Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:204

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-01-2018
Datum publicatie
22-01-2018
Zaaknummer
20-002049-17
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2017:5758, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

- Gekwalificeerde poging tot doodslag;

- Medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl geweld is gebezigd, bedreiging met geweld is gebezigd en de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is;

- Medeplegen en alleen plegen van vernieling; en

- Diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0074
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002049-17

Uitspraak : 22 januari 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 20 juni 2017 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 03-700480-16, 03-205062-16, 03-212508-16 en 03-866043-17, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf met parketnummer 03-659158-14, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1996,

wonende te [adres 1]

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De benadeelde partij [Benadeelde partij 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 750,00 ter zake van de immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Nu [Benadeelde partij 2] als benadeelde partij niet uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat zij haar vordering in hoger beroep wenst te handhaven, is deze vordering in hoger beroep niet meer aan de orde.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de beslissing op het onder parketnummer 03-700480-16 onder 3 ten laste gelegde, het vonnis voor het overige zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

  • -

    de verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde onder parketnummer 03-212408-16 en onder parketnummer 03-700480-16 voor zover het feit 1 primair betreft;

  • -

    bewezen zal verklaren de onder parketnummers 03-205062-16 en 03-866043-17 ten laste gelegde feiten, alsmede feiten 1 subsidiair en 2 primair onder parketnummer 03-700480-16;

  • -

    ter zake van de bewezen verklaarde feiten aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest;

  • -

    aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel dezelfde bijzondere voorwaarden zal verbinden als de rechtbank bij het vonnis waarvan beroep heeft gedaan;

  • -

    de vordering van [benadeelde partij 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 2.500,00 ter zake van de immateriële schade en tot een bedrag van € 385 ter zake van de materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    de vordering van [benadeelde partij 3] zal toewijzen tot een bedrag van € 828,00 ter zake van de materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    de tenuitvoerlegging zal gelasten van de bij vonnis van de rechtbank Limburg van 20 september 2016 onder parketnummer 03-659158-14 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 65 dagen;

  • -

    de inbeslaggenomen knuppel en hamer verbeurd zal verklaren en de bewaring zal bevelen van het inbeslaggenomen mes.

Door de verdediging is een strafmaatverweer gevoerd en voorts is verzocht de aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis te beperken. Voor het overige is verzocht het vonnis te bevestigen.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder parketnummer 03-700480-16 onder 3 ten laste gelegde feit. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte echter geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 03-700480-16:

1.
hij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 1] van het leven te beroven, met dat opzet:

- voornoemde [benadeelde partij 1] van achter heeft/hebben vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [benadeelde partij 1] heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit,

te weten wederrechtelijke vrijheidsberoving (ex. artikel 282 Sr), immers heeft/hebben hij, verdachte, toen en aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden

en/of

te weten onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag (ex. artikel 279 Sr), immers heeft/hebben hij, verdachte, toen en aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het opzet om [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016) aan het wettig over hem gesteld gezag te onttrekken,

en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan een andere deelnemer van dat feit straffeloosheid te verzekeren;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:

- voornoemde [benadeelde partij 1] van achteren heeft/hebben vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [benadeelde partij 1] heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
hij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, telkens opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016), heeft/hebben onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende (te weten [benadeelde partij 1] ), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van [benadeelde partij 1] ), toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige meegenomen (en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en/of de invloedssfeer van die [benadeelde partij 1] gebracht en/of gehouden) en heeft/hebben hij en/of (een van) zijn mededader(s) daarbij een list en/of geweld en/of bedreiging met geweld gebezigd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- zich toegang verschaft tot de woning van die [benadeelde partij 1] , aan de [adres 2] en/of

- voornoemde [benadeelde partij 1] de woorden toegevoegd: "Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord dan is het wel morgen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- voornoemde [benadeelde partij 1] van achteren vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] geslagen en daarbij de woorden toegevoegd: "Sterf maar, sterf maar", althans woorden van gelijke strekking en/of aard, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [benadeelde partij 1] geslagen en/of

- terwijl de minderjarige zich samen met [Benadeelde partij 2] in de badkamer bevond, met een hard voorwerp op de deur van deze badkamer geslagen en zich de toegang tot deze badkamer verschaft en/of

- meermalen, althans eenmaal, geroepen: "Geef het kind" en/of

- [Benadeelde partij 2] in het gelaat geslagen en de minderjarige uit haar handen getrokken en/of

- zich met de minderjarige richting de voordeur begeven, terwijl een mes op het gezicht van de minderjarige was gericht en daarbij de woorden toegevoegd "Ik geen kind, dan jij ook geen kind", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- met de minderjarige de woning verlaten;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- zich toegang verschaft tot de woning van die [benadeelde partij 1] , aan de [adres 2] en/of

- voornoemde [benadeelde partij 1] de woorden toegevoegd: "Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord dan is het wel morgen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- voornoemde [benadeelde partij 1] van achteren vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] geslagen en daarbij de woorden toegevoegd: "Sterf maar, sterf maar", althans woorden van gelijke strekking en/of aard, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [benadeelde partij 1] geslagen en/of

- terwijl de minderjarige zich samen met [Benadeelde partij 2] in de badkamer bevond, met een hard voorwerp op de deur van deze badkamer geslagen en zich de toegang tot deze badkamer verschaft en/of

- meermalen, althans eenmaal, geroepen: "Geef het kind" en/of

- [Benadeelde partij 2] in het gelaat geslagen en de minderjarige uit haar handen getrokken en/of

- zich met de minderjarige richting de voordeur begeven, terwijl een mes op het gezicht van de minderjarige was gericht en daarbij de woorden toegevoegd "Ik geen kind, dan jij ook geen kind", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- met de minderjarige de woning verlaten;


Zaak met parketnummer 03-866043-17 (gevoegd):

hij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (een) goed(eren), te weten een (toegangs)poort en/of een voordeur en/of een (badkamer)deur van een woning, gelegen aan de [adres 2] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [benadeelde partij 3] , heeft/hebben vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Zaak met parketnummer 03-205062-16 (gevoegd):

hij, op of omstreeks 11 augustus 2016 te Heerlen, opzettelijk en wederrechtelijk een ijzeren poort en/of een auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
Zaak met parketnummer 03-212508-16 (gevoegd):

hij, op of omstreeks 24 augustus 2015, te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder:

  • -

    parketnummer 03-700480-16 onder 1 primair en 2 primair;

  • -

    parketnummer 03-205062-16;

  • -

    parketnummer 03-212508-16; en

  • -

    parketnummer 03-866043-17

heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 03-700480-16:

1.
hij op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij 1] van het leven te beroven, met dat opzet:

- met een honkbalknuppel op het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit,

te weten wederrechtelijke vrijheidsberoving (ex. artikel 282 Sr), immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid beroofd en beroofd gehouden

en

te weten onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag (ex. artikel 279 Sr), immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar, tezamen en in vereniging met anderen met het opzet om [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016) aan het wettig over hem gesteld gezag te onttrekken,

en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die feiten gemakkelijk te maken;

2.
hij op 9 oktober 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende (te weten [benadeelde partij 1] ), immers heeft verdachte in strijd met de afspraken en zonder toestemming van [benadeelde partij 1] , toen en daar tezamen en in vereniging met anderen die minderjarige meegenomen en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en de invloedssfeer van die [benadeelde partij 1] gebracht en gehouden en hebben hij en zijn mededaders daarbij geweld en bedreiging met geweld gebezigd, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- zich toegang verschaft tot de woning van die [benadeelde partij 1] , aan de [adres 2] en

- voornoemde [benadeelde partij 1] de woorden toegevoegd: "Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord dan is het wel morgen" en

- voornoemde [benadeelde partij 1] van achteren vastgepakt en

- meermalen met een honkbalknuppel op het hoofd van die [benadeelde partij 1] geslagen en daarbij de woorden toegevoegd: "Sterf maar, sterf maar" en

- terwijl de minderjarige zich samen met [Benadeelde partij 2] in de badkamer bevond, met een hard voorwerp op de deur van deze badkamer geslagen en zich de toegang tot deze badkamer verschaft en

- meermalen geroepen: "Geef het kind" en

- [Benadeelde partij 2] in het gelaat geslagen en de minderjarige uit haar handen getrokken en

- zich met de minderjarige richting de voordeur begeven, terwijl een mes op het gezicht van de minderjarige was gericht en daarbij de woorden toegevoegd "Ik geen kind, dan jij ook geen kind", en

- met de minderjarige de woning verlaten;

Zaak met parketnummer 03-866043-17:

hij op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en wederrechtelijk goederen, te weten een (toegangs)poort en een voordeur van een woning, gelegen aan de [adres 2] , die aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 3] , heeft beschadigd

en

hij op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een badkamerdeur van een woning, gelegen aan de [adres 2] , dat aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 3] , heeft beschadigd;

Zaak met parketnummer 03-205062-16:

hij op 11 augustus 2016 te Heerlen opzettelijk en wederrechtelijk een ijzeren poort en een auto, toebehorende aan [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 2] , heeft beschadigd;


Zaak met parketnummer 03-212508-16:

hij op 24 augustus 2015 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen, toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Zaken met parketnummers 03-700480-16 en 03-866043-17:

In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Parkstad / HIC, onderzoek LB2R016166 MOLDAVIET, proces-verbaalnummer 2016187168, op 16 januari 2017 in de wettige vorm opgemaakt en gesloten door [verbalisant 1] , brigadier van politie, met bijlagen, bestaande uit in de wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina’s 1-267.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

1. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 8 januari 2018, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb een zoon, samen met [benadeelde partij 1] . Ik wilde mijn zoon zien, maar zij liet dat niet toe.

Op 9 oktober 2016 ben ik samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar de woning van [benadeelde partij 1] gegaan, gelegen aan de [adres 2] , om mijn zoontje [slachtoffer 1] te gaan halen.

We zaten in de auto en ramden de poort die toegang biedt tot het perceel. Vervolgens heb ik met een honkbalknuppel de voordeur ingeslagen en zijn we naar binnen gegaan. Het zou best kunnen dat ik, zodra ik eenmaal binnen was, heb gezegd ‘ik kom mijn jongen halen, als ik jou nu niet vermoord dan is het morgen wel’, terwijl ik mijn knuppel nog vast had. Vervolgens heb ik er de badkamerdeur mee kapot geslagen. In de badkamer stond de zus van [benadeelde partij 1] die [slachtoffer 1] vasthield. Ik heb haar geduwd en met de vlakke hand geslagen. Vervolgens rukte ik de baby uit haar armen en hebben we hem meegenomen. Aanvankelijk wilde ik het kind niet terugbrengen.

2. Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 244-250, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 1] :

Pagina 245

Ik was vandaag op het adres [adres 2] in Heerlen. Dat is het adres waar ik woon.

Toen hoorde ik op enig moment een geluid vanuit de voordeur komen. Ik ben toen naar het geluid toe gelopen. Ik zag toen [verdachte] , mijn ex, in de hal staan. Hij bleek het raam van de voordeur kapot te hebben gemaakt. Ik zag dat het glas van de voordeur volledig in diggelen lag. De voordeur stond open. Hij had een ijzeren glanzend blauwe honkbalknuppel in zijn rechterhand.

Ik riep toen naar [Benadeelde partij 2] : “Daar is [verdachte] , ga met [slachtoffer 1] weg.” Ik zag toen dat [Benadeelde partij 2] met [slachtoffer 1] in haar armen naar de badkamer rende. [verdachte] kwam toen op mij afgelopen. Ik hoorde [verdachte] zeggen: “Ik kom mijn jongen halen, en als ik jou nu niet vermoord, dan is het wel morgen.”

Ondertussen kwam [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ) ook binnen, een vriend van [verdachte] . [medeverdachte 2] was er ook bij, samen met [medeverdachte 3] . Ik werd van achteren vastgepakt. [verdachte] sloeg toen met de honkbalknuppel meerdere malen bovenop mijn hoofd. Ik voelde pijn aan mijn hoofd.

Ik zag dat [verdachte] voluit de schouder sloeg. Ik zag dat hij flinke slagen maakte met zijn rechterarm in de richting van mijn hoofd. Ik voelde de knuppel vol op mijn hoofd komen. Ik hoorde hem ondertussen zeggen: “Sterf maar, sterf maar.”

Pagina 246

Toen zag ik [verdachte] naar de badkamer lopen. De badkamer ligt op de begane grond, bij de keuken. Daar hebben ze met de hamer of de knuppel de deur opengeslagen van de badkamer.

Inmiddels was ik met [medeverdachte 2] aan het vechten. Ze sloeg me op mijn gezicht met haar beide vuisten.

Mijn zus [Benadeelde partij 2] werd op enig moment geslagen, terwijl zij [slachtoffer 1] op de arm droeg. Dat heeft ze mij verteld.

Toen kwam [verdachte] dus uiteindelijk met [slachtoffer 1] richting de voordeur gerend. Rondom dit moment ergens, zag ik dat [verdachte] [slachtoffer 1] op de linkerarm droeg, met het gezichtje naar zich toe. Met de andere hand zag ik dat hij het lemmet van een zilver zakmes / inklapbaar mes (10 a 15 centimeter) richting [slachtoffer 1] hield. Ik zag dat hij een snijvalk van het lemmet onder langs de linkerwang van [slachtoffer 1] hield. Ik hoorde hem toen zeggen: “Ik geen kind, dan jij ook geen kind.”

Ik probeerde [slachtoffer 1] uit de handen van [verdachte] te pakken. Toen ik [slachtoffer 1] wilde pakken, hoorde ik [verdachte] tegen [medeverdachte 1] zeggen: “Hier pik, pak jij hem, en ga vast in de auto zitten.” Ik zag toen dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] vastpakte en met hem richting de auto rende.

Pagina 247

Op datzelfde moment voelde ik dat ik door [medeverdachte 3] gewurgd werd.

[medeverdachte 3] trok mij aan de haren de grond op. Ik viel op het glas. [medeverdachte 3] rende toen ook richting de auto. [verdachte] en [medeverdachte 2] waren in de tussentijd al naar de auto gerend.

Ik had het vermoeden dat ze alle vier in de auto zaten. Ik zag toen dat aan de bestuurderskant het raam open was. Het raam was geheel naar beneden geschoven. Ik ben aan de bovenkant van de portier gaan hangen.

Pagina 248

Toen reed de auto met volle snelheid weg in de richting van de [straat] . Ik hield op dat moment het portier vast. Toen ze zo hard optrokken, kon ik mij na een aantal meter niet meer vasthouden. Ik viel vervolgens op de weg.

Ik ben meerderjarig verklaard en ik heb het gezag over [slachtoffer 1] . [verdachte] is wel biologisch gezien de vader, maar hij heeft geen enkel recht of iets dergelijks.

3. Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, doorgenummerde dossierpagina’s 251-254, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangeefster [Benadeelde partij 2] :

Pagina 252

Op 9 oktober 2016 bevond ik mij in de woning, gelegen aan de [adres 2] . Ik hoorde een geluid dat ik niet herkende. Ik zag vervolgens dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en een vierde persoon in de gang staan. Ik zag dat het glas van de voordeur kapot was.

Ik ben naar [slachtoffer 1] toegelopen. Ik ben toen samen met [slachtoffer 1] naar de badkamer toegelopen en heb hier meteen de deur op slot gedraaid. Voor ik het wist hadden ze de deur van de badkamer ingeslagen en stonden ze in de

badkamer. Ik zag dat de deur openging en dat [verdachte] naar me toegelopen kwam. Ik zag nog twee personen achter hem staan. [verdachte] hield iets in zijn handen, ik heb niet gezien wat het was, ik vermoed een hamer of een knuppel. Hij dreigde hiermee en schreeuwde tegen me: “geef het kind”. Dit heeft hij meerdere keren geschreeuwd. Ik werd plotseling geduwd en kreeg een slag in mijn gezicht. Plotseling werd [slachtoffer 1] door [verdachte] uit mijn handen getrokken. Ik zag dat [verdachte] wegliep met [slachtoffer 1] .

Pagina 253

Ik wilde ze achterna lopen maar in de gang aangekomen kwam ik [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] tegen. [medeverdachte 3] pakte me vast bij mijn haren en begon er hard aan te trekken. Ik voelde dat ik op mijn lichaam geslagen en geduwd werd. De slagen op mijn lichaam deden pijn.

Ze namen [slachtoffer 1] mee. Overal lag glas en bloed.

Ik heb tijdens het incident ergens een mes voorbij zien komen.

4. Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 255-256, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde partij 3] :

Pagina 255

Ik doe aangifte van vernieling gepleegd tegen mijn goederen en in mijn woning, [adres 2] . Op 9 oktober 2016 werd met een auto door mijn afgesloten poort gereden waardoor deze vernield werd.

Pagina 256

Ik zag dat de poort kapot was door grof geweld. Ik zag dat de ruit van de voordeur kapot was.

Ik kon zien dat de deur van de badkamer vernield was. Er was een groot gat in de deur geslagen zodat men via het gat de deur van buitenuit kon openen.

5. De letselrapportage d.d. 26 november 2016, van [forensisch geneeskundige] , dossierpagina 215 t/m 217.


pagina 215

Forensisch medische inspectie: Aan het voorhoofd van slachtoffer [benadeelde partij 1] , boven de neus, is een matig scherp begrensd gebied van ca. 5 cm bij 5 cm van rode huidverkleuring met onderliggende zwelling en oppervlakkige, min of meer puntvormige huidafschaving met korstvorming zichtbaar.

Pagina 217

Indien er één of meerdere klappen met een hard voorwerp, zoals een knuppel, op het hoofd worden gegeven bestaat een kans op letsel in de hersenen, zoals kneuzing van het hersenweefsel of bloedingen binnen de schedel. Afhankelijk van de kracht waarmee geslagen wordt kan een klap met een knuppel op het hoofd potentieel fataal letsel veroorzaken.

Als aanvullende vraag werd gesteld of het letsel bij slachtoffer [benadeelde partij 1] veroorzaakt kan zijn door een of meerdere slagen met een honkbalknuppel.

Het letsel aan het voorhoofd bij slachtoffer [benadeelde partij 1] , te weten een onderhuidse bloeduitstorting met zwelling en met schaafwond kan door een slag met een stomp voorwerp, zoals een honkbalknuppel zijn veroorzaakt.

Er zijn geen andere letsels die duiden op méér slagen met een knuppel.

6. Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden, doorgenummerde dossierpagina’s 8-21, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van [verbalisant 2] :

Pagina 9

Op 9 oktober 2016 te 5:50:28 uur komt een voertuig, kleur zilvergrijs aangereden op de [adres 2] in Heerlen.

Het voertuig stopt ongeveer 10 meter verder dan de oprit van perceel [adres 2] en rijdt vervolgens achteruit, en draait naar links in de richting van de oprit.

Het stalen toegangshek is gesloten.

Bij het achteruit rijden stopt het voertuig niet en ramt het stalen toegangshek dat vervolgens open gaat.

Pagina 10

Het voorportier van de bijrijderszijde gaat open en het achterportier achter de

bestuurder open. De bijrijder betreft een vrouw met zwart shirt met korte mouw en ze draagt een spijkerbroek.

De man die achter de bestuurder zat komt uit de auto en loopt de oprit op. De man heeft een blauwe honkbalknuppel met rood opschrift in de beide handen. Op dat moment gaat het rechter achterportier open en daar stapt nog een vrouw uit.

Pagina 11

De man met de blauwe honkbalknuppel loopt in de richting van de voordeur. De vrouw die eveneens op de achterbank zat loopt achter hem aan. Achter haar loopt de bijrijder.

De bestuurder van het voertuig blijft in de auto zitten.

Pagina 13

Om 15:51:44 uur stapt de bestuurder van het voertuig uit. De bestuurder, een man, is gekleed in een grijs shirt, met daar op een grijs vest met capuchon, een zwarte joggingbroek met wit opschrift en grijze sportschoenen. De man rent eveneens in de richting van de voordeur.

Pagina 14

Om 15.52.00 uur komt de bestuurder van het voertuig naar buiten met een jong kind in zijn armen. Achter hem loopt de bijrijder, een jonge vrouw.

Pagina 15

De man met kind en de vrouw lopen en de richting van de auto en stappen in. De man geeft het kind aan de vrouw die vervolgens in stapt op de brijrijdersplaats. De man neemt plaats achter (het hof begrijpt: op) de bestuurdersplaats.

Pagina 16

De man die met een honkbalknuppel naar binnen ging komt naar buiten gerend. Hij heeft niets meer in zijn handen.

De man neemt plaats achter de bestuurder. Er komen op dat moment twee vrouwen naar buiten. Een vrouw met blonde haren, gekleed in een badjas met tijgerprint, wordt aan haar haren getrokken en vastgehouden door de vrouw die als passagier achter de bijrijder zat.

Pagina 17

Gedurende het lopen naar de auto wordt er continu geduwd en getrokken. De vrouw met (het hof begrijpt: badjas met) tijgerprint, die later bleek de moeder van het kind te zijn, wordt met harde hand tegen de achterzijde van de auto geduwd door de vrouw die later weer plaatsneemt in de auto.

De moeder van het kind loopt naar de bestuurderszijde van de auto die op dat moment wil wegrijden.

Pagina 18

Zij loopt mee met de rijdende auto en komt vervolgens ten val op het asfalt.

7. De beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, d.d. 5 augustus 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 200-202, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Pagina 200

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven in de zaak met betrekking tot de minderjarige:

[slachtoffer 1] ,

verder te noemen: [slachtoffer 1] ,

geboren te Sittard-Geleen op 13 april 2016,

kind van:

[benadeelde partij 1] ,

verder te noemen: de moeder,

Pagina 201

Nu de moeder door haar meerderjarigverklaring van rechtswege het gezag over [slachtoffer 1] verkrijgt, en tegelijkertijd de grootouders het gezag over de moeder verliezen, zal de kinderrechter in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub a, van het Besluit gezagsregisters, de griffier opdragen van de meerderjarigverklaring van de moeder onverwijld aantekening te doen in het centraal gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de minderjarige [benadeelde partij 1] , geboren te Sittard, thans gemeente Sittard-Geleen, op 8 januari 1999, meerderjarig.

Pagina 202

De kinderrechter verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Zaak met parketnummer 03-205062-16:

In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, District Parkstad-Limburg, Basisteam Heerlen, registratienummer PL2300-2016147828, op 4 oktober 2016 in de wettige vorm opgemaakt en gesloten door [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, met bijlagen, bestaande uit in de wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina’s 1-29.

1. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 8 januari 2018, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Het klopt dat ik op 11 augustus 2016 ik met de auto naar de woning van [benadeelde partij 1] , gelegen aan de [adres 2] , ben gereden. Ik ben toen met mijn auto tegen de toegangspoort aangereden. Daarbij heb ik de auto van de stiefvadervader van [benadeelde partij 1] , de heer [benadeelde partij 3] , geraakt.

2. Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 6-11, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 1] :

Pagina 6

Ik ben namens de benadeelde, [benadeelde partij 3] , gerechtigd tot het doen van aangifte.

Ik doe aangifte ter zake vernieling van de poort / het hekwerk van de woning, gelegen aan de [adres 2] .

Pagina 9

Tevens vernam ik van mijn stiefvader dat [verdachte] tot tweemaal toe tegen zijn auto is aangereden.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde dossierpagina’s 21-22, voor zover – zakelijk weergegeven, inhoudende als verklaring van getuige [benadeelde partij 3] :

Pagina 21

Op 11 augustus 2016 bevond ik mij in mijn woning, gelegen aan de [adres 2] . Ik zag door het raam aan de voorzijde van de woning dat [verdachte] in een donkergrijze Ford Mondeo bij ons de Straat in reed. Ik zag dat [verdachte] bij ons voor de woning stopte en uit de auto sprong.

Ik heb een grote ijzeren poort aan de voorzijde van mijn woning. Deze had ik op slot gedaan vanwege onze veiligheid. Ik zag dat [verdachte] in de Ford Mondeo stapte. Ik zag dat [verdachte] met de auto achteruit tegen de ijzeren poort aan reed. Ik hoorde een harde knal. Ik zag dat de poort bewoog toen de auto de poort raakte. Ik zag dat [verdachte] de auto weer vooruit reed en vervolgens weer achteruit met kracht tegen de ijzeren poort. Ik zag dat [verdachte] dit meerdere keren herhalen totdat de poort ontzet was.

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde dossierpagina’s 23-24, voor zover – zakelijk weergegeven, inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 2] :


Pagina 23

Op 11 augustus 2016 bevond ik mij op de benedenverdieping van de woning, gelegen aan de [adres 2] . Ik zag dat er een donkere Ford station voor onze woning stond.

Ik zag dat de bestuurder van de donkere Ford met de achterzijde van zijn voertuig richting de poort stond. Ik zag dat de Ford met de achterzijde tegen onze poort aankwam. Ik zag dat dit met hoge snelheid gebeurde. Vervolgens zag ik dat er nogmaals met de achterzijde van de Ford tegen onze poort aangereden werd.

Pagina 24

Ik zag dat dit wederom met hoge snelheid gebeurde. Ik zag dat de bestuurder van de Ford voor derde keer met hoge snelheid tegen onze poort aanreed.

Ik zag dat de poort openging. Tevens zag ik dat de bestuurder van de Ford onze auto raakte met de Ford. Onze auto stond namelijk op onze oprit achter de poort.

5. Het geschrift Schade-indicatie, als bijlage 2 gevoegd bij het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van [benadeelde partij 3] , door voornoemde [benadeelde partij 3] opgemaakt en ondertekend d.d. 24 november 2016, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Merk en type: VW Golf II

Klantnaam: [benadeelde partij 3]

Omschrijving schade: krassen LA (het hof begrijpt: linker achterzijde).
Geschat bedrag: € 700,00 incl. BTW.

Zaak met parketnummer 03-212508-16:

In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, District Zuid-West-Limburg, Basisteam Westelijke Mijnstreek, registratienummer PL2300-2015159406, op 14 september 2016 in de wettige vorm opgemaakt en gesloten door [verbalisant 4] , brigadier van politie, met bijlagen, bestaande uit in de wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina’s 1-20.

1. Het proces-verbaal, doorgenummerde dossierpagina’s 1-4, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van [verbalisant 5] :

Pagina 1

Op 24 augustus 2015 omstreeks 22.15 uur bevond ik, verbalisant, mij per vierwielig dienstmotorvoertuig op de Urmonderbaan te Sittard.

Ik zag dat vanuit de Burgemeester Lemmensstraat een personenauto de Urmonderbaan kwam opgedraaid en dat deze reed in de richting van de A2. Ik zag dat achter het voertuig een kleine aanhangwagen was bevestigd. Ik zag tevens dat deze aanhangwagen geen verlichting voerde.

Kort voordat de bestuurder de mogelijkheid had om de A2 op te rijden gaf ik een

stopteken middels het stoptransparant aan de voorzijde van het dienstvoertuig.

Ik zag dat de bestuurder hier niet direct op reageerde. Ik zag dat hij zijn weg

vervolgde, onder de A2 door reed, en vervolgens via de Nieuwe Postbaan, de

Graetheidelaan te Urmond op reed.

Ik zag vervolgens nadat ik de zwaailichten van mijn dienstvoertuig had aangedaan, dat de bestuurder van liet voertuig stopte in een parkeerhaven gelegen ter hoogte van perceel [adres 3] .

Staandehouding:

Ik verbalisant ben hierop uitgestapt en naar de bestuurder gelopen.

Ik zag dat het voertuig een personenauto betrof, merk Ford, type Fiësta, kleur wit en voorzien van het Nederlandse kenteken : [kenteken]

Pagina 2

De bestuurder stapte hierop uit. De bestuurder had geen rijbewijs bij zich maar verklaarde wel in het bezit te zijn ervan. De bestuurder gaf mij op te zijn genaamd: [verdachte] .

Bestuurder gaf aan dat hij aan het verhuizen was en vroeg of hij even een andere auto mocht gaan halen en zou dan meteen zijn vader achterlaten.

Hierop heb ik bestuurder medegedeeld dat hij een ander trekkend voertuig kon gaan

halen, en meteen zijn rijbewijs moest meenemen. Bestuurder gaf aan dit te gaan doen.

Bij onderzoek kwam ik er achter dat op de as van de aanhangwagen een sticker bevestigd was met daarop het merk, type en chassisnummer van de aanhangwagen. Bij controle bleken deze gegevens geen “hit” op te leveren in de systemen.

Pagina 3

Op 25 augustus 2015 omstreeks 00.56 uur was ik doende met de administratieve afhandeling van deze casus en ik ontving een e-mailtje van het service center. De strekking was dat meneer [slachtoffer 3] , wonende [adres 4] , zich had gemeld, omdat zijn aanhangwagen hedenavond gestolen was.

Er bleek uit onderzoek (confrontatie) dat het inderdaad de aanhangwagen van Hensen was.

Uit de aangifte blijkt dat de aanhangwagen mogelijk enkele minuten voor de controle werd gestolen uit de tuin van aangever.

2. Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 7-8, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 3] :

Pagina 7

Op 24 augustus 2015 tussen 21.00 uur en 22.30 uur is vanaf mijn oprit, naast het huis, gelegen aan de [adres 4] , mijn dubbelassige afgesloten aanhanger gestolen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van liet feit.”

3. De bijlage het proces-verbaal van [verbalisant 5] , opgenomen op doorgenummerde dossierpagina’s 1-4, doorgenummerde dossierpagina’s 13-15, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:1

Pagina 13

Print datum: 30-04-2016

Kenteken: [kenteken]

Merk: Ford

Type: Fiesta

Kleur: Wit

Historische kentekenhouders

18-08-2015 – 16-08-2015 [verdachte]

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Zaak met parketnummer 03-700480-16

Op grond van de hierboven bedoelde wettige bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – een gekwalificeerde poging tot doodslag, alsmede tot het medeplegen van het met geweld en bedreiging met geweld tezamen en in vereniging onttrekken van [slachtoffer 1] aan het wettig over hem gesteld gezag.

Anders dan de rechtbank in haar vonnis van 20 juni 2017 bewezen heeft verklaard, waarvan door de verdediging bevestiging is gevraagd, en eveneens in afwijking van hetgeen de advocaat-generaal heeft gevorderd, is het hof van oordeel dat de verdachte, door met een ijzeren honkbalknuppel met kracht op het hoofd van [benadeelde partij 1] te slaan, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij door deze klap zou komen te overlijden. Naar het oordeel van het hof levert het met kracht met een zwaar voorwerp tegen een zo kwetsbaar lichaamsdeel als het hoofd slaan naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer op. Het hof verwijst naar de letselrapportage d.d. 26 november 2016, opgemaakt door [forensisch geneeskundige] .

Dergelijk gedrag is in beginsel aan te merken als gedrag dat naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer is gericht op het toebrengen van letsel dat de dood tot gevolg kan hebben, dat de verdachte reeds door aldus te handelen de aanmerkelijke kans op het intreden van dit gevolg heeft aanvaard. Bovendien is het hof van oordeel dat de verdachte, ondanks zijn relatief beperkte verstandelijke vermogens, evenals ieder weldenkend mens van voornoemde kwetsbaarheid van het hoofd op de hoogte moet zijn geweest. Het hof ziet zich gesterkt in dit oordeel gelet op de omstandigheid dat de verdachte, toen hij met de metalen honkbalknuppel met grote kracht op het hoofd van [benadeelde partij 1] sloeg, heeft geroepen: ‘Sterf maar, sterf maar’. Door desalniettemin met de knuppel met kracht op het hoofd van [benadeelde partij 1] te slaan, terwijl zij door een ander werd vastgehouden en niet weg kon, heeft de verdachte de kans op het intreden van de dood van [benadeelde partij 1] ook bewust aanvaard.

Voor zover de tenlastelegging door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep overigens op onderdelen is betwist, vindt dit zijn weerlegging in de bewijsmiddelen.

Zaak met parketnummer 03-212508-16

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontkend het onder parketnummer 03-212508-16 ten laste gelegde te hebben gepleegd.

Het hof overweegt als volgt.

Aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen kan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de verdachte die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang. Daarbij kan een rol spelen of de verdachte een aannemelijke, de redengevendheid van de inhoud van de overige bewijsmiddelen ontzenuwende, verklaring heeft gegeven voor dat voorhanden hebben.

In het onderhavige geval werd, blijkens de aangifte van aangever [slachtoffer 3] , op 24 augustus 2015 tussen 21.00 uur en 22.30 uur een aanhangwagen weggenomen van de oprit, gelegen aan de [adres 4] . Diezelfde avond signaleerde [verbalisant 5] zeer kort na de diefstal, namelijk omstreeks 22.15 uur, een auto met daarachter een aanhangwagen zonder verlichting. Later bleek dat dit de personenauto van de verdachte betrof, bestuurd door de verdachte en met daarachter de weggenomen aanhangwagen. Op het eerste door verbalisant Verhees gegeven stopteken reageerde de verdachte niet. Voorts is de verdachte, nadat hij inmiddels was staande gehouden, met toestemming van de verbalisant en met de belofte daarna direct terug te keren weggegaan ‘om even een andere auto te gaan halen en meteen zijn vader achter te laten’. Hij is echter niet meer teruggekomen om zich ten overstaan van de verbalisant te verantwoorden.

Gelet op voormelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, en in het bijzonder rekening houdende met de omstandigheid dat de verdachte over dit feit eerst in hoger beroep een – niet nader onderbouwde en evenmin anderszins verifieerbare – verklaring heeft afgelegd, die overigens de redengevendheid van bovengenoemde omstandigheden niet heeft ontzenuwd, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die de aanhangwagen, toebehorende aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen.

Mitsdien heeft het hof op grond van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de aan hem ten laste gelegde diefstal heeft begaan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 03-700480-16 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken.

Het in de zaak met parketnummer 03-700480-16 onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl geweld is gebezigd, bedreiging met geweld is gebezigd en de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

Het in de zaak met parketnummer 03-866043-17 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd

en

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Het in de zaak met parketnummer 03-205062-16 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-212508-16 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat het gerechtshof zal volstaan met oplegging van een gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan:

  • -

    het medeplegen van een gekwalificeerde poging tot doodslag op de moeder van zijn zoon, waarbij een forse uitbarsting van geweld heeft plaatsgevonden;

  • -

    het medeplegen van het met geweld en bedreiging met geweld onttrekken van [slachtoffer 1] aan het wettig over hem gesteld gezag;

  • -

    het in vereniging, respectievelijk alleen vernielen van een hek, een auto, een voordeur en een badkamerdeur; en

  • -

    de diefstal van een aanhangwagen.

Door aldus te handelen heeft de verdachte het welzijn van zijn eigen kind op het spel gezet, alsmede dat van [benadeelde partij 1] en haar familie. [benadeelde partij 1] is in haar eigen woning, alwaar zij zich veilig moet kunnen voelen, ernstig mishandeld en vervolgens op zeer gewelddadige wijze van haar kind beroofd. Dit heeft niet alleen geleid tot fysiek letsel bij [benadeelde partij 1] , maar tevens tot psychische klachten en een fors trauma.

Voorts hebben ook de door de verdachte gepleegde diefstal en vernielingen kwalijke gevolgen. In de regel brengen dergelijke feiten immers schade teweeg aan de eigenaars van de betreffende goederen, dan wel aan hun verzekeraars. Ook kunnen dergelijke feiten gevoelens van angst, onveiligheid en ergernis teweegbrengen bij de slachtoffers ervan. In de voorliggende zaak speelt ten aanzien van de gepleegde vernielingen bovendien dat deze vernielingen gepaard zijn gegaan met een uitbarsting van geweld.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof gelet op de omstandigheid dat de verdachte, blijkens het hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 november 2017, zich eerder schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, zij het dat deze gedocumenteerde feiten qua ernst geenszins in de buurt komen van de grove, gewelddadige acties zoals thans aan het oordeel van het hof zijn onderworpen.

Voorts heeft het hof in zijn oordeel meegewogen de inhoud van de verschillende, met betrekking tot de persoon van de verdachte opgemaakte reclasseringsrapporten zoals die zich in het dossier bevinden, waaruit naar voren komt dat bij de verdachte onder meer sprake is van zwakbegaafdheid, een gebrek aan zelfinzicht en een negatief sociaal netwerk. Zowel het recidiverisico als het risico op onttrekken aan eventuele voorwaarden als het risico op letselschade worden door de reclassering als hoog ingeschat. Blijkens het meest recente reclasseringsadvies d.d. 12 mei 2017 kan het recidiverisico enkel worden beperkt wanneer aan enkele bijzondere voorwaarden wordt voldaan. Als voorwaarden worden in dat kader genoemd diagnostiek, huisvesting op maat met begeleiding, dagbesteding, controle en sturing en het weghouden van de verdachte bij het slachtoffer.

Tevens heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken, waaronder de omstandigheid dat de verdachte op eigen initiatief hulp heeft gezocht voor zijn persoonlijke problemen, alsmede zijn bereidheid mee te werken aan behandeling en begeleiding.

Naar het oordeel van het hof kan in verband met een juiste normhandhaving, in het bijzonder gelet op het zeer gewelddadige karakter van het bewezen verklaarde en de mate waarin het bewezen verklaarde persoonlijk leed teweeg heeft gebracht, niet worden volstaan met een straf voor de duur zoals door de advocaat-generaal gevorderd. Om diezelfde reden is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met oplegging van een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt voor een langere duur dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De door de verdediging benadrukte persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de omstandigheid dat de verdachte actief en op eigen initiatief op zoek is gegaan naar hulp en dat hij sinds 9 oktober 2016 niet meer voor nieuwe feiten in aanraking is gekomen met politie en justitie, leggen tegenover de ernst van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.

Alles overziend is het hof van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan twee jaren voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden is. Tevens ziet het hof, mede gelet op de inhoud van voornoemde reclasseringsrapporten en verdachtes bereidheid zich in te zetten voor en mee te werken aan begeleiding en behandeling, aanleiding om aan voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden te verbinden, zoals na te melden.

Met de oplegging van deze gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof zal bepalen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De aard van de bewezen verklaarde feiten en hetgeen uit de persoonsrapportages blijkt over verdachtes recidive-risico, zoals hiervoor weergegeven, geven het hof daartoe aanleiding. Door het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, zullen deze bijzondere voorwaarden in de plaats treden van de aan verdachtes voorlopige hechtenis verbonden schorsingsvoorwaarden.

Vordering van de [benadeelde partij 1]

De [benadeelde partij 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.385,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.500,00.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Het hof begroot de omvang van deze immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar billijkheid op € 2.500,00. Het hof heeft daartoe in de eerste plaats gelet op de verregaande inbreuk die de verdachte en zijn mededaders, door met geweld de woning van [benadeelde partij 1] te betreden en haar baby mee te nemen, op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] heeft gemaakt. Voorts heeft het hof gelet op de aard en de ernst van het letsel dat aan haar werd toegebracht. Terwijl de woning voor [benadeelde partij 1] een veilige en beschermde omgeving had moeten zijn, werd zij er door een viertal indringers overspoeld met geweld en vervolgens beroofd van haar baby. Dit alles is aan de verdachte toe te rekenen.

De verdachte is tot vergoeding van deze schade gehouden zodat de vordering tot een bedrag van € 2.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente, toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 9 oktober 2016, zijnde de datum van het delict.

Wat betreft het gevorderde ‘eigen risico’ ter hoogte van € 385,00 is het hof van oordeel dat de vordering, die in zoverre door de verdediging is betwist, onvoldoende is onderbouwd. Nader onderzoek naar de vraag of sprake is van reeds ingetreden schade, zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Het hof zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze ziet op de post ‘eigen risico’. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen tot € 2.500,00, welk bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal niet overgaan tot het beperken van de hieraan verbonden vervangende hechtenis, zoals is verzocht door de verdediging, nu het hof van verdachtes gestelde beperkte draagkracht onvoldoende is gebleken.

De verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de [benadeelde partij 3]

De [benadeelde partij 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 828,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen en loopt derhalve van rechtswege voort in het hoger beroep.

De verdediging heeft de vordering van [benadeelde partij 3] niet inhoudelijk betwist.

Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De vordering is niet betwist en ligt derhalve voor toewijzing gereed.

Het hof zal de gehele vordering ter hoogte van € 828,00 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2016, zijnde de datum van het feit, tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen tot € 828,00 , welk bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal niet overgaan tot het beperken van de hieraan verbonden vervangende hechtenis, zoals is verzocht door de verdediging, nu het hof van verdachtes gestelde beperkte draagkracht onvoldoende is gebleken.

De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het hof is ten aanzien van de vordering van het openbaar ministerie te Limburg van 28 december 2016, tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank te Limburg van 20 september 2016 onder parketnummer 03-659158-14 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 65 dagen, van oordeel dat – nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt – de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis, dient te worden gelast.

Beslag

Tijdens het onderzoek van de politie is ter plaatse een klauwhamer aangetroffen. Een bewijsrelatie met de bewezen verklaarde feiten kan het hof niet leggen. Evenmin is een eigenaar van dit goed bekend. Mitsdien zal het hof de bewaring gelasten van dit voorwerp ten behoeve van de rechthebbende(n).

Voorts zijn tijdens het onderzoek op de plaats delict een honkbalknuppel en een mes aangetroffen en inbeslaggenomen. Uit het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof niet kunnen vaststellen aan wie deze voorwerpen toebehoren. Wel is gebleken dat het voorwerpen betreft met behulp waarvan de onder parketnummer 03-700480-16, feiten 1 en 2 bewezen verklaarde feiten zijn begaan. Aldus zal het hof deze goederen verbeurd verklaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 24c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 63, 279, 288, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-700480-16 onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte de feiten heeft begaan, zoals ten laste gelegd onder:

  • -

    parketnummer 03-700480-16 onder 1 primair en 2 primair;

  • -

    parketnummer 03-866043-17;

  • -

    parketnummer 03-205062-16;

  • -

    parketnummer 03-212508-16.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde onder:

- parketnummer 03-700480-16 onder 1 primair en 2 primair;

- parketnummer 03-866043-17;

- parketnummer 03-205062-16;

- parketnummer 03-212508-16

strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) jaren, niet ten uitvoer zal worden gelegd,

  • -

    tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

  • -

    de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

  • -

    zich zal blijven melden bij Reclassering Nederland aan de Bredeweg 28 te Roermond, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dit inhoudt dat de veroordeelde zich klinisch zal laten opnemen ten behoeve van psychodiagnostiek voor de duur van maximaal zes weken, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling zullen worden gegeven door of namens de instelling en/of behandelaar;

  • -

    zal verblijven in een instelling voor beschermd of begeleid wonen, te bepalen door de reclassering, zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    geen contact zal opnemen, zoeken of hebben, in welke vorm dan ook, ook niet via derden, met [benadeelde partij 1] en [Benadeelde partij 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; en

  • -

    zich niet zal ophouden in een straal van 2,5 kilometer rond de woningen van [benadeelde partij 1] en [Benadeelde partij 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslag

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK Honkbalknuppel Worth 854448.

- 1.00 STK Knipmes 854385

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1.00 STK Hamer 854446;

Vordering van de [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-700480-16 onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 9 oktober 2016.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-700480-16 onder 1 primair, 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 9 oktober 2016.

Vordering van de [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde partij 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-205062-16 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 828,00 (achthonderdachtentwintig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 augustus 2016.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-205062-16 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 828,00 (achthonderdachtentwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 augustus 2016.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Limburg van 20 september 2016, parketnummer 03-659158-14, te weten van:

jeugddetentie voor de duur van 65 (vijfenzestig) dagen.

Voorlopige hechtenis

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. K. van der Meijde, voorzitter,

mr. H.A.W. Vermeulen en mr. E.F.G.M. Gelderman, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.E.J. Hendricksen, griffier,

en op 22 januari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. E.F.G.M. Gelderman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Noot griffier : naast de paginanummers 13, 14 en 15, telkens in de rechteronderhoek, staat telkens een doorgekrast paginanummer. Het gaat om de nummers 6, 7 en 8.