Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:1782

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
26-04-2018
Zaaknummer
20-001361-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:3746, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging moord, meermalen gepleegd, geen sprake van voorbedachte raad.

Veroordeling wegens poging tot doodslag, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest.

Sprake van een noodweersituatie, bestaande in een onmiddellijke dreiging van gevaar voor een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Beroep op noodweerexces verworpen omdat o.a. op basis van camerabeelden niet aannemelijk is geworden dat de gemoedsbeweging van verdachte, op het moment van de dreigende situatie, van doorslaggevend belang is geweest voor de gedragingen van verdachte, te weten het vijf maal op korte afstand met een vuurwapen schieten op een personenauto met daarin drie inzittenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001361-16

Uitspraak : 26 april 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 3 mei 2016 in de strafzaak met parketnummer 03-721556-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedatum] 1961,

thans verblijvende in PI Limburg Zuid - Gev. De Geerhorst te Sittard.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake poging tot doodslag, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair ten laste gelegde, te weten poging tot moord, meermalen gepleegd, bewezen zal verklaren en verdachte ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft:

  • -

    bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van poging tot moord, meermalen gepleegd;

  • -

    zich gerefereerd aan het oordeel van het hof wat betreft de ten laste gelegde poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

  • -

    bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep toekomt op noodweerexces;

  • -

    bepleit dat indien het hof het beroep op noodweerexces verwerpt, verdachte tot een lagere straf zal worden veroordeeld dan die de rechtbank heeft opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 oktober 2015, in de gemeente Kerkrade, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en met die voorbedachten rade voornoemde [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen heeft beschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:


hij op of omstreeks 17 oktober 2015, in de gemeente Kerkrade ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen heeft beschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:


hij op of omstreeks 17 oktober 2015, in de gemeente Kerkrade ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen heeft beschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair:


hij op of omstreeks 17 oktober 2015, in de gemeente Kerkrade [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een vuurwapen meermalen, althans eenmaal op voornoemde [slachtoffer 1] en/of (een) ander(en) geschoten.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Inleiding: feiten en omstandigheden van de zaak

Uit het dossier blijkt het volgende:

i.

Op 17 oktober 2015, omstreeks 22.26 uur, kreeg de politie een melding van een schietpartij op de Meuserstraat te Kerkrade. Op de Haanraderweg werd de politie aangesproken door een persoon die aangaf dat op hem geschoten was. Deze persoon gaf op te zijn [slachtoffer 1] . Hij meldde dat zijn auto nog ter plaatse stond, dat hij beschoten was door een persoon wonend op de [straatnaam] en dat hij daar die avond was geweest om cocaïne te kopen. De persoon van wie hij cocaïne wilde kopen had op hem geschoten (blz. 18 dossier). Aanvankelijk verklaart [slachtoffer 1] dat hij alleen was toen er op hem geschoten werd (blz. 54). Vervolgens verklaart hij met jongens uit Duitsland te zijn geweest, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . [betrokkene 2] en [betrokkene 1] zijn weggerend. Hij heeft op de stoep [verdachte] gezien, toen hij daar aankwam.

ii.

De politie treft op de Meuserstraat ter hoogte van [huisnummer] een groene Renault Scenic aan, met kenteken [kenteken] . Er waren geen betrokkenen van het schietincident meer aanwezig (blz. 20). De bewoners van perceel [kenteken] beschikten over camerabeelden waarop het schietincident te zien is.

iii.

Op 28 oktober 2015 werd een proces-verbaal ontvangen van het Team Criminele Inlichtingen, waarin is gerelateerd dat op de [straatnaam] in [woonplaats] een Roemeen woont die [bijnaam verdachte] ” wordt genoemd en dat [bijnaam verdachte] al langere tijd een conflict heeft met [slachtoffer 2] en dat [verdachte] op [slachtoffer 2] heeft geschoten.

iv.

Op 23 januari 2016 is [slachtoffer 2] gehoord. Hij heeft verklaard dat hij op bezoek was bij [voornaam slachtoffer 1] (hof: [slachtoffer 1]). Dat een vriend van hem, [betrokkene 2] , uit Duitsland, er ook bij was. Dat ze wilden gaan stappen en dat zij een bolletje cocaïne wilden gaan halen voor [betrokkene 2] op een adres in [woonplaats] . Toen zij daar aankwamen werd er opeens op hen geschoten. [slachtoffer 2] wilde geen aangifte doen (blz. 49-51).

v.

Verdachte heeft zich op 5 januari 2016 bij de politie gemeld en verklaard dat hij [bijnaam verdachte] wordt genoemd, dat hij niet weet wie [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn, dat hij geen ruzie heeft en verder van niets weet (blz. 275-294).

vi.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte op 19 april 2016 verklaard dat [slachtoffer 1] een tractor voor hem zou kopen van € 4.000,- en dat ze daarvoor samen naar Duitsland zijn gegaan. Het betreffende bedrijf was echter gesloten. Toen verdachte nadien [slachtoffer 1] thuis afzette, ging [slachtoffer 1] er vandoor met de enveloppe met € 4.000,-. Toen verdachte vervolgens probeerde het geld terug te krijgen onder vermelding anders naar de politie te gaan, begon [slachtoffer 1] te dreigen. Verdachte heeft toen in Duitsland een wapen gekocht. [slachtoffer 1] liet hem bellen door anderen die hem bang maakten, aldus verdachte. Die avond belde [slachtoffer 1] dat hij zou komen om het geld te brengen. Verdachte wist dat [slachtoffer 1] geen geld zou brengen maar kwam om hem te slaan. Verdachte besloot toen de confrontatie niet thuis te laten plaatsvinden maar is naar buiten, richting de bushalte gelopen. Toen ze probeerden uit de auto te stappen heeft hij geschoten. Dat was om ze te laten schrikken. Verdachte heeft verklaard twee keer te hebben geschoten.

vii.

Ter terechtzitting in hoger beroep op 14 maart 2017 heeft verdachte verklaard dat hij bij de rechtbank niet de waarheid heeft verteld.

Hij heeft verklaard dat hij betrokken was bij de schietpartij op de Meuserstraat in Kerkrade op 17 oktober 2015. Verdachte heeft verklaard dat hij de schutter was en op een Renault Scenic met drie inzittenden heeft geschoten. Hij kende [slachtoffer 2] , de bijrijder. De bestuurder, [slachtoffer 1] , had hij kort ervoor leren kennen. De man op de achterbank kende hij niet.

Op 14 oktober 2015 kwam een vriend van verdachte, [betrokkene 3] naar verdachte toe en vroeg hem of hij kon helpen met het kopen van een kilo marihuana. [slachtoffer 2] zou de marihuana aan verdachte leveren, maar volgens verdachte heeft [slachtoffer 2] hem bedonderd. Op 15 oktober 2015 zou [slachtoffer 2] volgens afspraak de marihuana leveren voor € 4.000,-. Op 15 oktober 2015 kwam [slachtoffer 2] met [slachtoffer 1] in de auto. Verdachte heeft [slachtoffer 2] een enveloppe met het geld gegeven. [slachtoffer 2] is de auto uitgegaan. [slachtoffer 1] heeft verdachte nadien uit de auto geduwd en is vertrokken. Verdachte bleef aldus achter zonder geld en zonder marihuana.

Op 16 oktober 2015 heeft verdachte [slachtoffer 2] per SMS laten weten dat hij zijn geld terug wilde en dat verdachte anders contact op zou nemen met Russen. Daarover zou [slachtoffer 2] boos geworden zijn en gezegd hebben dat verdachte in een rolstoel zou eindigen. Voorts zou op 17 oktober 2015 [betrokkene 4] naar verdachte hebben gebeld om te waarschuwen dat verdachte vermoord zou worden omdat [slachtoffer 2] boos was dat verdachte met Russen had gedreigd.

Verdachte heeft toen een pistool gekocht in Aken. Op 17 oktober 2015 belde [slachtoffer 2] hem om 22.00 uur op en zei dat hij verdachte een lesje zou komen leren, dat zijn keel doorgesneden zou worden.

Vervolgens is verdachte die avond in een bushokje op de Meuserweg gaan zitten omdat daar licht is en ze hem dan zouden zien. Hij bedacht zich dat hij eigenlijk zou moeten vluchten maar deed dat niet omdat ze hem toch wel zouden vinden. Hij zag de auto voorbijrijden en zag dat de auto omdraaide. Hij verstopte zich achter een bestelbusje. Daarna belde [slachtoffer 2] en zei: ‘ik ga je vermoorden’. Toen de auto stopte zag hij dat het portier van de bijrijder openging. In paniek heeft hij direct geschoten. Hij schoot omdat hij bang was. Hij heeft 4 of 5 keer geschoten. Hij heeft geen wapens gezien bij de mannen in de auto.

viii.

De raadsheer-commissaris heeft getracht de getuigen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] te horen; de getuigen zijn echter niet getraceerd kunnen worden.

ix.

[slachtoffer 2] heeft op 28 augustus 2017 in een verhoor bij de raadsheer-commissaris verklaard dat ze op stap wilden gaan in Duitsland. Dat degene die op de achterbank zat cocaïne wilde en dat ze dat bij een vriend van de bestuurder in Kerkrade gingen kopen. De bestuurder zei dat de dealer niet thuis was. Ze gingen omdraaien om naar Duitsland te rijden. Toen schoot ineens iemand op de auto. Hij heeft niet gezien wie er schoot, na de vijfde kogel is hij uit de auto gegaan en weggerend.

Het klopt niet dat hij een conflict had met [verdachte] , aldus [slachtoffer 2] . Hij had geen wapen bij zich. Hij heeft nooit zaken gedaan met [verdachte] , hij heeft geen geld van hem afgepakt, het hele verhaal over de marihuana die hij zou leveren klopt volgens [slachtoffer 2] niet. Verdachte kent hij niet en hij heeft verdachte ook niet bedreigd.

x.

[slachtoffer 1] heeft op 6 oktober 2017 in een verhoor bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij naar [verdachte] ging om een zakje marihuana te halen. Dat hij met een jongen uit Duitsland in de auto zat. Dat de persoon die naast hem zat [betrokkene 5] heet. Degene die achterin zat kende hij niet, dat was een vriend van de persoon die naast hem zat. Hij zag dat [verdachte] op de auto schoot, maar hij weet niet waarom, hij had geen ruzie met hem. [slachtoffer 2] zat niet naast hem in de auto, [betrokkene 5] zat naast hem. Hij weet niets van een conflict tussen [slachtoffer 2] en [verdachte] . Wat verdachte daarover heeft verklaard klopt niet, aldus [slachtoffer 1] .

Toen hij marihuana ging halen is hij de deur van de dealer voorbij gereden en is toen omgedraaid. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij verdachte niet heeft gezien voordat hij beschoten werd. Hij heeft de auto niet gestopt maar er was een drempel aan het einde van de straat waardoor hij langzamer ging rijden.

Vrijspraak van de primair ten laste gelegde poging tot moord, meermalen gepleegd

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' moet komen vast te staan, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

Anders dan de advocaat-generaal, doch met de verdediging, is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van een vooropgezet plan bij verdachte om [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en de onbekend gebleven andere inzittende van de auto (omschreven als [betrokkene 2] ) van het leven te beroven.

Daartoe acht het hof niet voldoende dat uit de camerabeelden blijkt dat verdachte op ogenschijnlijk rustige wijze met een wapen in de hand over de Meuserstraat te Kerkrade loopt en zich achter een Renault Traffic positioneert/verstopt. Hoewel dit een aanwijzing zou kunnen vormen voor enig vooropgezet plan, is het enkele vooraf zich een wapen aanschaffen op zich niet voldoende. Niet uitgesloten kan worden dat verdachte, conform de door hem in hoger beroep afgelegde verklaring, de personen in de auto niet wilde vermoorden en dat hij pas besloot te schieten toen de auto abrupt remde en de deur openging.

Derhalve acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tevoren daadwerkelijk het plan had opgevat om [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en de derde inzittende van de auto van het leven te beroven.

De vraag waarvoor het hof zich vervolgens gesteld ziet, is, of de verdachte voorafgaand aan het schieten nog voldoende tijd voor beraad en gelegenheid voor bezinning heeft gehad.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt op grond van de camerabeelden1 vast dat:

  • -

    22:22:16 uur: de Renault Scenic komt hard remmend tot stilstand,

  • -

    22:22:20/22 uur: de bijrijder opent het portier van de auto en maakt aanstalten om uit te stappen en de verdachte richt zijn vuurwapen met gestrekte arm in de richting van de Renault Scenic, met name naar het bijrijdersportier,

  • -

    22:22:23 uur: verdachte stopt met bellen, brengt zijn linkerarm omlaag en vuurt voor de eerste maal in de richting van de bijrijder,

  • -

    22:22:23-22:22:32 uur: verdachte vuurt vervolgens nog vier maal in de richting van de inzittenden van de Renault Scenic.

Tussen het moment waarop de auto stopt en verdachte het vuur opent op de auto zit slechts een aantal seconden.

Uit bovengenoemde feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de besluitvorming en de uitvoering tot stand zijn gekomen in een zodanig korte tijdspanne, dat niet kan worden bewezen verklaard dat de verdachte met voorbedachten raad heeft gehandeld.

Het hof zal gelet op het voorgaande de verdachte vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot moord, meermalen gepleegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

subsidiair:


hij op 17 oktober 2015 in de gemeente Kerkrade ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en anderen opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1] en anderen meermalen met een vuurwapen heeft beschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijs 2

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2015 (dossierpagina’s 18 en 19), voor zover inhoudende als bevindingen van [verbalisant] en [verbalisant] :

Op 17 oktober 2015, omstreeks 22:26 uur, kregen wij verbalisanten de melding te gaan naar de Meuserstraat te Kerkrade daar ter plaatse met een vuurwapen geschoten zou zijn. Onderweg kregen wij het verzoek te gaan naar de Frans Halsstraat. Ter plaatse op de Haanraderweg, ter hoogte van de Frans Halsstraat werden wij aangesproken door een collega, welke aangesproken was door een persoon die aangaf dat hij de benadeelde was van het incident en dat er op hem geschoten was. Wij hebben de betrokkene overgenomen en hem plaats laten nemen in ons dienstvoertuig. Hij gaf ons op te zijn: [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Roemenië, wonende te [woonplaats] . Hij deelde ons mede dat in een straat verderop zijn auto nog geparkeerd stond en dat iemand op hem geschoten had. Verder deelde hij mede dat de persoon die op hem geschoten had in dezelfde straat woonde op [huisnummer] .

2. Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. (zondag) 18 oktober 2015 (dossierpagina’s 58-66), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

Op 17 oktober 2015 ben ik door ene [verdachte] , die op de [adres] woont, op de Meuserstraat te Kerkrade met een vuurwapen beschoten. Ik bevond mij op dat moment samen met twee anderen in mijn auto. Ik zag [verdachte] op de Meuserstraat staan, op de stoep. Toen ik de auto stopte, begon [verdachte] meteen te schieten. Ik zag het wapen toen ik de auto stopte. Hij heeft 5 of 6 keer geschoten. Ik ben toen weggerend.

3. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 23 januari 2016 (dossierpagina’s 48-51), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :

Ik begrijp dat ik word gehoord naar aanleiding van hetgeen er gebeurd is met [verdachte] . Het was op een zaterdag en ik was op bezoek bij [voornaam slachtoffer 1] (hof: [slachtoffer 1] ). Naast [slachtoffer 1] was er ook een vriend van hem. We waren op weg in Kerkrade. We werden opeens beschoten, een keer of 5 of 6. Er werd op ons geschoten. Ik zat op de bijrijdersstoel. Ik ben uit de auto gevlucht en weggerend.

4. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 14 maart 2017, voor zover inhoudende:

Ik was betrokken bij de schietpartij op de Meuserstraat in Kerkrade op 17 oktober 2015. Ik was de schutter. Ik schoot op een Renault Scenic met drie inzittenden. Ik kende de bijrijder van de Renault Scenic, [slachtoffer 2] . De bestuurder, [slachtoffer 1] , had ik kort ervoor leren kennen. De man op de achterbank kende ik niet. Ik heb 4 of 5 keer geschoten.

5. Het proces-verbaal uitlezen camerabeelden d.d. 19 oktober 2015 (dossierpagina’s 28-37), voor zover inhoudende als verklaring van [verbalisant] :

Naar aanleiding van het schietincident op de Meuserstraat [huisnummer] te Kerkrade werden op 17 oktober 2015 camerabeelden verkregen van de getuige [naam] , wonende te [adres] te Kerkrade. (…) Tussen de tijd van het bewakingssysteem van [naam] en de UTC-tijd bestond een verschil van 4 minuten.

Zaterdag 17 oktober 2015:

22:17:59 uur

Een personenauto, merk Renault Scenic, met bijzonder kenmerk sunroof, zwarte stootstrip over de rechterzijde van het voertuig en stompe neus, rijdt met vrij hoge snelheid langs perceel Meuserstraat [huisnummer] in de richting van de Haanraderweg.

22:18:34 uur

Op de Meuserstraat, vlak voorbij de opgang van perceel Meuserstraat [huisnummer] staat in het parkeervak aldaar een Renault Twingo. Vlak achter deze Renault Twingo staat een bestelbus, merk Renault Traffic geparkeerd. Beide voertuigen staan met de neus in de richting van de Haanraderweg geparkeerd.

22:20:59 uur

Komt een manspersoon over het trottoir van de Meuserstraat, komende uit de richting van de Haanraderstraat en lopende in de richting van de Haanraderweg. Hij loopt rustig. In zijn rechterhand, langs zijn lichaam heeft hij iets in zijn hand. Later blijkt dit een vuurwapen te zijn. Zijn linkerhand heeft hij in zijn jaszak.

22:21:31 uur

De man stopt op het trottoir halverwege de aldaar geparkeerd staande Renault Traffic. Hij kijkt in de richting van de Haanraderweg.

22:21:35-22:21:44 uur

Draait de man zich met zijn lichaam en gezicht in de richting van de zijkant van de Renault Traffic. Hij blijft op de plaats staan. Vervolgens draait hij, staande naast de Renault Traffic, zijn hoofd in de richting van de Haanraderstraat. Daar komt de later te noemen Renault Scenic met hoge snelheid over de Meuserstraat langsrijden in de richting van de Haanraderstraat. Kort achter de Renault Scenic rijdt een donkere auto. Hij blijft beide voertuigen nakijken totdat zij uit het zicht verdwijnen op de Haanraderstraat.

22:21:44-22:22:04 uur

De man draait zich in de richting van de Haanraderweg en loopt over het trottoir heel rustig naar voren en stopt ter hoogte van de voorkant van de geparkeerde Renault Traffic. Op dat moment komt zijn linkerhand uit zijn jaszak tevoorschijn en heeft hij iets in zijn linkerhand. Hij houdt nog steeds het vuurwapen in zijn rechterhand. Hij brengt beide handen voor zijn lichaam en kijkt naar de rijbaan van de Meuserstraat over de voorkant van de Renault Traffic.

22:22:09 uur

Hij brengt zijn linkerhand naar boven. In zijn linkerhand heeft de man een voorwerp waarin een licht begint te branden. Zijn rechterhand hangt langs zijn lichaam. Zijn linkerhand gaat met betreffend voorwerp dat hij daarin heeft naar zijn linkeroor. Hij staat nog steeds stil. Op het moment dat hij het voorwerp aan het linkeroor heeft, kijkt hij in de richting van de Haanraderstraat en maakt een stap naar voren richting rand trottoir.

22:22:16 uur

De Renault Scenic komt met hoge snelheid over de Meuserstraat, komende uit de richting van de Haanraderstraat, weer aanrijden. De man op het trottoir, naast de Renault Traffic, is nog steeds aan het bellen. Zijn rechterarm en hand met daarin het vuurwapen houdt hij nog steeds langs zijn lichaam. De Renault Scenic komt hard remmend tot stilstand en blijft ter hoogte van de voorkant van de geparkeerde Renault Traffic midden op de rijbaan van de Meuserstraat staan. Bij het remmen duikt de neus van de Renault Scenic iets naar voren vanwege het harde remmen.

22:22:20-22:22:22 uur

In de Renault Scenic zit buiten de bestuurder, op dat moment zichtbaar, nog een bijrijder. Deze opent het bijrijdersportier en maakt aanstalten om uit te stappen. Op dat moment heft de man naast de Renault Traffic zijn rechterarm waarin hij het vuurwapen heeft en richt deze met gestrekte arm in de richting van de Renault Scenic. Met name naar het bijrijdersportier.

22:22:23 uur

De man op het trottoir stopt met bellen en brengt zijn linkerarm omlaag en vuurt voor de eerste maal in de richting van de bijrijder van de Renault Scenic. Deze sluit onmiddellijk het bijrijdersportier en duikt schuin weg in de richting van de bestuurder.

22:22:23-22:22:32 uur

De man op het trottoir vuurt vervolgens nog vier maal in de richting van de inzittenden van de Renault Scenic. Hij buigt hier met gestrekte arm enigszins naar voren. Nadat hij vijf maal heeft gevuurd is bij ieder schot kruitdamp te zien. De bestuurder tracht nog weg te rijden.

De auto schokt een keer een klein stukje naar voren maar blijft vervolgens ter plaatse staan. De bestuurder opent zijn portier en stapt uit de auto. Hij probeert iets gebukt dekking te zoeken achter het geopende portier.

DE RENAULT SCENIC

22:22:24 uur

Bij het eerste schot barst de ruit van het bijrijdersportier kapot.

22:22:26-22:22:30 uur

De bijrijder opent tijdens het schieten het bijrijdersportier en stapt gebukt uit. Hij gooit het portier dicht. Vervolgens rent hij weg over de Meuserstraat in de richting van de Haanraderweg. De bestuurder opent na het derde schot het bestuurdersportier en stapt uit. Hierbij laat hij het portier openstaan. In eerste aanleg gaat hij gehurkt achter het geopende portier zitten vervolgens gaat hij rechtop gebukt staan achter het geopende portier en kijkt richting schutter. Hij houdt met zijn rechterhand het portier ter hoogte van de portierhendel vast. Nadat de schutter ophoudt met schieten en zijn schietarm naar beneden doet, gaat de bestuurder helemaal rechtop staan en houdt met zijn linkerhand her portier vast ter hoogte van de overgang portier naar portierraampje.

22:22:35-22:22:38 uur

De bestuurder komt vanachter het geopende bestuurdersportier vandaan en stapt half op de bestuurderszitplaats in en reikt vervolgens met zijn rechterarm in het voertuig. Meteen hierop stapt hij uit en rent weg over de Meuserstraat richting Haanraderweg het portier half openlatend.

22:22:26-22:22:40 uur

Achter de bestuurder is nog een manspersoon te zien. Gedurende het vuren door de schutter wordt het linkerachterportier geopend. Daar is beweging te zien. Nadat de bestuurder is gevlucht, komt vanachter dit linker achterportier een man in donkere kleding tevoorschijn en rent langs de zijkant van de Renault Scenic ook weg over de Meuserstraat richting Haanraderweg. De schutter wijst met gestrekte arm de vluchtende inzittenden na met zijn wapen in de aanslag.

22:22:44-22:23:36 uur

Nadat de inzittenden zijn weggevlucht over de Meuserstraat draait de schutter zich volledig in de richting van de Haanraderweg en begint langzaam over het trottoir in de richting van de Haanraderweg te lopen. Het wapen heeft hij nog steeds in zijn rechterhand. (…) Tijdens het lopen pakt hij iets uit zijn linkerjaszak. Gekomen ter hoogte van de motorkap van de Renault Twingo stopt hij en is daar doende aan zijn wapen met beide handen. Hij reikt tot driemaal toe in zijn rechter jaszak en brengt zijn hand naar voren naar zijn linkerhand waar het vuurwapen zich bevindt. Hij is daar doende met zijn beide handen.

6. Het proces-verbaal sporenonderzoek op de plaats delict en vervolgonderzoeken van het team forensische opsporing d.d. 3 februari 2016 (dossierpagina’s 118-126, en de daarbij behorende fotomap, dossierpagina’s 127-157), voor zover inhoudende als bevindingen van [verbalisant] en [verbalisant] :

Op zaterdag 17 oktober 2015 te 23:30 uur, werd door ons verbalisanten als forensische onderzoekers op verzoek van de politie, Eenheid Limburg een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een vermoedelijke poging tot doodslag/moord, gepleegd op zaterdag 17 oktober 2015 te 22:26 uur.

Verdachte : [naam verdachte] , geboren [geboortedatum] 1961 [geboorteplaats] (Roemenië), [adres]

Betrokken voertuig : Renault, type Scenic, vier deurs, kleur groen,

gekentekend [kenteken]

Onderzoekslocatie

Het onderzoek is verricht op de openbare weg de Meuserstraat ter hoogte van perceel nummer [huisnummer] , 6464 EJ te Kerkrade.

Onderzoek plaats delict

Tijdens het ingestelde onderzoek werd door ons het navolgende bevonden en

waargenomen.

Op zaterdag 17 oktober 2015, omstreeks 23.30 uur, kregen wij, verbalisanten, de

opdracht van het Operationeel Centrum Politie Limburg-Zuid, ons te begeven naar

voornoemde locatie (Meuserstraat te Kerkrade) in verband met een aldaar plaatsgehad. hebbend schietincident. (…)

Wij, verbalisanten, zijn onmiddellijk ter plaatse gegaan.

Foto’s:

Tijdens het ingesteld onderzoek werden digitale foto’s gemaakt.

(…)

Deze foto’s - genummerd van 01 tot en met 62 - worden weergegeven in een fotomap, die als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd en die deel uitmaakt van dit proces-verbaal.

De verwijzing in dit proces-verbaal naar foto’s met nummering komt overeen met de nummering van de foto’s in de fotomap.

Eerste informatie op de plaats delict:

Bij onze komst ter plaatse werd ons, verbalisanten, het navolgende medegedeeld en

waargenomen:

Aan de voorzijde van perceel [adres] waren door de bewoner

camera’s geplaatst die het hele gebeuren hadden opgenomen en vastgelegd (…) Deze beelden werden aan de politie ter beschikking gesteld en inbeslaggenomen.

Ligging plaats delict

De plaats delict is gelegen op de Meuserstraat in de wijk Haanrade te Kerkrade ter

hoogte van de panden [huisnummer] en [huisnummer] .

De Meuserstraat loopt in het noorden over in de Haanraderstraat en in het zuiden in

de Grensstraat. De Meuserstraat is de verbindingsweg tussen Eygelshoven en Herzogenrath in Duitsland.

Omschrijving plaats delict

De Meuserstraat is een doorgaande weg bestaande uit twee rijbanen.

Op de Meuserstraat zijn op het wegdek, bij de aldaar gelegen woningen her en der

parkeervakken aangebracht. Gezien vanuit de richting Eygelshoven bevinden zich op de plaats delict voor de woningen gelegen aan de rechterzijde voortuinen. Voor de woningen aan de linkerzijde bevindt zich een trottoir.

Op de plaats delict, ter hoogte van de percelen Meuserstraat no. [huisnummers] stond op de

rechter rijbaan een personenauto, merk Renault, type Scenic, kleur groen, voorzien van het kenteken [kenteken] .

Deze auto stond met de voorzijde in de rijrichting van de Grensstraat.

Rechts van dit voertuig stonden in de aldaar gelegen parkeervakken:

- een transport busje, merk Renault, voorzien van het kenteken [kenteken] en

daarvoor

- een personenauto, merk Nissan, voorzien van het kenteken [kenteken]

Deze beide voertuigen stonden met de voorzijde in de richting van de

Grensstraat, ongeveer ter hoogte van de percelen Meuserstraat [huisnummer] en [huisnummer] (…)

Forensisch onderzoek plaats delict

Door ons, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , werden van belang zijnde sporen-en/of sporendragers voorzien van een spoornummer. Vervolgens werden deze gefotografeerd (…)

Het aantreffen van projectielen en hulzen op wegdek/trottoir

Projectiel:

Op het wegdek, op enkele meters verwijderd van de achterzijde van de Renault Scenic (auto aangever) troffen wij, verbalisanten, een gedeformeerd projectiel aan (…)

Hulzen:

Op het trottoir, op enige afstand van de aldaar geparkeerd staande personenauto Nissan ( [kenteken] ) troffen wij, verbalisanten, 2 hulzen aan [nummer 4 en 5].

Bodemstempel huls nummer 4 […]: 38 SPL WINCHESTER [foto 59].

Bodemstempel huls nummer 5 […]: 38 SPL LAPUA [foto 60]

Metalen ring en huls:

Op dezelfde hoogte werd naast de trottoirband (goot) eveneens een huls aangetroffen [nummer 6].

Bodemstempel huls nummer 6 […]: 38 SPL WINCHESTER [foto 59] (…)

Voertuig aangever Renault Scenic

Zoals reeds eerder vermeld werd door ons het voertuig van de aangever, Renault Scenic, groen, [kenteken] aangetroffen op de rechterrijbaan van de Meuserstraat met de voorzijde van het voertuig in de richting van Herzogenrath. In het contactslot stak de contactsleutel van het voertuig. (…)

Schotbeschadigingen aan de binnenzijde op de voorruit auto aangever Renault Scenic [kenteken] :

Op de binnenzijde in het glas van de voorruit, aan de linkerzijde (gezien

rijrichting), de bestuurderszijde, bevonden zich drie schotbeschadigingen [nummers 1 t/m 3] [foto 47].

De schotbeschadiging in de voorruit, genummerd 3, bevond zich nagenoeg tegen de linker raamstijl. In de raamstijl van de voorruit, aan de linkerzijde van de binnenzijde, bevond zich een schotbeschadiging [nummer 7] [foto 46]. Deze lag in het verlengde van de schotbeschadiging nummer 2.

Opmeten schotbeschadigingen in voorruit:

Schotbeschadiging nummer 1: ongeveer 25 cm gemeten vanaf linker raamstijl, ongeveer 67 cm gemeten vanaf de onderzijde voorruit [foto 53 en 54].

Schotbeschadiging nummer 2: ongeveer 29 cm gemeten vanaf linker raamstijl, ongeveer 52 cm gemeten vanaf de onderzijde voorruit [foto 51 en 54].

Schotbeschadiging nummer 3: nagenoeg tegen de linker raamstijl, ongeveer 33 cm

gemeten vanaf de onderzijde voorruit [foto 55].

Schotbeschadigingen linker portieren:

Het linker voor- en achterportier van de auto stonden beide open […].

Het glas van de ruit van het linker achterportier was nog intact. Het raampje was

dicht. Het glas van de grootste ruit van het linker voorportier was intact.

In het glas van de kleine ruit van het linker voorportier bevond zich een gat [nummer 4] [foto 48], naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door een uittredend projectiel. Gemeten vanaf het wegdek bevond dit gat zich op een hoogte van ongeveer 1.10 meter [foto 49 en 50]. De rest van het glas van deze ruit was wel nog aanwezig doch geheel versplinterd.

Schotbeschadigingen rechter portieren:

Het rechter voor- en achterportier waren dicht [foto 25]. Het glas van de ruit van het

rechter achterportier was geheel vernield. Het glas van de grootste ruit van het

rechter voorportier was geheel vernield [foto 8 en 38]. Het glas van de kleinste ruit

van het rechter voorportier was nog intact [foto 38 t/m 40].

Schotbeschadiging motorkap:

Aan de rechter voorzijde van de auto, in de naad van de motorkap en het plaatwerk van het rechter voorwiel, bevond zich een schotbeschadiging [nummer 6] [foto 44 en 45]. Deze bevond zich op een hoogte van ongeveer 95 cm [foto 57].

Afstand auto aangever tot de trottoirband

Gezien de van de plaats delict opgemaakte situatietekening bedraagt de afstand tussen de rechterzijde van de auto van aangever (Renault Scenic) en de trottoirband ongeveer 2.60 meter.

Uitzetten van een schietlijn:

Bij onderzoek in de auto zagen wij dat zich in de achterzijde van de hoofdsteun van de bestuurderszitplaats een schotbeschadiging bevond [nummer 9].

In de linker deurstijl van het linker achterportier bevond zich een schotbeschadiging

[nummer 5]. Deze beschadiging lag in het verlengde van de schotbeschadiging in

genoemde hoofdsteun. Doordat deze beide punten in elkaars verlengde lagen was het mogelijk om een denkbeeldige schietlijn uit te zetten uit de richting waar de loop

zich ongeveer heeft bevonden bij het afvuren van dit projectiel.

De monding van het vuurwapen heeft zich tijdens het afvuren in deze lijn bevonden.

De schietlijn liep vanaf de voorzijde van de Renault Transporter door de rechter

achterruit van de Renault Scenic, schampte de achterzijde van de kopsteun van de

bestuurdersstoel en sloeg in in de deurstijl van het linker achterportier (volgorde

schietlijn: monding vuurwapen, doorboren glas van rechter achterportier, achterzijde

hoofdsteun bestuurdersstoel, linker deurstijl achterportier) [foto 35 t/m 43].

Op de vloer, tussen linker voorstoel en achterbank, nabij de linker deurstijl

achterportier troffen wij een gedeformeerd projectiel aan [nummer 8] [foto 35] .

7. Het proces-verbaal samenvatting en conclusie van het team forensische opsporing d.d. 10 februari 2016 (dossierpagina’s 244-248), voor zover inhoudende als bevindingen van [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] :

Naar aanleiding van een schietincident op zaterdag 17 oktober 2015 omstreeks 22:25 uur aan de Meuserstraat te Kerkrade werden er forensische onderzoeken verricht. Hierbij werd een forensisch onderzoek ingesteld op de plaats delict en werd een forensisch onderzoek verricht aan een betrokken personenauto (auto aangever). Tevens werden er forensische onderzoeken verricht bij het TMFI en het NFI.

Uitzetten van een schietlijn c.q. het onderzoek van de schotbaan:

Op de plaats delict was het mogelijk om van een van de afgeschoten kogels, een

schietlijn/schotbaan uit te zetten.

Met het uitzetten van een schietlijn/schotbaan wordt bedoeld de baan die de kogel

aflegt tussen het verlaten van de loop en het eindpunt.

Tevens kan een indicatie worden verkregen van uit welke positie het schot werd gelost.

Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat deze schotbaan geen rechte lijn hoeft te zijn.

De kogel kan van richting veranderen zodra deze materiaal treft of doorboort. Een en ander is van diverse factoren afhankelijk, zoals het materiaal dat wordt geraakt, het kaliber, de conditie van de munitie en het wapen of de vorm van de kogel.

Bij onderzoek in de auto zagen wij dat zich in de achterzijde van de hoofdsteun van

de bestuurderszitplaats een schot beschadiging bevond.

In de linker deurstijl van het linker achterportier bevond zich een schotbeschadiging.

Deze beschadiging lag in het verlengde van de schotbeschadiging in genoemde hoofdsteun. Doordat deze beide punten in elkaars verlengde lagen was het

mogelijk om een denkbeeldige schietlijn uit te zetten uit de richting waar de loop

zich ongeveer heeft bevonden bij het afvuren van dit projectiel.

De monding van het vuurwapen heeft zich tijdens het afvuren in deze lijn bevonden.

De schietlijn liep vanaf de voorzijde van de Renault Transporter door de rechter

achterruit van de Renault Scenic, schampte de achterzijde van de hoofdsteun van de bestuurdersstoel en sloeg in in de deurstijl van het linker achterportier (volgorde

schietlijn: monding vuurwapen, doorboren glas van rechter achterportier, achterzijde

hoofdsteun bestuurdersstoel, linker deurstijl achterportier).

Op de vloer, tussen linker voorstoel en achterbank, nabij de linker deurstijl

achterportier troffen wij een gedeformeerd projectiel aan.

Onderzoek voertuig aangever:

Uit het forensisch onderzoek aan het voertuig is gebleken dat er in het voertuig meerdere schotbeschadigingen waren. In het voertuig bevonden zich drie personen, de bestuurder, de bijrijder en een persoon gezeten op de linkerzijde van de achterbank.

Gelet op de plaats van deze beschadigingen kan worden gesteld dat er hoofdzakelijk is geschoten in de richting van de bestuurder en de bijrijder. Hierbij werd geschoten

vanaf de rechterzijde van het voertuig van aangever.

In de bovenzijde van het rechter voorportier werd een loden projectiel aangetroffen

van het kaliber .38. (…) Aan de binnenzijde van het rechter zij- spatscherm werd op het plaatwerk van het voertuig eveneens een loden projectiel aangetroffen van het kaliber .38.

Camerabeelden:

De eerder veiliggestelde camerabeelden ten tijde van het incident werden door ons

bekeken. Hierop zagen wij het navolgende.

Om 22.253 uur is te zien dat er een persoon over het trottoir aan komt lopen en zich

schuilhoudt achter een langs het trottoir geparkeerd voertuig, een bus. Deze persoon

heeft op dit moment een voorwerp in zijn rechterhand.

Om 22.26 uur is te zien dat op de rijbaan een personenauto aan komt rijden en ter

hoogte van de geparkeerde bus stopt. Het bijrijdersportier wordt geopend. Hierop

strekt de persoon op het trottoir (verdachte) zijn rechterarm waarna er meerdere schoten worden gelost. Gelet op het mondingsvuur van het wapen wordt er minimaal vijf keer gericht op het voertuig geschoten. Uit het voertuig vluchten drie personen weg (…)

Samenvatting/conclusie:

Gezien het forensisch onderzoek op de plaats delict (Meuserstraat te Kerkrade), het

forensisch onderzoek aan de personenauto van aangever, de op de plaats delict

opgenomen camerabeelden van het gebeuren, de rapportages van het TMFI en het NFI kan het navolgende worden samengevat/geconcludeerd:

Door de verdachte werden minimaal vijf gerichte schoten op het compartiment van de auto vanaf de standplaats trottoir (voorzijde aldaar geparkeerd staande bus)

afgevuurd. De afstand rechterzijde auto tot trottoirrand bedraagt ongeveer 2.60 meter.

De meeste kogels (behalve in deurstijl rechter voorportier en motorkap) zijn de auto

binnengetreden door c.q. ter hoogte van het glas van de ramen van het rechter voor- en achterportier. Op deze hoogte bevinden zich de rompen en hoofden van de inzittenden.

Aantreffen kogels op de plaats delict en in de auto van aangever:

– Een kogel werd aangetroffen op de vloer in de auto achter de bestuurdersplaats.

– Een kogel werd aangetroffen in de stijl van het rechter voorportier.

– Een kogel werd aangetroffen in het motorcompartiment.

– Een kogel werd aangetroffen op het wegdek, enkele meters achter de auto van aangever. Deze kogel is daar naar alle waarschijnlijkheid terecht gekomen via het bandenprofiel van passerende voertuigen die direct na het feit de auto van aangever nog hebben gepasseerd (voor de komst politie) . Gezien het op de plaats delict aangetroffen sporenbeeld is deze kogel na het gebeuren naar alle waarschijnlijkheid terechtgekomen op het wegdek, aan de linkerzijde van de auto van aangever (gezien voorzijde voertuig) en op vorenstaande wijze achter het voertuig terecht gekomen.

Schotbeschadigingen in/aan auto aangever:

– Voorruit binnenzijde drie schotbeschadigingen.

– Schotbeschadiging (kogel) in stijl linker voorportier.

– Schotbeschadiging hoofdsteun bestuurdersstoel en deurstijl linker achterportier.

– Motorcompartiment een schotbeschadiging linkerzijde.

Opmerking verbalisanten met betrekking tot de gevaarzetting inzittenden personenauto tijdens het schieten:

Gezien vorenstaande was het zeer wel mogelijk dat een of meerdere inzittenden van de personenauto door een of meerdere kogels was/waren geraakt in de romp of het hoofd en ten gevolge hiervan was/waren gedood c.q. ernstig was/waren verwond.

Beoordeling van het bewijs

De verdediging heeft zich voor wat betreft de subsidiair ten laste gelegde poging doodslag, meermalen gepleegd, gerefereerd aan het oordeel van het hof. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bekend dat hij degene was die op 17 oktober 2015 tot 5 maal toe met een vuurwapen heeft geschoten op de Renault Scenic waarin [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en een ander zich bevonden.

Verdachte heeft daarbij tevens verklaard dat hij niet het opzet had om de inzittenden dodelijk te raken.

De vraag doet zich derhalve voor of verdachte het voorwaardelijk opzet had op de dood van de inzittenden van de auto. Het hof stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood van de inzittenden van de auto – aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

Het hof overweegt voorts als volgt.

Verdachte heeft vanaf een relatief geringe afstand (ongeveer 2,6 meter) minimaal vijf keer op het passagierscompartiment van een personenauto geschoten waarin zich op dat moment drie personen bevonden. Een vuurwapen zoals door verdachte gebruikt is bij uitstek geschikt om iemand te doden. Het is een feit van algemene bekendheid dat het afschieten van een kogel op korte afstand op een persoon, ook als deze zich in een voertuig bevindt, uit een met scherpe munitie geladen vuurwapen de dood van het slachtoffer tot gevolg kan hebben.

Uit het forensisch onderzoek blijkt dat meerdere kogels de auto zijn binnengedrongen, de meeste door c.q. ter hoogte van het glas van de ramen van het rechter voor- en achterportier. Op deze hoogte bevinden zich de rompen en hoofden van de inzittenden. Er zijn meerdere schotbeschadigingen aangetroffen. Uiteindelijk concluderen de onderzoekers dat het zeer wel mogelijk was dat een of meerdere inzittenden van de personenauto door een of meerdere kogels zouden zijn geraakt in de romp of het hoofd en ten gevolge hiervan zouden zijn gedood of ernstig verwond zouden zijn geraakt.

Het hof is derhalve van oordeel dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op dodelijk letsel bij de inzittenden van de auto.

Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zo'n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).

Naar het oordeel van het hof kan het meerdere malen op korte afstand met een vuurwapen schieten op een auto met daarin drie personen naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op het doden van de inzittenden van de auto dat het, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van dergelijke aanwijzingen is het hof niet gebleken.

Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat verdachte het voorwaardelijk opzet had op de dood van [slachtoffer 1] en de twee andere inzittenden van de auto.

Het hof komt gelet op het voorgaande tot een bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde poging tot doodslag gericht tegen [slachtoffer 1] en twee andere personen.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Verweren ten aanzien van de strafbaarheid

De verdediging heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde poging tot doodslag wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat aan hem een beroep op noodweerexces toekomt. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte in een noodweersituatie verkeerde waarbij voor hem onmiddellijk gevaar dreigde als gevolg waarvan hij in paniek is geraakt en meerdere schoten op de auto heeft gelost. Verdachte was als gevolg van de eerder door [slachtoffer 2] geuite (doods)bedreigingen vóór het incident al bang voor wat komen ging. Voorts werd de paniek veroorzaakt door het abrupt remmen van de Renault Scenic, door het openvliegen van het voorportier en de bijrijder die aanstalten maakte om uit te stappen. De reactie daarop van verdachte was excessief hetgeen betekent dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt, doch wel op noodweerexces.

Het hof overweegt als volgt.

De raadsman heeft bepleit dat het hof voor wat betreft de loop van de gebeurtenissen uit zal gaan van de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 14 maart 2017. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte eerder weliswaar niet naar waarheid heeft verklaard, ook niet bij de rechtbank, maar thans in hoger beroep openheid van zaken heeft gegeven.

Het hof constateert dat de getuigen die verdachte heeft genoemd die zijn verklaring zouden kunnen bevestigen, [betrokkene 3] en [betrokkene 4] niet getraceerd zijn kunnen worden. In die zin is geen bevestiging gevonden voor de verklaring van verdachte zoals afgelegd in hoger beroep.

Op verzoek van de verdediging zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wel door de raadsheer-commissaris in dit hof als getuigen omtrent het schietincident gehoord.

Het hof acht de door getuige [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen, voor zover die niet de schietpartij als zodanig betreffen (en zijn opgenomen in bewijsmiddel 2), echter onvoldoende betrouwbaar. Zo heeft hij wisselend verklaard omtrent de aanleiding voor de ontmoeting met verdachte, door [slachtoffer 1] [bijnaam verdachte] ” genoemd (aanvankelijk de aankoop van cocaïne, later: marihuana). Ook heeft de getuige wisselend verklaard over de reden waarom hij de auto stopte; enerzijds dat hij stopte omdat hij verdachte langs de kant van de weg zag staan en anderzijds dat hij stopte vanwege een verkeersdrempel (die zich daar volgens de foto’s daar niet bevond; zie onder andere de foto op pagina 134). Voorts heeft de getuige [slachtoffer 1] ontkend dat [slachtoffer 2] de bijrijder was en dat hij [slachtoffer 2] kende, terwijl zowel uit de verklaring van [slachtoffer 2] zelf als uit de verklaring van de verdachte, afgelegd in hoger beroep, blijkt dat [slachtoffer 2] de bijrijder van de auto was.

Het hof acht ook de verklaringen van getuige [slachtoffer 2] - behoudens zijn bij de politie afgelegde verklaring omtrent het schieten (opgenomen in bewijsmiddel 3) - onvoldoende betrouwbaar, nu hij geen aangifte heeft willen doen en naar het oordeel van het hof over de aanleiding tot het incident onvoldoende openheid van zaken heeft willen geven.

Gelet op het voorgaande rest het hof niets anders dan uit te gaan van de in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte alsmede van de voormelde camerabeelden ter beoordeling van verdachtes beroep op noodweerexces.

Beoordelingskader

Het hof stelt het volgende voorop.

Voor de beantwoording van de vraag of van de zijde van verdachte sprake is geweest van noodweerexces als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, moet het navolgende in aanmerking worden genomen.

Voor een geslaagd beroep op noodweerexces is vereist dat aan alle eisen voor noodweer is voldaan behalve aan de proportionaliteitseis. Wat de subsidiariteitseis betreft, verdient opmerking dat voor een beroep op noodweerexces geldt dat er wel een noodzaak tot verdediging moet zijn of moet zijn geweest. De noodzaak tot verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding omvat ook de situatie waarbij er sprake is van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding.

Overwegingen noodweer

Uit de verklaring van verdachte in hoger beroep volgt, naar het oordeel van het hof dat geen sprake was van een fysieke aanranding van verdachte door de mannen in de auto. Uit de verklaring van verdachte4 in hoger beroep valt hooguit af te leiden dat verdachte, in de dagen voor 17 oktober 2015, verbaal bedreigd werd door met name [slachtoffer 2] .

Gelet op het voorgaande wil het hof de verdediging volgen in het standpunt dat er op het moment van het schieten sprake was van een noodzaak tot verdediging voor verdachte tegen de onmiddellijke dreiging vanuit [slachtoffer 2] (en [slachtoffer 1] ) dat hij zwaar mishandeld dan wel vermoord zou worden.

Evenals de raadsman is het hof echter van oordeel dat de verdachte door direct vijf schoten af te vuren op de passagiersruimte van een auto waarin zich drie personen bevinden, waarvan niet gebleken is dat zij bewapend waren, de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden.

Overwegingen noodweerexces

Van verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging kan slechts sprake zijn indien:


a. de verdachte de hem verweten gedraging heeft verricht in een situatie waarin, en op een tijdstip waarop, voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, maar daarbij als onmiddellijk gevolg van een hevige door die aanranding veroorzaakte gemoedsbeweging verder gaat dan geboden is, dan wel indien


b. op het tijdstip van de aan de verdachte verweten gedraging de onder a bedoelde situatie weliswaar is beëindigd en derhalve de noodzaak tot verdediging niet meer bestaat, doch niettemin deze gedraging het onmiddellijke gevolg is van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding.

Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het "onmiddellijk gevolg" moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer.

Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval van een dergelijk onmiddellijk gevolg sprake is geweest, kan gewicht toekomen aan de mate waarin de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden alsmede aan de aard en de intensiteit van de hevige gemoedsbeweging.

Beoordeling hof

Op grond van hetgeen de verdachte heeft verklaard is naar het oordeel van het hof aannemelijk geworden dat de verdachte de hem verweten gedraging heeft verricht in een situatie waarin, en op een tijdstip waarop, voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen het onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Ook is aannemelijk dat bij de verdachte sprake was van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt. Echter, het hof is van oordeel dat de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging niet het onmiddellijk gevolg is geweest van die hevige gemoedsbeweging, nu niet aannemelijk is geworden dat deze gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de gedragingen van de verdachte.

Immers, verdachte had een conflict met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] omdat [slachtoffer 2] er op 15 oktober 2015, zonder levering van marihuana, met € 4.000 vandoor is gegaan. Verdachte heeft op 16 oktober 2015 zijn geld terug gevraagd en heeft gedreigd om Russen in te schakelen. Daarop heeft [slachtoffer 2] gedreigd dat verdachte in een rolstoel zal eindigen. Nadat verdachte op 17 oktober 2015 door [betrokkene 4] gewaarschuwd was voor [slachtoffer 2] , heeft verdachte besloten een vuurwapen aan te schaffen om zich te verdedigen. Toen ’s avonds [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aankondigden langs te komen, heeft hij besloten om zijn woning te verlaten omdat hij daar geen confrontatie wilde en is hij op straat in een bushokje gaan zitten, waar hij door de inzittenden van de auto kon worden gezien en ook is waargenomen toen zij langsreden. Verdachte heeft verklaard dat hij ook nog heeft overwogen om te vluchten maar daar niet voor heeft gekozen. Verdachte heeft gezien dat de auto verderop is omgedraaid.

Op de camerabeelden is te zien dat verdachte rustig met een wapen in zijn hand naar een bestelbus is gelopen en daar (verstopt) is blijven staan. Hij heeft telefonisch contact gehad met [slachtoffer 2] en heeft, toen de auto bij hem stopte en het portier openging, vijf maal geschoten. Daarna loopt hij rustig verder over de Haanraderweg.

Het hof constateert dat hoewel gevoelens van schrik of angst, gelet op de eerdere bedreiging, een rol zullen hebben gespeeld, daarvan op de camerabeelden niets is waar te nemen. Daarop is namelijk te zien dat verdachte rustig in het bushokje zit, vervolgens met het wapen reeds in de hand, zich rustig lopend begeeft naar een bestelbus verderop in de straat, daar staat te wachten en te bellen, en bij het arriveren van de auto, nog voordat iemand heeft uit kunnen stappen, schiet. Vervolgens wordt het wapen rustig opnieuw geladen en vervolgt verdachte zijn weg.

Ofschoon het hof op grond van deze feiten en omstandigheden voorbedachte raad niet wettig en overtuigend bewezen acht, wijzen deze feiten en omstandigheden wel op rationele, weloverwogen en bewuste handelingen. Het hof acht het derhalve niet aannemelijk dat de gemoedsbeweging van verdachte op het moment dat de auto stopte en het bijrijdersportier openging van doorslaggevende betekenis is geweest voor de reactie van verdachte, te weten het vijf maal met een vuurwapen schieten op het passagierscompartiment van een personenauto.

Het hof verwerpt het beroep op noodweerexces.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft evenals de rechtbank bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van poging tot moord, meermalen gepleegd, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft bepleit dat indien het hof het beroep op noodweerexces verwerpt, verdachte tot een lagere straf zal worden veroordeeld dan die de door de rechtbank is opgelegd.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Hierbij neemt het hof het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft op de avond van 17 oktober 2015 in een woonwijk in Kerkrade op de openbare weg meerdere malen met een vuurwapen op een auto geschoten, terwijl zich in die auto drie personen bevonden. Verdachte heeft door zo te handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van de betrokkenen. Het is die avond bij een poging tot doodslag gebleven, maar een en ander had veel slechter af kunnen lopen voor de inzittenden van de auto. Verdachte heeft bovendien door zijn gedragingen de veiligheid voor omwonenden en eventuele voorbijgangers ernstig in gevaar gebracht. Verdachte deinst er kennelijk niet voor terug om langs de openbare weg vuurwapengeweld te gebruiken. Het gewelddadige gedrag van verdachte leidt tot gevoelens van angst en onrust in de maatschappij, temeer nu de schietpartij heeft plaatsgevonden in een woonwijk.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof gelet op de inhoud van:

  • -

    het verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 februari 2018, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld door de strafrechter, waarbij het hof opmerkt dat het hier veelal overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 betreft;

  • -

    het verdachte betreffende Uittreksel ECRIS onherroepelijke veroordeling buitenland d.d. 21 november 2017, waaruit blijkt dat verdachte in het buitenland (België, Duitsland en Roemenië) veroordeeld is tot straf ter zake van onder andere overtredingen van de Wegenverkeerswet, diefstal en ongeoorloofd wapenbezit.

  • -

    het reclasseringsadvies d.d. 4 april 2016;

  • -

    de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover ter terechtzitting door de verdediging naar voren gebracht.

Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat gelet op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. Het hof heeft voor wat betreft de duur van deze straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd. Voor doodslag hanteert het hof een ondergrens van in de regel 8 jaar gevangenisstraf. Nu het hier poging tot doodslag betreft, dient dit uitgangspunt met een derde te worden verminderd. Voorts dient in het onderhavige geval rekening gehouden te worden met het feit dat er sprake is van een meermalen gepleegde poging tot doodslag.

Het hof zal in de strafmaat nog rekening houden met de omstandigheid dat het hof het er voor houdt dat voor verdachte, op het moment dat de Renault Scenic stopte en de portier openging, wel de noodzaak bestond om zich zelf te verdedigen. Verdachte heeft echter op volstrekt disproportionele wijze gereageerd op de dreiging die zich voordeed.

Nu het hof tot een bewezenverklaring komt van poging tot doodslag en niet poging tot moord komt het hof tot een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd.

Alles overziende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. P.J. Hödl en mr. J.J.M. Gielen-Winkster, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.R.G.H. van Outheusden, griffier,

en op 26 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Gielen-Winkster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal uitlezen camerabeelden, dossierpagina’s 28-37.

2 Voor zover hierna niet anders is vermeld, zijn de bewijsmiddelen afkomstig uit het Eindproces-verbaal van de Politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R015067, sluitingsdatum 10 maart 2016, doorgenummerde pagina’s 1-294. De gebruikte processen-verbaal zijn steeds door de betreffende verbalisant(en) ondertekend en op ambtseed/belofte opgemaakt.

3 Tussen de tijd van het camerabewakingssysteem en de UTC-tijd bestond een verschil van 4 minuten, vergelijk bewijsmiddel 5, dossierpagina 28.

4 Het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 14 maart 2017, pagina’s 2 tot en met 4.