Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4628

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-11-2018
Datum publicatie
09-11-2018
Zaaknummer
20-003532-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:7353, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zaak RENESSE. Openlijke geweldpleging in Renesse van Schalke 04-aanhangers tegen politie en beveiligers. Het hof veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen (politieagenten) en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 141
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003532-16

Uitspraak : 9 november 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 november 2016 in de strafzaak met parketnummer 02-700073-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland) op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland), [adres] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat deze integraal kunnen worden toegewezen, met daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft zij (primair) geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring. Voor wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant / benadeelde partij 1] en [verbalisant / benadeelde partij 2] heeft zij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring respectievelijk afwijzing voor zover die vorderingen zien op materiële schade. Verder heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de schadevergoedingsverplichting moet worden gematigd voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen betrekking hebben op immateriële schade.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 april 2015 te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Hogezoom en/of Jan van Renesseweg, in elk geval op of aan een openbare weg en/of een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten: - [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of

- politieambtenaren [verbalisant / benadeelde partij 1] en/of [verbalisant / benadeelde partij 3] en/of [verbalisant / benadeelde partij 4] en/of [verbalisant / benadeelde partij 2] en/of [verbalisant / benadeelde partij 5] en/of [verbalisant / benadeelde partij 6] en/of een of meer andere politieambtenaren en/of

- [beveiliger 1] en/of [beveiliger 2] en/of [beveiliger 3] en/of een of meer andere beveiligers, welk geweld bestond uit het (al dan niet met (een) bierpul(len) en/of een fiets en/of een of meer andere harde voorwerpen) slaan en/of gooien en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen en/of trekken en/of schelden en/of schreeuwen en/of (als groep) agressief opdringen van/aan/tegen/naar voornoemd(e) perso(o)n(en).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 april 2015 te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Hogezoom en Jan van Renesseweg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten:

- [aangever 1] en [aangever 2] en

- politieambtenaren [verbalisant / benadeelde partij 1] en [verbalisant / benadeelde partij 3] en [verbalisant / benadeelde partij 4] en [verbalisant / benadeelde partij 2] en

[verbalisant / benadeelde partij 5] en [verbalisant / benadeelde partij 6] en andere politieambtenaren en

- [beveiliger 1] en [beveiliger 2] en [beveiliger 3] ,

welk geweld bestond uit het al dan niet met een bierpul en een fiets slaan en/of gooien en stompen en schoppen en trappen en duwen en trekken en schelden en schreeuwen en als groep agressief opdringen van/aan/tegen/naar voornoemde personen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijs

De advocaat-generaal acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft

gemaakt aan het ten laste gelegde feit en baseert zich daarbij op de aangiftes, de processen-verbaal van bevindingen en de verklaringen die getuigen hebben afgelegd bij de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris.

De verdediging heeft (primair) vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe – zeer kort samengevat – het volgende aangevoerd. Niet kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] met een bierpul heeft geslagen. Verdachte ontkent dat te hebben gedaan en verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] heeft verdachte louter herkend aan het feit dat hij tatoeages op zijn armen heeft, terwijl er meer personen aanwezig waren met getatoeëerde armen.

Voor het overige blijkt uit diverse getuigenverklaringen en uit de camerabeelden dat verdachte zich aan het begin van het incident in de richting van verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 6] bewoog en daarbij door een beveiliger werd gevloerd, met het hoofd tegen een glazen wand terecht kwam en zijn bewustzijn verloor. Verdachte heeft dan ook op geen enkele wijze deelgenomen aan het openlijke geweld nu hij bewusteloos op de grond lag en daardoor elk actief handelen van zijn kant onmogelijk was. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is het niet zo dat de linie pas gevormd werd nadat het incident met de bierpul had plaatsgevonden, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De bewezenverklaring berust op de navolgende bewijsmiddelen1.

In de nacht van 11 op 12 april 2015 waren aangevers [verbalisant / benadeelde partij 1] , [verbalisant / benadeelde partij 3] , [verbalisant / benadeelde partij 4] ,

[verbalisant / benadeelde partij 2] , [verbalisant / benadeelde partij 5] , [verbalisant / benadeelde partij 6] en enkele andere verbalisanten belast met de horecadienst in

Renesse.2 Zij werden die avond bijgestaan door het SUS-team, bestaande uit onder meer

[beveiliger 1] , [beveiliger 2] en [beveiliger 3] . Aan het begin van de avond zagen zij een touringcar met

Duits kenteken Renesse inkomen. In deze bus zat een groep van ongeveer 70 Duitse

personen. Deze groep viel op omdat enkele mannen met kratten bier aan het sjouwen waren,

waarop [verbalisant / benadeelde partij 1] en [verbalisant / benadeelde partij 3] deze mannen aanspraken en op de hoogte stelden van het in

Renesse geldende alcoholverbod op straat.

Uit het dossier is vast komen te staan dat rond 02.30 uur die nacht in Renesse op de kruising

Hogezoom/Jan van Renesseweg aangevers [aangever 1] en [aangever 2] gewelddadig werden

benaderd door enkele leden van de groep Duitsers.3+4+5 De politie heeft hierop

gereageerd6+7+8, waarna meer leden uit die groep zich tegen de politie keerden.

Door enkele leden van de Duitse groep is vervolgens gewelddadig opgetreden tegen de politieagenten en leden van het SUS-team.9+10+11+12+13+14Door de verbalisanten en leden van het SUS-team is onder meer waargenomen dat één van de Duitse mannen een dienstfiets van de politie optilde boven zijn hoofd en in de richting van politieagenten gooide.15+16+17 Verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] is op zijn achterhoofd geslagen met een bierpul: hij voelde een scherpe pijn op zijn achterhoofd en zag dat een man een bierpul met twee handen vasthad en deze pul ging nog naar beneden toen hij omkeek.18 De verbalisanten en leden van het SUS-team zijn door diverse leden uit de groep geschopt, getrapt en gestompt.19+20+21 Ook was er sprake van duw- en trekwerk22+23, zoals blijkt uit de camerabeelden van de openbare weg te Renesse. Op deze beelden is te zien dat de groep zich agressief opdringt tegen de verbalisanten en de leden van het SUS-team. Uit de verklaringen van de verbalisanten en leden van het SUS-team blijkt dat dit gepaard ging met schreeuwen en schelden.24+25+26

De gehele groep is na de schermutselingen de touringcar weer in gegaan.

Het hof is van oordeel, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, dat hetgeen zich heeft afgespeeld op de openbare weg in Renesse kan worden aangemerkt als openlijk geweld tegen de in de tenlastelegging bedoelde personen.

De vraag die vervolgens voorligt is of verdachte deel uit heeft gemaakt van de groep

die dit geweld heeft toegepast en of hij aan dat geweld een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd, welke bijdrage onder omstandigheden ook geheel of ten dele kan bestaan uit het verrichten van op zichzelf niet-gewelddadige handelingen. Het hof overweegt daaromtrent het volgende.

Nadat de groep Duitsers weer in de touringcar had plaatsgenomen, kreeg de chauffeur van

de politie het bevel om naar het cellencomplex Mijkenbroek in Breda te rijden. De bus is

daar met politiebegeleiding naartoe gereden. Ter plaatse is van alle inzittenden van de touringcar een foto gemaakt, zijn daarbij hun identiteitsgegevens vastgelegd en is aan

iedere persoon een nummer gekoppeld. Bij het fotograferen waren politieambtenaren

aanwezig die die nacht in Renesse werkzaam waren geweest en tegen wie het geweld was

gepleegd. Indien een inzittende van de bus door één of meerdere van deze politieambtenaren

herkend werd als vermoedelijke pleger van geweld, werd deze inzittende vervolgens buiten

heterdaad aangehouden als verdachte van openlijke geweldpleging. Deze foto's zijn

in verband met het onderzoek ook getoond aan de leden van het SUS-team en aan aangevers [aangever 1] en [aangever 2] .27

Door verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] is verdachte, met identificatienummer 29, herkend als degene die hem met een bierpul heeft geslagen. Hij heeft verklaard dat degene door wie hij met een bierpul is geslagen tatoeages op beide onderarmen had. Hij zag dat de man deze pul met twee handen vasthad en zag dat de pul nog naar beneden toe ging toen hij omkeek. Verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] herkende vervolgens verdachte aan de grote tatoeages op zijn beide onderarmen. Alle inzittenden van de bus zijn bekeken op tatoeages. Verdachte was de enige met tatoeages op beide armen en precies op de plaatsen zoals verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] dit had gezien toen hij werd geslagen.28+29 Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van deze op ambtseed gerelateerde bevindingen te twijfelen.

Verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 5] herkende verdachte als de kale man die een duw kreeg van een beveiliger en tegen een glazen ruit viel, toen hij agressief op verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 6] afkwam.30

Beveiliger [beveiliger 1] heeft verklaard dat verdachte ook door de linie heen probeerde te breken. Hij herkende verdachte aan zijn gezicht als degene die zijn vriend wilde ontzetten bij de politie.31

Beveiliger [beveiliger 2] heeft verklaard dat hij een man aanstalten zag maken om een verbalisant een flinke klap te geven en hem vol op die verbalisant zag inlopen. Daarop heeft beveiliger [beveiliger 2] de man vastgegrepen en naar achteren gegooid, waarop deze met zijn hoofd tegen de muur kwam en buiten westen raakte. Later zag hij dat de man naar de bus werd gedragen. Beveiliger [beveiliger 2] herkende verdachte als deze man.32

Beveiliger [beveiliger 3] herkende verdachte als iemand die erg agressief was. Hij heeft verdachte tegen de politie en beveiligers zien slaan en schoppen.33

Met de rechtbank merkt het hof op dat het voorval met verdachte, waarbij hij tegen een muur is gekomen en buiten bewustzijn is geraakt, door meerdere verbalisanten en beveiligers is opgemerkt en verdachte daardoor ook is opgevallen. Uit de verklaringen van verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] blijkt duidelijk dat hij verdachte heeft herkend aan de tatoeages die hij op beide onderarmen heeft. Gebleken is dat niemand anders van de groep op beide onderarmen over dergelijke tatoeages beschikte. Gelet op het voorgaande kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat verdachte degene is geweest die verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] met een bierpul tegen het hoofd heeft geslagen.

Uit de verklaring van verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 3] komt duidelijk naar voren dat de linie van verbalisanten en beveiligers pas is ontstaan nadat hij met de bierpul tegen het hoofd is geslagen. Het verweer dat het slaan met de bierpul plaatsvond op het moment dat de linie werd gevormd en nadat verdachte buiten bewustzijn is geraakt is in strijd met de bovengenoemde bewijsmiddelen en vindt onvoldoende steun in de overige inhoud van het dossier. De enkele omstandigheid dat er kleine verschillen zijn waar te nemen in de tijdlijn wanneer alle processen-verbaal van bevindingen en getuigenverklaringen naast elkaar worden gelegd, doet hieraan niet af. Dat is zeer wel verklaarbaar door de hectiek waarin een en ander heeft plaatsgevonden. Dit verweer wordt daarom verworpen.

Het hof stelt in navolging van de rechtbank vast dat zowel verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 5] als beveiliger [beveiliger 2] heeft verklaard dat verdachte tegen de muur is geduwd, nadat hij wilde inlopen op een verbalisant. Het hof acht dit in lijn met de verklaringen waaruit blijkt dat verdachte agressief was. Het hof acht dan ook voorts bewezen dat verdachte zich agressief heeft opgedrongen in de richting van verbalisant [verbalisant / benadeelde partij 6] .

Het hof is van oordeel dat uit het bovenstaande blijkt dat verdachte deel uit heeft gemaakt van de groep openlijk-geweldplegers en dat zijn bijdrage aan dat geweld van voldoende gewicht was, ook al is hij op enig moment buiten bewustzijn geraakt. Verdachte versterkte getalsmatig de groep openlijk-geweldplegers. Hij heeft een verbalisant met een bierpul geslagen, hij is agressief op een andere verbalisant afgekomen in een poging hem te slaan, hij probeerde door de linie te breken en hij heeft geslagen en geschopt.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, zoals hierboven is weergegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sanctie

De verdediging heeft (subsidiair) een strafmaatverweer gevoerd. Volgens de verdediging had verdachte een relatief kleine rol in het geheel, komt zijn fulltime baan in vaste dienst als elektricien op het spel komen te staan bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zou het gezin van cliënt door de ziekte van zijn vrouw alleen komen te staan ingeval van gevangenisstraf, leeft verdachte al jaren in onzekerheid over een eventueel te ondergane gevangenisstraf, hetgeen tot een depressie met zelfs meerdere klinische opnamen heeft geleid, is verdachte zelf gewond geraakt aan zijn hoofd door het gebeuren, heeft het feit ongeveer 3,5 jaar geleden plaatsgevonden en gaan de oriëntatiepunten van het LOVS in dit geval uit van een taakstraf van 150 uren.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof overweegt grotendeels met de rechtbank als volgt. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een forse vorm van openlijk geweld. Door een grote groep personen, waar verdachte deel van uitmaakte, is veel geweld uitgeoefend tegen onder andere meerdere politieagenten en beveiligers. Wat er die betreffende nacht in Renesse is gebeurd, heeft voor veel beroering gezorgd. De slachtoffers hebben zich erg in het nauw gedreven gevoeld, mede door de omvang van de groep. De verbalisanten hebben in hun slachtofferverklaringen onder meer aangegeven dat het een groot en gruwelijk gevecht was, dat zij dit nog nooit hebben meegemaakt en dat zij het incident als zeer levensbedreigend hebben ervaren. Door een aantal verdachten is opgemerkt dat ze er alleen maar bij waren en geen geweldshandelingen hebben verricht, waarmee zij zich onvoldoende realiseren welke impact dit alles heeft gehad op de slachtoffers. De groep jongeren bleef de slachtoffers maar omringen, waardoor zij het gevoel kregen niet uit deze situatie weg te kunnen.

Het hof is dan ook van oordeel dat er in deze zaak sprake is van een forse en zeer beangstigende variant van openlijk geweld.

Verdachte heeft deel uitgemaakt van een groep die zich nadrukkelijk niet heeft

gedistantieerd van het geweld. Verdachte heeft door zijn gedrag, zoals hierboven is

bewezen verklaard, een significante bijdrage geleverd aan het vanuit de groep jegens

bovengenoemde personen gepleegde geweld.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt het hof voorts rekening met de landelijke

oriëntatiepunten voor straftoemeting van de Rechtspraak. Deze gaan uit van een taakstraf van 150 uur voor het plegen van openlijk geweld met lichamelijk letsel tot gevolg, waarbij de pleger zelf geen strafverzwarende handelingen heeft verricht. Strafverhogend vindt het hof in dit geval de forse omvang van het openlijke geweld, waarbij meerdere personen letsel hebben opgelopen, het feit dat het in deze zaak geweld betreft tegen onder andere personen met een publieke functie en de omstandigheid dat verdachte zelf ook meerdere geweldshandelingen heeft verricht, waaronder het slaan van een verbalisant tegen zijn hoofd met een bierpul en heeft hij geprobeerd een verbalisant een flinke klap te geven.

Het hof neemt in het voordeel van verdachte in overweging dat de feiten inmiddels ongeveer 3,5 jaar geleden zijn gepleegd en dat niet is gebleken dat verdachte eerder door de strafrechter onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten, noch in Nederland, noch in Duitsland.

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, ziet het hof in de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden aanleiding om geen (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. In plaats daarvan zal het hof aan verdachte een taakstraf van na te melden duur opleggen, in combinatie met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf. Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.575,00, bestaande uit een bedrag van € 1.425,- ter zake van materiële schade (gederfde inkomsten in een vennootschap onder firma) en een bedrag van € 1.450,- ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit immateriële schade. Het hof stelt de schadevergoeding voor die schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Voor wat betreft de gevorderde vergoeding voor materiële schade in de vorm van gederfde inkomsten in een vennootschap onder firma is het hof met de verdediging van oordeel dat niet is gebleken dat de benadeelde partij bevoegd was om deze schade namens de vennootschap onder firma te vorderen. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet in de vordering worden ontvangen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [verbalisant / benadeelde partij 1]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer

is toegebracht, bestaande uit immateriële schade, tot een bedrag van € 1.150,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 3]

De benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 950,00 ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit immateriële schade. Het hof stelt de schadevergoeding voor die schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [verbalisant / benadeelde partij 3]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [verbalisant / benadeelde partij 3] is toegebracht, bestaande uit immateriële schade, tot een bedrag van € 950,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit immateriële schade. Het hof stelt de schadevergoeding voor die schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [verbalisant / benadeelde partij 4]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer

[verbalisant / benadeelde partij 4] is toegebracht, bestaande uit immateriële schade, tot een bedrag van € 350,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 460,00, bestaande uit een bedrag van € 10,- ter zake van materiële schade en een bedrag van € 450,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor wat betreft de materiële schade stelt het hof de schade als niet dan wel onvoldoende betwist vast op het gevorderde bedrag van € 10,-.

Voor wat betreft de immateriële schade stelt het hof de schadevergoeding naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag van € 450,-. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [verbalisant / benadeelde partij 2]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [verbalisant / benadeelde partij 2] is toegebracht, bestaande uit materiële en immateriële schade als hiervoor vermeld, tot een bedrag van € 460,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 5]

De benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit immateriële schade. Het hof stelt de schadevergoeding voor die schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve [verbalisant / benadeelde partij 5]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [verbalisant / benadeelde partij 5] is toegebracht, bestaande uit immateriële schade, tot een bedrag van € 350,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 6]

De benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 6] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 250,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit immateriële schade. Het hof stelt de schadevergoeding voor die schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [verbalisant / benadeelde partij 6]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer

is toegebracht, bestaande uit immateriële schade, tot een bedrag van € 250,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant 8]

De benadeelde partij [verbalisant 8] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit immateriële schade. Het hof stelt de schadevergoeding voor die schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ziet het hof geen reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [verbalisant 8]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer

is toegebracht, bestaande uit immateriële schade, tot een bedrag van € 350,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 1] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.150,00 (duizend honderdvijftig euro) bestaande uit € 1.150,00 (duizend honderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant / benadeelde partij 1] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.150,00 (duizend honderdvijftig euro) bestaande uit € 1.150,00 (duizend honderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 3] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 950,00 (negenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant / benadeelde partij 3] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 950,00 (negenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 4] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) bestaande uit € 350,00 (driehonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant / benadeelde partij 4] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) bestaande uit € 350,00 (driehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 2] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 460,00 (vierhonderdzestig euro) bestaande uit € 10,00 (tien euro) materiële schade en € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant / benadeelde partij 2] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 460,00 (vierhonderdzestig euro) bestaande uit € 10,00 (tien euro) materiële schade en € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 12 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 5] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant / benadeelde partij 5] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 12 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant / benadeelde partij 6] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant / benadeelde partij 6] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 12 april 2015.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant 8] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant 8] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 12 april 2015.

Aldus gewezen door:

mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. B. Stapert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 9 november 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Van Krieken en mr. Stapert zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 In de voetnoten wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Zeeland-West-Brabant, divisie recherche, proces-verbaalnummer 1504161300.2825.AMB, afgesloten d.d. 22 april 2015, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 823.

2 Proces-verbaal ter zake relaas onderzoek, pagina 7, onder 'aanleiding onderzoek' en pagina 8.

3 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 585, eerste, tweede en vierde alinea.

4 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 590, laatste alinea, en pagina 591, eerste, tweede en vierde alinea.

5 Proces-verbaal ter zake relaas onderzoek, pagina 8.

6 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7] (hoofdagent van politie), pagina 603, derde alinea van zijn bevindingen.

7 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 8] (hoofdagent van politie), pagina 594, zesde alinea van zijn bevindingen.

8 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant / benadeelde partij 2] (hoofdagent van politie), pagina 610, eerste tot en met vierde alinea.

9 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant / benadeelde partij 2] , pagina 610, vijfde en zesde alinea.

10 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 8] , pagina 595, eerste tot en met derde alinea.

11 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant / benadeelde partij 6] (hoofdagent van politie), pagina 600, vijfde en zesde alinea.

12 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant / benadeelde partij 5] (hoofdagent van politie), pagina 598, vierde alinea van zijn bevindingen.

13 Proces-verbaal van aangifte van [verbalisant / benadeelde partij 1] (hoofdagent van politie), pagina 537, laatste alinea, en pagina 538, eerste helft van de eerste alinea.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [beveiliger 2] (SUS-team), pagina 742, laatste alinea.

15 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant / benadeelde partij 3] , pagina 613, vierde alinea.

16 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 4] (hoofdagent van politie), pagina 607, tweede alinea, en pagina 608, derde alinea.

17 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 6] , pagina 601, tweede alinea.

18 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 3] (hoofdagent van politie), pagina 613, eerste alinea, in combinatie met de letselbeschrijving van 12 april 2015, opgesteld door forensisch arts [arts] , pagina 546.

19 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 3] , pagina 613, eerste, derde en vierde alinea.

20 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 5] , pagina 598, zesde alinea.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [beveiliger 1] (SUS-team), pagina 738, vierde en vijfde alinea.

22 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 4] , pagina 607, tweede alinea.

23 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 3] , pagina 614, eerste alinea.

24 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 6] , pagina 600, vijfde en zesde alinea van zijn bevindingen, en pagina 601, tweede alinea.

25 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 5] , pagina 599, eerste alinea.

26 Proces-verbaal van verhoor getuige [beveiliger 3] (SUS-team), pagina 749, eerste alinea.

27 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 9] , pagina 615.

28 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 3] , pagina 613, eerste en tweede alinea.

29 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 3] , pagina 710, zesde alinea.

30 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant / benadeelde partij 5] , pagina 598, eerste alinea.

31 Proces-verbaal van verhoor van getuige [beveiliger 1] , pagina 739, vijfde alinea.

32 Proces-verbaal van verhoor van getuige [beveiliger 2] , pagina 743, tweede en tiende alinea.

33 Proces-verbaal van verhoor van getuige [beveiliger 3] , pagina 750, tweede alinea.