Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:3935

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-09-2018
Datum publicatie
24-09-2018
Zaaknummer
20-000812-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van het beledigen van twee politieambtenaren, diefstal en het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000812-18

Uitspraak : 21 september 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 23 februari 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 03-000226-17, 03-045672-17, 03-059448-16 en 03-097711-16 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer

03-055630-15, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1970,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte zal vrijspreken van het onder parketnummer 03-045672-17 ten laste gelegde feit (kortweg: overtreding van art. 9 Wegenverkeerswet 1994), bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd onder parketnummers 03-000226-17 (belediging van twee politieambtenaren), 03-059448-16 (winkeldiefstal) en 03-097711-16 (voorhanden hebben van een geweer) en verdachte – rekening houdend met het taakstrafverbod – zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 dag en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport van 17 oktober 2017, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte voorwaardelijke opgelegde taakstraf voor de duur van 25 uren zal gelasten.

De verdediging heeft:

 vrijspraak van het onder parketnummer 03-045672-17 ten laste gelegde feit bepleit;

 zich gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot een bewezenverklaring van de onder parketnummers 03-000226-17, 03-059448-16 en 03-097711-16 ten laste gelegde feiten;

 verzocht om oplegging van een deels voorwaardelijke taakstraf, met de bijzondere voorwaarden van hulp en begeleiding;

 zich gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot de vordering na voorwaardelijke veroordeling.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

onder parketnummer 03-000226-17:
hij op of omstreeks 1 januari 2017 te Heerlen opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] (politieagent Eenheid Limburg) en/of [verbalisant 2] (politieagent Eenheid Limburg), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten het handhaven van de openbare orde, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden:

- “ vuile NSB’ers” en/of,

- “ kankerflikkers” en/of,

- “ racisten” en/of,

- “ mietjes” en/of,

- “ vuile flikkers”,

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

onder parketnummer 03-059448-16:
hij, op of omstreeks 20 maart 2016, te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een stuk vlees, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Plus Hoensbroek, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

onder parketnummer 03-097711-16:

hij op of omstreeks 10 mei 2016 te Heerlen een wapen van categorie III, onder I, te weten een geweer (MAR 12 Gauge .222 under over), voorhanden heeft gehad;

onder parketnummer 03-045672-17:
hij op of omstreeks 21 december 2016 te Heerlen als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Beersdalweg, een motorrijtuig, (een tweewielige bromfiets), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak (parketnummer 03-045672-17)

Met de verdediging en de advocaat-generaal acht het hof op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 03-045672-17 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij van dat feit zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummers

03-000226-17, 03-059448-16 en 03-097711-16 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

onder parketnummer 03-000226-17:
hij op 1 januari 2017 te Heerlen opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1] (politieagent Eenheid Limburg) en [verbalisant 2] (politieagent Eenheid Limburg), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten het handhaven van de openbare orde, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden:

- “ vuile NSB’ers” en,

- “ kankerflikkers” en,

- “ racisten” en,

- “ mietjes” en,

- “ vuile flikkers”;


onder parketnummer 03-059448-16:
hij op 20 maart 2016 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een stuk vlees, toebehorende aan Plus Hoensbroek;

onder parketnummer 03-097711-16:

hij op 10 mei 2016 te Heerlen een wapen van categorie III, onder I, te weten een geweer (MAR 12 Gauge .222 under over), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 03-000226-17 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-059448-16 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 03-097711-16 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sancties

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straffen gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beledigen van twee politieambtenaren en aan winkeldiefstal. Daarnaast heeft verdachte een vuurwapen voorhanden gehad. Gelet op de ernst van met name het laatstgenoemde feit zou in beginsel niet kunnen worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Immers, volgens de LOVS-oriëntatiepunten wordt voor het voorhanden hebben van een geweer, zijnde een vuurwapen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden als oriëntatiepunt gehanteerd.

Zoals ook door de verdediging is betoogd, zou een detentieperiode echter de goede ontwikkeling die verdachte thans doormaakt, doorkruisen. Uit zowel het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep als uit diverse rapportages (van kort gezegd: reclassering, curator/bewindvoerder en Veiligheidshuis Parkstad) is namelijk gebleken dat verdachte veel baat heeft bij de hulpverlening die hij thans krijgt. Verdachte heeft nu een zinvolle dagbesteding, drinkt minder alcohol en zijn status als veelpleger is komen te vervallen. Verdachte wil ook graag doorgaan met de begeleiding die hij nu krijgt en ook zijn dagbesteding en werkzaamheden in dat kader bij De Werkmeester voortzetten. De reclassering heeft bij rapport d.d. 17 oktober 2017 geadviseerd aan een voorwaardelijke gevangenisstraf te koppelen als voorwaarden een meldplicht alsmede de plicht om te blijven meewerken aan hulpverlening van Altracura (intensieve thuisondersteuning) en zich te houden aan de werkafspraken bij De Werkmeester (dagbesteding).

In het nadeel van verdachte heeft het hof bij de straftoemeting ook acht geslagen op de navolgende omstandigheden. Uit het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 juli 2018 blijkt in de eerste plaats dat hij reeds eerder ter zake van zowel vermogensdelicten als het beledigen van ambtenaren onherroepelijk is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden om zich opnieuw aan soortgelijke strafbare feiten schuldig te maken. Op grond van voornoemd uittreksel stelt het hof voorts vast dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de orde is. Ten slotte volgt daaruit dat in de vijf jaren voorafgaand aan de door verdachte begane belediging van ambtenaren aan hem een deels voorwaardelijke taakstraf is opgelegd wegens een soortgelijk misdrijf. Het onvoorwaardelijke deel van deze taakstraf is reeds door verdachte verricht. Datzelfde geldt ook voor de door verdachte begane diefstal. Voor een soortgelijk feit is aan verdachte op 7 maart 2014 in de vorm van een strafbeschikking een taakstraf opgelegd van 20 uren, die ook door verdachte is verricht zijn (zie artikel 22b Wetboek van Strafrecht, juncto artikel 78b van het Wetboek van Strafrecht). Oplegging van een kale taakstraf in de onderhavige zaak is derhalve op grond van artikel 22b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (het zgn. taakstrafverbod) niet aan de orde.

Alles overwegende is het hof van oordeel dat het van belang is dat de positieve ontwikkeling die de verdachte doormaakt niet wordt doorkruist door een maandenlange detentie. Het hof acht oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van één dag alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, waarvan 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, de algemene voorwaarden en daarnaast de bijzondere voorwaarden zoals die in het reclasseringsrapport van 17 oktober 2017 zijn geformuleerd, passend en geboden.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen aanleiding om als voorwaardelijke strafmodaliteit een voorwaardelijke gevangenisstraf, alhoewel op zich genomen gezien de ernst van het bewezen verklaarde zonder meer passend, op te leggen gezien hetgeen het hof is gebleken omtrent de persoon van verdachte.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie in het arrondissement Limburg heeft bij vordering van 24 maart 2016 de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 25 uren (subsidiair 12 dagen vervangende hechtenis) opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Limburg van 9 juni 2015 met parketnummer 03-055630-15. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat – nu gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt – de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 25 uren, subsidiair 12 dagen vervangende hechtenis dient te worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14g, 22c, 22d, 57, 63, 266, 267 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-045672-17 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers 03-000226-17, 03-059448-16 en 03-097711-16 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat:

 de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

 de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

 de verdachte geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen,

 dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

 de verdachte zich binnen 5 dagen volgend op het onherroepelijk worden van het arrest moet melden bij SVG reclassering Mondriaan op de Meezenbroekerweg 1 te Heerlen. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte moet zich melden bij SVG reclassering Mondriaan te Heerlen met als doel hem verder te ondersteunen in de lopende trajecten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 de verdachte wordt verplicht om mee te blijven werken met de hulpverlening van Altracura of een soortgelijke instelling, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 de verdachte wordt verplicht om zich te houden aan de werkafspraken bij De Werkmeester of een soortgelijk dagbestedingsproject, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan de begeleiden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 9 juni 2015, parketnummer 03-055630-15, te weten van: een taakstraf voor de duur van 25 (vijfentwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. P.J. Hödl, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. J.J.M. Gielen-Winkster, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,

en op 21 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.