Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:3001

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-07-2018
Datum publicatie
12-06-2019
Zaaknummer
200.183.264_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1434
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2790
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:1743
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

kwaliteit geleverd kippenvoer;

deskundigenonderzoek;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.183.264/01

arrest van 17 juli 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

advocaat: mr. Y.J.H. van Griensven te Breda,

tegen:

[Bouw- Timmer- en Onderhoudswerken] Bouw-, Timmer- en Onderhoudswerken B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

advocaat: mr. R. Haouli te ’s-Hertogenbosch,

als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 20 juni 2017 en 24 april 2018 in het hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer/rolnummer 717301 CV EXPL 12-3516 tussen partijen gewezen vonnissen van 9 januari 2013, 20 maart 2013, 21 mei 2014, 9 juli 2014 en 22 juli 2015.

12 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 24 april 2018;

- de akte van [appellant] van 22 mei 2018;

- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 22 mei 2018.

Partijen hebben arrest gevraagd.

13 De verdere beoordeling

In het principaal appel en in het incidenteel appel

13.1

Bij tussenarrest van 24 april 2018 heeft het hof het noodzakelijk geoordeeld opnieuw een deskundige in te schakelen en wel met betrekking tot de technische vraag op welke wijze de gebrekkige isolatie van de woning van [appellant] hersteld moet worden. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de deskundigheid en de persoon van de te benoemen deskundige en suggesties te doen voor de aan de deskundige voor te leggen vragen.

13.2

Naar aanleiding hiervan hebben partijen ieder een deskundige voorgesteld op het gebied van gevelisolatie respectievelijk spouwmuurisolatie. Het hof heeft de heer ing. J.C. Kok bereid gevonden als deskundige op te treden en zal hem daartoe benoemen.

13.3

Als voorgenomen vraagstelling heeft het hof in het tussenarrest van 24 april 2018 het volgende opgenomen:

  1. Op welke wijze kan de isolatie van de woning van [appellant] worden hersteld, zodat deze alsnog voldoet aan de eisen die daaraan technisch gezien gesteld moeten worden, uitgaande van de aannemingsovereenkomst die tussen partijen is gesloten en van de bevindingen en aanbevelingen van de deskundige Kattevilder in zijn rapport van 21 december 2017?

  2. Op welk bedrag begroot u de kosten van de volgens u noodzakelijke herstelwerkzaamheden?

  3. Wat acht u verder nog van belang om op te merken?

[geïntimeerde] stelt in haar akte voor de eerste vraag in het meervoud (‘wijzen’) te stellen en daarbij expliciet de mogelijkheid van herstel door na-isolatie op te nemen. Het hof zal dit voorstel volgen. [appellant] stelt voor in deze vraag op te nemen ‘gezien de bouwkundige staat van de spouwmuur waarin deze zich thans bevindt’ en eveneens te verwijzen naar het eerste rapport van deskundige Kattevilder en daarbij diens aanbevelingen nader te omschrijven. De voorgestelde aanvulling zal het hof overnemen. De nadere verwijzing naar het rapport van Kattevilder van 5 december 2014 acht het hof niet nodig aangezien dit nieuwe deskundigenbericht een uitvloeisel is van het aanvullend deskundigenbericht van Kattevilder van 21 december 2017 en het aan de thans te benoemen deskundige overgelaten kan worden te bezien in hoeverre hij daarbij diens eerste deskundigenbericht betrekt.

Over de overige twee vragen hebben partijen geen opmerkingen gemaakt zodat deze ongewijzigd zullen worden opgenomen.

13.4

Het hof zal, gelet op de omstandigheden van dit geding, de kosten van het deskundigenbericht voorshands gelijkelijk ten laste van partijen brengen.

13.5

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

14 De uitspraak

Het hof:

in het principaal appel en in het incidenteel appel

14.1

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:

  1. Op welke wijzen, waaronder mogelijk na-isolatie, kan de isolatie van de woning van [appellant] , gezien de bouwkundige staat van de spouwmuur waarin deze zich thans bevindt, worden hersteld, zodat deze alsnog voldoet aan de eisen die daaraan technisch gezien gesteld moeten worden, uitgaande van de aannemingsovereenkomst die tussen partijen is gesloten en van de bevindingen en aanbevelingen van de deskundige Kattevilder in zijn rapport van 21 december 2017?

  2. Op welk bedrag begroot u de kosten van de volgens u noodzakelijke herstelwerkzaamheden?

  3. Wat acht u verder nog van belang om op te merken?

14.2

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

De heer ing. J.C. Kok

[consult] Consult

[adres]

[postcode] [kantoorplaats]

Telefoon: [telefoonnummer 1]

Mobiel: [telefoonnummer 2]

Fax: [fax]

14.3

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

14.4

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

14.5

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 4.029,30 inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 4.029,30 inclusief btw, derhalve € 2.014,65 inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

14.6

benoemt mr. B.A. Meulenbroek tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

14.7

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 13 november 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van partij [appellant] ;

14.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juli 2018.

griffier rolraadsheer