Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:2082

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-05-2018
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
200.120.854_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:4734
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3230
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4603
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1895
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:1254
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

deskundigenbericht

Zie voorts: ECLI:NL:HR:2011:BR019

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

afdeling civiel recht

zaaknummer 200.120.854/01

arrest van 15 mei 2018

in de zaak van

1 M.E. Beheer B.V.,

2. Stichting Administratiekantoor M.E. Beheer,

3. Embo Vastgoed B.V.,

4. [appellante 4],

5. [appellante 5],

appellanten 1, 2 en 3 gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante 4 wonende te [woonplaats] , appellante 5 wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. M.J. Elkhuizen te Amsterdam,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,

2. Weva Consultants B.V.,

3. [geintimeerde 3],

4. Bo-Investex N.V.,

geïntimeerden 1 en 2 wonende respectievelijk gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde 3 wonende te [woonplaats] (België) en geïntimeerde sub 4 gevestigd te [woonplaats] (België),

geïntimeerden,

advocaat: mr. Y. Wehrmeijer te Amsterdam,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 24 november 2015, 26 juli 2016 en 24 oktober 2017 in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij onder zaaknummer 10/01072 gewezen arrest van 14 oktober 2011, waarbij is vernietigd het arrest van het hof Arnhem van 10 november 2009, gewezen onder zaaknummer 200.008.617, in hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Zutphen van 21 mei 2008, gewezen onder zaaknr/rolnr. 82567 / HA ZA 06-1497.

Het hof zal de nummering van het tussenarrest van 24 oktober 2017 voortzetten.

12 Het tussenarrest van 26 juli 2016

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door 3 deskundigen, de heer mr. drs. P.A. van Steensel, de heer mr. ing. A.C.M.M. van Heesbeen en de heer drs. P. Hoiting. Verder is bepaald dat het voorschot van in totaal

€ 32.920,= (inclusief BTW) voorlopig door beide partijen wordt gedragen, zijnde € 16.460,= per partij.

Beide partijen hebben op 3 augustus 2016 het voorschot van € 16.460,= op de aangegeven wijze voldaan.

13 Het tussenarrest van 24 oktober 2017

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald, dat er een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 9.300,= (inclusief BTW) voor deskundige Van Steensel, en dat elke partij

€ 4.650,= zal overmaken.

Op 2 november 2017 heeft mr. Elkhuizen het voorschot van € 4.650,= op de aangegeven wijze voldaan, en op 7 november 2017 is door mr. Wehrmeijer dit voorschot op de aangegeven wijze voldaan.

14 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

Op 2 augustus 2017 heeft het hof het deskundigenrapport van de heer Van Heesbeen ontvangen, en op 16 februari 2018 van de heer Van Steensel. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport van de heer Hoiting is vervolgens per brief van 6 april 2018 bepaald op 23 april 2018, en per brief van 23 april is aangegeven dat de termijn wordt aangehouden tot 12 juli 2018.

De heer Hoiting heeft bij brief van 17 april 2018 aan de griffier van het hof het verzoek gedaan om een aanvullend voorschot vast te stellen van € 16.335,= (inclusief BTW) voor de beantwoording van de vragen e tot en met h (de tweede fase).

Op 20 april 2018 heeft de griffier van het hof partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.

Mr. Wehrmeijer heeft per brief van 1 mei 2018 gereageerd en refereert zich met betrekking tot het aanvullende voorschot aan het oordeel van het hof.

Mr. Elkhuizen heeft per brief van 2 mei 2018 aangegeven geen bezwaar tegen het door de heer Hoiting gevraagde aanvullende voorschot te hebben.

Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

15 De uitspraak

Het hof:

15.1.

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige Hoiting een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 16.335,= (inclusief BTW);

15.2.

bepaalt dat elke partij € 8.167,50 (dus elke partij de helft van € 16.335,=) zal overmaken binnen veertien (14) dagen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

15.3.

bepaalt dat de deskundige Hoiting het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;

15.4.

verzoekt de deskundige Hoiting, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

15.5.

verwijst de zaak naar de rol van 17 juli 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

15.6.

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige Hoiting zal toezenden;

15.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 mei 2018.

griffier rolraadsheer