Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:1843

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
26-06-2019
Zaaknummer
200.196.340_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:107
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:24
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bepaling schadevergoeding

deskundigenonderzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.196.340/01

arrest van 1 mei 2018

in de zaak van

1 [appellant] ,

2. [appellante] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

appellanten in het principaal appel,

geïntimeerden in het incidenteel appel,

gezamenlijk verder: [appellanten c.s.] ,

advocaat: mr. P.F.M. Gulickx te Breda,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellant in het incidenteel appel,

verder: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. J. Wijnja te Dordrecht,

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 16 januari 2018 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/308373 HA ZA 15-784 tussen partijen gewezen vonnis van 11 mei 2016.

6 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 16 januari 2018;

- de akte van [appellanten c.s.] van 27 maart 2018;

- de akte van [geïntimeerde] van 27 maart 2018 met producties.

Partijen hebben arrest gevraagd.

7 De verdere beoordeling

In het principaal appel en in het incidenteel appel

7.1

Bij tussenarrest van 16 januari 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van beide partijen met het in dat arrest onder 4.13 vermelde doel. Hierbij gaat het om twee aangelegenheden:

- uitlaten over het voorgenomen deskundigenbericht;

- uitlaten door [geïntimeerde] over eventuele bewijslevering.

7.2

Met betrekking tot het voorgenomen deskundigenbericht stellen beide partijen voor als deskundige te benoemen de heer ing. F. Jansen van [boomadvies] Boomadvies te [vestigingsplaats] . Het hof zal dit voorstel volgen.

7.3

Met betrekking tot de vraagstelling die het hof in het tussenarrest heeft opgenomen stelt [appellanten c.s.] voor de volgende vraag toe te voegen:

Wordt het straatwerk door de wortelgroei van de den die dicht bij de erfgrens staat, omhoog gedrukt?

Het hof zal deze vraag toevoegen.

[geïntimeerde] stelt in zijn akte onder 4.1 bij vraag 2 een aantal deelvragen voor en bij vraag 4 een nadere specificatie. Het hof zal het aan de deskundige overlaten te beslissen in hoeverre het wenselijk/noodzakelijk is deze deelvragen respectievelijk specificatie te betrekken bij de beantwoording van de desbetreffende door het hof geformuleerde vragen.

De vraagstelling is daarmee als volgt:

  1. Kunt u vaststellen hoeveel van de door [appellant] vergiftigde berken vervangen dienen te worden?

  2. Kunt u vaststellen welk bedrag gemoeid is met vervanging van die berken en, indien nodig, met de verwijdering van de grond waar deze berken op staan? Voor zover nodig kunt u hierbij de deelvragen 1 tot en met 6 in de akte van [geïntimeerde] betrekken.

  3. Kunt u een overzichtskaart maken van alle bomen die, gemeten vanaf het midden van de voet van de boom, staan op een afstand van 1.0 meter of minder van de erfgrens tussen de percelen van partijen?

  4. Kunt u vaststellen of de beplanting in de tuin van [appellanten c.s.] schade heeft ondervonden van berken die in de tuin van [geïntimeerde] op minder dan 1 meter van de perceelgrens staan? Voor zover nodig kunt u hierbij de specificatie in aanvullende vraag 7 in de akte van [geïntimeerde] betrekken.

  5. Indien vraag 4. bevestigend wordt beantwoord, op welk bedrag begroot u die schade en in hoeverre is de offerte van [offerte] van 2 augustus 2016 reëel?

  6. Wordt het straatwerk door de wortelgroei van de den die dicht bij de erfgrens staat, omhoog gedrukt?

  7. Wat acht u verder van belang op te merken?

7.4

Met betrekking tot de bewijslevering heeft [geïntimeerde] te kennen gegeven dat hij zijn stelling dat [appellant] heeft ingestemd met de plaatsing van bomen binnen 1 meter van de perceelgrens, met getuigen wil bewijzen. Na afwikkeling van het deskundigenbericht zal het hof hem hiertoe in de gelegenheid stellen.

7.5

Voor hetgeen [geïntimeerde] verder in zijn akte naar voren heeft gebracht was de aktewisseling niet bestemd. Zo nodig komt dit later aan de orde.

7.6

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

8 De uitspraak

Het hof:

in het principaal appel en in het incidenteel appel

8.1

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 7.3 van dit arrest geformuleerde vragen;

8.2

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

de heer F. Jansen

[boomadvies] Boomadvies

[adres]

[postcode] [vestigingsplaats]

telefoon: [telefoonnummer/mobielnummer]

e-mail: [e-mailadres]

8.3

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

8.4

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

8.5

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.299,= inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 2.299,= inclusief btw, derhalve € 1.149,50 inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

8.6

benoemt mr. B.A. Meulenbroek tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

8.7

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 4 september 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van appellanten;

8.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 mei 2018.

griffier rolraadsheer