Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:1635

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
20-001832-16 OWV
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2015:3859, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontneming. Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep, maar wel met een andere motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001832-16 OWV

Uitspraak : 18 april 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 3 april 2015 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-850028-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te Nijmegen op [geboortedag] 1962,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de veroordeelde naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op € 104.516,80 en de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van € 94.000,-.

De verdediging heeft primair afwijzing van de ontnemingsvordering, subsidiair matiging van de ontnemingsvordering bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis zal worden bevestigd, zij het met een andere motivering..

De beoordeling

De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 1 augustus 2017 onder parketnummer

20-001242-15 tot straf veroordeeld ter zake van – kort gezegd – ‘het medeplegen van het aanwezig hebben van hennep’ alsmede het ‘medeplegen van diefstal’, beide gepleegd in de maand juni 2010. De veroordeelde is bij dat arrest in hoger beroep vrijgesproken van het medeplegen van het telen van hennep (artikel 3 onder B van de Opiumwet). Op die grond moet de vordering tot ontneming van door veroordeelde behaald wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

Aldus gewezen door:

mr. P.T. Gründemann, voorzitter,

mr. M.E.F.H. van Erve en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D.M.M. Kortis, griffier,

en op 18 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. T.A. de Roos buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.