Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:4185

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-10-2018
Datum publicatie
19-11-2019
Zaaknummer
200.199.941_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:5377
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3143
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:4218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

deskundigenbericht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.199.941/01

arrest van 9 oktober 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. A.F.J.M. Mulders te Echt,

tegen

1 ABC Adviseurs V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [geintimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. [geintimeerde 3] ,
wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

hierna gezamenlijk aan te duiden als ABC c.s. en afzonderlijk als respectievelijk ABC, [geintimeerde 2] en [geintimeerde 3] ,

advocaat: mr. F.G.H.J. Niemarkt te Heerlen,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 17 juli 2018 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht onder zaaknummer C/03/203616/HA ZA 15-149 gewezen vonnis van 22 juni 2016.

8 Het tussenarrest

8.1.

In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat de vorderingen van beide partijen grotendeels moeten worden afgewezen, behalve de vorderingen die zien op de afrekening over de periode 1 januari 2013 tot en met 10 januari 2014 waarin partijen hebben samengewerkt op grond van de beëindigingsovereenkomst. Het hof heeft aangekondigd voornemens te zijn één of meer deskundigen te benoemen en de zaak is naar de rol verwezen voor uitlating van partijen over de deskundigheid, de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

9 Het verdere verloop van de procedure

Door partijen zijn op 28 augustus 2018 aktes genomen.

10 De verdere beoordeling

10.1.

Partijen hebben zich eensluidend uitgelaten dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, te weten een accountant administratieconsulent. Partijen hebben zich niet eensluidend uitgelaten over de persoon van de deskundige. Het hof heeft daarom zelf een deskundige gezocht.

Het hof heeft de heer drs. C.M.I.A. Janssen RA bereid en in staat gevonden om in deze zaak als deskundige optreden onder toepasselijk verklaring van de Algemene dienstverleningsvoorwaarden [naam] (te raadplegen op [website] ).

10.2.

Met betrekking tot de aan de deskundige voor te leggen vragen hebben partijen ingestemd met de door het hof geformuleerde vragen. In aanvulling daarop hebben ABC c.s. vragen geformuleerd die zien op correctie van eventueel ten laste van zijn eenmanszaak gebrachte niet reële kosten voor arbeidsbeloning familieleden, uitgaven met een privékarakter of kosten die ingevolge het tussenarrest voor rekening van [appellant] dienen te komen. Die vragen, die allemaal zien op eventuele correcties die op de jaarcijfers zouden moeten worden gemaakt om te komen tot een gelijke verdeling als bedoeld in de beëindigingsovereenkomst en met inachtneming van wat het hof heeft beslist en overwogen, zal het hof niet overnemen nu die al verdisconteerd zijn in de door het hof geformuleerde vragen. Het hof vertrouwt erop dat de deskundige in staat is om – overigens aan beide zijden - de naar zijn deskundige mening voor een correcte afrekening benodigde correcties op de cijfers door te voeren en toe te lichten.

10.3.

Aan de deskundige worden de volgende vragen voorgelegd:

1. Hoe moet er, uitgaande van het in de beëindigingsovereenkomst bepaalde en met inachtneming van wat het hof in zijn arresten van 17 juli 2018 en heden heeft beslist en overwogen, tussen [geintimeerde 2] , [geintimeerde 3] en [appellant] concreet worden afgerekend wil er sprake zijn van een gelijke verdeling van resultaten gerealiseerd in ABC en in de eenmanszaak van [appellant] in de periode 1 januari 2013 tot en met 10 januari 2014 ?

2. Heeft u voor het overige nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak relevant (kunnen) zijn ?

10.4.

Het hof gaat er verder vanuit dat (de advocaten van) partijen de deskundige – desgevraagd - zullen voorzien van alle door deze gewenste stukken/informatie die hij aangeeft nodig te hebben om de gestelde vragen te kunnen beantwoorden. De advocaat die laatstgenoemde stukken verschaft dient een afschrift daarvan toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij. De deskundige wordt verzocht de aldus verkregen informatie (voor zover nog niet tot de processtukken behorend) als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.

10.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

11 De uitspraak

Het hof:

 bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 10.3 van dit arrest geformuleerde vragen;

 benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

De heer drs. C.M.I.A. Janssen RA

[naam] Accountants en Belastingadviseurs

Postbus [postbus]

[postcode] [kantoorplaats]

T: [telefoonnummer]

F: [faximilenummer]

E: [mailadres]

 bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest en het tussenarrest van 17 juli 2018 aan de deskundige toezendt;

 bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

 bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

 bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

 verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

 bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

 bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van (incl. btw) € 9.680,=, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot en/of de algemene voorwaarden van de deskundige bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

 bepaalt dat [appellant] het voorschot zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

 verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

 benoemt mr. J.C.J. van Craaikamp tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

 verwijst de zaak naar de rol van 22 januari 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

 verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellant] ;

 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.J. van Craaikamp, C.W.T. Vriezen en J. Hallebeek en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 oktober 2018.

griffier rolraadsheer