Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:2027

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
14-05-2018
Zaaknummer
000375-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. vordering tot wijziging schorsingsvoorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2018/102
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Bijzondere zaak, nummer: [nummer]

Parketnummer 1e aanleg: [nummer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Oost-Brabant van [datum], waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:

[naam verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

volgens eigen opgave ter zitting: wonende te [adres]

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van [datum], bij welke beschikking het verzoek tot schorsing van de aan [naam verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd toegewezen.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij door de officier van justitie tijdig beroep is aangetekend tegen de beslissing van de rechtbank waarbij de aan verdachte opgelegde voorlopige hechtenis is geschorst.

Het hof heeft gehoord de advocaat generaal alsmede de verdachte en zijn raadsman.

Het hof heeft kennis genomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt onder meer dat jegens verdachte voldoende ernstige bezwaren bestaan terzake van kort gezegd mensensmokkel. Verdachte zou asielzoekers uit [het buitenland] hebben bijgestaan en geadviseerd ter voorbereiding op de asielprocedure in ons land, wetende dat de toegang tot ons land wederrechtelijk zou zijn. Verdachte ontkent hetgeen hem wordt verweten. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis bevolen, daarbij als grond aannemend dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich schuldig zal maken aan mensensmokkel wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt. De rechtbank heeft tevens de voorlopige hechtenis geschorst onder algemene voorwaarden. De officier van justitie is van oordeel dat de rechtbank niet tot een schorsing van de voorlopige hechtenis heeft kunnen besluiten nu aan die beslissing geen onderbouwd verzoek ten grondslag heeft gelegen, schorsing gelet op de aard van de feiten ten aanzien waarvan jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan niet aan de orde is, en verdachte aldus de appelmemorie van de officier van justitie, thans alle gelegenheid heeft om ons land te verlaten nu weliswaar zijn [buitenlands] paspoort in beslag is genomen, maar hij nog de beschikking heeft over een Nederlands paspoort.

Het hof overweegt als volgt.

Anders dan door de officier van justitie gesteld vereist de wet niet dat aan een door de rechter genomen beslissing tot schorsing van de voorlopige hechtenis, een onderbouwd verzoek van de verdachte ten grondslag dient te liggen. De rechter is niet alleen bevoegd de voorlopige hechtenis ambtshalve te schorsen wanneer hij van oordeel is dat daartoe termen voor aanwezig zijn, hij is mede op grond van rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) ook op grond van het subsidiariteitsbeginsel verplicht om te onderzoeken of indien voorlopige hechtenis geboden is, niet ook op een andere manier tegemoet kan worden gekomen aan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. De rechter dient daarbij alternatieven te onderzoeken. Een van die alternatieven is schorsing van de voorlopige hechtenis onder het stellen van voorwaarden. Dergelijke voorwaarden kunnen de kans op herhaling tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau terugdringen waardoor daadwerkelijke opsluiting van de verdachte achterwege kan blijven.

De rechtbank heeft derhalve naar het oordeel van het hof ambtshalve tot het oordeel kunnen komen dat de voorlopige hechtenis geschorst kan worden, derhalve zonder dat daar een onderbouwd verzoek aan ten grondslag heeft gelegen.

De rechtbank heeft aan de schorsing onder meer als voorwaarden verbonden dat verdachte zich niet aan enig strafbaar feit schuldig zal maken en dat hij zich op geen enkele andere wijze zal misdragen, en dat verdachte zich beschikbaar houdt voor het onderzoek in deze zaak. De rechtbank heeft aldus kennelijk geoordeeld dat met het stellen van deze voorwaarden mede gelet op de inhoud van het dossier en gelet op de aard van de aan verdachte verweten strafbare feiten en de omstandigheden waaronder die zouden zijn gepleegd, de kans op herhaling voldoende kan worden ingedamd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank tot dit oordeel heeft kunnen komen.

Door de officier van justitie is in de appelmemorie verzocht om indien het hof de schorsing van de voorlopige hechtenis in stand mocht laten, te bepalen dat verdachte zijn Nederlands paspoort moet inleveren, zijn verblijfplaats opgeeft en zich wekelijks meldt op een politiebureau.

Het hof acht termen aanwezig om voornoemde bijzondere voorwaarden op te nemen.

Om reden van doelmatigheid zal het hof de bestreden beschikking vernietigen.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Wijst toe de vordering tot wijziging van de schorsingsvoorwaarden.

Stelt aan verdachte als voorwaarden aan de schorsing:

  1. dat verdachte, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;

  2. dat verdachte, ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf zou worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

  3. dat verdachte gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis geen strafbare feiten zal plegen;

  4. dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie;

  5. dat verdachte zijn Nederlands paspoort zal inleveren op het politiebureau te [adres]

  6. dat verdachte zijn verblijfplaats op zal geven;

  7. dat verdachte zich gedurende de schorsing éénmaal per week zal melden bij het politiebureau te [adres]

Aldus gedaan op 9 mei 2018

door mr. A.J.M. van Gink, voorzitter, mr. J. Nederlof en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van J. van Zanten, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 9 mei 2018

Gezien d.d.

De directeur van