Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:1974

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
Raadkamer
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

In geval van een overtreding van de Opiumwet waarbij het gaat om de betrokkenheid bij een laboratorium waar synthetische drugs kunnen worden gemaakt, is er sprake van een ernstig geschokte rechtsorde. In een dergelijk geval is volgens vaste rechtspraak van dit hof, slechts ruimte voor schorsing van de voorlopige hechtenis, wanneer er sprake is van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis dient te wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte bij het in vrijheid afwachten van zijn berechting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Bijzondere zaak, nummer: [nummer]

Parketnummer 1e aanleg: [parketnummer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum], waarbij namens:

[verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [Adres]

thans verblijvende in [detentieadres]

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [datum], bij welke beschikking de gevangenhouding van [verdachte] werd bevolen.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.

Het hof heeft kennis genomen van akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen het bevel gevangenhouding voor de duur van 90 dagen.

Het hof heeft gehoord de verdachte en zijn raadsvrouw, alsmede de advocaat-generaal.

Het hof heeft kennis genomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten betrokkenheid bij een in werking zijnd drugslaboratorium waarbij onder meer is aangetroffen 43 liter MDMA olie en/of 125 kilo MDMA.

Verdachte ontkent betrokken te zijn bij de productie van en de handel in synthetische drugs en het voorhanden hebben van de in het laboratorium aangetroffen chemicaliën geschikt voor het vervaardigen van synthetische drugs. Verdachte zou zich slechts in het voorportaal hebben bevonden alwaar hij enkele rekjes moest timmeren voor iemand waarvan hij de naam niet wenst prijs te geven. Namens verdachte is betwist dat er gevaar zou zijn voor herhaling. Voorts is subsidiair verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het beroep en tot afwijzing van het verzoek tot schorsing.

Het hof is op grond van de inhoud van het dossier van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn jegens verdachte terzake de aan hem verweten feiten, kort gezegd betrokkenheid bij de productie van en de handel in synthetische drugs alsmede het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in de Opiumwet. Het hof verwijst daartoe naar de processen-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat in een pand waar verdachte zich bevond een in werking zijnd drugslaboratorium is aangetroffen alsmede naar de processen-verbaal inhoudende observaties waaruit blijkt dat verdachte meermalen met een ander bij het betreffende pand is waargenomen waarbij handelingen werden verricht die naar hun uiterlijke verschijningsvormen gelijken op het in en/of uitladen van goederen, alsmede naar de processen-verbaal inhoudende een weergave van afgetapte telefoongesprekken waarbij verdachte een stroomverdeelkast bestelt welke nadien in het betreffende laboratorium is aangetroffen.

Het hof stemt ook in met het gevaar voor herhaling als dragende grond voor de voorlopige hechtenis. Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking gekomen voor overtreding van de Opiumwet en is gedagvaard voor het bezit van en het transport van chemicaliën bestemd voor de productie van synthetische drugs. De productie van en de handel in synthetische drugs is een zeer lucratieve bezigheid waarmee naar algemeen bekend is, in korte tijd veel geld kan worden verdiend. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat door deze productie en handel veel drugs op de markt worden gebracht ten gevolge waarvan op grote schaal ernstig gevaar voor de gezondheid van personen kan ontstaan. Bovendien betreft het hier activiteiten die doorgaans in vereniging worden gepleegd waarvan men zich niet of slechts met grote moeite kan losmaken. Verdachte hanteert bovendien kennelijk een moraal waarbij persoonlijk winstbejag prioriteert boven het belang van de gezondheid van personen en voorts laat hij zich kennelijk weinig gelegen liggen aan andere normen die in het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaard zijn, zoals het niet vervaardigen van afval dat doorgaans illegaal in het milieu terechtkomt ten gevolge waarvan ernstig gevaar voor het milieu kan ontstaan en waardoor in elk geval hoge maatschappelijke kosten worden veroorzaakt doordat de samenleving wordt opgezadeld met het opruimen ervan. Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking gekomen voor het voorhanden hebben van stoffen kennelijk bestemd voor de productie van synthetische drugs. Gelet op dit alles is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een strafbaar feit waardoor de gezondheid van personen in gevaar kan worden gebracht.

Het hof wijst af het beroep.

Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis ter schorsen.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer, zoals in het onderhavige geval, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een strafbaar feit waardoor de gezondheid van personen in gevaar kan worden gebracht. In een dergelijk geval zal de rechter, op grond van het subsidiariteitsbeginsel, dienen na te gaan of niet ook op andere, voor de verdachte minder bezwarende wijze, tegemoet kan worden gekomen aan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. Dat belang bestaat uit het verschoond blijven van een of meer strafbare feiten gepleegd door verdachte. Bij de afweging van enerzijds het belang van de samenleving en anderzijds het belang dat de verdachte heeft bij het in vrijheid afwachten van zijn berechting, heeft naar het oordeel van het hof in een zaak als de onderhavige het navolgende te gelden.

Het gaat in deze zaak om een werking zijnd laboratorium waarin synthetische drugs worden vervaardigd en van waaruit in synthetische drugs wordt gehandeld. De centrale en lokale overheid stelt veel geld en menskracht ter beschikking ter bestrijding van deze vorm van criminaliteit, enerzijds vanwege het gevaar voor de gezondheid van personen welk gevaar omvangrijk is gelet op de grote hoeveelheden die doorgaans geproduceerd worden en op de markt worden gebracht, anderzijds omdat ten gevolge van het feit dat er met de productie van en de handel in synthetische drugs veel geld kan worden verdiend, deze vorm van criminaliteit veelal gepaard gaat met andere, vaak ook de samenleving ondermijnende andere criminaliteit, zoals geweldsdelicten. Het is gelet hierop, voor de samenleving niet te begrijpen en het zou voorts ook in strijd zijn met de geldende rechtsopvatting, dat degene ten aanzien van wie ernstige bezwaren bestaan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een dergelijke vorm van criminaliteit, zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten. Er is derhalve in geval van een overtreding van de Opiumwet waarbij het gaat om de betrokkenheid bij een laboratorium waar synthetische drugs kunnen worden gemaakt, sprake van een ernstig geschokte rechtsorde. In een dergelijk geval is volgens vaste rechtspraak van dit hof, slechts ruimte voor schorsing van de voorlopige hechtenis, wanneer er sprake is van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis dient te wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte bij het in vrijheid afwachten van zijn berechting.

Nu in de onderhavige zaak sprake is van ernstige bezwaren jegens verdachte terzake van kort gezegd betrokkenheid bij een in werking zijnd drugslaboratorium, is een en ander onverkort van toepassing.

Dergelijke bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden zijn niet aangevoerd, noch is het hof anderszins van het bestaan ervan gebleken.

Het hof wijst af het verzoek tot schorsing.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 26 april 2018

door mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. J. van Zanten, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, [datum]

Gezien d.d.

De directeur van [detentieadres]