Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:2081

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-05-2018
Datum publicatie
16-05-2018
Zaaknummer
200.072.368_02
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5462
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4322
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:588
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:4307
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:1857
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:116
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overheidsrecht. Compensatieovereenkomst van gemeente met projectontwikkelaar. Verkeerde de projectontwikkelaar in schuldeisersverzuim door de door de gemeente aangeboden projecten te weigeren? Aanvullend deskundigenbericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.072.368/02

arrest van 15 mei 2018

in de zaak van

Gemeente Sittard-Geleen,

zetelend te Sittard-Geleen,

appellante,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,

tegen

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. C.B.E. Gramberg te Eindhoven,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 20 januari 2015, 10 mei 2016, 27 september 2016, 21 februari 2017, 10 oktober 2017 en 5 december 2017 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder zaaknummer 135941 / HA ZA 08-1403 gewezen vonnis van 14 april 2010.

20 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 5 december 2017;

  • -

    de memorie na tussenarrest tevens akte overlegging producties en akte na tussenarrest, met producties 1 tot en met 11, van de gemeente van 13 februari 2018;

  • -

    de antwoordakte na tussenarrest tevens houdende akte uitlating producties van [geïntimeerde] van 13 maart 2018.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

21 De verdere beoordeling

21.1.

Bij genoemd tussenarrest van 5 december 2017 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor memorie alsmede voor akte aan de zijde van de gemeente als bedoeld in rov. 18.2 onderscheidenlijk rov. 18.3 van dat arrest en heeft het hof bepaald dat [geïntimeerde] daarna een antwoordakte zal kunnen nemen met uitsluitend het in rov. 18.3 genoemde doel. Partijen hebben van de geboden gelegenheid gebruik gemaakt. Het hof verwerpt het standpunt van de gemeente dat de door [geïntimeerde] bij antwoordmemorie na deskundigenbericht overgelegde producties buiten beschouwing moeten worden gelaten. Weliswaar zijn deze producties in een laat stadium overgelegd, maar van strijd met de eisen van een goede procesorde is naar het oordeel van het hof geen sprake. Het hof heeft eerder reeds beslist dat de gemeente in de gelegenheid zal worden gesteld om op die producties te reageren; van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is dus geen sprake. Bovendien zal de deskundige ook die producties in zijn aanvullend onderzoek betrekken.

21.2.

In het tussenarrest van 10 oktober 2017 (rov. 15.7) heeft het hof overwogen het noodzakelijk te achten dat Statema aanvullend onderzoek verricht (zie ook het tussenarrest van 5 december 2017, rov. 18.3). Desgevraagd heeft Statema het hof bericht dat hij hiertoe bereid is. Het hof zal in dit arrest overgaan tot de opdracht aan Statema voor het aanvullend onderzoek.

21.3.

Partijen hebben in hun processtukken na het tussenarrest van 5 december 2017 suggesties gedaan voor nadere vragen aan de deskundige zoals het hof bij dit tussenarrest heeft toegestaan. Het voorstel van de gemeente strekt ertoe de deskundige te vragen of hetgeen door beide partijen naar voren is gebracht in hun processtukken na het uitbrengen van het deskundigenbericht (van 11 mei 2017) hem aanleiding geeft tot aanpassing daarvan, en zo ja, op welke onderdelen (inclusief onderbouwing) en tot welke eindconclusie dat dan zou leiden. [geïntimeerde] heeft te kennen gegeven zich in beginsel te kunnen vinden in deze vraagstelling. Ook het hof acht dit een goede ingang voor het aanvullend onderzoek. Deze vragen zal het hof derhalve overnemen.

21.4.

[geïntimeerde] heeft voorgesteld om de deskundige tevens specifiekere vragen voor te leggen. Deze vragen zijn opgenomen in haar antwoordakte na tussenarrest tevens houdende akte uitlating producties van 13 maart 2018 op pagina’s 3, 4, 5, 6 en 7. Gelet op het feit dat de deskundige bij zijn aanvullend onderzoek zal betrekken al hetgeen partijen na het uitbrengen van het (eerste) deskundigenonderzoek naar voren hebben gebracht, waaronder dus ook de opmerkingen A tot en met I in de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geïntimeerde] , acht het hof het niet noodzakelijk om de door [geïntimeerde] voorgestelde, specifiekere vragen te stellen naast de hiervoor in rov. 21.3 vermelde vragen.

21.5.

Zoals het hof heeft aangekondigd in het tussenarrest van 5 december 2017 (rov. 18.3), zal het hof ook het voorschot voor het aanvullend onderzoek ten laste van de gemeente brengen. Statema heeft dit begroot op (afgerond) € 9.800,- inclusief btw. Hij heeft de werkzaamheden in totaal ingeschat op 50 uur eigen tijd, met een uurtarief € 150,- exclusief btw, en 12 uur secretariële ondersteuning, met een uurtarief € 48,-. Onder de begrote werkzaamheden zijn begrepen het opstellen van het conceptrapport, het verwerken van opmerkingen en verzoeken van partijen met betrekking tot het conceptrapport en het uitwerken van het definitieve rapport. In aanmerking genomen de inhoud en de omvang van de werkzaamheden, zal het hof het voorschot bepalen op het door de deskundige begrote bedrag.

21.6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

22 De uitspraak

Het hof:

22.1.

bepaalt dat een aanvullend deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rov. 21.3 van dit arrest geformuleerde vragen;

22.2.

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

ing. J. Statema RT,

Adviesbureau Statema B.V.,

[adres] ,

[postcode] [plaats] ;

22.3.

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

22.4.

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

22.5.

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 9.800,- inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat de gemeente genoemd voorschot van € 9.800,- inclusief btw zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

22.6.

benoemt mr. J.P. de Haan tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

22.7.

verwijst de zaak naar de rol van 18 september 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van de gemeente;

22.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Wabeke, J.P. de Haan en E.F.D. Engelhard en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 mei 2018.

griffier rolraadsheer