Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:22

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-01-2018
Datum publicatie
17-10-2018
Zaaknummer
200.113.730_02
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1032
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:2782
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3780
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5527
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4297
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:199
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

letselschade

ECLI:NL:HR:2016:338

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.113.730/02

arrest van 2 januari 2018

in de zaak van

Amlin Corporate Insurance N.V., thans geheten Amlin Europe,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. Chr.H. van Dijk te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats]
geïntimeerde,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ‘s-Hertogenbosch,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 12 augustus 2014, 30 augustus 2016, 13 december 2016 en 9 mei 2017 in het hoger beroep van de door de rechtbank Breda, zittingsplaats Breda onder zaaknummer 13255 1/HA ZA 04-786 gewezen vonnissen van 22 februari 2006, 28 juni 2006, 27 mei 2009, 29 juli 2009, 21 oktober 2009 en 4 april 2012.

14 Het tussenarrest van 13 december 2016

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door drs. M.J. van der Eijk. Verder is bepaald dat het voorschot van 5.750,-- inclusief btw voorlopig ten laste van Amlin komt. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

15 Het tussenarrest van 9 mei 2017

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat partijen vergezeld van hun advocaten, alsmede de deskundige zullen verschijnen voor mr. J.M. Brandenburg als raadsheer-commissaris.

16 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

Amlin heeft op 23 december 2016 het voorschot van € 5.750,-- op de aangegeven wijze voldaan.

De deskundige heeft bij brief van 27 november 2017 aan de griffier van het hof bericht dat hij, vanwege de vele schriftelijke communicatie met partijen, het grote aantal verzoeken dat partijen hebben voorgelegd en de tussentijdse comparitie, het aantal uren dat de basis vormde voor de begroting van het voorschot op zijn honorarium heeft overschreden. De deskundige verwacht dat een aanvullend voorschot van € 1 .839,20 inclusief btw nodig zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. Het begrote voorschot zat dan zijn gebaseerd op drieënveertig (43) uren.

De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen.

Op 27 november 2017 heeft de griffier van het hof partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Mr. Van der Ven heeft bij brief van 1 december 2017 en mr. Van Dijk bij brief van 6 december 2017 gereageerd. Partijen hebben geen bezwaar tegen de verhoging van het voorschot. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

17 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.839,20 inclusief btw;

bepaalt dat partij Amlin laatstgenoemd bedrag zat overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ ‘s-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 31 maart 2018;

verwijst de zaak naar de rol van 1 mei 2018 voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van Tombrock;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en H.A.E. Uniken Venema en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 januari 2018.

griffier rolraadsheer