Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:949

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
200.193.764_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

curatele

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 9 maart 2017

Zaaknummer: 200.193.764/01

Zaaknummer eerste aanleg: 4709861 OV VERZ 15-11670

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: [appellant] ,

advocaat: mr. J.A.M. van Weely,

Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt:

[belanghebbende] h.o.d.n. JD Financial Coaching VOF, hierna te noemen: de curator.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, zittingsplaats Tilburg van 14 maart 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 juni 2016, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw rechtdoende:

Primair

I De (het hof leest:) curator niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek om

[appellant] onder curatele te stellen, dit verzoek af te wijzen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht;

Subsidiair

II De curator te ontslaan met benoeming van de moeder van [appellant] tot curator met inachtneming van artikel 1:383 lid 2 BW juncto 1:383 lid 3 BW, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht;

Primair en subsidiair

III De curator te veroordelen om aan [appellant] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de kosten van beide instanties gemaakt aan de zijde van [appellant] , alsmede de nakosten, alles evenzeer te vermeerderen met de wettelijke rente, voor zover mogelijk, indien deze kosten niet zijn voldaan binnen veertien dagen na betekening van de in deze te wijzen beschikking.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 4 augustus 2016, heeft de curator verzocht, althans zo begrijpt het hof, de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 januari 2017.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    [appellant] , bijgestaan door mr. Van Weely;

  • -

    de curator.

Tevens is ter zitting aanwezig geweest de heer [de begeleider] , begeleider van

[appellant] en werkzaam bij PT FACT [vestigingsnaam] /GGz Breburg.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 5 juli 2016;

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 15 juli 2016;

  • -

    de brief met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 30 december 2016.

2.5.

Volgens afspraak is na de mondelinge behandeling nog ingekomen:

- de brief van de curator d.d. 19 januari 2017 met als bijlage de verklaring van

mevrouw [de psychiater] , psychiater, werkzaam bij FACT [vestigingsnaam] / GGz Breburg d.d. 23 juli 2015.

3 De beoordeling

3.1.

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, kanton Tilburg van

29 september 2015 is een bewind ingesteld als bedoeld in artikel 1:431 van het Burgerlijk Wetboek (BW) over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [appellant] .

3.2.

Bij beschikking waarvan beroep heeft de kantonrechter [appellant] onder curatele gesteld, met benoeming van [belanghebbende] te [woonplaats] tot curator.

3.3.

[appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

[appellant] voert in het beroepschrift in zijn eerste grief, zoals aangevuld ter zitting

- kort samengevat - aan dat de kantonrechter het op 14 januari 2016 van de curator ontvangen formulier ten onrechte heeft aangemerkt als een (gewijzigd) verzoek tot ondercuratelestelling. Er is in dit verband geen sprake van een verschrijving en het is ook niet voor iedere betrokkene bij dit dossier evident dat het verzoek strekte tot ondercuratelestelling van [appellant] . Hij stelt dat dit vormverzuim zijn belangen heeft geschaad. Naar zijn oordeel had dit verzuim moeten leiden tot een niet-ontvankelijkheidsverklaring.

Voorts stelt [appellant] in zijn tweede grief dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat er een grond aanwezig is voor curatele en dat uit de ervaringen van de afgelopen drie maanden volgt dat een minder verstrekkende maatregel niet afdoende is gebleken. [appellant] betwist de stelling dat bewind als beschermingsmaatregel voor hem onvoldoende is en tevens ontkent hij dat er tijdens het bewind een koopovereenkomst voor een auto, merk Tesla, tot stand is gekomen. Hij erkent wel dat hij voor € 20,- aan visitekaartjes heeft besteld en dat hij de curator bij wijze van grap om meer leefgeld heeft verzocht.

Ter zitting van het hof heeft [appellant] zijn derde grief ten aanzien van het niet toepassen van het bepaalde in artikel 1:383 lid 2, ingetrokken.

3.4.1.

Ter zitting heeft [appellant] daaraan nog toegevoegd dat hij aanvankelijk een heel gewoon leven leidde en geen geldproblemen had. Echter, nadat zijn relatie in 2014 was verbroken en zijn vader in diezelfde periode is overleden, is hij als het ware “de weg kwijt geraakt”. Hierdoor zijn er schulden ontstaan.

Hij had lak aan alles en iedereen. In deze periode heeft hij een Tesla besteld, waarbij hij benadrukt dat daarvoor geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Ook heeft hij in diezelfde periode een motor besteld.

Hij beschrijft deze periode als een periode van rebellering; hij wilde kijken hoever hij kon gaan. [appellant] heeft ter zitting benadrukt dat hij nu inziet dat hij dit niet had moeten doen en dat er thans geen sprake meer is van rebellie van zijn kant. Het feit dat hij onder curatele is gesteld, is naar zijn mening een te zware maatregel.

[appellant] heeft tot slot verklaard dat het nu goed met hem gaat en dat hij graag vooruit wil komen in het leven. Zijn doel is om een zorgboerderij te beginnen zodat hij mensen kan helpen om tot rust te komen.

3.5.

De curator voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - aan dat de door [appellant] aangehaalde vormfout door het kantoor van de curator is gecorrigeerd.

Ten aanzien van de door [appellant] gedane verzoeken om meer leefgeld geeft de curator aan dat deze verzoeken wel degelijk serieus zijn gedaan en hij verwijst hiervoor naar de door hem overgelegde e-mailcorrespondentie.

De curator blijft van mening dat de ondercuratelestelling van [appellant] de juiste maatregel is en hij verwijst daarvoor naar de door hem overgelegde documenten en correspondentie. Daarbij komt dat [appellant] geen openheid over zijn handelen geeft (zo heeft hij heeft tijdens zijn de ziektewetuitkering gewerkt zonder daarvan melding te maken). Verder heeft [appellant] gebruik gemaakt van het openbaar vervoer zonder hiervoor te betalen en heeft hij nieuwe schulden gemaakt.

Ook heeft [appellant] een advocaat ingeschakeld zonder de curator daarover vooraf te informeren en zonder dat de curator hiervoor toestemming heeft gegeven. Hierdoor zijn extra kosten gemaakt, terwijl [appellant] is aangemeld voor schuldhulpverlening bij de Gemeente Waalwijk.

3.5.1.

Ter zitting van het hof heeft de curator verklaard dat de financiële situatie van [appellant] nu onder controle is en dat alle schuldeisers zijn aangeschreven. Er is sprake van een totale schuld van circa € 13.000,-.

De periode van rebellie heeft er toe geleid dat [appellant] de rekeningen niet betaalde. Zo ontstond een achterstand in de betaling van huur, energiekosten en dergelijke.

De curator heeft de bestelling van de door [appellant] bestelde auto geannuleerd, alsook de bestelling van de motor. Het was wel degelijk de bedoeling van [appellant] om deze aankopen te doen, aldus de curator.

De curator blijft bij zijn standpunt dat er een dringende noodzaak was om het inleidende verzoek te doen tot omzetting van het meerderjarigenbewind in een curatele.

3.6.

Het hof neemt bij de beoordeling van de zaak het navolgende in aanmerking.

Gegeven de processtukken en het verhandelde ter zitting zal het hof in de onderhavige zaak ambtshalve dienen te beoordelen of de gronden voor ondercuratelestelling van [appellant] al dan niet aanwezig zijn en zal het hof zoals hieronder nader zal worden toegelicht, een deskundigenonderzoek gelasten omdat het zich door hetgeen in de processtukken en ter zitting naar voren is gekomen onvoldoende voorgelicht acht over de actuele geestestoestand van [appellant] en zijn handelingsbekwaamheid.

Ter zitting van het hof hebben alle betrokkenen er desgevraagd mee ingestemd dat ter zake een deskundige wordt benoemd en dat de vraagstelling aan het hof wordt overgelaten.

Deskundigenonderzoek

3.7.

Ingevolge artikel 1: 378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de rechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;

b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

3.7.1.

De vraag die voorligt is of bij [appellant] sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand als hiervoor bedoeld. Nu [appellant] dit weerspreekt, zal het hof dienen te oordelen op basis van een medische verklaring van een deskundige.

In het dossier bevindt zich de verklaring van 23 juli 2015 van mevrouw [de psychiater] , psychiater, werkzaam bij FACT [vestigingsnaam] / GGz Breburg. Deze verklaring heeft geleid tot

het verzoek van de Officier van Justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant van

12 augustus 2015, welk strekte tot ondercuratelestelling van [appellant] en dat uiteindelijk heeft geresulteerd in een meerderjarigenbewind van [appellant] .

In deze verklaring verklaart de psychiater [de psychiater] onder meer het volgende:

het gaat hier om een 32-jarige man met een blanco psychiatrische voorgeschiedenis en nu belast is met een uitgebreid en hardnekkig waansysteem met grootheidsideeën. Luxerende factor lijkt relatiebreuk in april 2014 en overlijden vader september 2014. Er is sprake van een lijdensdruk, doordat hij zich tegengewerkt voelt door zijn omgeving. Hij heeft een waan, dat mensen informatie en geld voor hem achterhouden. Er is geen enkel besef van psychiatrische symptomen of de noodzaak van behandeling hiervan”.

Differentiaal diagnostisch is door de voornoemde psychiater vastgesteld dat er sprake was van hypomane psychotische decompensatie (door mogelijk familiaire belasting bipolaire stoornis).

Verder volgt uit deze verklaring dat er sprake was van een proces van maatschappelijke teloorgang en dat [appellant] vanwege zijn geestesstoornis niet in staat was een redelijke afweging te maken van zijn eigen financiële en sociaal-maatschappelijke belangen.

Een meer recente verklaring van een psychiater over de geestelijke toestand van [appellant] is niet beschikbaar.

3.7.2.

[appellant] ontkent niet dat hij destijds “de weg kwijt was”. Hij wijt dit aan het overlijden van zijn vader en de beëindiging van zijn relatie. Het hof kan de juistheid van deze stelling niet beoordelen. De curator weerspreekt deze, doch het hof acht de curator onvoldoende deskundig om de geestestoestand van [appellant] te beoordelen.

Zoals in 3.6. reeds is overwogen, heeft het hof daarom behoefte aan een deskundigenonderzoek.

3.7.3.

Het hof zal, alvorens te beslissen op het voorliggende hoger beroep, de zaak in verband met het in te stellen deskundigenonderzoek aanhouden tot de na te melden pro forma datum en een deskundige benoemen.

[appellant] heeft de benoeming van een deskundige alsmede de formulering van de aan de deskundige voor te leggen vragen overgelaten aan het hof. De na te melden deskundige heeft zich inmiddels bereid verklaard dit onderzoek te verrichten.

3.7.4.

Het hof zal tot deskundige benoemen drs. H.J.H. Kuijpers, psychiater, verbonden aan) het Elisabeth-Twee Steden Ziekenhuis, locatie [locatie] , aan de [adres] te [postcode] [vestigingsplaats] , telefoonnummer [het telefoonnummer] , die de opdracht krijgt te onderzoeken en te rapporteren over de volgende vragen:

  1. Lijdt [appellant] aan geestelijke stoornis of aandoening?

  2. Is bij [appellant] al dan niet als gevolg daarvan sprake van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand waardoor hij tijdelijk of duurzaam niet in staat is om zijn belangen behoorlijk waar te nemen of waardoor hij zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt?

  3. Zo ja, in welke mate?

  4. Kan een voldoende behartiging van die belangen met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan curatele worden bewerkstelligd?

  5. Indien de deskundige nog andere informatie heeft verkregen die voor de beantwoording van de door het hof gestelde vragen van belang is, hoe luidt deze informatie en welke is de herkomst daarvan?

3.7.5.

De deskundige dient eventuele nadere informatie die hij nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaat van [appellant] op te vragen.

De deskundige wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.

3.7.6.

Het hof gaat ervan uit dat [appellant] de deskundige desgewenst zal machtigen om alle relevante gegevens (al dan niet medische) op te vragen bij artsen en/of instanties.

Indien de deskundige voor het onderzoek gebruik maakt van informatie van derden, dient hij daarvan melding te maken in het rapport.

3.7.7.

Het hof wijst de deskundige op het in artikel 7:464 lid 2, aanhef en sub b BW, neergelegde inzage- en blokkeringsrecht van [appellant] . Dit recht houdt in dat de deskundige [appellant] in de gelegenheid moet stellen om mee te delen of [appellant] de uitslag en de gevolgtrekking van het onderzoek wenst te vernemen, en zo ja, of [appellant] daarvan als eerste wenst kennis te nemen, teneinde te kunnen beslissen of daarvan mededeling aan anderen wordt gedaan.

De deskundige wordt verzocht in zijn rapport te vermelden of en zo ja, op welke wijze, hij aan deze verplichting heeft voldaan.

3.7.8.

Voor de goede orde wijst het hof erop dat krachtens het bepaalde in artikel 198 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) [appellant] verplicht is mee te werken aan het onderzoek door de deskundige, bij gebreke waarvan de rechter daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht.

3.7.9

Ingevolge de offerte van de deskundige wordt het voorschot ter zake de kosten van de deskundige begroot op € 2.000,--, inclusief BTW en exclusief reiskosten. Het hof zal bepalen dat deze kosten voorlopig door de Staat zullen worden voorgeschoten.

Indien de deskundige voorziet dat de kosten hoger dan dit bedrag gaan uitvallen, dient daartoe vooraf, met begroting van de meerkosten, schriftelijk toestemming van het hof te worden verkregen.

In de eindbeschikking zal een definitieve beslissing worden genomen over de betaling van de kosten.

3.7.10.

De deskundige dient het hof schriftelijk te rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek. Na binnenkomst van het rapport van de deskundige zal het hof een afschrift van dat rapport toezenden aan de advocaat van [appellant] en aan de curator en ieder van hen de gelegenheid bieden daarop te reageren.

3.8.

Gelet op het vorenstaande wordt thans als volgt beslist.

4 De beslissing

Het hof:

gelast een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de hiervoor onder rechtsoverweging 3.7.4. geformuleerde vragen;

benoemt tot deskundige drs. H.J.H. Kuijpers, psychiater, verbonden aan Elisabeth-Twee Steden Ziekenhuis, locatie [locatie] , aan [adres] te [postcode] [vestigingsplaats] , telefoonnummer [het telefoonnummer] ;

bepaalt dat de deskundige het hof schriftelijk zal rapporteren over de resultaten van het onderzoek vóór 15 juni 2017;

begroot het voorschot ter zake de kosten van de deskundige conform de uitgebrachte offerte op € 2.000,--, inclusief BTW en exclusief de reiskosten en bepaalt dat deze kosten door de Staat zullen worden voorgeschoten; in de eindbeschikking zal een definitieve beslissing over de betaling van de uiteindelijke kosten worden opgenomen;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de benoemde deskundige zal zenden;

bepaalt dat [appellant] - door tussenkomst van zijn advocaat - binnen één week na de datum van deze beschikking een afschrift van de processtukken ter beschikking van de deskundige zal stellen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek [appellant] in de gelegenheid moet stellen om eventuele opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

benoemt mr. M.C. Bijleveld-van der Slikke tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffie, dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

houdt iedere verdere beslissing aan PRO FORMA tot 15 juni 2017.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, M.C. Bijleveld-van der Slikke en A.M.M. Hompus en is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2017.