Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:3224

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-07-2018
Datum publicatie
02-02-2021
Zaaknummer
200.170.868_02
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:11400
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

afwikkeling arbeidsovereenkomst met statutair directeur; geschil over hoogte bonusbedragen; zijn bedragen netto of bruto; werkgever vordert naheffingsaanslag en boete van werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.170.868/02

arrest van 31 juli 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. P.J.M. Brouwers te Maastricht,

tegen

1 [Holding B.V.] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [curator] q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [B.V.] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,

geïntimeerden in principaal hoger beroep,

appellanten in incidenteel hoger beroep,

hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerden] ,

advocaat: mr. M.J. Ubbens te Groningen,

op het bij exploot van dagvaarding van 27 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 3 december 2014, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellant] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en [geïntimeerden] als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/106396/HA ZA 05/1191)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven;

  • -

    de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;

  • -

    de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;

  • -

    de akte na memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van [geïntimeerden] ;

  • -

    de antwoordakte van [appellant] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

3.1.

In dit hoger beroep ziet het hof aanleiding om op korte termijn een regiezitting te houden. Daartoe zal een comparitie van partijen te worden bevolen (artikel 87 lid 1 juncto artikel 353 lid 1 Rv). De comparitie zal dienen om te onderzoeken of partijen geheel of ten dele tot een minnelijke regeling kunnen komen. Ook zullen de mogelijkheden van mediation via het hof worden besproken.

3.2.

Voor het geval de zaak niet buiten rechte wordt geregeld, zal met partijen de verdere voortgang van de procedure worden doorgenomen. Daarbij zal ook aan de orde komen of er stukken ontbreken om tot een beslissing in deze zaak te komen, bijvoorbeeld de aangifte van de inkomstenbelasting van [appellant] zoals door [geïntimeerden] gesteld.

3.3.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel hoger beroep

bepaalt dat partijen – natuurlijke personen in persoon en rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is – vergezeld van hun advocaten, zullen verschijnen voor mr. J.P. de Haan als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder rov. 3.1 en 3.2 vermelde doeleinden;

verwijst de zaak naar de rol van 14 augustus 2018 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, J.M.H. Schoenmakers en R.J. Voorink en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 juli 2018.

griffier rolraadsheer