Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:1720

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
24-04-2018
Zaaknummer
20-003517-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Schadevergoedingsuitspraak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gebruik van identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, in de zin van art. 231b Sr, te weten het gebruik van de naam van een ander op een valse Instagram account. Dat een ander hiervoor verantwoordelijk zou zijn, is voor het hof op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Door verdachte zijn ook foto’s van aangever gebruikt, maar daarbij gaat het om biometrische persoonsgegevens in de zin van art. 231a Sr. Anders dan de raadsman stelt, blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte opzet heeft gehad om de naam van aangever te gebruiken met het oogmerk zijn identiteit te verhelen en de identiteit van aangever te misbruiken. Het gebruik brengt nadeel voor aangever met zich, te weten reputatieschade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003517-16

Uitspraak : 19 april 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 november 2016 in de strafzaak met parketnummer 02-041738-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met aanvulling van de bewijsmiddelen met de verklaring die de getuige [getuige] in hoger beroep heeft afgelegd.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever] is de niet-ontvankelijkverklaring bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 9 september 2015 tot en met 27 januari 2016 te [plaats] , gemeente Roosendaal, en/of Bergen op Zoom, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, te weten de naam en foto('s) van [aangever] , althans een ander, heeft gebruikt met het oogmerk zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 9 september 2015 tot en met 27 januari 2016 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, te weten de naam van [aangever] , heeft gebruikt met het oogmerk zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn oordeel op onderstaande bewijsmiddelen en (bewijs)overwegingen, in onderling verband en samenhang bezien.

Bewijsmiddelen 1

1. Het proces-verbaal aangifte van [aangever] d.d. 27 januari 2016, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende2:

Ik doe aangifte van identiteitsfraude. Iemand gebruikt mijn naam en foto’s die ik op social media plaats zonder mijn toestemming. Iemand geeft zich uit als mij, zonder dat ik daar weet van heb en toestemming voor heb gegeven. Mijn Instagram account is: [aangever] .

In september 2015-oktober 2015 ben ik benaderd op facebook door een meisje of ik een nieuwe Instagram account had op Instagram. Ik heb geen nieuwe Instagram account aangemaakt. Toen kreeg ik het vermoeden dat iemand anders met mijn naam een fake

account had aangemaakt. Ik heb hiervan melding gemaakt bij Instagram. Instagram heeft

toen vervolgens het fake account verwijderd.

In december 2015 is er een nieuw fake account aangemaakt met de naam: [aangever] . Ook op dit account zijn er foto's van mijzelf verschenen. Een paar weken later was dit account weer verwijderd.

Half januari 2016 ontdekte ik dat er weer een fake account [aangever] online was. Ik werd benaderd door een meisje dat mij vertelde dat er op Instagram op mijn naam foto's worden geplaatst. Dit meisje is via WhatsApp gaan chatten met de persoon die het fake account

beheert. Het meisje heet [getuige] en heeft het telefoonnummer: [nummer getuige] . Het

telefoonnummer wat [getuige] kreeg van de beheerder van het fake account was: [nummer verdachte] .

Ikzelf ben gaan kijken of ik het telefoonnummer dat ik van [getuige] heb gehad, kon nakijken. Via Facebook kun je jezelf aanmelden met een mobiele telefoon. Toen ik dit met het telefoonnummer [nummer verdachte] deed, zag ik de navolgende naam verschijnen bij Facebook namelijk: [verdachte] uit [plaats] .

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Bijlage 3 bij het proces-verbaal aangifte van [aangever] d.d. 27 januari 2016, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende3:

(middelste screenshot): “ [aangever] ” en (onder het Snapchat icoon) “ [aangever] ”

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam] d.d. 8 februari 2016, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende4:

Ik heb middels een CIOT bevraging het door de aangever opgegeven telefoonnummer bevraagd. Het telefoonnummer [nummer verdachte] hoort bij een persoon genaamd [verdachte] en staat geregistreerd op het adres [adres] .

Hierop heb ik dit adres in combinatie met de naam [verdachte] in ons bedrijfsprocessensysteem ingevoerd. Ik kreeg daaruit de volgende gegevens: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1997, woonachtig [adres] .

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 9 februari 2016, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende5:

Ik zag een Instagram account van een jongen die [aangever] heette. Ik vond het wel een leuk account, dus ik begon met die jongen te chatten. Hij was wel aardig maar op vragen van mij over zijn woonplaats en meer privé vragen bleef hij heel vaag. Ik vroeg hem of hij wilde WhatsAppen en dat vond hij wel goed. Hij gaf me een telefoonnummer namelijk [nummer verdachte] . We hebben ongeveer een dag geappt, maar omdat hij zo vaag bleef, vond ik het maar vreemd. Hij stuurde een foto via snapchat en dat was zo'n mooie foto dat ik dacht laat ik eens op onderzoek uit gaan. Dus ik heb via de naam [aangever] op facebook gezocht en zag dat er gezegd werd dat er fake accounts waren op Instagram. Dit had de echte [aangever] gepost op Facebook. Ik besloot de echte [aangever] via Facebook te contacteren. [aangever] vertelde dat hij aangifte wilde gaan doen en vroeg mij om het telefoonnummer. Ik heb dat toen gegeven en nooit meer contact opgenomen met de nep [aangever] .

5. Het los opgenomen proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] bij raadsheer-commissaris d.d. 28 november 2017, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb destijds bij de politie naar waarheid verklaard.

Ik weet nog dat ik op Instagram een foto zag van een jongen met de naam [aangever] . Ik vond het een leuke jongen om te zien en stuurde hem een berichtje. De contacten waren er eerst via Instagram. Uiteindelijk zijn deze contacten overgegaan in WhatsApp gesprekken. U houdt mij de pagina's 43 en 44 van het dossier voor. Ik zie dat het hier om weergaven van die gesprekken gaat. Ik zie verder dat één van die gesprekken gaat over NAC en nu herinner ik me deze gesprekken weer. In de weergave van deze gesprekken zie ik het telefoonnummer staan: [nummer getuige] . Ik herken dit als mijn telefoonnummer.

Na de WhatsApp gesprekken wilde ik meer informatie hebben over deze [aangever] en ben hem gaan opzoeken op Facebook. Via Facebook kwam ik toen tot de conclusie dat ik te maken had met een nep- [aangever] , omdat er bij de naam [aangever] op Facebook een bericht stond dat er nep-accounts in omloop waren. Ik heb toen de [aangever] die op Facebook stond benaderd, waarin ik hem berichtte van mijn contacten met een nep- [aangever] en heb daarbij ook het van deze nep- [aangever] ontvangen telefoonnummer aan hem doorgegeven. Ik heb [aangever] van Facebook naderhand gefacetimet/geskypet en toen zag ik dat de [aangever] die ik via Facetime voor me zag, dezelfde was als de [aangever] die ik op Facebook zag.

Ik meld nog dat ik als profielfoto een foto heb gezien van een voetbalveld zonder dat hier een foto van een gezicht op stond. Dit betrof een WhatsApp foto van het telefoonnummer waarmee ik op 17 en 18 januari heb gewhatsappt.

6. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 16 februari 2016, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende6:

Rapporteur: [naam] , hoofdagent

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedag] 1997

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland

Adres: [adres]

Postcode en plaats: [adres]

Goednummer: PL2000-2016024464-1498115

Object: Communicatieap (Telefoon)

Merk/type: iPhone

Eigenaar: [verdachte] , [adres] , [adres]

Voor waarheidsvinding overdragen aan de Digitale Recherche.

7. Het proces-verbaal onderzoek smartphone van verbalisant [naam] d.d.

19 februari 2016, met bijlage, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende 7:

Op 16 februari 2016 werd op verzoek van [naam] assistentie verleend aan het team Bergen op Zoom van de politie, eenheid Zeeland - West Brabant, in verband met een onderzoek met betrekking tot BVH zaaknummer 2016024464.

Tijdens dit onderzoek werd het hierna te noemen goed aangetroffen. Mij werd verzocht dit goed te onderzoeken op aanwezigheid van geheugens of gegevens en bij aantreffen hiervan, de aangetroffen gegevens ter beschikking te stellen aan vorengenoemd team. Met daarvoor geschikte apparatuur en programmatuur heb ik de opgeslagen gegevens overgenomen. Hierbij bleef de inhoud van het opslagmedium ongewijzigd.

Apparatuur / gegevensdrager:

Goednummer: 16-1039-001

Datum in: 16-2-2016

Soort goed: Smartphone

Onderzocht met: UFED TOUCH 4.5.1.323

Merk: Apple iPhone 4S (A1387)

Inbeslagname nummer: 1498115

Bijzonderheden: Op het moment dat het toestel werd aangeleverd voor onderzoek, verkeerde deze in geactiveerde status. In het toestel was de onder subgoednummer 16-1039-001-01 genoemde SIM-kaart geplaatst.

Onderzoek resultaat:

De geheugeninhoud van de SIM-kaart en van het betreffende toestel is door mij, verbalisant, met de daartoe bestemde apparatuur en forensische onderzoeksprogrammatuur uitgelezen. Van het toestel werd een evidencefile gemaakt middels een Physical Extraction. Hierbij werden mogelijk voor het onderzoek van belang zijnde datagegevens aangetroffen.

Subgoednummer: 16-1039-001-01

Datum in: 16-2-2016

Soort goed : Simkaart

Onderzocht met: XRY 6.16

Merk: Hi

Telefoonnummer: + [nummer verdachte]

Inbeslagname nummer: 1498115

Vraagstelling onderzoeksteam:

Door het onderzoeksteam werd verzocht te onderzoeken of in het geheugen van het genoemde toestel chatgesprekken aanwezig waren, die de gebruiker van dit toestel had gevoerd met een gebruiker met telefoonnummer [nummer getuige] en of er een Instagram-account op het toestel aanwezig was met de naam [aangever] .

In de WhatsApp gesprekken werd een chatsessie aangetroffen tussen de gebruiker van deze telefoon met een gebruiker van WhatsApp met telefoonnummer [nummer getuige] . De chatsessie bleek in zijn geheel te zijn verwijderd.

De op deze wijze verkregen informatie is door mij, verbalisant, op schrift gesteld en

vervolgens afgedrukt. Deze schriftelijke rapportage is vervolgens als bijlage 1 bij

dit proces-verbaal gevoegd.

Bijlage 1

Deelnemers:

[nummer verdachte] @s.whatsapp.net

[nummer getuige] @s.whatsapp.net

Begintijd: 17-1-2016 21:43:23 (UTC+1)

Laatste activiteit 18-1-2016 18:37:54 (UTC+1)

17-1-2016 21:43:23 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

Hey [getuige] !

17-1-2016 21:43:52 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Wat zie jij er toch onwijs goed uit!

17-1-2016 22:20:04 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

Zo en dat zeg jij?

17-1-2016 22:33:01 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Ja tegen jou

17-1-2016 22:56:18 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

Jij dan Damn

18-1-2016 0:23:21 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

18-1-2016 7:21:48 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Sorry ik was in slaap gevallen

18-1-2016 7:22:05 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Je heb wel veel fans

18-1-2016 7:49:57 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

Valt wel mee toch

18-1-2016 7:50:02 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.) => To: [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Maakt niet uit schat

18-1-2016 7:50:24 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Haha nou

18-1-2016 7:51:43 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.) => To: [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Maar ik ben fan van jou

18-1-2016 7:52:02 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

En ik ook van jou

18-1-2016 7:52:21(UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

18-1-2016 7:54:09 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Maar ik ga naar school

18-1-2016 7:54:15 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

We appen nog wel

18-1-2010 7:55:26 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whalsapp.net (.), Verwijderd

Hopelijk?

18-1-2016 7:55:35 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

Succes vandaag schat

18-1-2016 7:56:02 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Dankjewel! Jij ook ♥

18-1-2016 18:03:34 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Hoe was je dagje?

18-1-2016 18:04:18 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

Hey [getuige] !

18-1-2016 18:04:25 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Jaa prima! Ik ga zo naar NAC

18-1-2016 18:04:28 (UTC+1), [nummer verdachte] @s.whatsapp.net (.), Verwijderd

En die van jou?

18-1-2016 18:04:42 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net. Verwijderd

Ohh leuk!

18-1-2016 18:04:47 (UTC+1), [nummer getuige] @s.whatsapp.net, Verwijderd

Na niet zo bijzonder

18-1-2016 18:05:00 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Weetje wat dat is haha?

18-1-2016 18:05:12 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijdend

Is toch voetbal?

18-1-2016 18:05:19 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Jaaa klopt!

18-1-2016 18:05:23 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Of een andere NAC

18-1-2016 18:05:38 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Nee schat voetbal!

18-1-2016 18:05:47 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Oh ja tuurlijk weet ik wat dat is

18-1-2016 18:08:50 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Wedstrijd zeker

18-1-2016 18:13:54 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Is dat ver van elkaar?

18-1-2016 18:14:00 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Uurtje

18-1-2016 18:14:23 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

[plaats] wel een deel van [plaats] , alleen ik woon in een buitenwijk van [plaats]

18-1-2016 18:37:19 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Even niet zo bij nagedacht

18-1-2016 18:37:25 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Haha

18-1-2016 18:37:42 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Maar ik ga stoppen

18-1-2016 18:37:47 (UTC+1), [nummer verdachte] @swhatsapp.net (.), Verwijderd

Waarom?

18-1-2016 18:37:54 (UTC+1), [nummer getuige] @swhatsapp.net, Verwijderd

Is veelste zwaar voor mij

8. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam] d.d. 26 februari 2016, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende8:

Op 26 februari 2016 belde ik, verbalisant [naam] , met de commerciële afdeling van de voetbalclub NAC Breda om na te gaan of de verdachte [verdachte] een kaartje had gekocht voor de wedstrijd van NAC tegen Eindhoven op 18 januari 2016. Ik vroeg de medewerker of het mogelijk was dit in de computer op te zoeken. Dit was mogelijk en

werd ook direct gedaan. Hij bevestigde dat [verdachte] een kaartje gekocht had voor die specifieke wedstrijd.

9. Het los opgenomen NFI-rapport “Onderzoek aan gegevens uit een mobiele telefoon naar aanleiding van identiteitsfraude” d.d. 27 oktober 2016, opgemaakt door dr. ir. [naam] , voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende:

Parketnummer: 02/041738-16

Politieregistratienummer: PL2000/2016024464


1 Te onderzoeken materiaal

Veiliggestelde gegevens Smartphone op 3 DVD's

Toelichting: De drie DVD’s zijn gebruikt voor het transport van logische kopieën van de te onderzoeken iPhone 4S en zijn zelf geen onderwerp van onderzoek.

1.1

Afgesplitst door het NFI

SIN - Omschrijving

AAGK5338NL - Logische kopie van iPhone 4S op basis van UFED, vastgelegd in 16-1039-001 Apple iPhone 4S (A1387).ufdr

AAGK5339NL - Logische kopie van iPhone 4S op basis van XRY, vastgelegd in Apple iPhone (A1387).xry

3 Vraagstelling

Uit het politiedossier volgt het telefoonnummer van verdachte [verdachte] : [nummer verdachte] .

Onderzoek uit te voeren naar sporen op en rond het tijdstip waarop de betwiste WhatsApp-gesprekken met [getuige] ( [nummer getuige] ) hebben plaatsgevonden (17 en 18 januari 2016) en naar sporen van het gebruik van de identiteit “ [aangever] ”. De sporen worden afgewogen in het kader van de volgende hypothesen:

H1. De betwiste WhatsApp-gesprekken zijn gevoerd en/of de identiteit “ [aangever] ” is gebruikt door handelingen van een gebruiker op de te onderzoeken mobiele telefoon;

H2. De betwiste WhatsApp-gesprekken zijn gevoerd en/of de identiteit “ [aangever] ” is gebruikt door handelingen buiten de te onderzoeken mobiele telefoon.

7 Tijdlijnonderzoek naar WhatsApp-sporen op 17 en 18 januari 2016

De (verwijderde) WhatsApp-berichten van en naar [getuige] ( [nummer getuige] ) hebben geregistreerde verzend- en ontvangstdata en tijden op 17 en 18 januari 2016, zoals eerder vastgesteld in het proces-verbaal op pagina's 43 en 44 van het dossier.

De geregistreerde gesprekken met gebruiker [nummer getuige] ( [getuige] ) hebben gelijktijdig met

andere chatgesprekken plaatsgevonden. Het laatst verzonden niet-verwijderde bericht op 18 januari 2016 vóór 19 uur heeft een geregistreerde tijd van 18:33 uur met ontvanger [vriendin] . Het laatst (verwijderde) verzonden bericht aan [getuige] op 18 januari 2016 heeft een geregistreerde tijd van 18:37 uur.

Onderzoek naar sporen van [aangever]

Om de aanwezigheid danwel afwezigheid van sporen van [aangever] vast te stellen, is gezocht op de zoektermen ‘ [aangever] ’ en ‘ [aangever] ’. De achternaam [aangever] komt voor in onderstaande drie databases. Alle drie de databases zijn aangetroffen in de map Applications/com.apple.mobilesafari/Library/WebKit/WebsiteData/, de lokale map die gebruikt wordt door de Safari webbrowser voor de opslag van gebruikersgegevens bij het bezoeken van websites.

• LocalStorage/https_m.facebook.com_0.localstorage

Opgeslagen gegevens bij het bezoek van de mobiele versie van Facebook

geregistreerde aanmaakdatum: 13 januari 2016 om 22:55 uur

geregistreerde laatste wijziging: 15 februari 2016 om 18:54 uur

• LocalStorage/https_mail.google.com_0. localstorage

Opgeslagen gegevens bij het bezoek van de mobiele versie van Google Mail (Gmail)

geregistreerde aanmaakdatum: 5 februari 2016 om 9:07 uur

geregistreerde laatste wijziging: 5 februari 2016 om 10:49 uur

• WebSQL/https jnail. google . com_0/d3dc7572-41ad-409a-b8b5-bdadd7flc65d.db

Database met Gmail e-mailberichten

geregistreerde aanmaakdatum: 5 februari 2016 om 9:07 uur

geregistreerde laatste wijziging: 5 februari 2016 om 10:49 uur

De database met Gmail e-mailberichten d3dc7572-41ad-409a-b8b5-bdadd7f lc65d.db bevat vijf e-mailberichten met de volgende metadata:

Onderwerp: Beter georganiseerd met de inbox van Gmail

Afzender: "Team Gmail" <mail-noreply@google.com>

Ontvanger: " [aangever] " < [aangever] @gmail.com>

Datum/tijd: 5 februari 2016 om 09:05:56 uur

Onderwerp: Het beste van Gmail, waar je ook bent

Afzender: "Team Gmail" <mail-noreply@google.com>

Ontvanger: " [aangever] " < [aangever] @gmail.com>

Datum/tijd: 5 februari 2016 om 09:05:56 uur

Onderwerp: Drie tips om het meeste uit Gmail te halen

Afzender: "Team Gmail" <mail-noreply@google.com>

Ontvanger: " [aangever] " < [aangever] @gmail.com>

Datum/tijd: 5 februari 2016 om 09:05:56 uur

Onderwerp: Nog maar één stap te gaan voordat je Facebook kunt gaan gebruiken

Afzender: "Facebook" <registration@facebookmail. com>

Ontvanger: " [aangever] " < [aangever] @gmail.com>

Datum/tijd: 5 februari 2016 om 09:07:18 uur

Onderwerp: Drie manieren om het meeste uit Facebook Mobile te halen

Afzender: "Facebook" <registration@facebookmail.com>

Ontvanger: " [aangever] " < [aangever] @gmail.com>

Datum/tijd: 5 februari 2016 om 09:16:23 uur

Bovenstaande e-mails worden door respectievelijk Google (Gmail) en Facebook verstuurd bij het aanmaken van een nieuw account. In dit geval het account met e-mailadres [aangever] @gmail. com en geregistreerde naam “ [aangever] ”, resp. " [aangever] ”.

Daarnaast is in de browsergeschiedenis van Safari een webpaginabezoek aan Facebook aangetroffen met geregistreerde datum- en tijd van 5 februari 2016 om 9:14 uur die ik interpreteer als de bevestiging van het e-mailaccount [aangever] @gmail.com:

https:/www.facebook.com/n/?confirmemail.php

&e= [aangever] %40gmail. com

&c=12296&medium=email&mid=52b010d4c5cc7G5af5abe39dd8G0G3c2G2al96cf9

&bcode=l.1454659637.Abn1IU6G97BeY20j&code=12296

&n_m= [aangever] %40gmail. com

[aangever]

De term [aangever] komt voor in de browsergeschiedenis van webbrowser Safari. In totaal zijn zeven bezoeken geregistreerd van webpagina https://www. instagram.com/ [aangever] / met titel

@ [aangever] • Instagram-foto’s en -video’ s. Vijf bezoeken hebben een geregistreerde bezoek-

datum van 10 januari 2016 om 15:01 uur. De overige twee bezoeken hebben een geregistreerde bezoekdatum van 25 januari 2016 om 16:54 uur.

Daarnaast komt de term voor in het bestand FrequentlyVisitedSitesBannedURLStore.plist in de map /Applications/com.apple.mobilesafari/Library/Safari. Dit bestand wordt gebruikt door webbrowser Safari voor het vastleggen van webpagina's die niet worden opgenomen in de lijst van veelbezochte pagina’s. Het fragment uit dit bestand:

<dict>

<key>DateAdded</key>

<date>2016-01-10T19:08:17Z</date>

<key>URLString</key>

<string>http://www.instagram.com/ [aangever] </string>

</dict>

De vastgelegde datum en tijd komt overeen met lokale Nederlandse 10 januari 2016 om 20:08:17 uur.

Tijdlijn

Deze sectie bevat een tijdlijn van de geïnterpreteerde sporen die zijn aangetroffen op de telefoon van de verdachte.

10-01-2016 15:01 vijf bezoeken van https: //www. instagram.com/ [aangever] /

10-01-2016 20:08 verwijdering https://www. instagram.com/ [aangever] / uit veelbezochte pagina's

17-01-2016 21:44 vastlegging profielfoto bij WhatsApp-account [nummer getuige] ( [getuige] )

18-01-2016 18:33 laatste niet-verwijderde uitgaande bericht voor 19 uur (naar [vriendin] )

18-01-2016 18:37 laatste uitgaande bericht naar [getuige]

25-01-2016 16:54 twee bezoeken van https://www.instagram.com/ [aangever] /

05-02-2016 09:05 registratie Gmail-account " [aangever] " < [aangever] @gmail.com>

05-02-2016 09:05 registratie Facebook-account met e-mailadres [aangever] @gmail. com

05-02-2016 09:14 bevestiging e-mailadres [aangever] @gmail. com bij Facebook-account

Conclusie

Ik ken geen publiek beschikbaar scenario

  • -

    waarbij een iPhone 4S op afstand bediend wordt;

  • -

    waarbij geen fysieke toegang en/of detailinformatie van de fysieke telefoon beschikbaar is;

  • -

    en waarbij op de telefoon sporen worden achtergelaten in de lokale opslag en geschiedenis van webbrowser Safari en in de chatgeschiedenis en contactpersonen van WhatsApp

Op basis van het uitgevoerde onderzoek concludeer ik:

De aangetroffen sporen in [AAGK5338NL] en [AAGK5339NL] zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer de betwiste WhatsApp-gesprekken zijn gevoerd en de identiteit " [aangever] ” is gebruikt door handelingen van een gebruiker op de onderzochte mobiele telefoon, dan wanneer de gesprekken zijn gevoerd en de identiteit is gebruikt door handelingen die hebben plaatsgevonden buiten de onderzochte mobiele telefoon.

10. Het proces-verbaal verhoor van verdachte d.d. 26 februari 20169 voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende:

V: Heb je een favoriete voetbalclub? A: NAC Breda

V: ga je ook wel eens naar wedstrijden in het stadion? A: Ik heb een seizoenskaart dus ik ben er eigenlijk altijd wel. Ik ga eigenlijk iedere week, behalve als ze uitspelen.

11. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 22 juni 2016, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende:

Het telefoonnummer dat wordt genoemd, is van mij.

Het klopt dat ik mijn telefoon altijd bij mij heb. De telefoon is ’s avonds voordat ik ga slapen bij mij en in de ochtend als ik opsta ook.

12. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het gerechtshof d.d. 5 april 2018, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende:

Het telefoonnummer [nummer verdachte] was van mij.

Het zou kunnen dat ik op 17 en 18 januari 2016 heb geappt met [vriendin] . Ik app wel eens met haar.

Ik heb verkering met [vriendin] .

Bewijsoverwegingen

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat hij van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. De verdachte ontkent zich schuldig gemaakt te hebben aan de ten laste gelegde identiteitsfraude.

Volgens de raadsman zijn er mogelijkheden geweest om na een accountwissel op de telefoon van een derde via de telefoon van die derde WhatsApp gesprekken te voeren met een ander, zonder dat dat voor de gebruiker van de telefoon zichtbaar is. Een andere persoon dan de verdachte kan dus achter de identiteitsfraude zitten.

Voorts is betwist dat de verdachte opzet heeft gehad, een oogmerk heeft gehad tot verhullen van zijn identiteit en dat het gebruik nadeel voor aangever [aangever] heeft gegeven.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof acht op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van [aangever] , te weten zijn naam, zonder zijn toestemming heeft gebruikt.

Het hof heeft hierbij het oog op het gebruik van de valse Instagramaccount [aangever] . Voor de eerdere valse account waarover aangever spreekt ( [aangever] ) acht het hof onvoldoende steunbewijs aanwezig.

Ook zijn door verdachte foto’s van aangever [aangever] gebruikt, maar daarbij gaat het om biometrische persoonsgegevens in de zin van artikel 231a van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof overweegt het navolgende.

De getuige [getuige] heeft verklaard dat zij op Instagram een account van een jongen met de naam [aangever] zag staan, met wie zij begon te chatten. Zij heeft voorgesteld om via WhatsApp contact te hebben en kreeg toen van de persoon het telefoonnummer dat van verdachte blijkt te zijn ( [nummer verdachte] ).

Uit de bewijsmiddelen is voorts gebleken dat [getuige] via een Instagram-account van ene “ [aangever] ” met de gebruiker van dit account in contact komt en van deze gebruiker een foto via snapchat als ook het telefoonnummer [nummer verdachte] verkrijgt om met hem te gaan WhatsAppen. [getuige] stuit na het intoetsen van de naam “ [aangever] ” op Facebook op berichten van de echte [aangever] dat er fake-accounts van hem circuleren en neemt met [aangever] contact op, die vervolgens aangifte doet. Op het fake Instagram-account “ [aangever] ” staat onder andere onder een Snapchat icoon de naam “ [aangever] ”.

De WhatsApp gesprekken tussen [getuige] en de gebruiker van het nummer [nummer verdachte] vinden plaats op 17 en 18 januari 2016 in hetzelfde tijdsverloop als WhatsApp gesprekken met ene [vriendin] . De gebruiker van dit nummer zegt op 18 januari 2016 ook “ik ga zo naar NAC”. Verdachte heeft verklaard dat het nummer [nummer verdachte] in die periode van hem was, hij zijn telefoon altijd bij zich had, een vriendin heeft genaamd [vriendin] , en altijd naar NAC thuiswedstrijden gaat. Voor de wedstrijd van 18 januari 2016 had verdachte een kaartje. De WhatsApp gesprekken met [getuige] waren op de telefoon van verdachte geheel verwijderd (maar konden door de politie worden teruggehaald). Uit onderzoek van het NFI is verder gebleken dat op de telefoon van verdachte het adres van het valse Instagram account “ [aangever] ” zeven maal is bezocht en ook verwijderd uit de historie van veelbezochte pagina’s en dat op de telefoon tevens, weliswaar na de ten laste gelegde periode, nog een Gmail- en een Facebookaccount onder de naam “ [aangever] ” zijn aangemaakt.

Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, stelt het hof vast dat het verdachte moet zijn geweest die identificerende persoonsgegevens van [aangever] , te weten diens naam, heeft gebruikt. Dat een ander hiervoor verantwoordelijk zou zijn, is voor het hof op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Zo heeft de verdachte verklaard dat hij zijn telefoon (vrijwel) altijd bij zich heeft.

Gelet op het intensieve WhatsApp verkeer met [getuige] op 17 en 18 januari 2016, terwijl ook, ongeveer gelijktijdig, WhatsApp verkeer met de vriendin van verdachte, [vriendin] , heeft plaatsgevonden, acht het hof uitgesloten dat een ander dan de verdachte gebruik heeft gemaakt van de telefoon met nummer [nummer verdachte] .

Verdachte heeft ter zitting ook uitdrukkelijk ontkend dat zijn broer zijn telefoon voor deze activiteiten heeft gebruikt en dat hij voor een ander de schuld op zich neemt.

Op basis van de conclusie van de NFI-deskundige in het rapport d.d. 27 oktober 2016 sluit het hof ook uit dat de gesprekken zijn gevoerd en de identiteit is gebruikt door enig ander die niet de beschikking had over de telefoon van de verdachte, dus door handelingen die hebben plaatsgevonden buiten de onderzochte mobiele telefoon.

De raadsman heeft wel de mogelijkheid geopperd dat na een accountwissel op de telefoon van een derde via de telefoon van die derde WhatsApp gesprekken kunnen worden gevoerd.

Daarvoor is echter geen enkele concrete onderbouwing gegeven, hoewel dit, na de gespecificeerde informatie in het NFI rapport (pagina 5-6) over de beperkte mogelijkheden (en de feitelijke vereisten) om WhatsApp te “spoofen” of om gebruik te maken van de desktopapplicatie, voor de hand had gelegen.

Zo dat al mogelijk is, kan de door de raadsman geopperde mogelijkheid in de onderhavige strafzaak niet zijn gebruikt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman immers gesteld dat die gesprekken voor de gebruiker van de telefoon niet zichtbaar zijn, terwijl de betreffende gesprekken door de politie en het NFI in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen en het NFI rapport meldt (pagina 6 van 12) dat “Uit experimenten blijkt dat alle berichten die via de desktopapplicatie of WhatsApp Web worden verstuurd, direct zichtbaar worden in de WhatsApp op het geverifieerde apparaat” en de verdachte dit apparaat tijdens de chatsessie met [getuige] in handen gehad moet hebben, omdat die chatsessie samenviel met een chatsessie met zijn vriendin [vriendin] .

Anders dan de raadsman stelt, blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte opzet heeft gehad om de naam [aangever] te gebruiken met het oogmerk zijn identiteit te verhelen en de identiteit van die [aangever] te misbruiken. Het gebruik van de naam [aangever] op een Instagramaccount, niet zijnde de naam van verdachte, kan niet anders dan opzettelijk hebben plaatsgevonden. In dit opzettelijk handelen is het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken begrepen. Het gebruik van de naam heeft plaatsgevonden samen met het gebruik van de foto’s van die [aangever] . De getuige [getuige] omschrijft [aangever] op grond van die foto’s als een leuke jongen. Door dit gebruik is de verdachte in WhatsApp contact gekomen met [getuige] . Dit gebruik kan nadeel voor aangever [aangever] hebben, te weten de reeds de bij invoering van artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht genoemde reputatieschade. Immers, bij dit meisje met wie de “nep [aangever] ” chatte is de indruk gewekt dat zij met aangever [aangever] te maken had en er zijn uitingen in die gesprekken aan hem toegeschreven die niet van hem afkomstig zijn.

Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat een aan hem op te leggen straf zal worden beperkt tot een deels voorwaardelijke taakstraf.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Een identiteitsfraude, zoals in de onderhavige zaak bewezen verklaard, veroorzaakt overlast en ergernis en ook verlies van vertrouwen bij degene van wiens identiteit misbruik is gemaakt als ook voor degenen ten overstaan van wie die valse gegevens zijn gebruikt.

In de onderhavige strafzaak is de mate van het nadeel voor de gedupeerden gelukkig beperkt gebleven omdat er geen verregaande -schadelijke- contacten met anderen uit zijn voortgevloeid.

Het hof heeft overigens, zoals hiervoor overwogen, alleen de account [aangever] en het daaruit voortvloeiende WhatsApp contact in de strafoplegging betrokken.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof bij de straftoemeting gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 februari 2018, waaruit blijkt dat hij niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Had de verdachte direct bekend aan de politie, dan was de zaak wellicht met een strafbeschikking of zelfs transactie afgedaan. Door de volgehouden “kale” ontkenning is de zaak opgeblazen tot twee instanties.

Ter gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting is het hof voorts gebleken dat de strafzaak een grote impact heeft op de verdachte, die zich ten gevolge daarvan onder behandeling van een psycholoog heeft moeten stellen en studieachterstand heeft opgelopen (gedoubleerd). De verdachte heeft ter terechtzitting ook aan de orde gesteld dat hij een [naam] opleiding volgt en dat een veroordeling de nodige gevolgen zal hebben voor zijn kansen op de arbeidsmarkt.

Gelet op het bovenstaande, acht het hof de oplegging van een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, passend en geboden. Het hof acht geen termen aanwezig om daaraan ook een voorwaardelijk strafdeel met een proeftijd te koppelen.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [aangever]

De benadeelde partij [aangever] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding, maar daarbij geen bedrag genoemd. De vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 150,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de kosten van tenuitvoerlegging. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.

Het hof stelt vast dat de benadeelde partij op het voegingsformulier geen bedrag heeft vermeld en heeft geschreven dat hij het de taak van de rechter vindt om het bedrag aan smartengeld te bepalen. De benadeelde is in eerste aanleg niet ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie heeft in zijn requisitoir op 22 juni 2016 gesteld dat de vordering

€ 500,00 bedraagt. Dit blijkt evenwel niet uit het verzoek tot schadevergoeding met bijlagen. Nu de benadeelde in het voegingsformulier geen bedrag heeft vermeld en in eerste aanleg ook niet ter terechtzitting een concreet bedrag heeft gevorderd, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een vordering in de zin van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering. Het hof ziet om die reden geen ruimte om te beslissen op het verzoek tot schadevergoeding.

Wel acht het hof termen aanwezig om aan de verdachte ten behoeve van het slachtoffer [aangever] de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade aan het slachtoffer is toegebracht. Er is sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, die daarvan nadeel heeft ondervonden. Gelet op de omstandigheden van het geval acht het hof, evenals de politierechter, een smartengeldvergoeding van € 150,00 redelijk en billijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 24c, 36f, 63 en 231b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van

€ 150,00 (honderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Aldus gewezen door:

mr. C.M. Hilverda, voorzitter,

mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. M.J. Grapperhaus, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 19 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. C.M. Hilverda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, District De Markiezaten, basisteam Bergen op Zoom, registratienummer PL2000-2016024464, gesloten op 8 maart 2016 en op ambtsbelofte opgemaakt door [naam] , hoofdagent, met bijlagen, bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina's 1-56.

2 Dossierpagina’s 4-5.

3 Dossierpagina 8.

4 Dossierpagina 12.

5 Dossierpagina’s 19-20.

6 Dossierpagina’s 33-34.

7 Dossierpagina’s 37-44.

8 Dossierpagina 53.

9 Dossierpagina 30