Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:3841

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
19-09-2018
Zaaknummer
200.188.767_02
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:806
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurzaak.

Ontbinding van een huurovereenkomst ten aanzien van een woonwagenstandplaats.

Bewijswaardering met betrekking tot aanwezigheid hennepdrogerij, vuurwapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.188.767/02

arrest van 18 september 2018

in de zaak van

[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: [appellante] ,

advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp te Valkenburg LB,

tegen

Gemeente Schinnen,

gevestigd te Schinnen,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de Gemeente,

advocaat: mr. H.J. Heynen te Venlo,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 5 september 2017 en 13 februari 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 4287309/CV EXPL 15-6817 gewezen vonnis van 3 februari 2016.

9 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 13 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal van de enquête gehouden op 29 mei 2018;

  • -

    de memorie na enquête van de Gemeente met productie;

  • -

    de antwoordmemorie na enquête van [appellante] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

10 De verdere beoordeling

10.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof de Gemeente toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat tijdens de inval op 14 januari 2015 in de woonwagen van [appellante] aan de [woonwagenstandplaats] te [woonplaats] door de politie een hennepdrogerij, vuurwapens en munitie zijn aangetroffen.

10.2.

Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft de Gemeente de politieambtenaren [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] doen horen. [appellante] heeft laten weten af te zien van een contra-enquête. Vervolgens hebben partijen genoemde memories genomen, waarbij de Gemeente als productie een proces-verbaal bevindingen aantreffen hennep-drogerij van [brigadier van politie] , brigadier van politie, heeft overgelegd.

10.3.

Naar het oordeel van het hof is de Gemeente geslaagd in het haar opgedragen bewijs. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

10.4.

Van de inval op 14 januari 2015 is door [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] een politierapport opgemaakt waarin is vermeld dat in de woonwagen een hennepdrogerij is aangetroffen. Dat in de woonwagen een hennepdrogerij is aangetroffen, is door [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] in hun getuigenverklaringen bevestigd. [politieambtenaar 1] heeft verklaard de hennepdrogerij zelf te hebben gezien. Uit de getuigenverklaring van [politieambtenaar 2] leidt het hof af dat hij zich bij het opmaken van het politierapport baseerde, naast op wat [politieambtenaar 1] heeft gezien, op onder meer een proces-verbaal van collega [brigadier van politie] . Uit het overgelegde proces-verbaal van [brigadier van politie] blijkt dat in de woonwagen een hennepdrogerij is aangetroffen. Gelet op de getuigenverklaringen van [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] en het proces-verbaal van [brigadier van politie] ziet het hof geen aanleiding om op dit punt aan de juistheid van het politierapport te twijfelen.

10.5.

De ontkenning van [appellante] dat er een hennepdrogerij in de woonwagen was, acht het hof ongeloofwaardig. [appellante] heeft ingang willen doen vinden dat wat de politie heeft aangetroffen geen hennepdrogerij is. Daartoe heeft zij foto’s overgelegd van een constructie (productie 1 bij de conclusie van dupliek) die volgens haar gebruikt wordt voor het drogen van groenten, fruit en kruiden. De getuigenverhoren van [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] hebben verhelderd dat met de hennepdrogerij door de politie niet (alleen) deze constructie is bedoeld, maar alle benodigdheden voor een hennepdrogerij, dus bijvoorbeeld de aangetroffen koolstoffilter en slakkenhuisventilator. Die onderdelen en materialen zijn wel in beslag genomen (anders dan de constructie op de foto’s).

10.6.

Ook ziet het hof geen aanleiding om aan de juistheid van het politierapport te twijfelen voor wat betreft het aantreffen van vuurwapens en munitie. [politieambtenaar 1] herinnerde zich tijdens het getuigenverhoor met zekerheid dat er in de woonwagen meerdere vuurwapens en munitie (doosjes met daarin patronen) waren. In het politierapport is dit door [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] ook opgenomen mede op basis van strafrechtelijke stukken, waaronder KvI’s (kennisgevingen van inbeslagneming). Het hof gaat daarom voorbij aan de – niet onderbouwde – stelling van [appellante] dat de aangetroffen wapens geen (illegale) vuurwapens waren. Ook haar blote ontkenning dat er munitie was, wordt gepasseerd.

10.7.

Gelet op het feit dat in de woonwagen een hennepdrogerij was, alsook vuurwapens en munitie, is er naar het oordeel van het hof sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst door [appellante] . Dit leidt tot de conclusie dat de kantonrechter de huurovereenkomst tussen partijen terecht heeft ontbonden, zoals het hof in het tussenarrest van 13 februari 2018 heeft overwogen (rov. 7.7).

10.8.

De grieven II en III falen derhalve. In het tussenarrest van 13 februari 2018 heeft het hof ook reeds overwogen dat het bij grief I gevoerde verweer van [appellante] niet kan slagen. Een en ander brengt mee dat het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd.

10.9.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Wettelijke rente over proceskosten zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van het arrest in plaats van twee dagen zoals door de Gemeente is gevorderd. Een termijn korter dan veertien dagen wordt niet redelijk geacht in de zin van artikel 6:82 lid 1 BW.

11 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van de Gemeente gevallen en tot op heden begroot op € 718,-- aan griffierecht en € 3.222,-- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na betekening van dit arrest moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart voormelde proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, P.P.M. Rousseau en P.S. Kamminga en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 september 2018.

griffier rolraadsheer