Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:936

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
20-003198-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overval op een woning te Etten-Leur op 11 januari 2014. Alle vier de gezinsleden worden vastgebonden, er wordt een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond, één slachtoffer wordt geslagen met een koevoet en er wordt met een deur tegen hem aangeslagen. Vastgesteld wordt dat verdachte van de drie daders veruit het meeste geweld heeft toegepast en zich het meest dreigend heeft geuit. Het hof concludeert dat verdachte als leider van de drie overvallers moet worden aangemerkt. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003198-14

Uitspraak : 7 maart 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 oktober 2014 in de strafzaak met parketnummer 02-800046-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in PI Limburg Zuid - Gevangenis De Geerhorst te Sittard.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van voorarrest, en met beslissingen omtrent in beslag genomen voorwerpen.

De verdediging heeft bepleit dat:

  • -

    verdachte integraal zal worden vrijgesproken;

  • -

    indien het hof toch komt tot een bewezenverklaring, verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 11 januari 2014 te Etten-Leur, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (terwijl hij/zij onherkenbaar vermomd was/waren)

- meermalen, althans eenmaal, met een breekijzer/koevoet, althans een hard voorwerp, tegen het gezicht en/of hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht met een deur tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] vastgepakt en/of naar een andere kamer gedwongen en/of

- de gsm van die [slachtoffer 4] vernield (zodat zij niet kon bellen voor hulp) en/of

- (al) de gsm's en/of telefoons die in de woning aanwezig waren, gepakt/meegenomen (zodat men niet meer kon bellen voor hulp) en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] in zijn hand(en) gehouden en/of met dat (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bewegingen gemaakt en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] op de grond gedwongen en/of met tieraps en/of riemen en/of banden en/of tape en/of lint(en) en/of sjaals de handen/polsen en/of benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] vastgebonden en/of

- (vervolgens) de handen/polsen en benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 4] aan elkaar vastgemaakt/vastgebonden en/of de handen/polsen en benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 3] aan elkaar vastgemaakt/vastgebonden en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven - de woorden toegevoegd: "money" en/of "more money" en/of "we know that you have the money" en/of "where is the money" en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] (terwijl zij aan handen/polsen en/of benen/voeten/enkels vastgebonden waren) ieder naar hun afzonderlijke slaapkamer gebracht en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] (terwijl zij aan handen/polsen en/of benen/voeten/enkels vastgebonden was) in een gangkast opgesloten en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (terwijl hij aan handen/polsen en/of benen/voeten/enkels vastgebonden was) met (een) riem(en) aan een verwarmingsbuis vastgemaakt;


2.
hij op of omstreeks 11 januari 2014 te Etten-Leur tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de nachtelijke uren, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning (gelegen aan de [adres] ) een hoeveelheid geld en/of een colbert en/of diverse sieraden en/of een theelichthouder en/of 15, althans een aantal, horloges en/of 4, althans een aantal, mobiele telefoons en/of een tas en/of een fototoestel en/of diverse juwelendoosjes en/of een playstation en/of twee laptops en/of (een) creditcard(s) en/of buitenlandse valuta en/of een rekenmachine en/of drie mp3-spelers en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een wasmand en/of 3 zonnebrillen en/of 2 batterijen en/of (auto)sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geld en/of goederen, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (terwijl hij/zij onherkenbaar vermomd was/waren)

- meermalen, althans eenmaal, met een breekijzer/koevoet, althans een hard voorwerp, tegen het gezicht en/of hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht met een deur tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgepakt en/of naar een andere kamer heeft/hebben gedwongen en/of

- de gsm van die [slachtoffer 4] heeft/hebben vernield (zodat zij niet kon bellen voor hulp) en/of

- (al) de gsm's en/of telefoons die in de woning aanwezig waren, heeft/hebben gepakt/meegenomen (zodat men niet meer kon bellen voor hulp) en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] in zijn hand(en) heeft/hebben gehouden en/of met dat (vuur)wapen bewegingen heeft/hebben gemaakt en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] op de grond heeft/hebben gedwongen en/of met tieraps en/of riemen en/of banden en/of tape en/of lint(en) en/of sjaals de handen/polsen en/of benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgebonden en/of

- (vervolgens) de handen/polsen en benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 4] aan elkaar vastgemaakt/vastgebonden en/of de handen/polsen en benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 3] aan elkaar vastgemaakt/vastgebonden en/of (vervolgens) de handen/polsen en/of benen/voeten/enkels van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] aan elkaar heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven - de woorden heeft/hebben toegevoegd: "money" en/of "more money" en/of "we know that you have the money" en/of "where is the money" en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] (terwijl zij aan handen/polsen en/of benen/voeten/enkels vastgebonden waren) ieder naar hun afzonderlijke slaapkamer heeft/hebben gebracht en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] (terwijl zij aan handen/polsen en/of benen/voeten/enkels vastgebonden was) in een gangkast heeft/hebben opgesloten en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (terwijl hij aan handen/polsen en/of benen/voeten/enkels vastgebonden was) met (een) riem(en) aan een verwarmingsbuis heeft/hebben vastgemaakt;

3.
hij op of omstreeks 11 januari 2014 te Etten-Leur tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij op 11 januari 2014 te Etten-Leur, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk personen, genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, terwijl zij onherkenbaar vermomd waren

- met een breekijzer/koevoet tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] geslagen en meermalen met kracht met een deur tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen en

- die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] naar de slaapkamer van hun ouders gedwongen en

- de gsm van die [slachtoffer 4] vernield en

- gsm's en/of telefoons die in de woning aanwezig waren, gepakt/meegenomen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , in zijn hand gehouden en met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp bewegingen gemaakt en

- met tieraps en/of riemen en/of banden en/of tape en/of linten en/of sjaals de handen/polsen en voeten/enkels van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] vastgebonden en

- die [slachtoffer 1] – zakelijk weergegeven – de woorden toegevoegd: "money" en "more money" en "we know that you have money" en "where is the money" en

- die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] (terwijl zij aan handen/polsen en benen/voeten/enkels vastgebonden waren) ieder naar hun eigen slaapkamer gebracht en

- die [slachtoffer 2] (terwijl zij aan handen/polsen en/of voeten/enkels vastgebonden was) in een gangkast opgesloten en

- die [slachtoffer 1] (terwijl hij aan handen/polsen en/of voeten/enkels vastgebonden was) met riemen aan een verwarmingsbuis vastgemaakt;


2.
hij op 11 januari 2014 te Etten-Leur tezamen en in vereniging met anderen in de nachtelijke uren, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning (gelegen aan de [adres] ) een hoeveelheid geld en diverse sieraden en een theelichthouder en horloges en mobiele telefoons en een fototoestel en juwelendoosjes en een playstation en twee laptops en een creditcard en mp3-spelers en een portemonnee met inhoud en een wasmand en zonnebrillen en autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen, terwijl zij onherkenbaar vermomd waren

- met een breekijzer/koevoet tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en meermalen met kracht met een deur tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en

- die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] naar een andere kamer heeft gedwongen en

- de gsm van die [slachtoffer 4] heeft vernield en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , in zijn hand heeft gehouden en met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp bewegingen heeft gemaakt en

- met tieraps en/of riemen en/of banden en/of tape en/of linten en/of sjaals de handen/polsen en voeten/enkels van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] heeft vastgebonden en

- die [slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - de woorden heeft toegevoegd: "money" en "more money" en "we know that you have money" en "where is the money" en

- die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] (terwijl zij aan handen/polsen en benen/voeten/enkels vastgebonden waren) ieder naar hun afzonderlijke slaapkamer heeft gebracht en

- die [slachtoffer 2] (terwijl zij aan handen/polsen en/of voeten/enkels vastgebonden was) in een gangkast heeft opgesloten en

- die [slachtoffer 1] (terwijl hij aan handen/polsen en/of voeten/enkels vastgebonden was) met riemen aan een verwarmingsbuis heeft vastgemaakt;


3.
hij op 11 januari 2014 te Etten-Leur tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ) toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Bewijs 1

Aangiftes en geneeskundige verklaring

1.

Een proces-verbaal aangifte inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 lag ik samen met mijn vrouw te slapen in een slaapkamer van onze woning aan het adres [adres] te Etten-Leur. Onze slaapkamer is op de eerste verdieping. Mijn zoon [slachtoffer 3] en mijn dochter [slachtoffer 4] waren ook thuis en sliepen ook boven. Zij lagen al op bed. Omstreeks 2.45 uur werd ik wakker van gestommel. Ik ben direct uit bed gegaan en naar de deur gelopen. Ik voelde dat de deur werd opengeduwd. Ik zag twee personen voor mij staan. Ik voelde dat ik geslagen werd. Ik zag dat ik geslagen werd met een breekijzer. Ik voelde dat ik geraakt werd aan de linkerzijde op mijn hoofd, iets links van mijn linkeroog richting mijn oor. Ik voelde meteen dat het bloedde. Ik werd op de grond geduwd. Ik ben nog vaker geslagen. Ik werd door twee personen geboeid met een tierap.

Mijn vrouw lag nog in bed. Op een gegeven moment komt [slachtoffer 3] onze slaapkamer binnen. Ik zag dat [slachtoffer 3] door een derde persoon vastgehouden werd aan zijn schouders en zijn bovenarmen. [slachtoffer 3] moet naast mij komen liggen. Ik heb [slachtoffer 4] ook nog onze slaapkamer binnen zien komen.

Ze hebben de lades van het dressoir geopend waar ze riemen en linten uit hebben gehaald. Door een persoon werden bij mij een riem en linten om mijn polsen gedaan. Toen werden ook mijn voeten aan elkaar vastgebonden. Even later werden middels een riem mijn handen aan mijn voeten vastgebonden.

De persoon met het breekijzer vroeg op een gegeven moment in het Engels waar mijn geld was. Ik reageerde dat ze mijn geld al hadden. Dat zat namelijk in een plastic zak boven op de kast in de slaapkamer. Ik had al gezien dat ze die zak al hadden. Daar zat best wel wat geld in. Ik denk vijf of zes duizend euro, voornamelijk briefjes van 200 euro.

Ik zag op een gegeven moment dat een persoon een wapen had. Ik denk iets groter als dat van jullie. Het wapen was zwart. Het uiteinde van de loop zag er vierkant uit.

De persoon maakte bij mijn hoofd een beweging met zijn wapen van onder naar

boven.

Ik hoorde de personen wel tegen elkaar praten, maar het was in een voor mij

onbekende taal.

Ze hebben mijn trouwring afgedaan en meegenomen.

Ik werd door twee personen richting de verwarming van onze slaapkamer getrokken. Daar werd ik met riemen aan de verwarmingsbuis vastgemaakt.

Ik hoorde de personen de trap afgaan en even later hoorde ik onze auto starten. De autosleutels lagen boven bij ons op de slaapkamer.

Ik heb me toen losgemaakt. Ik wilde de politie gaan bellen maar ik kon in ons huis nergens een telefoon vinden.

Ik ga er dan ook vanuit dat men die heeft meegenomen. Die van [slachtoffer 4] was kapot gemaakt. Hierna ben ik naar mijn bedrijf gelopen, dat naast onze woning is gevestigd. Daar heb ik uiteindelijk de politie gebeld.2

2.

Een geneeskundige verklaring houdt in, zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 bezocht [slachtoffer 1] de Afdeling Spoedeisende Hulp van het Amphia Ziekenhuis te Breda.

Lichamelijk onderzoek

Hoofdwond links: circa 10 cm lang, wond met bot a vue.

Gehecht met viertienmaal Ethilon.3

3.

Een proces-verbaal verhoor aangeefster inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 lag ik te slapen in mijn kamer aan de [adres] te Etten-Leur. Om 02.52 uur hoorde ik mijn moeder en vader schreeuwen. Ook hoorde ik mannenstemmen. Ik verstond niet wat deze stemmen zeiden. Het was in ieder geval geen Nederlands, Duits, Frans of Engels. Ik liep naar de deur van mijn kamer. Die was op dat moment dicht. Ik maakte de deur open en ik zag dat er een jonge man voor mijn deur stond. Ik denk dat deze persoon iets groter was dan ik. Ik zag dat deze jonge man zijn mond en neus bedekt had. Dat had hij gedaan met een soort sjaal en deze zat in zijn trui. Dit kan ook een vest zijn geweest. Het was in ieder geval zwart. Aan de trui of vest zat in ieder geval een capuchon. Die capuchon had de man over zijn hoofd.

Ik zag dat mijn vader in foetushouding bij de slaapkamerdeur lag. Ik zag dat een tweede man bij mijn vader stond. Deze tweede man stond in de slaapkamer. Ik zag dat deze man mijn vader met een koevoet sloeg. Ik zag dat de man vervolgens, terwijl hij de koevoet in zijn linkerhand hield, de slaapkamerdeur bij de klink pakte. Ik zag dat de man vervolgens een paar keer heel agressief de deur tegen mijn vader aansloeg. Ik zag dat hij mijn vader op zijn bovenbeen en tegen zijn rug raakte met de deur.

Ik zag toen dat de man met de koevoet opkeek en mij zag staan. Ik hoorde hem zeggen “take the phone”. Dat zei hij tegen de jonge man die bij mij stond. De jonge man deed dat niet meteen. Ik zag dat de man met koevoet mijn telefoon op mijn bureau legde en er vervolgens twee keer met de koevoet op sloeg. Ik zag vervolgens dat de man met de koevoet me gebaarde dat ik mee moest naar de slaapkamer van mijn ouders. Ik zag dat er een derde man die ik tot dan toe nog niet gezien had, binnenkwam met mijn broer. De derde man wees naar de grond en gebaarde mijn broer om op de grond te gaan liggen, achter mijn vader.

Op enig moment zag ik dat de jonge man het geldkistje, dat altijd op de slaapkamer staat op de kast naast het bed, pakte. Toen zag ik dat eerst mijn vader met tieraps geboeid werd, daarna mijn broer, toen mijn moeder en toen ik. In eerste instantie werden alleen onze handen geboeid. Toen werden we ook aan onze benen geboeid met tieraps. Ik zag later bij mijn broer dat hij tape om zijn benen had. Ik had naast de tieraps ook nog een zwarte band om mijn benen.

Als we zo vastgebonden liggen, hoor ik de man met de koevoet tegen mijn vader zeggen “We know that you have money”, hij herhaalt ook het woord “money” een paar keer. Toen deed de derde man tape om de mond of nek bij mijn vader. Daarna begon de derde man ons met riemen vast te binden en toen deed de jonge man dat ook. Vervolgens trokken de jonge man en de derde man mijn broer omhoog en ik zag dat vervolgens de derde man mijn broer de kamer uit droeg. Uiteindelijk tilde de derde man mij op en droeg mij naar mijn kamer.

Dader 1, de man met de koevoet:

  • -

    man

  • -

    een jaar of dertig

  • -

    ongeveer 1 meter 65 centimeter

  • -

    best een fors postuur

  • -

    zwarte bivakmuts

  • -

    helemaal in het zwart gekleed

Dader 2, de jonge man:

  • -

    man

  • -

    23 a 25 jaar oud.

  • -

    ongeveer 1,70 meter of 1,72 meter. Hij was iets groter dan ik en ik ben 1,67

meter

  • -

    slank

  • -

    sjaal en capuchon zoals ik die eerder beschreven heb

Dader 3, de derde man:

  • -

    man

  • -

    tussen de 25 en 28. Ik denk sowieso iets ouder dan de jonge man

  • -

    hij was lang, ongeveer 1,85 meter

  • -

    best mager

  • -

    donkergrijze bivakmuts.

Ze droegen alle drie handschoenen. 4

4.

Een proces-verbaal verhoor aangeefster inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 11 januari 2014 was ik in mijn woning aan de [adres] te Etten-Leur. Ik woon hier met mijn man [slachtoffer 1] , mijn zoon [slachtoffer 3] en mijn dochter [slachtoffer 4] . Op een gegeven moment schrok ik wakker en ik zag dat mijn man uit bed sprong. De deur werd opengeduwd. Ik zag een man met een bivakmuts, helemaal in het zwart binnenkomen, ik noem deze man dader 1. Ik zag dat dader 1 [slachtoffer 1] begon te slaan. Op een gegeven moment kwam [slachtoffer 4] de kamer in, in het bijzijn van een tweede dader, ik noem hem dader 2. Ik zag toen dat [slachtoffer 3] ook naar onze kamer werd gebracht. [slachtoffer 3] werd door een derde dader, ik noem hem dader 3, naar onze slaapkamer gebracht.

Ik hoorde dat er vaak de naam “ [voornaam] ” gezegd werd.

Dan hoor ik een van de daders zeggen “More money”.

Op een gegeven moment kwam een dader met riemen en sjaals om onze voeten vast te binden.

Een dader pakte mij om mijn middel en tilde me van de grond op. Hij droeg me over de overloop naar de kast. Hij duwde mee de kast in en op de grond en deed de deur achter me dicht en draaide deze op slot.5

5.

Een proces-verbaal verhoor aangever inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven:

Op vrijdagavond 10 januari was ik thuis met mijn vader en moeder en zusje. Toen ik wakker werd zag ik een man naast me staan. De man pakte mij vast aan mijn bovenarm, links. Ik moest echt flink doorlopen naar de slaapkamer van mijn ouders. Ik liep wat wankel maar de man gaf mij geen keus om het rustig aan te doen. Ik werd hardhandig de goede richting in geduwd. Ik moest naast mijn vader op de grond gaan liggen.

Ik heb het vermoeden dat ik twee namen gehoord heb toen ze elkaar aanspraken. Ik heb er eentje onthouden. Ik hoorde namelijk “ [voornaam] ”.

Een persoon pakte mijn polsen vast en maakte ze vast met een tierap. Vervolgens werden mijn voeten aan elkaar vast gemaakt. Ik weet dat mijn voeten met riemen en met tape werden vastgebonden. Hierna werden mijn polsen aan mijn voeten vastgemaakt zodat ik in een foetushouding kwam te liggen.

Toen ik naast mijn vader op de grond lag, zag ik voor het eerst het vuurwapen. Het breekijzer had ik bij binnenkomst in de slaapkamer al gezien. Dat had iemand vast. Die persoon had het vuurwapen vast. De man die het breekijzer vast had, was dikker van postuur en niet zo groot als de andere mannen. Deze man zei tegen mijn vader “where is the money”.6

Verdachten

6.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 omstreeks 03.45 uur kwam er een melding van de gemeenschappelijke meldkamer te Tilburg dat er een woningoverval zojuist gepleegd was aan de [adres] te Etten-Leur. Ik reed samen met collega [verbalisant] op de IABC te Breda. Op dat moment zag ik dat er een voertuig vanuit de richting van Etten-Leur kwam aangereden. Ik hoorde collega [verbalisant] zeggen dat ze zag dat de combinatie HSL in het kenteken zat. Wij hoorden eerder van de gemeenschappelijke meldkamer te Tilburg dat die combinatie in het (het hof begrijpt: ‘kenteken van het’) voertuig zat waar de overvallers mee gevlucht waren. Op het moment dat het voertuig ons passeerde, zag ik dat het een auto was van het merk Mercedes met een bruine kleur. Dat was ook de beschrijving van het voertuig dat weg genomen was. Op het moment dat we ons voertuig keerden, zag ik dat het voertuig snelheid maakte en niet wilde stoppen voor ons.

Wij reden de Aurelia te Breda op en zagen dat de Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken] tegen een ander voertuig aan gereden was dat geparkeerd stond in een parkeervak aan de Distelvlinder te Breda. Ik heb samen met collega [verbalisant] het voertuig benaderd en zag dat er niemand in het voertuig zat.

Na ongeveer 4 á 5 minuten zag ik dat er uit de achtertuin van de woning aan de [adres] te Breda een manspersoon kwam aangelopen. Ik zag dat hij op dat moment weg rende. Ik heb samen met collega [verbalisant] de verdachte vast gepakt bij de armen en naar de grond gebracht.7

7.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 11 januari 2014 omstreeks 04.00 uur bevond ik mij te Breda. Verbalisant [verbalisant] had daar zojuist een verdachte aangehouden, die later bleek te zijn:

Achternaam : [medeverdachte 1]

Voornamen : [voornaam]

Geboren : [geboortedatum]

Nationaliteit : Poolse

Verbalisant [verbalisant] had onder verdachte [medeverdachte 1] een aantal goederen aangetroffen.

Het betrof de volgende goederen:

- Goednummer 1079668 (ring)

- Goednummer 1079674 (Josh armband)

- Goednummer 1079671 (Philips mediaspeler)

- Goednummer 1079675 (Sony mediaspeler)

- Goednummer 1079627 (mobiele telefoon Nokia N70)8

8.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Ik zag dat de genoemde Mercedes tegen een andere voertuig aanstond. Ik zag dat dit op de hoek was van de Aurelia met de Distelvlinder. Ik hoorde collega [verbalisant] zeggen dat de verdachten uit het voertuig gevlucht waren in onbekende richting. Hierop heb ik mijn gecertificeerde diensthond Juup uit het voertuig genomen. Vanaf de Mercedes zag ik dat de hond direct doorliep de Distelvlinder in. Ik zag dat na enkele meters de hond naar een voorwerp trok dat op straat lag. Ik zag dat dit een breekijzer was. Ik ben met de diensthond via de voortuinen aan de Aurelia naar [adres] gelopen. Het perceel was omheind met een hoog hek en hoge begroeiing. De bewoners van [adres] hebben mij toegang tot het perceel gegeven door het hek te openen.

Ik zag duidelijk aan de hond dat hij iets in zijn neus had in de tuin. De hond trok mij naar bossages linksachter op het perceel. Plots voelde ik de hond links om wat bossages heen gaan en omhoog komen in de lijn. Ik zag plots een man staan achter de bossages. Ik zag dat de hond de man in de onderkant van zijn jas, of mouw gebeten had. Hierop is de verdachte afgeboeid en weggevoerd. Ik zag dat de verdachte een corpulente man betrof, geheel in het donker gekleed.

Bij de plaats waar de verdachte was aangehouden, zag ik dat de diensthond de bossages introk. Ik scheen met mijn zaklamp onder de bossages en

zag daar meerdere bankbiljetten van 200 euro liggen. Vanuit daar heb ik de hond verder laten zoeken op het perceel. In een greppel op het perceel lagen twee zwarte handschoenen en een muts (het hof: uit het onder voetnoot 28 genoemde proces-verbaal sporenonderzoek, p. 428, volgt dat de muts een bivakmuts betreft).9

9.

Een proces-verbaal aanhouding houdt in als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 omstreeks 05:00 uur, hielden wij op de locatie [adres]

te Breda als verdachte aan:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornaam]

Geboren : [geboortedatum]

Nationaliteit : Poolse10

10.

Een proces-verbaal van verhoor houdt in als verklaring van verdachte [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Wanneer bent u naar Nederland gekomen.

A: Gisteren, vrijdag 10 januari 2014. Gisteren ben ik samen met [medeverdachte 2] en [voornaam] [medeverdachte 1] met een personenauto, een blauwe Audi A6 met het Poolse kenteken [kenteken] , naar Nederland gekomen. [voornaam] is een bijnaam.

V:Wie reed er vanuit Duitsland naar Nederland

A: Ik reed met de Audi van mijn stiefvader.11

11.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 13 januari 2014 omstreeks 00.05 uur reden collega [verbalisant] en ik op de Lunetstraat te Breda. Wij zagen een donkerkleurige Audi met kenteken [kenteken] rijden. Wij hielden de drie inzittenden aan. De man die links achterin de Audi zat, had een tenger postuur.12

12.

Een proces-verbaal van aanhouding houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 13 januari 2014 omstreeks 00.14 uur hielden wij aan [voornaam] (het hof begrijpt: [voornaam]) [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] , met de Poolse

nationaliteit.13

13.

Processen-verbaal van bevindingen houden in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 was ik op de Aurelia te Breda. Ik werd omstreeks 13.00 uur aangesproken door een bewoner van de [adres] te Breda. Zij vertelde mij dat er in haar voortuin een zwarte trui lag. Zij vertelde mij dat deze trui daar gisteren nog niet lag. Ik heb de trui in beslag genomen.14

Goed (eren) PL202M-20l4007733-1079840, SIN AAGZ1591NL, bijzonderheden: zwarte trui met capuchon van jogging stof.15

14.

Een NFI- rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval gepleegd in Etten-Leur op 11 januari 2014’ houdt in als relaas van rapporteur dr. A.J. Kal, zakelijk weergegeven:

Een bemonstering van den binnenzijde van de kraag van een trui met nummer AAGZ1591NL#01 is onderworpen aan DNA-onderzoek. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel met nummer RAAW5240NL van [initialen] [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] . De kans dat het DNA van een willekeurig gekozen andere persoon matcht met het DNA-profiel dat is verkregen uit de bemonstering met nummer AAGZ1591NL#01 is kleiner dan 1 op 1 miljard.16

15.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 27 januari 2014 heb ik een onderzoek ingesteld naar de signalementen van verdachten [verdachte] , [voornaam] [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] waarbij het volgende is bevonden.

Op de foto’s is te zien dat [verdachte] een dik postuur heeft.

Op de foto’s is te zien dat [medeverdachte 1] een slank postuur heeft. Gebleken is dat [medeverdachte 1] 1,95 meter lang is.

Op de foto’s is te zien dat [medeverdachte 2] een normaal, niet overdreven slank maar zeker niet dik, postuur heeft. Gebleken is dat [medeverdachte 2] 1,73 meter lang is.17

16.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Gebleken is dat [verdachte] 1,67 meter lang is.18

Gestolen goederen

17.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

[slachtoffer 1] verklaarde dat er een geldbedrag ontvreemd was van ongeveer €5000,-- met voornamelijk €200,-- biljetten. [de familie] verklaarden dat in een bordeaux rode kist kleingeld zat en een kapot briefje van 100 euro.

Op zaterdag 11 januari 2014 werd na een achtervolging op de Distelvlinder te Breda

de Mercedes Benz voorzien van het kenteken [kenteken] van [slachtoffer 1]

aangetroffen. In genoemde Mercedes zat onder andere een rode bak met kleingeld.

Op de locatie van de aanhouding van verdachte [verdachte] [voornaam] , [adres] in Breda, zijn in de bossages biljetten van €200,-- inclusief een beschadigd briefje van €100,-- aangetroffen.19

18.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 17 januari 2014 bezocht ik de [de familie] . Ik toonde de benadeelden een dertigtal foto’s van goederen die in het onderzoek waren aangetroffen en inbeslaggenomen.

Goederen inbeslaggenomen uit de gestolen Mercedes Benz:

- Goednummer 1080068 (laptop Toshiba zwart):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei: “dat is mijn laptop”.

- Goednummer 1080076 (laptop Toshiba zilver):

Ik hoorde dat benadeelden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] bevestigden dat dit de

laptop van [slachtoffer 3] was.

- Goednummer 1080116 (mobiele telefoon Samsung):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 1] zei: “dat is mijn telefoon”.

- Goednummer 1080081 (wasmand):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 2] zei dat deze wasmand leek op die bij hen was gestolen.

- Goednummer 1080078 (creditcard):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 1] zei: “dat is mijn creditcard”.

- Goednummer 1080075 (theelichtjeshouder):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 2] zei dat dit één van hun theelichtjeshouders was.

- Goednummer 1080073 (portemonnee met pasjes):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei: “Dat is mijn portemonnee en dat zijn

mijn pasjes. Ook mijn identiteitskaart is er gelukkig nog”.

- Goednummer 1080070 (playstation 2):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 2] zei: “dit lijkt op de oude spelcomputer van

[slachtoffer 3] ”.

- Goednummer 1079901 (zonnebrillen):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei: “die onderste twee zijn zeker van mij”.

Goederen inbeslaggenomen bij verdachte [medeverdachte 1] :

- Goednummer 1079668 (ring)

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei: “dat is mijn ring denk ik”.

- Goednummer 1079674 (Josh armband):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei: “mijn armband!”.

- Goednummer 1079671 (Philips mediaspeler):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei “dat is mijn oude mp3 speler”.

- Goednummer 1079675 (Sony mediaspeler):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 4] zei: “ja, dat is wel mijn mp3 speler.”

- Goednummer 1079627 (mobiele telefoon Nokia N70):

Ik hoorde dat benadeelde [slachtoffer 2] zei: “dat is mijn mobiele telefoon. Die zat

in de jaszak van mijn jas aan de kapstok”.20

19.

Een proces-verbaal foto-omschrijving PL206C-2014007733-235 houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van een gewapende overval te Etten-Leur werd door mij op 11 januari 2014 vanaf 08.00 uur een sporenonderzoek ingesteld op en nabij de kruising van wegen Distelvlinder met de Aurelia te Breda. Tijdens het onderzoek werden door mij foto’s gemaakt.

Foto-omschrijving:

Foto 1

Overzichtopname van het colbertjasje aangetroffen in de tuin achter perceel [adres] Breda.

Foto 2 tot en met 5

Opnames van goederen aangetroffen in de zakken van het colbertjasje.

Foto 6 tot en met 9

Opnames van de goederen aangetroffen in de tuin van perceel [adres] te Breda. Deze goederen lagen tussen de vegetatie van de greppel in het noordelijke deel van de tuin.

Foto 10 tot en met 15

Opnames van goederen aangetroffen in de tuin van perceel [adres] te Breda.

Foto 16

Opname van de tas, eveneens aangetroffen in de tuin van perceel [adres] te Breda.

In deze tas werden diverse goederen aangetroffen.

Foto 17 tot en met 27

Opnamen van de goederen die werden aangetroffen in de tas (foto 16). Deze tas was door mij inbeslaggenomen in de tuin van perceel [adres] te Breda en op 29 januari 2014 nader onderzocht.21

20.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 31 januari 2014, omstreeks 15.10 uur, hebben wij foto’s van goederen getoond aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Deze foto’s werden genummerd. Dezelfde foto’s zijn terug te vinden in het proces-verbaal foto-omschrijving 2014007733-235 (het hof begrijpt: PL206C-2014007733-235).

Foto 2: De foto werd aan [slachtoffer 2] getoond en zij herkende haar armband.

Foto 6 en 7: [slachtoffer 2] herkende het horloge en het leren bandje wat er aan vast zat. Deze was van haar zoon [slachtoffer 3] . [slachtoffer 2] deelde mede dat er ook een armband aan zat met vissen.

Foto 8: [slachtoffer 2] herkende de armband. Dit is de armband waar ze het zojuist over had bij foto 6 en 7.

Foto 9: [slachtoffer 2] deelde mede dat het horloge mogelijk van haar man was.

Foto 10: De HTC betrof van dochter [slachtoffer 4] en de Samsung zou van zoon [slachtoffer 3] kunnen zijn.

Foto 11: [slachtoffer 2] zei dat het haar horloge betrof.

Foto 12 en 13: [slachtoffer 2] herkende de trouwring van haar man.

Foto 14: [slachtoffer 2] herkende het armbandje.

Foto 18: [slachtoffer 2] zei dat ze een zilverkleurig fototoestel van het merk Samsung kwijt waren.

Door verbalisant [verbalisant] werd de foto getoond. [slachtoffer 2] zei dat dat het fototoestel was.

Foto 19: [slachtoffer 2] herkende de horloges op de foto dat deze van hen waren.

Foto 20: [slachtoffer 2] herkende alle sieradendoosjes. In de doosjes zat sieraden. In de twee doosjes van Mekes zaten veel verschillende oorbellen.

Foto 24: [slachtoffer 2] herkende de ketting, die was van haar.

Foto 25: [slachtoffer 2] herkende de armband, die was van haar man.

Foto 27: [slachtoffer 2] herkende de kettingen.22

21.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op woensdag 15 januari 2014 heeft politiemedewerker [verbalisant] een aantal goederen

getoond aan [slachtoffer 2] , Hierbij heeft zij onder andere de volgende goederen

getoond.

- Armband met bedels en stenen in de vorm van een hart

- Pink Ribbon armband met bedels

- Zilveren kralenarmband met hangertjes

- Witte parelketting met hanger

- Leren armband met chroom

- Horloge goud/zilver merk Oriënt

Deze goederen werden door het slachtoffer herkend als haar eigendom.

De goederen werden door politiemedewerker [verbalisant] op 14 januari 2014 aangetroffen in de Audi A6 met kenteken [kenteken] .23

Technisch onderzoek

22.

Een proces-verbaal sporenonderzoek houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 werd onderzoek verricht in een woning, gelegen aan de [adres] te Etten-Leur.

Gezien vanaf de openbare weg, [adres] , in de richting van de voorgevel van de woning, werden aan de linkerzijde van de oprit in het zand van de border meerdere fragmenten van schoenindruksporen aangetroffen. In de border werd een gangspoor [AADS2133NL en AADS2134NL] aangetroffen, welke liep van de oprit in de richting van de coniferenhaag. Deze schoenindruksporen waren voorzien van een blokprofiel. In de border, ter hoogte van de coniferenhaag, werden in het zand schoenindruksporen met nummer [AADS2150NL], aangetroffen, voorzien van twee (2) verschillende profileringen. Dit betrof onder meer het hierboven omschreven blokprofiel.

In de sluitnaad van de achterdeur werden ter hoogte van de nachtschoot meerdere indruksporen aangetroffen, veroorzaakt middels meervoudig wrikken met vermoedelijk een breekvoorwerp. Via de geforceerde achterdeur werd toegang tot de woning verkregen.24

23.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 werden bij de insluiting van verdachte [verdachte] in beslag genomen schoenen onder nummer 20147733-1079616.25

24.

Een proces-verbaal sporenonderzoek – kleding en bemonstering verdachten houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 11 januari 2014 werd verdachte [voornaam] [verdachte] , geboren op [geboortedatum] , aangehouden. In het belang van het onderzoek werden veilig gesteld onder goednummer PL206C-20147733-1079616, twee schoenen, merk Adidas, SIN AAGZ0260NL.26

25.

Een NFI-rapport ‘Een vergelijkend schoensporenonderzoek op verzoek van de raadsheer-commissaris inzake [verdachte] ’, houdt in als relaas van rapporteur ing. R.P. [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Gipsafvorming AADS2133NL, AADS2134NL en AADS2150NL

De drie gipsafvormingen van schoenindruksporen tonen onderling een soortgelijk

profielpatroon van blokken met overeenkomstige afmetingen. De gipsafvormingen

AADS2134NL en AADS2150NL geven de vorm van een rechterschoen weer.

Gipsafvorming AADS2133NL geeft de vorm van een linkerschoen weer.

Een paar schoenen AAGZ0260NL

De schoenen zijn van het merk Adidas, kleur bruin, maat FR 42. De loopzolen hebben een profiel met blokvormige elementen.

Gipsafvorming AADS2150NL en de rechterschoen AAGZ0260NL

Drie onregelmatigheden in de gipsafvorming komen overeen met beschadigingen in de schoen waarvan bij twee onregelmatigheden de overeenkomst globaal is.

Conclusie

Naar aanleiding van de vraagstelling, onderzoeksresultaten en de gestelde

hypothesen

Hypothese 1: Het schoenindrukspoor is veroorzaakt met één van de onderzochte

schoenen

Hypothese 2: Het schoenindrukspoor is veroorzaakt met een andere schoen met een

soortgelijk profiel en afmetingen

wordt het volgende geconcludeerd per vergelijking:

Gipsafvorming AADS2150NL en de rechterschoen AAGZ0260NL

- De bevindingen van het onderzoek zijn waarschijnlijker wanneer Hypothese 1

waar is dan wanneer Hypothese 2 waar is.

Gipsafvorming AADS2134NL en de rechterschoen AAGZ0260NL

- De bevindingen van het onderzoek zijn ongeveer even waarschijnlijk wanneer

Hypothese 1 waar is als wanneer Hypothese 2 waar is.

Gipsafvorming AADS2133NL en de linkerschoen AAGZ0260NL

- De bevindingen van het onderzoek zijn ongeveer even waarschijnlijk wanneer

Hypothese 1 waar is als wanneer Hypothese 2 waar is.27

26.

Een proces-verbaal sporenonderzoek houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Aan de noordelijke zijde van de tuin het perceel [adres] te Breda bevond zich een greppel. Tussen de vegetatie van deze greppel werden door mij twee handschoenen en een bivakmuts gevonden.

Tijdens het onderzoek in de tuin van [adres] te Breda zag ik in de beukhaag langs de zijtuin van deze woning een op een pistool gelijkend voorwerp zitten. Het pistool werd door mij inbeslaggenomen. Het pistool werd onderzocht door [verbalisant] . Het betrof een Co2 pistool. Het pistool was voorzien van het nummer H41809262. Van het pistool ontbrak de loop, de Co2 cilinder was leeg en het rondsel bestemd voor de diabolokogeltjes ontbrak.28

27.

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 14 januari 2014 werd in de middenconsole van de blauwe Audi voorzien van het kenteken [kenteken] een cilinder van vermoedelijk een gasdrukwapen aangetroffen en inbeslaggenomen.29

28.

Een proces-verbaal houdt in als relaas van verbalisant [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 13 mei 2014 werd aan mij een gasdrukpistool voor nader onderzoek aangeboden. Na een gepleegde overval op een woning op 11 januari 2014, werd op de vluchtweg van de dader(s) een gasdrukpistool aangetroffen. Uit dit gasdrukpistool ontbrak het 8-schots rondseltje. Op 14 januari 2014 werd in een in beslag genomen Audi A6 personenauto, die betrokken was bij de woningoverval, in de middenconsole een 8-schots rondseltje aangetroffen.

Het op 11 januari 2014 in beslag genomen voorwerp betreft een gasdrukpistool van het Duitse merk Umarex, type Beretta 92FS XX-Treme in het kaliber 4,5mm en voorzien van het serienummer H41809262. Het in beslag genomen gasdrukpistool is een nabootsing die voor wat betreft vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het Italiaanse merk Beretta, type 92F5 in het kaliber 9mm Para. Het gelijkt zodanig op een bestaand pistool dat het geschikt is voor be- of afdreiging.

Ondanks het ontbreken van de loop traden bij het nemen van proefschoten geen storingen op; het pistool functioneerde naar behoren. Het gasdrukpistool Umarex Beretta 92 F5 XX-Treme is (normaliter) voorzien van een uitneembaar rondseltje/trommelmagazijn, geschikt voor 8 projectielen.

Het op 14 januari 2014 bij de doorzoeking van de Audi personenauto voorzien van het Poolse kenteken [kenteken] in de middenconsole aangetroffen rondseltje gelijkt qua vorm, kleur en afmetingen op de rondseltjes welke door Umarex gebruikt worden in haar gasdrukpistolen.30

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Algemeen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Uit voornoemde bewijsmiddelen leidt het hof af dat verdachte zich samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft schuldig gemaakt aan de drie ten laste gelegde feiten.

Conclusies naar aanleiding van de bewijsmiddelen

Korte tijd nadat aangever [slachtoffer 1] bij de politie heeft gemeld dat zijn gezin in hun woning is overvallen en dat de daders er met zijn Mercedes vandoor zijn gegaan, wordt verdachte op geringe afstand van de gestrande vluchtwagen (de Mercedes) door verbalisant [verbalisant] achterin de afgesloten tuin van het perceel [adres] te Breda aangetroffen. Niemand anders bevindt zich op dat moment in die tuin. In bossages op dat perceel worden briefjes van € 200,- en een beschadigd briefje van €100,- aangetroffen, terwijl aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat dergelijke briefjes bij de overval zijn weggenomen. In de tuin van dat perceel wordt onder meer een horloge en een armband gevonden die door aangeefster [slachtoffer 2] worden herkend als eigendom van haar zoon [slachtoffer 3] . Ten slotte worden op dat perceel ook nog zwarte handschoenen en een bivakmuts gevonden; volgens [slachtoffer 4] droegen alle drie de daders handschoenen en droegen twee van hen een bivakmuts. Kortom: verdachte is om 5.00 uur in de ochtend als enige aangetroffen achterin een afgesloten tuin met om hem heen bij de overval op de [de familie] weggenomen goederen en versluierende kledij die doorgaans bij overvallen wordt gebruikt en in dit geval ook is gebruikt.

In de tuin van de woning van de [de familie] is een drietal schoenindruksporen gevonden waarvan het profiel en de afmetingen overeenkomen met de schoenen die verdachte droeg ten tijde van zijn aanhouding op het perceel [adres] te Breda. Eén van die schoenindruksporen vertoont onregelmatigheden die overeenkomen met aan de schoenen van verdachte geconstateerde beschadigingen. Het is dan ook waarschijnlijker dat dit schoenindrukspoor is veroorzaakt met één van de schoenen van verdachte dan door een andere schoen met een soortgelijk profiel en afmetingen.

Volgens verdachte was hij op 10 januari 2014 in een aan zijn schoonvader toebehorende Audi A6 met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Ook [medeverdachte 1] is nabij de gestolen Mercedes aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat hij verschillende gestolen goederen bij zich droeg. In een tuin van een woning in dezelfde buurt is een trui met capuchon gevonden met daarop een spoor waarvan het DNA-profiel overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] is op 13 januari 2014 aangetroffen in voornoemde Audi A6, waarin tevens een aantal van de bij de woningoverval gestolen goederen lag.

[slachtoffer 4] heeft gedetailleerde signalementen van de daders kunnen geven, welke signalementen in grote lijnen overeenkomen met de gegevens van de drie verdachten zoals die uit het dossier naar voren komen. Dader 1 betrof volgens haar een man van een jaar of dertig met een lengte van 1.65 meter en met een fors postuur. Verdachte wordt door de politie omschreven als iemand met een dik postuur/corpulent, verdachte is 1.67 meter lang en was ten tijde van de overval 27 jaar oud. Uit de verklaring van [slachtoffer 4] volgt dat dader 1 de oudste van de drie daders was, terwijl verdachte ouder is dan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Dader 2 wordt [slachtoffer 4] omschreven als een slanke, blanke man van 23 tot 25 jaar oud met een lengte van ongeveer 1.70 meter tot 1.72 meter. [medeverdachte 2] is 1.73 meter lang, was op 11 januari 2014 23 jaar oud en heeft volgens de politie een normaal postuur. Dader 3 was volgens [slachtoffer 4] de langste dader, best mager en had een leeftijd van tussen de 25 en 28. Destijds was [medeverdachte 1] 26 jaar oud, had hij een slank postuur had en een lengte van 1.95 meter.

De daders zouden volgens [slachtoffer 4] een andere taal hebben gesproken dan de Nederlands, Engels, Frans of Duits. Verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben alledrie de Poolse nationaliteit.

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben nog verklaard dat één van de daders [voornaam] / [voornaam] werd genoemd, hetgeen bevestiging vindt in de voornaam van [medeverdachte 1] ( [voornaam] ).

Het hof concludeert uit het voorgaande dat verdachte dader 1 betreft, [medeverdachte 2] dader 2 en [medeverdachte 1] dader 3.

Dit betekent dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 1] bij binnenkomst in de slaapkamer direct met een koevoet tegen zijn hoofd heeft geslagen om direct daarna een deur een aantal malen tegen die [slachtoffer 1] , terwijl deze op de grond lag, aan te slaan,

degene die bij er bij die [slachtoffer 1] een aantal malen op heeft aangedrongen hem geld te geven (welk geld ook in zijn buurt is gevonden, zie hiervoor) en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tevoorschijn heeft gehaald en degene die [medeverdachte 2] opdracht gaf de GSM van [slachtoffer 4] te vernielen (en die, toen [medeverdachte 2] dit niet meteen deed, hiertoe zelf is overgegaan). Vastgesteld wordt dat verdachte van de drie daders veruit het meeste geweld heeft toegepast en zich het meest dreigend heeft geuit. Uit het voorgaande leidt het hof af dat verdachte als leider van de drie overvallers moet worden aangemerkt.

De lezing van verdachte

Verdachte heeft zich bij de politie in ter terechtzitting in eerste aanleg hoofdzakelijk beroepen op zijn zwijgrecht. Volgens verdachte heeft hij dat gedaan omdat hij zijn nichtje [betrokkene 1] , die in het opsporingsonderzoek ook enige tijd als verdachte is aangemerkt, wilde beschermen. De verdediging heeft in hoger beroep verzocht verdachte nogmaals door de politie te laten horen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen te vertellen op welke manier hij betrokken is bij de gebeurtenissen op 11 januari 2014. Aan dat verzoek is gehoor gegeven middels een verhoor van verdachte op 7 mei 2015. In aanvulling daarop heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep nog een verklaring afgelegd.

De lezing van verdachte in hoger beroep komt neer op het volgende. Verdachte is op 10 januari 2014 samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met de Audi A6 van zijn schoonvader vanuit Duitsland naar Breda gereden, waar ze omstreeks 23.00 uur zijn aangekomen. Om 23.30 uur zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vertrokken met de Audi. Verdachte is achtergebleven in de woning van [betrokkene 1] en haar toenmalige partner [betrokkene 2] . Op 11 januari 2014 omstreeks 3.00 uur werd [betrokkene 1] gebeld op haar telefoon door [medeverdachte 2] met de door verdachte destijds gebruikte gsm, die in de Audi was achtergebleven. [medeverdachte 2] zei tegen [betrokkene 1] dat hij, [medeverdachte 2] , niet wist waar hij was en dat verdachte hem moest komen ophalen op een door [medeverdachte 2] opgegeven straat. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben verdachte afgezet in de desbetreffende straat, waarop [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn vertrokken. Op de afgesproken plek was niemand aanwezig. [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] hebben over een weer nog contact gehad per sms (zie p. 4 en p. 5 van het verhoor van verdachte op 7 mei 2015). Toen verdachte daar stond te wachten, kwam er plotseling een auto met piepende banden aanrijden waarin [medeverdachte 1] zat. Deze auto crashte waarna [medeverdachte 1] uit de auto stapte en in de richting van verdachte rende. [medeverdachte 1] zei tegen verdachte dat hij mee moest komen omdat de politie eraan kwam, waarna ze samen over een omheining zijn geklommen en op een erf terecht zijn gekomen. [medeverdachte 1] heeft daar verschillende spullen uit zijn zakken gehaald en weggegooid. Daarna is [medeverdachte 1] over een volgende omheining heen geklommen. Verdachte is op het erf achter gebleven en aldaar door de politie aangehouden, aldus de verdachte.

Door verbalisant [verbalisant] is op 23 juli 2015 een procesverbaal van bevindingen opgemaakt (PL2000-2014007733-318) ter zake de telefonische contacten tussen de gsm van [betrokkene 1] en de door verdachte gebruikte gsm (waarmee [medeverdachte 2] met [betrokkene 1] zou hebben gebeld en gesms-ed). Uit het in dat proces-verbaal gegeven overzicht van de telefonische contacten tussen deze twee gsm’s blijkt dat, anders dan verdachte heeft verklaard, op 11 januari 2014 omstreeks 3.00 uur geen telefonisch contact is geweest tussen de gsm van [betrokkene 1] en de gsm van verdachte. Wel is er met de gsm van verdachte om 03:39:44 uur gebeld naar de gsm van [betrokkene 1] . Op dat moment straalde de gsm van [betrokkene 1] echter een mast aan die 12 kilometer verwijderd was van de woning van [betrokkene 1] (en 3 kilometer van de plaats van de overval), terwijl [betrokkene 1] en verdachte volgens verdachte in die woning waren toen [medeverdachte 2] met de gsm van verdachte belde. Verder blijkt uit de telefoongegevens in het geheel niet van sms-contact tussen de desbetreffende gsm’s op 11 januari 2014 tussen 00:00 uur en 07:40 uur. De verklaring van verdachte afgelegd in hoger beroep vindt dus niet alleen geen bevestiging in de telefoongegevens maar wordt daardoor zelfs weersproken. Het hof acht de lezing van verdachte dan ook volstrekt ongeloofwaardig.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank heeft wat betreft de straf het volgende overwogen.

“Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van een gezin van vier personen, diefstal met geweld en bedreiging met geweld en de diefstal (door middel van valse sleutels) van een auto van dat gezin. Verdachte en zijn mededaders zijn in de nachtelijke uren, gemaskerd de woning van het [de familie] binnengegaan. [slachtoffer 1] is met een koevoet tegen zijn hoofd geslagen, waardoor deze een flinke hoofdwond heeft opgelopen waarvoor hij zich in het ziekenhuis heeft moeten laten behandelen. Zij hebben de gezinsleden met tiewraps geboeid en met allerhande andere middelen, waaronder tape en riemen, bij de voeten/enkels vastgebonden, [slachtoffer 1] met riemen aan de verwarming vastgebonden en moeder opgesloten in een gangkast. Zij hebben de woning doorzocht en daarbij woorden als: “Money”, “more money” en/of “where is the money” geroepen en er is een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor vader en zoon, in de hand gehouden. Zij hebben een groot aantal goederen weggenomen en zijn met de auto van het gezin gevlucht.

Verdachte en zijn mededaders hebben door deze gewelddadige overval, waarbij [slachtoffer 1] behoorlijk ernstig hoofdletsel heeft opgelopen, de persoonlijke levenssfeer van het gezin zeer ernstig geschonden en een grote inbreuk gemaakt op hun gevoel van veiligheid in de eigen woning. Dergelijke misdrijven brengen in de samenleving grote onrust teweeg en kunnen bij slachtoffers en omstanders voor lange tijd gevoelens van onveiligheid veroorzaken. Het moet voor de [de familie] een enorm ingrijpende en traumatische gebeurtenis zijn geweest. Dit laatste blijkt ook uit de door de slachtoffers ingediende voegingsformulieren en de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] , waaruit de gevolgen die de overval voor hen heeft gehad op indringende wijze naar voren komen. Verdachte en zijn mededaders hebben bij die gevolgen in het geheel niet stilgestaan en enkel oog gehad voor hun eigen belangen en gewin. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan. Te weten, het in de nachtelijke uren overvallen van een gezin in hun woning en het daarbij gebruiken van grof geweld, waardoor de vader van het gezin een flinke hoofdwond heeft opgelopen, de aanwezigheid van een vuurwapen (het hof begrijpt: een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp) en het knevelen van het hele gezin.

Wat betreft de persoon van verdachte, neemt de rechtbank in aanmerking dat hij reeds eerder (in Polen) is veroordeeld voor vermogensdelicten, dat hij degene is geweest die een leidende rol heeft gehad in de overval en dat hij het initiatief heeft genomen tot het toepassen van het geweld en het grootste aandeel hierin heeft gehad.

Al het voorgaande overwegende, is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende reactie op dergelijke feiten is. Voor het bepalen van de duur van deze gevangenisstraf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten die de rechtbank hanteert en de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank zal gezien de leidende rol van verdachte in het geheel aan hem een gevangenisstraf opleggen hoger dan die van zijn medeverdachten, doch lager dan de straf zoals die door de officier van justitie is geëist.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van voorarrest, passend is.”

Het hof schaart zich achter voorgaande overwegingen van de rechtbank.

Vorderingen van de benadeelde partijen

 [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.528,39, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.301,52.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het bedrag zoals toegewezen door de rechtbank. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige (de gevorderde stallingskosten van de Mercedes) de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

 [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van verdachtes onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gehele gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

 [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] als gevolg van verdachtes onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gehele gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

 [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gehele gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Beslag

Anders dan waarvan de advocaat-generaal blijkens zijn vordering is uitgegaan, behoeven in hoger beroep, evenmin als in eerste aanleg, beslissingen omtrent in beslag genomen voorwerpen, te worden genomen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 47, 57, 60a, 282, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 4.301,52 (vierduizend driehonderdéén euro en tweeënvijftig cent) bestaande uit € 1.301,52 (duizend driehonderdéén euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 4.301,52 (vierduizend driehonderdéén euro en tweeënvijftig cent) bestaande uit € 1.301,52 (duizend driehonderdéén euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 53 (drieënvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het onder 1, 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 1, 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 1, 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 (tweeëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,

mr. S. Riemens en mr. P.M. Frielink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Nieuwendijk, griffier,

en op 7 maart 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Onder dit kopje wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar de ambtsedige – en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte – processen-verbaal en andere bescheiden, opgenomen in het doorgenummerde dossier van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, District Breda, Team opsporing Breda, met nummer PL202M-2014007733, sluitingsdatum 4 juni 2014, p. 1-816.

2 Proces-verbaal aangifte, p. 226-229.

3 Geneeskundige verklaring, opgemaakt door H.L. Hempel, arts-assistent chirurgie (mede namens E.J.T. Luijten, arts), p. 243.

4 Proces-verbaal verhoor aangeefster, p. 244-250.

5 Proces-verbaal verhoor aangeefster, p. 252-255.

6 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 261-264.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 383-384.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 386.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 387-389.

10 Proces-verbaal aanhouding, p. 69.

11 Proces-verbaal 1e verhoor verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te Polen, p. 90-91.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 505-506.

13 Proces-verbaal aanhouding, p. 27.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 394.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 391.

16 NFI- rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval gepleegd in Etten-Leur op 11 januari 2014’ d.d. 28 mei 2014, opgemaakt door dr. A.J. Kal, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, p. 1-3, met bijlage, los opgenomen in het dossier.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 686.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 721.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 617.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 584-586.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 434-435.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 554-556.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 620.

24 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 368, 370.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 86.

26 Proces-verbaal sporenonderzoek – kleding en bemonstering verdachten, p. 724, 730.

27 NFI-rapport ‘Een vergelijkend schoensporenonderzoek op verzoek van de raadsheer-commissaris inzake [verdachte] ’ d.d. 28 september 2015, opgemaakt door ing. R.P. [verbalisant] , NFI-deskundige kras-, indruk- en vormsporenonderzoek, p. 1-14, los opgenomen in het dossier.

28 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 428-429.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 514.

30 Proces-verbaal betreffende onderzoek aan een voor be- of afdreiging geschikt gasdrukpistool, p. 470-475.