Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:3223

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-07-2018
Datum publicatie
11-12-2019
Zaaknummer
200.149.803_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Complexe ICT-opdracht van een ziekenhuis mislukt. Na regiezitting, overwegingen over de te benoemen deskundigen, de aan de deskundigen te stellen vragen en de inrichting van het deskundigenonderzoek. Voorschot. Partijen kunnen zich nader uitlaten over de te benoemen deskundigen.

ECLI:NL:RBSHE:2012:BY4266

ECLI:NL:RBOBR:2013:6627

ECLI:NL:GHSHE:2015:4428

ECLI:NL:GHSHE:2016:617

ECLI:NL:GHSHE:2016:2350

ECLI:NL:GHSHE:2017:3660

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.149.803/02

arrest van 31 juli 2018

in de zaak van

Stichting Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. E.J. van de Pas,

tegen

1 Alert Life Sciences Computing B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. Alert Life Sciences Computing S.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Portugal,

geïntimeerden in principaal hoger beroep,

appellanten in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. C. Jeloschek,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 3 november 2015, 23 februari 2016, 14 juni 2016 en 22 augustus 2017 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch onder zaaknummer C/01/244606/HA ZA 12-256 gewezen vonnis van 27 november 2013.

14 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 22 augustus 2017;

  • -

    de akte wijziging naam van TsZ van 17 oktober 2017, waarbij TsZ het hof heeft laten weten dat wegens een fusie haar statutaire naam per 31 december 2015 luidt: Stichting Elisabeth TweeSteden ziekenhuis – in de aanhef van dit arrest is deze nieuwe naam reeds vermeld;

  • -

    het deskundigenbericht van 22 februari 2018, ontvangen door het hof op 23 februari 2018;

  • -

    de memorie na deskundigenbericht van TsZ van 3 april 2018;

  • -

    de akte na deskundigenbericht van Alert c.s., met één productie, van 15 mei 2018.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

15 De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

15.1.

Bij laatstgenoemd tussenarrest heeft het hof bepaald dat een deskundigenonderzoek wordt verricht en heeft het hof prof. dr. A.R. Bakker en prof. dr. P.F. de Vries Robbé tot deskundigen benoemd. Zoals uit het hiervoor weergegeven procesverloop blijkt, hebben de deskundigen rapport uitgebracht en hebben partijen daarop gereageerd.

15.2.

In hun akte na deskundigenbericht hebben Alert c.s. aangevoerd dat – wat zij noemen – de hamvraag van dit geschil, te weten of de vertraging mede te wijten is aan onvoldoende input van TsZ, in het geheel niet wordt beantwoord in het rapport.

Alvorens verder te beslissen, acht het hof het noodzakelijk dat de deskundigen een aanvullend verslag maken waarin zij expliciet antwoord geven op de vraag of de vertraging – onder meer in de eerste fase, maar niet beperkt daartoe – mede te wijten is aan onvoldoende input van TsZ, en zo ja welke betekenis en gewicht aan de eventueel door TsZ veroorzaakte vertraging(en) kan worden toegekend in het grotere geheel van het project (vgl. paragraaf 6.3.6 van het deskundigenrapport). Voor zover het hof dat kan beoordelen, kan deze vraag door de deskundigen op basis van het reeds verrichte onderzoek worden beantwoord. Het hof laat het evenwel aan het oordeel van de deskundigen over of hiervoor nader onderzoek moet worden verricht.

Voorts zal het hof de deskundigen vragen te reageren op de als productie 1 bij de akte na deskundigenbericht van Alert c.s. overgelegde brief van [medewerker van Alert] van Alert, in het bijzonder waar deze schrijft dat de deskundigen over het hoofd hebben gezien dat TsZ als eis voor de voortgang had gesteld dat Alert zou instemmen met de nieuwe en niet-overeengekomen voorwaarden die gezamenlijk door de ziekenhuizen naar voren waren gebracht.

De deskundigen hebben het hof desgevraagd bericht bereid te zijn een aanvullend verslag te maken. Het hof merkt nog op dat indien zij verder opmerkingen wensen te maken naar aanleiding van de door partijen na hun rapport gewisselde processtukken, zij deze ook kunnen opnemen in het aanvullend deskundigenbericht.

Het hof zal beide partijen weer elk voor de helft met het voorschot te belasten. De deskundigen hebben op basis van de door het hof verstrekte informatie aangegeven deze aanvullende werkzaamheden binnen 20 uur ieder te kunnen realiseren. Dat betekent dat de begroting van ieder van hen uitkomt op maximaal 20 x € 180,- = € 3.600,- exclusief btw (€ 4.356,-- inclusief btw).

15.3.

Na het aanvullend deskundigenbericht zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld memories te nemen om daarop te reageren. Daarbij wordt partijen verzocht zich ook uit te laten over de volgende punten.

Het is het hof ambtshalve bekend dat de Hoge Raad de arresten van dit hof in de parallel-zaak van Alert c.s. tegen Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis heeft gecasseerd (HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:426). De onderhavige zaak moet op haar eigen merites worden beoordeeld (zie rov. 3.3 van het tussenarrest van 3 november 2015). Niettemin acht het hof het van belang te vernemen of de parallel-zaak op enigerlei wijze relevant is voor de te nemen beslissingen in deze zaak.

Voorts debatteren partijen over schadevergoeding, onder meer in het kader van grief 23 in principaal hoger beroep. Bij de te nemen memories kunnen partijen dit debat voortzetten over de door TsZ gestelde schadeposten, opdat als het hof toekomt aan schadebegroting daarvoor voldoende concrete aanknopingspunten zijn.

Ten slotte deelt het hof mee dat de kamersamenstelling is gewijzigd door het overlijden van de voorzitter ten overstaan van wie het pleidooi heeft plaatsgevonden. Indien partijen gelet daarop opnieuw pleidooi wensen, dienen zij dit uiterlijk bij de te nemen memories kenbaar te maken.

15.4.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

16 De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel hoger beroep

16.1.

bepaalt dat een aanvullend deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rov. 15.2 van dit arrest geformuleerde vragen;

16.2.

benoemt tot deskundigen ter beantwoording van deze vragen prof. dr. A.R. Bakker en prof. dr. P.F. de Vries Robbé;

16.3.

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundigen toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de memorie na deskundigenbericht van TsZ en de akte na deskundigenbericht van Alert c.s. met productie 1 aan de deskundigen ter beschikking zullen stellen en alle door dezen gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

16.4.

bepaalt dat de deskundigen eerst met het onderzoek beginnen nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundigen bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage terzake aanvullend deskundigenonderzoek – partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundigen moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundigen een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op twee maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

16.5.1.

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige prof. dr. A.R. Bakker op het door de deskundige begrote bedrag van € 4.356,- inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 4.356,- inclusief btw, derhalve € 2.178,-, zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

16.5.2.

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige prof. dr. P.F. de Vries Robbé op het door de deskundige begrote bedrag van € 4.356,- inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 4.356,- inclusief btw, derhalve € 2.178,-, zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

16.5.3.

verzoekt de deskundigen, indien hun kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

16.6.

benoemt mr. J.P. de Haan tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundigen zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

16.7.

verwijst de zaak naar de rol van 27 november 2018 in afwachting van het aanvullend deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het aanvullend deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na aanvullend deskundigenbericht aan de zijde van TsZ, waarna Alert c.s. een antwoordmemorie na aanvullend deskundigenbericht zullen kunnen nemen, met inachtneming van het hiervoor in rov. 15.3 overwogene;

16.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, M.L.A. Filippini en J.H.M. van Erp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 juli 2018.

griffier rolraadsheer