Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:316

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-01-2018
Datum publicatie
30-01-2018
Zaaknummer
20-002341-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2013:4536, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Zoutzuurmoorden

Algehele vrijspraak van medeplegen moord/doodslag (primair); medeplichtigheid daaraan (subsidiair); mishandeling (meer subsidiair) en voorhanden hebben stroomstootwapen (meest subsidiair).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002341-13

Uitspraak : 30 januari 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 26 juni 2013 in de strafzaak met parketnummer 03-703923-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is verdachte vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, kort gezegd inhoudende het verwijt dat zij

  • -

    primair: al dan niet in vereniging met een ander of anderen opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd;

  • -

    subsidiair: medeplichtig is geweest aan de dood van die [slachtoffer] .

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

- de verdachte zal vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde;

- de verdachte terzake van het (in hoger beroep na wijziging van de tenlastelegging) meer subsidiair ten laste gelegde (te weten: mishandeling van [slachtoffer] ) zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging

- en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

primair


zij op of omstreeks 6 augustus 2011 te Tüddern (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade (een persoon zich bij leven noemende) [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg

  • -

    meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op die [slachtoffer] geschoten en/of

  • -

    een in werking zijnd(e) stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] gehouden en aldus die [slachtoffer] meerdere althans één stroomst(o)t(en) toegediend en/of

  • -

    het/een vuurwapen van die [slachtoffer] afgepakt, althans hem het/een vuurwapen afhandig gemaakt en/of

  • -

    die [slachtoffer] naar de grond gewerkt en/of tegengehouden toen hij wilde vluchten,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

subsidiair


[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] op of omstreeks 6 augustus 2011 te Tüddern (Selfkant) in elk geval in Duitsland en/of in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade (een persoon zich bij leven noemende) [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg

  • -

    meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op die [slachtoffer] geschoten en/of

  • -

    het/een vuurwapen van die [slachtoffer] afgepakt, althans hem het/een vuurwapen afhandig gemaakt en/of

  • -

    die [slachtoffer] naar de grond gewerkt en/of tegengehouden toen hij wilde vluchten,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op of omstreeks 6 augustus 2011 in Tüddern (Selfkant) opzettelijk behulpzaam is geweest door tijdens het plegen van voornoemd misdrijf meermalen althans eenmaal een in werking zijnd stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] te houden en aldus die [slachtoffer] meerdere althans één stroomsto(o)t(en) toe te dienen;

meer subsidiair

zij op of omstreeks 6 augustus 2011 te Tüddern (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of

Nederland opzettelijk mishandelend (een persoon zich noemende) [slachtoffer] één of meermalen een stroomstootwapen in de nek en/of (elders) op het lichaam geplaatst heeft en/of gedrukt heeft waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

meest subsidiair

zij in of omstreeks de periode 6 augustus 2011 te Tüddern (Selfkant), in elk geval in Duitsland en/of Nederland, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft bewezenverklaring van het meer subsidiair ten laste gelegde feit gevorderd.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting komt het volgende naar voren.

Op de ochtend van 6 augustus 2011 is [slachtoffer] naar de woning van familie [familienaam] aan de [adres 2] te Tüddern (Selfkant, Duitsland) gegaan. Op dat moment bevonden zich in de woning: [medeverdachte 1] en zijn echtgenote [medeverdachte 4] , huisvriend [medeverdachte 5] en de kinderen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en de verdachte, [verdachte] .

[slachtoffer] is door [medeverdachte 4] binnengelaten.

[slachtoffer] is vervolgens naar de woonkamer gegaan. Daar bevonden zich [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] . De kinderen van het gezin, onder wie de verdachte, bevonden zich op dat moment, al dan niet slapend, in hun afzonderlijke slaapkamers op de bovenverdieping van de woning.

Vervolgens heeft in de woning een gewelddadige confrontatie plaatsgevonden. Daarbij is [slachtoffer] doodgeschoten. Tijdens de voorafgaande worsteling zou één of meer van de kinderen van het gezin [familienaam] naar beneden zijn gekomen en zou één van hen het slachtoffer hebben bewerkt met een stroomstootwapen. .

Het onderhavige stroomstootwapen is door de politie aangetroffen op 25 november 2011 in de kamer van de [medeverdachte 3] . Op dit wapen is DNA-materiaal van meerdere personen aangetroffen, onder meer van [slachtoffer] (te weten: op de elektrische contacten), van [medeverdachte 3] (op de handgrepen en de elektrische contacten) en van een onbekende derde persoon. Deze onbekende derde persoon is niet de verdachte, zoals blijkt uit het aanvullend rapport van het NFI d.d. 1 oktober 2014.

[medeverdachte 5] is vanaf november 2011 eerst door de Belgische politie en later door de Nederlandse politie vele keren gehoord. Pas op 7 maart 2012 heeft [medeverdachte 5] voor het eerst verklaard dat er een stroomstootwapen (‘taser’) tegen het slachtoffer zou zijn gebruikt. Tijdens een aantal verhoren in de periode tussen 15 juni 2012 en 4 maart 2013, heeft [medeverdachte 5] verdachte genoemd als degene die het stroomstootwapen jegens het slachtoffer heeft gehanteerd.

Het hof heeft in hoger beroep aan de rechtspsycholoog prof. dr. Van Koppen de opdracht gegeven de betrouwbaarheid van de door [medeverdachte 5] afgelegde verklaringen te onderzoeken. Genoemde deskundige heeft zijn bevindingen en conclusies dienaangaande neergelegd in zijn rapport van 31 maart 2016. Voor zover hier van belang houdt dat rapport -zakelijk weergegeven- het volgende in.

(p. 35:)

In latere verhoren zou [medeverdachte 5] (het hof begrijpt: [medeverdachte 5] ) wel uitgebreid over het gebruik van een taser door [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) gaan vertellen. Dat zou zij hebben gebruikt tussen het schieten door [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ) en het genadeschot door iemand anders. [medeverdachte 5] ging toen zelfs staan om te demonstreren hoe het zou zijn gebeurd. Als die latere versie juist is, dan is er geen reden te bedenken waarom [medeverdachte 5] dan in verhoor 8 zo stellig zou hebben ontkend dat er een taser was gebruikt. Het lijkt daarom het meest waarschijnlijk dat het verhaal van [medeverdachte 5] over het gebruik van de taser in latere verhoren is ontstaan door de suggestie in eerdere verhoren. Dat is bijzonder, want [medeverdachte 5] ging op andere punten vrijwel nooit mee met informatie als die werd gesuggereerd.

(p. 39:)

Conclusie

De verhoren van [medeverdachte 5] waren niet bijzonder suggestief, op een aantal punten uitgezonderd. Door de lange duur van de verhoren - die immers tweeweg-communicatie zijn - treedt echter vanzelf suggestie op. Bij lange verhoren is daar nu eenmaal meer ruimte voor. Details die later in de verhoren voor het eerst worden verteld, moeten daarom meer worden gewantrouwd dan details die in eerdere verhoren, vooral de verhoren in België, werden verteld. Het valt op dat [medeverdachte 5] met suggestie door de verbalisanten nauwelijks meegaat.

Over het gebruik van de taser zei [medeverdachte 5] aanvankelijk dat hij daarvan niets wist. Er is geen aanleiding om dat niet serieus te nemen. Het lijkt erop dat zijn verhaal later dat zij(het hof begrijpt: de verdachte) wel [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) taserde op suggestie berust.

Naast voormelde verklaringen van [medeverdachte 5] wordt de verdachte ook door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] genoemd als degene die het stroomstootwapen tegen het slachtoffer zou hebben gebruikt. [getuige 1] zou dit van [medeverdachte 2] hebben gehoord en [getuige 2] zou dit van [medeverdachte 5] hebben gehoord. Het hof constateert echter dat zowel de diverse door [medeverdachte 5] afgelegde verklaringen, als de door [getuige 1] en [getuige 2] afgelegde verklaringen, ten opzichte van elkaar niet bepaald eenduidig zijn over op de wijze waarop het stroomstootwapen door de verdachte tegen het slachtoffer zou zijn gebruikt en te dien aanzien grote onderlinge verschillen en tegenstrijdigheden bevatten.

Daar komt nog het volgende bij. De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep een alternatief scenario naar voren gebracht inhoudende dat niet de verdachte, maar haar broer [medeverdachte 3] , het in de tenlastelegging vermelde stroomstootwapen tegen [slachtoffer] heeft gebruikt. De raadsman heeft in dat kader in het bijzonder verwezen naar:

  • -

    de door de getuige [getuige 3] afgelegde verklaringen voor zover inhoudende dat hij van [medeverdachte 3] heeft gehoord dat deze een stroomstootwapen tegen het slachtoffer had gebruikt;

  • -

    de resultaten van het DNA-onderzoek betreffende het aangetroffen stroomstootwapen waaruit volgt dat hierop -naast DNA van het slachtoffer- ook DNA van [medeverdachte 3] is aangetroffen; en

  • -

    de omstandigheid dat het betreffende stroomstootwapen op de kamer van [medeverdachte 3] is aangetroffen.

Het hof is van oordeel dat dit met bewijsmiddelen onderbouwde scenario op grond van hetgeen uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen niet kan worden uitgesloten.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair, meer subsidiair dan wel meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die zouden moeten leiden tot een ander oordeel dan hiervoor gegeven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. P.M. Frielink, voorzitter,

mr. H. Eijsenga en mr. W.E.C.A. Valkenburg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van R.H. Boekelman, griffier,

en op 30 januari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.