde pro forma datum te informeren omtrent het verloop van hetgeen partijen zijn overeengekomen en omtrent het gewenste verdere verloop van de procedure.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het journaalbericht met bijlage van de bijzondere curator, ingekomen ter griffie op 25 september 2018;

- het journaalbericht van de advocaat van de moeder, ingekomen ter griffie op 26 september 2018;

- het journaalbericht van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 27 september 2018.

6.1.2.

Verder is op 16 oktober 2018 ingekomen een journaalbericht van de advocaat van de vader. Nu de mondelinge behandeling is gesloten en het hof partijen geen toestemming heeft gegeven nog stukken na te zenden, slaat het hof daarop geen acht, hetgeen de advocaat van de vader in het op 17 oktober 2018 ingekomen journaalbericht eveneens heeft verzocht.

6.2.

De bijzondere curator heeft het hof bij voormeld bericht te kennen gegeven geen nadere mondelinge behandeling te wensen. De moeder heeft in voormeld bericht niet aangegeven of zij een nadere mondelinge behandeling wenst. De vader heeft in voormeld bericht aangegeven dat er geen eindbeschikking kan worden gegeven en al helemaal niet zonder nadere mondelinge behandeling. Het hof ziet in hetgeen door de vader in dit kader naar voren wordt gebracht geen aanleiding voor een voortzetting van de mondelinge behandeling en neemt hierbij in aanmerking dat partijen c.q. de belanghebbenden hun standpunten omtrent de geschilpunten reeds tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 31 mei 2018 uitgebreid naar voren hebben kunnen brengen en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten over het verloop van hetgeen partijen tijdens voormelde mondelinge behandeling zijn overeengekomen en het gewenste verdere verloop schriftelijk naar voren te brengen. Daarom zal het hof de zaak op de stukken afdoen en heeft er geen voortgezette mondelinge behandeling plaatsgevonden.

7 De verdere beoordeling

7.1.

De vader voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting en in voormeld bericht, samengevat, het volgende aan.

Sinds half februari 2018 vond er tussen de vader en de kinderen geen contact meer plaats. De vader miste de kinderen en hij wilde dat het contact werd hersteld. De vader staat en stond open voor gesprekken met de kinderen over wat zij willen en hoe de vader het vertrouwen van de kinderen weer kan terugwinnen.

De weerstand van de kinderen tegen de contactregeling is onvoldoende voor de beperking van het contact, zeker nu dit indruist tegen het raadsadvies. De onderlinge band kan met deze regeling nooit worden versterkt. Ook kan de vader niets met de kinderen ondernemen en heeft hij geen mogelijkheid om met de kinderen op vakantie te gaan. De vader wil graag een uitgebreidere contactregeling, maar in ieder geval een hele dag per week. In de toekomst moet de vader met de kinderen op vakantie kunnen. Verder moet de regeling duidelijk zijn, zodat de kinderen weten wat er van hen wordt verwacht. De vader vraagt zich overigens af of [minderjarige 1] , gelet op zijn leeftijd, gedwongen kan worden tot contact.

Nadat de ouders in overleg met de kinderen ter zitting van 31 mei 2018 afspraken hebben gemaakt over een voorlopige gewijzigde contactregeling, hebben de vader en de kinderen deze voorlopige contactregeling in overleg beperkt tot zaterdag van 11.00 uur tot 20.00 uur zodat de kinderen meer vrijheid hebben om de zaterdagen in te vullen op een wijze zoals zij wensen. Wel is afgesproken dat de kinderen hun eigen afspraken, vrije tijdsbesteding, werk, etc. na 20.00 uur inplannen. Juist rond het avondeten kunnen de vader en de kinderen even rustig samen gaan zitten. De vader wil niet nog meer quality time inleveren en dit is ook niet in het belang van de kinderen. Een einduitspraak kan nog niet worden gegeven omdat de uitkomst van de (nog niet opgestarte) systeemtherapie moet worden afgewacht en er nog geen afspraak is gemaakt over een vakantie- en feestdagenregeling.

7.2.

De bijzondere curator voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting en in voormeld bericht, samengevat, het volgende aan.

Vanwege de grote weerstand bij de kinderen tegen een uitgebreider contact is de door de rechtbank vastgestelde regeling meer in het belang van de kinderen dan de door de vader verzochte regeling. In de beleving van de kinderen zijn er vervelende dingen gebeurd. Het vertrouwen van de kinderen in de vader zal langzaam herstellen indien de vader investeert in een leuke tijd met de kinderen, beter aansluit bij de kinderen en anders met ze omgaat. De door de rechtbank vastgestelde regeling geeft de kinderen ruimte voor een meer onbelast en meer ontspannen contact met de vader. Wel is een middag in het weekend wellicht beter omdat er dan meer ruimte is om verschillende activiteiten te ondernemen. Voor de vakanties en feestdagen is terecht geen verdeling vastgesteld. De kinderen willen dat de reguliere regeling dan doorloopt, behalve in de weken dat zij met de moeder op vakantie gaan. Tijdens de vakanties willen zij wel extra naar de vader, maar zij willen daartoe niet worden verplicht. Verder willen zij één van de kerstdagen bij de vader verblijven zonder overnachting.

[minderjarige 2] gaat nog steeds niet zo graag naar de vader. De uitstapjes die ze maken vindt [minderjarige 2] niet leuk en met de voorstellen van [minderjarige 2] gebeurt niets. [minderjarige 1] vindt de uitstapjes ook niet leuk, maar heeft zelf nooit een andere activiteit voorgesteld. De vader lijkt zich wel wat flexibeler op te stellen, maar hij lijkt nog wel strak vast te houden aan zijn tijd en iedere keer compensatie te verwachten hetgeen bij de kinderen vooral weerstand oproept. Door de wijziging van de ter zitting overeengekomen regeling hebben de kinderen meer vrijheid om hun zaterdagavonden met vrienden door te brengen. Deze regeling is voor iedereen haalbaar en acceptabel. De vader lijkt zijn best te doen, maar de communicatie zowel vanuit de vader als vanuit de kinderen laat te wensen over en systeemtherapie kan hierin nog steeds veel verbetering brengen. De bijzondere curator verzoekt de tussen partijen overeengekomen gewijzigde contactregeling vast te stellen, inhoudende dat er op zaterdag van 11.00 uur tot 20.00 uur contact plaatsvindt met uitzondering van de weken dat de ouders of de kinderen op vakantie zijn.

7.3.

De moeder voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting en in voormeld bericht, samengevat, het volgende aan.

Een uitbreiding van de door de rechtbank vastgestelde contactregeling is niet in het belang van de kinderen. Met deze regeling krijgen de vader en de kinderen de kans om positieve ervaringen op te doen en van daaruit te bezien of uitbreiding mogelijk is. Door een aantal voorvallen hebben de kinderen echter het vertrouwen in de vader verloren. De kinderen voelen zich niet door de vader gehoord. Met het dwingende karakter van de verzochte regeling duwt de vader de kinderen alleen maar van zich af. [minderjarige 2] wil absoluut geen langere periode achter elkaar contact en dus ook geen vakantieregeling.

De moeder sluit zich aan bij het verzoek van de bijzondere curator. De kinderen zijn er bij de met de vader overeengekomen gewijzigde regeling vanuit gegaan dat [minderjarige 1] naar eventuele op zaterdag geplande wedstrijden van [voetbalclub] kan gaan en dat [minderjarige 2] in zich voordoende gevallen af en toe iets eerder naar een oppasadres kan gaan.

7.4.

De raad brengt ter zitting, samengevat, het volgende naar voren. De raad is van mening dat de kinderen niet helemaal vrij moeten worden gelaten en adviseert een contactregeling van minimaal één vaste dag per week. Ten aanzien van de ter zitting van 31 mei 2018 overeengekomen regeling mogen de ouders bij de evaluatie aangeven wat zij anders willen maar de regeling mag niet minder worden.

De kinderen en de vader moeten leren om op een goede manier met elkaar in gesprek te gaan en de kinderen moeten leren aan te geven wat zij willen. Verder moeten de ouders zich op de opvoeding gaan richten en niet langer op de onderlinge strijd. Hiervoor is het nodig dat door de ouders hulp wordt ingeschakeld, waarbij ook de kinderen worden betrokken.

7.5.

Het hof overweegt als volgt.

7.5.1.

Ingevolge artikel 1:377g juncto 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, indien haar blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven ter zake van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

7.5.2.

Weliswaar acht het hof het van belang dat de ouders en de kinderen systeemtherapie gaan volgen en zich daarbij volledig zullen inzetten om de onderlinge communicatie te verbeteren, maar, anders dan de vader, acht het hof het afgerond zijn van deze therapie niet noodzakelijk om tot een weloverwogen beslissing ten aanzien van de contactregeling te kunnen komen. De tussen de vader en de kinderen in overleg aangepaste contactregeling komt het hof het meest wenselijk in het belang van de kinderen voor, niet enkel vanwege de problemen in de onderlinge communicatie maar ook vanwege de voorgeschiedenis en de leeftijd van de kinderen. De aangepaste regeling maakt het voor de kinderen beter mogelijk om aan hun zaterdagavond een eigen invulling te geven. De omstandigheid dat deze regeling iets in duur is beperkt ten opzichte van de ter zitting van 31 mei 2018 overeengekomen regeling doet hier niet aan af. Het hof gaat ervan uit dat de kinderen hun afspraken zoveel mogelijk buiten het contact met de vader om plannen, maar begrijpt tegelijk dat inherent aan de leeftijd van de kinderen is dat zij meer een eigen leven gaan leiden, met daarbij behorende afspraken. Van de vader wordt verwacht dat hij hierin flexibel is. Het hof zal niet bepalen dat gemiste contacturen dienen te worden gecompenseerd, maar gaat ervan uit dat – in ieder geval voor volledig gemiste contactdagen – in onderling overleg een compensatiemoment wordt afgesproken. Het hof wenst hierbij op te merken dat hiermee niet bedoeld wordt dat de gemiste uren exact gecompenseerd dienen te worden maar dat ter compensatie een ander – wellicht korter – contactmoment wordt afgesproken, zoals bijvoorbeeld een keer avondeten. Van de moeder wordt verwacht dat zij de kinderen hierin de noodzakelijke de ruimte geeft.

Het hof acht een vastgestelde regeling voor de verdeling van de vakanties en feestdagen niet in het belang van de kinderen, gelet op hun leeftijd en hetgeen dienaangaande naar voren is gebracht. [minderjarige 1] is bij de eerstkomende vakantie, de kerstvakantie, al bijna meerderjarig hetgeen maakt dat hij naar het oordeel van het hof niet gedwongen kan worden om een deel van de vakanties en feestdagen bij de vader door te brengen. Alles in aanmerking nemende kan ook van [minderjarige 2] niet worden verwacht dat zij, zonder dit zelf te willen, een deel van de vakanties en feestdagen – zonder [minderjarige 1] – bij de vader doorbrengt. Het hof is van oordeel dat het aan de kinderen zelf kan worden overgelaten of en hoelang zij tijdens de vakanties en feestdagen bij de vader willen verblijven en of zij met een ouder op vakantie willen. Het hof zal derhalve bepalen dat de reguliere contactregeling tijdens de vakanties en feestdagen doorloopt, tenzij de kinderen op vakantie zijn, waarbij er geen compensatie van gemiste contactmomenten plaatsvindt.

7.6.

Op grond van het voorgaande zal het hof beschikken als volgt.

8 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 juni 2017;

wijzigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 november 2009 en het bij die beschikking behorende ouderschapsplan wat betreft de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt:

stelt inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder met betrekking tot [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, en [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, een contactregeling vast inhoudende dat er contact plaatsvindt tussen de vader en de kinderen:

iedere zaterdag van 11.00 uur tot 20.00 uur, welke regeling doorloopt tijdens de vakanties en feestdagen, met uitzondering van de dagen waarop de ouders of de kinderen op vakantie zijn, waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun afspraken zoveel mogelijk buiten de contactmomenten om plannen, en waarbij gemiste contactmomenten wegens vakantie niet hoeven te worden gecompenseerd en andere gemiste contactmomenten enkel in onderling overleg hoeven te worden gecompenseerd;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, H. van Winkel en H.J.M. van Arkel-van Gasselt en is op 15 november 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.