Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4305

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-10-2018
Datum publicatie
17-10-2018
Zaaknummer
200.238.653_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:181
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2402
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verstekzaak in hoger beroep. Wijziging van de eis moet betekend worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/299
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.238.653/01

arrest van 16 oktober 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. P.H.A. van Namen te Middelburg,

tegen

[geïntimeerde] h.o.d.n. [Bouw en Techniek] Bouw en Techniek,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

in dit hoger beroep niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 12 maart 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 13 december 2017, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, verweerder in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6036049/17-2776)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;

  • -

    de memorie van grieven tevens houdende akte wijziging van eis met producties;

  • -

    de akte van rectificatie.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

[appellant] heeft bij memorie van grieven onderdelen van zijn eis en de grondslag daarvan gewijzigd. Op grond van het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv juncto artikel 130 lid 3 Rv is deze wijziging uitgesloten omdat [geïntimeerde] in hoger beroep niet is verschenen, tenzij [appellant] deze wijziging van (de grondslag van) de eis tijdig bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar heeft gemaakt. Onduidelijk is of dit laatste al is gebeurd. Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen alsnog een exploot van betekening van de wijziging van (de grondslag van) de eis over te leggen.

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4 De uitspraak

Het hof:

4.1.

verwijst de zaak naar de rol van 6 november 2018 voor akte aan de zijde van [appellant] ;

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, A.J. Henzen en H.AE. Uniken Venema en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 oktober 2018.

griffier rolraadsheer