Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:1746

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
200.191.699_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:2598
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3308
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5304
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1333
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongeval met brommer. Is de provincie aansprakelijk ingevolge artikel 6:174 lid 1 BW dan wel artikel 6:162 BW? Het hof gelast nader onderzoek Vervolg op hof ’s-Hertogenbosch 18 juli 2017 ECLI:NL:GHSHE:2017:3308 en ECLI:NL:GHSHE:2017:5304

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6 174
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0595
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.191.699/01

arrest van 24 april 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. F.C. Schirmeister te Maastricht,

tegen

Provincie Limburg,

zetelend te Maastricht,

geïntimeerde,

hierna: de Provincie,

advocaat: mr. A.T. Bolt te Arnhem,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 18 juli 2017 en 28 november 2017 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht onder zaaknummer C/03/202705/HA ZA 15-103 gewezen vonnis van 16 maart 2016.

8 Het tussenarrest van 28 november 2017

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht door ing. N.L. Bosscha. Verder is bepaald dat het voorschot van € 5.227,20 voorlopig ten laste van [appellant] komt. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

9 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

Appellant heeft op 14 december 2017 het voorschot van € 5.227,20 op de aangegeven wijze voldaan.

De deskundige heeft bij brief van 27 maart 2018 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige stelt dat hij thans een goed zicht heeft op de nog te verrichten werkzaamheden en de bijbehorende tijdsbesteding en verwacht dat een aanvullend voorschot van € 4.120,05 (inclusief btw) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd.

Op 27 maart 2018 heeft de griffier van het hof die brief doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.

Namens [appellant] zijn dienaangaande geen opmerkingen naar voren gebracht.

Mr. Bolt heeft bij brief van 4 april 2018 laten weten dat de Provincie zich refereert aan het oordeel van het hof.

Het hof zal bepalen dat het aanvullend voorschot door [appellant] dient te worden overgemaakt, zoals hierna in het dictum is bepaald.

Het hof is er mee bekend dat de deskundige het onderzoek in beginsel op 13 of 14 april 2018 zal voortzetten, dus reeds voordat het aanvullend voorschot zal zijn ontvangen.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

10 De uitspraak

Het hof:

10.1.

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 4.120,05 inclusief btw;

10.2.

bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag binnen 2 weken zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

10.3.

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

10.4.

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op twee maanden na dagtekening van dit arrest;

10.5.

verwijst de zaak naar de rol van 19 juni 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

10.6.

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

10.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, M.A. Wabeke en B.E.L.J.C. Verbunt en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 april 2018.

griffier rolraadsheer