Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:3554

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-08-2018
Datum publicatie
24-08-2018
Zaaknummer
200.190.636_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5807
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2296
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3158
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:991
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging gezag. Voogdij in dit geval rechtstreeks opgedragen aan Poolse pleegouders, gefaciliteerd door de Centrale autoriteiten van Nederland en Polen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak : 23 augustus 2018

Zaaknummer : 200.190.636/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/01/301207 / FA RK 15-6243

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. C. Stroobach,

tegen

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,

verweerder,

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant (hierna te noemen: de GI).

14 De beschikking d.d. 26 juli 2018, voorzover die [minderjarige 1] betreft

Bij die beschikking heeft het hof de moeder in de gelegenheid gesteld om zich uiterlijk 9 augustus 2018 uit te laten over de vraag of haar gewijzigde petitum ook in die zin mag worden verstaan dat het gezag over [minderjarige 1] uitsluitend bij [de Poolse pleegouders] komt te rusten en derhalve niet tevens bij de moeder. Het hof heeft voorts partijen en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld te reageren op de in r.o. 10.1 vermelde nader ingekomen stukken, dit ook uiterlijk 9 augustus 2018. Het hof heeft zijn voornemen aangekondigd op 16 augustus 2018 een eindbeschikking te geven ten aanzien van [minderjarige 1] , zodat er wat [minderjarige 1] aangaat voor het eind van de zomervakantie duidelijkheid komt bij wie, dan wel bij welke instantie het gezag of de voogdij over haar komt te rusten en daarmee dat er duidelijkheid zal zijn over de vraag of [minderjarige 1] al dan niet verder in Polen mag opgroeien.

15 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

15.1.

Het hof heeft – in aanvulling op de stukken die ten tijde van bovengenoemde beschikking van 26 juli 2018 onderdeel uitmaakten van het dossier – kennisgenomen van:

  • -

    De brief van de advocaat van de moeder van 2 augustus 2018;

  • -

    De brief van de raad van 6 augustus 2018;

  • -

    De brief van de GI van 6 augustus 2018;

  • -

    Het e-mailbericht van de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA) aan het hof van 16 augustus 2018, met daarbij het e-mailbericht van de Poolse Centrale Autoriteit (CA) aan de Nederlandse CA van 16 augustus 2018.

15.2.

Er heeft geen nadere mondelinge behandeling plaatsgevonden.

16 De verdere beoordeling ten aanzien van [minderjarige 1]

16.1.

Op de gronden als in de beschikking van 26 juli 2018 onder 12.1 beschreven zal het hof de bestreden beschikking voor zover die de gezagsbeëindiging betreft, bekrachtigen.

Het hof zal de beschikking vernietigen voor zover daarbij is bepaald dat de GI tot voogdes is benoemd. Zoals overwogen in de beschikking van 26 juli 2018 is het hof van oordeel dat het voor [minderjarige 1] mogelijk moet zijn om verder in Polen op te groeien. De GI stelt zich op het standpunt dat het voor [minderjarige 1] van belang is dat zij tot haar 18e jaar in Nederland blijft, onder de voogdij van de GI. De GI gaat er daarbij van uit dat zij [minderjarige 1] bij een overgang naar Polen goed kan begeleiden. Echter: het hof stelt vast dat [minderjarige 1] op [geboortedatum minderjarige 1] 2019 18 jaar wordt. Het hof acht het van wezenlijk belang dat [minderjarige 1] juist in Polen nog als minderjarige de begeleiding en ondersteuning zal krijgen om vervolgens vanaf haar 18e een leven in Polen te leiden waarbij zij ook dan nog in Polen hulp zal kunnen krijgen, indien nodig. Het kader daartoe dient nu in Polen te worden gecreëerd, en niet vanaf het moment dat zij 18 jaar zal zijn geworden: dan is het te laat om in Polen nog iets voor elkaar te krijgen voor [minderjarige 1] in haar hoedanigheid van minderjarige.

16.2.

De GI stelt in haar brief van 6 augustus 2018 dat de Nederlandse rechter (het hof) niet gerechtigd is een voogd in Polen te benoemen omdat dit aan de Poolse rechter zou zijn. Het hof heeft in deze mededeling, die de GI stelt te ontlenen aan rechtstreeks verkregen informatie van de Nederlandse CA, aanleiding gezien direct contact met de Nederlandse CA op te nemen, hetgeen heeft geresulteerd in een nadere vraagstelling van de Nederlandse CA aan de Poolse CA. Dit heeft geleid tot het antwoord van de Poolse CA bij e-mailbericht van 16 augustus 2018, dat luidt als volgt:

A decision by the Dutch court upon which [de Poolse pleegouders] are designated as [minderjarige 1] sole custodians will be effective in Poland without the need for a separate court proceedings for its recognition.

It would however be extremely helpful if in the decision the scope of custody is clearly defined, in particular whether under Dutch law sole custody means full parental responsibility. Under Polish law custody (piecza) understood as duty of care over a child is distinguished from parental responsibility (władza rodzicielska) which means all the rights and obligations of the parents in relation to a child. An essential part of parental responsibility is parental custody. Parents have an obligation and a right of custody for their under-age children. This covers caring for the child managing its property, its acting as representation. Parental responsibility also includes rights of access and the obligation of maintenance in relation to children.

If [de Poolse pleegouders] are designated as [minderjarige 1] sole custodians it means that they can at this moment take over care over [minderjarige 1] .

Het antwoord van de Poolse CA neemt iedere twijfel over de rechtsgevolgen in Polen van een in dit geval rechtstreekse benoeming van dit hof van de in Polen woonachtige [de Poolse pleegouders] als voogden over [minderjarige 1] weg. Deze tussenstap heeft tot een vertraging van een week geleid, deze uitspraak werd uit dien hoofde op vandaag bepaald.

16.3.

Conform het verzoek van de Poolse CA breng het hof hier tot uitdrukking wat het opdragen van de voogdij over [minderjarige 1] aan de Poolse pleegouders inhoudt:

“The scope of sole custody” onder Nederlands recht wordt bepaald door art. 1:245 lid 2 jo. lid 4 Burgerlijk Wetboek:

Artikel 245

1. Minderjarigen staan onder gezag.

2. Onder gezag wordt verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij.

3. Ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk of door één ouder uitgeoefend. Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend.

4. Het gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte.

5. (....)”

De voogdij heeft derhalve betrekking zowel op de persoon van de minderjarige als het bewind over zijn/haar vermogen. De voogd vertegenwoordigt de minderjarige in burgerlijke handelingen, zowel in als buiten rechte. Onder Nederlands recht houdt “sole custody” (anders dan onder Pools recht), in de bewoordingen van de Poolse CA, “full parental responsibility” in.

16.4.

Nu voorts zijdens de moeder bij brief van 2 augustus 2018 is bevestigd dat haar gewijzigde verzoek aldus mag worden opgevat dat wordt verzocht dat het gezag over [minderjarige 1] uitsluitend bij [de Poolse pleegouders] komt te rusten, zal het hof dienovereenkomstig beslissen. [minderjarige 1] heeft een consistent verlangen getoond in Polen te gaan wonen. Daar liggen haar wortels en het merendeel van haar familie woont er. [minderjarige 1] is de afgelopen jaren meerdere malen in Polen geweest om daar haar vakantie door te brengen. Haar verlangen naar een definitieve terugkeer naar Polen is daarbij niet afgenomen. Middels deze beslissing beoogt het hof het toekomstige leven van [minderjarige 1] van een basis te voorzien die in Polen nog tijdens haar minderjarigheid kan worden gelegd.

17. Voor wat betreft de ingangsdatum van deze voogdijbeslissing verwijst het hof naar artikel 280 sub b, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek:

“De voogdij begint voor de voogd die – nadat hij zich bereid heeft verklaard de voogdij te aanvaarden – door de rechter is benoemd: op de dag, waarop de beslissing die de benoeming inhoudt, in kracht van gewijsde is gegaan, of – zo deze uitvoerbaar bij voorraad is verklaard – daags nadat de beslissing die de benoeming inhoudt, is verstrekt of verzonden.”

Het hof zal de benoeming uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

17. Volledigheidshalve wijst het hof er op dat de zaak met nummer 200.190.620/01, die eveneens betrekking heeft op de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 1 februari 2016, welke zaak tot heden gelijktijdig met de onderhavige zaak werd behandeld, is aangehouden bij voormelde beschikking van dit hof van 26 juli 2018.

18 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 1 februari 2016, gewezen onder nummer C/01/301207/FA RK 15-6243, voor zover daarin het ouderlijk gezag van [de moeder] , geboren op [geboortedatum moeder] 1979 te [geboorteplaats moeder] , Polen, over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2001 te [geboorteplaats minderjarige 1] , Polen, is beëindigd;

vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 1 februari 2016, gewezen onder nummer C/01/301207/FA RK 15-6243, voor zover daarin Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, thans genaamd: Stichting Jeugdbescherming Brabant, tot voogd over [minderjarige 1] is benoemd, en in zoverre opnieuw recht doende:

draagt de voogdij over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2001 te [geboorteplaats minderjarige 1] , Polen, op aan [de Poolse pleegouders] , wonende te [plaats] , [adres] , Polen, en benoemt hen tot gezamenlijk voogden (sole custodians) over [minderjarige 1] ;

verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, afdeling civiel, team familie-en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;

verzoekt de griffier een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te Den Haag, teneinde het ertoe te leiden dat deze uitspraak ter kennis wordt gebracht van de Poolse Centrale Autoriteit;

verzoekt de griffier deze uitspraak rechtstreeks te zenden aan de in Polen benoemde voogden.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, E.A.M. Scheij en P.M.M. Mostermans, bijgestaan door de griffier, en is op 23 augustus 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.