Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:2343

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-06-2018
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
200.187.324_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1435
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3335
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5483
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:1200
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3849
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:185
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1697
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

erfrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.187.324/01

arrest van 5 juni 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

verder: [appellant] ,

advocaat: mr. G.G.J. van Kooten te Veldhoven,

tegen:

1 [geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ,

advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 25 juli 2017, 12 december 2017 en 20 maart 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank

Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november 2015.

15 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 20 maart 2018;

  • -

    de akte van [appellant] van 3 april 2018;

  • -

    de antwoordakte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 1 mei 2018.

Partijen hebben arrest gevraagd.

16 De verdere beoordeling

16.1

Bij tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van appellant met het in dat tussenarrest onder 13.4 vermelde doel. Daarin is vermeld dat het hof aanneemt dat [appellant] schriftelijk pleidooi wenst, maar dat hij niet vermeldt of zijn wederpartij, overeenkomstig het procesreglement, hiermee instemt. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld hierover uitsluitsel te geven.

16.2

Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] laten weten dat het gaat om een eenparig verzoek om schriftelijk pleidooi. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben bij antwoordakte laten weten hiermee in te stemmen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor schriftelijk pleidooi.

16.3

In het tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof onder 13.4 tevens vermeld dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bij hun antwoordakte de ontbrekende aangifte IB over 2013 dienen over te leggen. Dit hebben zij, zonder enige toelichting, opnieuw nagelaten. Het hof draagt hen op de ontbrekende aangifte IB over 2013 bij hun pleitnota over te leggen en dit stuk op voorhand, binnen twee weken na dit arrest, aan de wederpartij toe te sturen.

16.4

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

17 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van dinsdag 17 juli 2018;

draagt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op de aangifte IB over 2013 binnen twee weken na heden aan de wederpartij toe te sturen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juni 2018.

griffier rolraadsheer