Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:215

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
27-06-2018
Zaaknummer
200.187.343_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2869
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4119
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2734
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tuinaanleg niet deugdelijk uitgevoerd

Deskundigenonderzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer 200.187.343/01

arrest van 23 januari 2018

in de zaak van

[appellant] ,

h.o.d.n. Hoveniersbedrijf [hoveniersbedrijf] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

verder: [appellant] ,

advocaat: mr. J.A.J. Dappers te Ravenstein,

tegen:

1 [geïntimeerde 1] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden in het principaal appel,

appellanten in het incidenteel appel,

verder in mannelijk enkelvoud: [geïntimeerde 1] ,

advocaat: mr. C.A.F. Haans te Goes,

als vervolg op het tussenarresten van dit hof van 27 juni 2017 en 26 september 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, onder zaaknummer/rolnummer 3086754 CV EXPL 14-4284 tussen partijen gewezen vonnis van 16 december 2015.

9 Het tussenarrest van 26 september 2017

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door ing. P. Schalk. Verder is bepaald dat het voorschot van € 3.780,-- voorlopig ten laste van partij [geïntimeerde 1] komt. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

10 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

[geïntimeerde 1] heeft op 5 oktober 2017 het voorschot van € 3.780,-- op de aangegeven wijze voldaan.

De deskundige heeft bij e-mailbericht van 18 december 2017 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige stelt dat hij thans een goed zicht heeft op de nog te verrichten werkzaamheden en de bijbehorende tijdsbesteding en verwacht dat een aanvullend voorschot van € 1.350,-- toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verschuiven.

Op 20 december 2017 heeft de griffier van het hof partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 8 januari 2018 te reageren op het verzoek tot verhoging van het voorschot.

Partijen hebben dienaangaande geen opmerkingen naar voren gebracht.

Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

11 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.350,-- inclusief btw;

bepaalt dat partij [geïntimeerde 1] laatstgenoemd bedrag binnen twee weken zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op één maand nadat door de griffier is bericht dat het onderzoek kan worden voortgezet;

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 13 maart 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari 2018.

griffier rolraadsheer