Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:2501

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-06-2018
Datum publicatie
13-06-2018
Zaaknummer
200.217.610_01
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koop van auto. Vernietiging. Vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.217.610/01

arrest van 12 juni 2018

in de zaak van

[appellant] , h.o.d.n. [autobedrijf] Autobedrijf,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. R.J.A. Verhoeven te Alkmaar,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.C. van der Weele te Helmond,

op het bij exploot van dagvaarding van 6 april 2017 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant (kanton, locatie Eindhoven) gewezen vonnissen van 15 september 2016, gerectificeerd bij rectificatievonnis van 9 november 2016, en 12 januari 2017 tussen appellant – [appellant] – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 4676303/15/14808)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- de memorie van grieven;

- de memorie van antwoord, met producties;

- de akte van [geïntimeerde] van 21 november 2017, die strekt tot rectificatie.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast.

  1. [geïntimeerde] en [appellant] hebben contact met elkaar gehad over de aanschaf van een auto.

  2. De auto is geleverd aan [geïntimeerde] . De auto was gebrekkig. De kilometerstand was teruggedraaid.

  3. [geïntimeerde] heeft [appellant] op 1 mei 2015 medegedeeld dat zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk vernietigde.

  4. [geïntimeerde] heeft na 1 mei 2015 kosten gemaakt voor reparaties aan de auto, in totaal € 2.286,35.

3.2.

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg, samengevat, gevorderd voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst is vernietigd en [appellant] te veroordelen aan haar te betalen: € 8.264,51 aan hoofdsom, te vermeerderen met rente, en € 788,23 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding.

[geïntimeerde] heeft, samengevat, hieraan ten grondslag gelegd dat zij bij het aangaan van de koopovereenkomst met [appellant] heeft gedwaald omdat zij niet wist dat de kilometerstand was teruggedraaid. [geïntimeerde] heeft ook gesteld dat de auto andere gebreken had, waardoor zij kosten voor reparatie heeft gemaakt.

[appellant] heeft verweer gevoerd.

3.3.

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis van 15 september 2016 de koopovereenkomst vernietigd, [appellant] veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs van € 5.500, te vermeerderen met rente, verstaan dat [geïntimeerde] de auto ter beschikking van [appellant] moet houden en [appellant] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over enkele posten op facturen. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis van 12 januari 2017 [appellant] veroordeeld tot betaling van € 2.286,35 en € 739,32, [appellant] veroordeeld in de proceskosten en het meer of anders gevorderde afgewezen.

3.4.

[appellant] heeft in hoger beroep twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen, tot niet-ontvankelijkverklaring van [geïntimeerde] in haar vorderingen en tot veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van het bedrag dat op grond van de bestreden vonnissen aan haar is voldaan (€ 3.324,41 per de datum van de memorie van grieven).

[geïntimeerde] heeft verweer gevoerd.

3.5.

Het hof overweegt dat [appellant] niet ontvankelijk is voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vernietiging van de koopovereenkomst en de veroordeling tot betaling van € 5.500 (de teruggave van de koopprijs), te vermeerderen met rente. Dit zijn beslissingen in het vonnis van 15 september 2016, waarbij in het dictum met betrekking tot deze onderdelen van het gevorderde een einde is gemaakt aan het geding. De termijn voor hoger beroep begon te lopen op 15 september 2016. Het hoger beroep is ingesteld bij dagvaarding van 6 april 2017. Dat is meer dan 3 maanden na 15 september 2016. Het hoger beroep is te laat ingesteld. Het vonnis van 15 september 2016 heeft in zoverre kracht van gewijsde.

3.6.

De strekking van grief I is dat [appellant] zijn betoog handhaaft dat hij niet de eigenaar van de auto was en geen partij bij de koopovereenkomst was. Deze grief faalt. De kantonrechter heeft overwogen en beslist dat [appellant] partij is bij de koopovereenkomst. Dit oordeel is neergelegd in het vonnis van 15 september 2016 (ro. 5.1 en 7.1). Het oordeel ligt ten grondslag aan het dictum van dat vonnis, waarin de vernietiging van de koopovereenkomst en de veroordeling tot teruggave van de koopprijs zijn uitgesproken. Het vonnis van 15 september 2016 heeft, zoals hiervoor is overwogen, in zoverre kracht van gewijsde. Hierop stuit de grief af.

3.7.

Grief II is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter in het bestreden vonnis van 12 januari 2017, dat [appellant] € 2.286,35 moet vergoeden voor reparatiekosten. Ter toelichting stelt [appellant] dat deze kosten dateren van na de buitengerechtelijke vernietiging van 1 mei 2015. [geïntimeerde] heeft gehandeld in strijd met haar schadebeperkingsplicht en zij heeft alleen recht op teruggaaf van het aanschafbedrag en vergoeding van de tot 1 mei 2015 gemaakte noodzakelijke kosten, aldus [appellant] .

3.8.

Het hof heeft bij de beoordeling van grief II acht geslagen op artikel 6:206 BW in samenhang met artikel 3:120 lid 2 BW. [appellant] heeft, gelet op de vernietiging van de koopovereenkomst, de auto zonder rechtsgrond aan [geïntimeerde] gegeven; [geïntimeerde] heeft de koopprijs zonder rechtsgrond aan [appellant] gegeven (artikel 6:203 lid 1 en 2 BW). [geïntimeerde] heeft, als bezitter van de auto te goeder trouw, onder omstandigheden recht op vergoeding van kosten en schade (artikel 6:206 BW, waarin wordt verwezen naar artikel 3:120 BW). Als [geïntimeerde] (na vernietiging van de koopovereenkomst, in de periode tot de teruggave) de auto voor [appellant] houdt, kan zij gelet op de na de vernietiging tussen partijen bestaande rechtsverhouding recht hebben op vergoeding van kosten en schade.

3.9.

Het hof heeft het volgende in aanmerking genomen. [appellant] heeft niet uitgelegd dat en waarom de reparaties niet nodig waren ten behoeve van de auto voor een normaal gebruik daarvan. Hij heeft ook niet (voldoende duidelijk of gemotiveerd) geklaagd over de omvang van de kosten. [geïntimeerde] is of was (tot 1 mei 2015) bezitter van de auto te goeder trouw, in het licht van de koopovereenkomst. De datum van de buitengerechtelijke vernietiging is niet van belang. [appellant] werkt immers al geruime tijd niet mee aan de teruggave van de auto. Hij heeft niet uitgelegd dat en hoe hij heeft getracht de teruggave te bevorderen. Hij stelt niet dat [geïntimeerde] de auto niet voor hem ter beschikking zou houden. Hij heeft niet uitgelegd dat en/of waarom [geïntimeerde] , in de periode totdat [appellant] alsnog meewerkt aan de teruggave, niet gerechtigd zou zijn de auto te gebruiken en de nodige reparaties te laten verrichten. [appellant] heeft (in een laat stadium) slechts een deel van de koopprijs teruggegeven. [appellant] heeft niet (voldoende duidelijk en concreet) gesteld dat [geïntimeerde] door het voordeel van het gebruik van de auto al schadeloos is gesteld. Hij heeft ook niet (voldoende duidelijk en concreet) toegelicht dat en waarom de verschuldigde vergoeding, gelet op het gebruik van de auto door [geïntimeerde] , wegens onbillijke bevoordeling zou moeten worden beperkt. Onder deze omstandigheden komen de onderhavige kosten voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 6:206 BW in samenhang met artikel 3:120 lid 2 BW, dan wel op grond van de na de vernietiging tussen partijen bestaande rechtsverhouding. Het beroep op de schadebeperkingsplicht slaagt niet. Grief II faalt.

3.10.

De conclusie van het voorgaande is dat het bestreden vonnis van 12 januari 2017 moet worden bekrachtigd. Het hof verstaat dat het bestreden vonnis van 15 september 2016 kracht van gewijsde heeft wat betreft de vernietiging van de koopovereenkomst en de teruggave van de koopprijs. [appellant] zal in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep. Het bestreden vonnis van 15 september 2016 zal voor het overige worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in hoger beroep worden veroordeeld (voor salaris advocaat: 1 punt, tarief I € 759).

4 De uitspraak

Het hof:

verstaat dat het bestreden vonnis van 15 september 2016 kracht van gewijsde heeft met betrekking tot de vernietiging van de koopovereenkomst en de teruggave van de koopprijs van € 5.500, te vermeerderen met rente;

verklaart [appellant] niet ontvankelijk in zijn hoger beroep in zoverre;

bekrachtigt het bestreden vonnis van 15 september 2016 voor het overige, alsmede het bestreden vonnis van 12 januari 2017;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 143 voor vastrecht, op € 759 voor salaris advocaat en op € 131 voor nakosten indien dit arrest niet wordt betekend dan wel € 199 indien dit arrest wordt betekend, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de dag van dit arrest tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, L.S. Frakes en J.M.W. Werker en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 juni 2018.

griffier rolraadsheer