Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2018:103

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-01-2018
Datum publicatie
29-11-2018
Zaaknummer
200.181.409_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2865
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4510
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:5082
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1224
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Varkens. Fout bij installatie koelsysteem. Aansprakelijkheid. Onderzoek door deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.181.409/01

arrest van 16 januari 2018

in de zaak van

1 de maatschap Maatschap [de maatschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. a. [lid maatschap 1] en

b. [lid maatschap 2] ,

leden van de maatschap,

beiden wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

hierna gezamenlijk aan te duiden in enkelvoud als de maatschap,

advocaat: mr. G.D. Bosman,

tegen

Electro [elektro] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R.H.J. Wildenburg,

als vervolg op de door dit hof gewezen tussenarresten van 19 januari 2016, 27 juni 2017 en 17 oktober 2017 in het bij exploot van dagvaarding van 3 november 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 12 augustus 2015, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen de maatschap als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

5 Het tussenarrest van 17 oktober 2017

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door P. van der Voorst. Verder is bepaald dat het voorschot van € 650,-- voorlopig ten laste van de maatschap komt. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

6 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

De maatschap heeft op 26 oktober 2017 het voorschot van € 650,-- op de aangegeven wijze voldaan.

De deskundige heeft bij e-mailbericht van 29 november 2017 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige stelt dat hij thans een goed zicht heeft op de nog te verrichten werkzaamheden en de bijbehorende tijdsbesteding en verwacht dat een aanvullend voorschot van € 860,08 toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen.

Bij brief van 4 december 2017 heeft de griffier van het hof het verzoek van de deskundige voorgelegd aan partijen en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.

Mr. Wildenburg heeft namens [geïntimeerde] bij brief van 13 december 2017 bericht dat geen bezwaar bestaat tegen het verlangde aanvullend voorschot van € 860,08.

Van de maatschap is geen reactie ontvangen.

Het hof zal beslissen zoals in het dictum is bepaald.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7 De uitspraak

Het hof:

7.1.

bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 860,08 inclusief btw;

7.2.

bepaalt dat de maatschap laatstgenoemd bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

7.3.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;

7.4.

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

7.5.

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op twee maanden nadat door de griffier is bericht dat het onderzoek kan worden voortgezet;

7.6.

verwijst de zaak naar de rol van 3 april 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;

7.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.N. Milar, M.G.W.M. Stienissen en

J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op

16 januari 2018.

griffier rolraadsheer