Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4659

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-11-2018
Datum publicatie
15-11-2018
Zaaknummer
200.241.535_01 en 200.241.542_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind

Mentorschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 8 november 2018

Zaaknummers: 200.241.535/01 en 200.241.542/01

Zaaknummers eerste aanleg: 6554544 BM VERZ 17-7212 / 6554599 MS VERZ 17-1381 en 6554764 BM VERZ 17-7213 / 6554818 MS VERZ 17-1382

in de zaak (200.241.535/01) in hoger beroep van:

[appellant (200.241.535_01)] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. H.N.H. Dresschers,

alsmede in de zaak (200.241.542/01) in hoger beroep van:

[appellante (200.241.542_01] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. H.N.H. Dresschers,

Als belanghebbenden in beide zaken worden aangemerkt:

- Stichting Sevagram, gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekster in eerste aanleg (hierna te noemen: Sevagram);

- [de bewindvoerder/mentor] , h.o.d.n. Bewindvoering in de Zorg, de bewindvoerder en mentor (hierna te noemen: de bewindvoerder/mentor).

1 Het geding in eerste aanleg

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.535/01

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 maart 2018, met zaaknummer 6554544 BM VERZ 17-7212 / 6554599 MS VERZ 17-1381.

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.542/01

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 maart 2018 met zaaknummer 6554764 BM VERZ 17-7213 / 6554818 MS VERZ 17-1382.

2. Het geding in hoger beroep

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.535/01

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 juni 2018, heeft de man verzocht voormelde beschikking met zaaknummer 6554544 BM VERZ 17-7212 / 6554599 MS VERZ 17-1381 te vernietigen en, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [voorgestelde bewindvoerder en mentor] (hierna: [voorgestelde bewindvoerder en mentor] ) tot bewindvoerder en mentor te benoemen, met veroordeling van Sevagram in de kosten van de procedure.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 september 2018, heeft Sevagram verzocht voormelde beschikking met zaaknummer 6554544 BM VERZ 17-7212 / 6554599 MS VERZ 17-1381 te bekrachtigen.

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.542/01

2.3.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 juni 2018, heeft de vrouw verzocht voormelde beschikking met zaaknummer 6554764 BM VERZ 17-7213 / 6554818 MS VERZ 17-1382 te vernietigen en, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [voorgestelde bewindvoerder en mentor] tot bewindvoerder en mentor te benoemen, met veroordeling van Sevagram in de kosten van de procedure.

2.4.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 september 2018, heeft Sevagram verzocht voormelde beschikking met zaaknummer 6554764 BM VERZ 17-7213 / 6554818 MS VERZ 17-1382 te bekrachtigen.

In beide zaken

2.5.

Bij verweerschrift met productie, ingekomen ter griffie op 13 september 2018, heeft de bewindvoerder/mentor haar reactie op de beroepschriften gegeven.

2.6.

De mondelinge behandeling van beide zaken heeft gelijktijdig plaatsgevonden op 2 oktober 2018. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de man, bijgestaan door mr. Dresschers;

  • -

    Sevagram, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van sevagram 1] en [vertegenwoordiger van sevagram 2] , bijgestaan door mr. I.K. Decupere;

  • -

    de bewindvoerder/mentor.

2.7.

De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.535/01

2.8.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 7 maart 2018;

  • -

    het procesdossier eerste aanleg, ingekomen op 23 juli 2018.

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.542/01

2.9.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 7 maart 2018;

  • -

    het procesdossier eerste aanleg, ingekomen op 23 juli 2018.

In beide zaken

2.10.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het faxbericht van de bewindvoerder/mentor, ingekomen op 1 oktober 2018;

  • -

    de ter zitting door mr. Dresschers overgelegde pleitnota.

3 De beoordeling

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.535/01

3.1.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, kort samengevat, over de goederen die de man als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren bewind ingesteld en ten behoeve van de man een mentorschap ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder/mentor] , h.o.d.n. Bewindvoering in de Zorg, tot bewindvoerder en mentor.

3.2.

De man kan zich met deze beslissing, voor zover het betreft de benoeming van [de bewindvoerder/mentor] tot bewindvoerder en mentor, niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.542/01

3.3.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, kort samengevat, over de goederen die de vrouw als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren bewind ingesteld en ten behoeve van de vrouw een mentorschap ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder/mentor] , h.o.d.n. Bewindvoering in de Zorg, tot bewindvoerder en mentor.

3.4.

De vrouw kan zich met deze beslissing, voor zover het betreft de benoeming van [de bewindvoerder/mentor] tot bewindvoerder en mentor, niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

In beide zaken

3.5.

De man en de vrouw voeren in hun respectievelijke beroepschriften, zoals door de man en mr. Dresschers (namens de man en de vrouw) aangevuld ter zitting, kort samengevat, het volgende aan.

De man en de vrouw willen graag dat [voorgestelde bewindvoerder en mentor] , nicht van de vrouw en petekind van de man, tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd. De uitdrukkelijke voorkeur van de man en de vrouw had moeten worden gevolgd aangezien geen sprake is van gegronde redenen die zich tegen de benoeming van [voorgestelde bewindvoerder en mentor] verzetten. [voorgestelde bewindvoerder en mentor] heeft een goede band met de man en de vrouw en zij heeft hen in het verleden zowel op financieel als op persoonlijk vlak bijgestaan. [voorgestelde bewindvoerder en mentor] is niet uit op het geld van de man en de vrouw en wordt ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld. Zij is ook niet van plan de begeleiding door Zorg en Gezelschap te beëindigen.

De begeleiding door de bewindvoerder/mentor is niet slecht, maar wel zakelijk en er wordt onvoldoende rekening gehouden met de wensen van de man en de vrouw. [voorgestelde bewindvoerder en mentor] is meer persoonlijk betrokken en indien zij tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd, bestelt zij kleding die naar de wens van de man en de vrouw is, worden er tijdig specialistenconsulten geregeld en wordt er – indien hun gezondheid dit toelaat – financiële informatie aan de man en de vrouw verstrekt.

3.6.

Sevagram voert in haar verweerschriften, zoals aangevuld ter zitting, kort samengevat, het volgende aan.

De benoeming van een bewindvoerder en mentor was noodzakelijk voor een goede belangenbehartiging van de man en de vrouw. Vanwege hun fysieke en geestelijke gezondheidstoestand hebben zij een WLZ-indicatie voor beschermd wonen met intensieve dementiezorg. Bij de man is de diagnose dementie en beginnende Alzheimer vastgesteld en bij de vrouw de diagnose beginnende dementie.

De man en de vrouw hebben in eerste aanleg geen enkele/uitdrukkelijke voorkeur geuit ten aanzien van de persoon van de te benoemen bewindvoerder en mentor en zij zijn hiertoe ook niet in staat (geweest) gelet op hun dementiesyndroom. Sevagram betwist dat [voorgestelde bewindvoerder en mentor] de man en de vrouw in het verleden op financieel gebied heeft bijgestaan en dat het bewind en het mentorschap thans worden vervuld zonder voldoende rekening te houden met de wensen van de man en de vrouw.

Om de kwaliteit van leven van de man en de vrouw niet in het gedrang te laten komen, is het wenselijk dat de bewindvoerder/mentor aanblijft. [voorgestelde bewindvoerder en mentor] is niet in staat invulling te geven aan het bewind en het mentorschap op de wijze zoals de wet het voorschrijft. Sevagram verwacht dat [voorgestelde bewindvoerder en mentor] de door de bewindvoerder/mentor ingeschakelde begeleiding door Zorg en Gezelschap zal beëindigen, terwijl deze zorg noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de man en de vrouw samen in het verzorgingshuis kunnen blijven wonen. Verder kampt [voorgestelde bewindvoerder en mentor] met medische beperkingen, worden er vraagtekens gezet bij de integriteit van haar handelen en wordt er gevreesd voor misbruik van de (zwakke) positie van de man en de vrouw, teneinde financieel gewin te behalen. Een onafhankelijke bewindvoerder is aangewezen en noodzakelijk.

3.7.

De bewindvoerder/mentor voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting, kort samengevat, het volgende aan.

De bewindvoerder/mentor komt eenmaal per maand bij de man en de vrouw. Zij heeft het met hen niet (meer) over de financiën omdat de huisarts heeft gezegd dat de man en de vrouw hier niet mee mogen worden belast, nu dit door hun gezondheidstoestand voor teveel onrust zorgt. De bewindvoerder/mentor heeft door diverse voorvallen twijfels over de oprechtheid van [voorgestelde bewindvoerder en mentor] en is van mening dat de man en de vrouw gebaat zijn bij een professionele bewindvoerder en mentor.

3.8.

Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.8.1.

Ingevolge artikel 1:435 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) benoemt de rechter bij het uitspreken van het bewind of zo spoedig mogelijk daarna een bewindvoerder. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel omtrent de geschiktheid van de te benoemen persoon. Ingevolge artikel 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Lid 4 van dit artikel bepaalt dat, indien de rechthebbende gehuwd is, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel andere levensgezel tot bewindvoerder wordt benoemd, tenzij lid 3 van toepassing is. Is het vorige niet van toepassing dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder benoemd.

3.8.2.

Ingevolge artikel 1:452 lid 1 BW benoemt de rechter bij het uitspreken van het mentorschap of zo spoedig mogelijk daarna een mentor. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel omtrent de geschiktheid van de te benoemen persoon. Ingevolge artikel 1:452 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Lid 4 van dit artikel bepaalt dat, indien de betrokkene gehuwd is, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel andere levensgezel tot mentor wordt benoemd, tenzij lid 3 van toepassing is. Is het vorige niet van toepassing dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot mentor benoemd.

3.8.3.

Uit de overgelegde stukken uit eerste aanleg blijkt weliswaar niet duidelijk van een specifieke voorkeur van de man en de vrouw voor [voorgestelde bewindvoerder en mentor] als bewindvoerder en mentor, maar het hof gaat ervan uit dat de man en de vrouw hun voorkeur voor [voorgestelde bewindvoerder en mentor] in ieder geval bij hun advocaat hebben neergelegd. In ieder geval heeft de man ter zitting in hoger beroep zijn uitdrukkelijke voorkeur voor benoeming van [voorgestelde bewindvoerder en mentor] uitgesproken. Nog daargelaten de vraag of de man en de vrouw in staat zijn om hun wil op dit punt te verklaren, het hof acht het op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting in het belang van de man en de vrouw dat er een professionele bewindvoerder en mentor benoemd blijven. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de man en de vrouw beiden cognitief achteruit gaan en dat sprake is van relatieproblematiek. Hun situatie brengt met zich dat bijzondere zorg en zo nodig inzet van (financiële) middelen vergt om hen, met de toenemende zorgvraag, in staat te stellen gezamenlijk in de huidige woonomgeving te laten blijven wonen. Bovendien is voldoende gebleken dat de man en de vrouw het niet altijd eens zijn over de rol van [voorgestelde bewindvoerder en mentor] . Gelet hierop acht het hof een professioneel bewindvoerder en mentor het meest in hun belang. Daarbij komt dat het hof de overtuiging heeft dat de huidige bewindvoerder en mentor haar taken goed en zorgvuldig uitvoert, terwijl onduidelijk is of [voorgestelde bewindvoerder en mentor] in staat is om de belangen van de man en de vrouw in voldoende mate te behartigen en voor hen de juiste zorg te regelen teneinde de kwaliteit van leven voor de man en de vrouw te waarborgen.

3.9.

Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikkingen waarvan beroep bekrachtigen, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

3.10.

Nu de advocaat van de man en de vrouw ter zitting heeft verklaard akkoord te gaan met een compensatie van de proceskosten, zal het hof aldus beslissen.

4 De beslissing

Het hof:

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.535/01

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 maart 2018, met zaaknummer 6554544 BM VERZ 17-7212 / 6554599 MS VERZ 17-1381, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte;

In de zaak bekend onder zaaknummer 200.241.542/01

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 maart 2018, met zaaknummer 6554764 BM VERZ 17-7213 / 6554818 MS VERZ 17-1382, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, C.A.R.M. van Leuven en J.W.P.M. Hermans, bijgestaan door de griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.