Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:6010

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
20-001897-16
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:1310, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte vrijgesproken van belaging.

Verdachte veroordeeld wegens smaadschrift, diefstal met inklimming, bedreigingen en mishandeling begaan tegen zijn levensgezel tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Bijzondere voorwaarden onder andere een contactverbod en ambulante behandeling voor persoonlijkheidsstoornis.

Gedeeltelijke toewijzing vordering van levensgezel als benadeelde partij.

Tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001897-16

Uitspraak : 13 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 13 juni 2016, parketnummer 01-190340-15 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 20-002767-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te Maarheeze op [geboortedag] 1971,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep vernietigt en, opnieuw rechtdoende, bewezen verklaart hetgeen verdachte is ten laste gelegd onder de feiten 1 tot en met 5 en

  • -

    verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf van 121 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met – naast algemene voorwaarden – als direct uitvoerbare bijzondere voorwaarden ambulante behandeling bij de GGzE en een algeheel contactverbod ten aanzien van [benadeelde partij] en haar dochter [naam dochter] ;

  • -

    verdachte veroordeelt tot een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis;

  • -

    de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toewijst tot een bedrag van € 2.045,00 en haar in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaart;

  • -

    verdachte veroordeelt in de kosten van rechtsbijstand, gevallen aan de zijde van de benadeelde partij, te weten € 250,00 in eerste aanleg en € 622,00 in hoger beroep;

  • -

    de tenuitvoerlegging gelast van de bij arrest van het gerechtshof te
    ’s-Hertogenbosch d.d. 20 juni 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, met dien verstande dat de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt gewijzigd in een taakstraf van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2015 tot en met 17 september 2015 te Leende, gemeente Heeze-Leende en/of Mierlo, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door:

- voornoemde [benadeelde partij] (meermalen) op te bellen en/of

- voornoemde [benadeelde partij] (meermalen) (een) sms-bericht(en) en/of WhatsApp-bericht(en) en/of (een) facebook-bericht(en) en/of (een) twitter-bericht(en) en/of e-mailbericht(en) te sturen en/of

- een of meer familieleden, vrienden, kennissen, collega's en/of bekenden van voornoemde [benadeelde partij] (meermalen) (een) sms-bericht(en) en/of WhatsApp-bericht(en) en/of (een) facebook-bericht(en) en/of (een) twitter-bericht(en) en/of e-mailbericht(en) te sturen en/of

- zich (meermalen) in de nabijheid van voornoemde [benadeelde partij] te bevinden en/of

- zich te bevinden op de manage waar de dochter van voornoemde [benadeelde partij] rijles heeft en/of (vervolgens) voornoemde [benadeelde partij] aan te spreken

- zich (meermalen) in de nabijheid van en/of op de camping waar voornoemde [benadeelde partij] verblijft te bevinden en/of (vervolgens) voornoemde [benadeelde partij] en/of een of meer familieleden, vrienden, kennissen, en/of bekenden van voornoemde [benadeelde partij] aan te spreken;

2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 juli 2015 tot en met 17 september 2015 te Leende, gemeente Heeze-Leende, althans in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde partij] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door (een) geschrift(en) en/of (een) afbeelding(en), zoals aan deze tenlastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende, te verspreiden door dit/deze te plaatsen op het blog [naam blog 1] en/of [naam blog 2] en/of deze mee te sturen met een of meer e-mailberichten aan voornoemde [benadeelde partij] en/of een of meer familieleden, vrienden, kennissen, collega's en/of bekenden van voornoemde [benadeelde partij] ;

3:
hij op of omstreeks 17 juni 2015 te Leende, gemeente Heeze-Leende, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [naam straat] ) heeft weggenomen een laptop/computer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen laptop/computer onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 december 2014 tot en met 15 december 2014 te Leende, gemeente Heeze-Leende, [benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat en/of brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij] dreigend per WhatsApp-bericht en/of tekstbericht(en) de woorden toegevoegd: "Als je echt verder was gegaan wat je dreigde; iets te flikken met woonruimte deurwaarders of UWV dan had ik je gewoon door je hoofd geknald. Echt." en/of "Als je zulke dingen de volgende keer zou flikken steek ik alle banden van je auto lek of zet hem in de fik, trek de schuurdeur uit zijn voegen en gooi hem door je kamerruit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

5:
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2014 tot en met 30 november 2014 te Eindhoven zijn levensgezel, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door voornoemde [benadeelde partij] tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te slaan/stompen/duwen;

Voor zover er in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voor kwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Naar het oordeel van het hof blijkt uit het dossier onvoldoende duidelijk dat verdachte in de ten laste gelegde periode wist, althans had moeten weten, dat de relatie met [benadeelde partij] daadwerkelijk was beëindigd. Gelet hierop bestaat er te veel twijfel om te komen tot een bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde belaging.

Nu het hof de verdachte vrijspreekt van het onder 1 ten laste gelegde, behoeft het verzoek van de verdediging om – kort gezegd – een getuige-deskundige te benoemen teneinde de relatie van verdachte en [benadeelde partij] te onderzoeken en te bezien in hoeverre het ten laste gelegde onder feit 1 is toe te schrijven aan de aard van hun relatie en hun beider rol daarin, onbesproken blijven.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2:
hij in de periode van 16 juli 2015 tot en met 17 september 2015 in Nederland opzettelijk de eer en de goede naam van [benadeelde partij] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door van deze tenlastelegging deel uitmakende geschriften te verspreiden door deze te plaatsen op het blog [naam blog 1] en/of [naam blog 2] en deze mee te sturen met e-mailberichten aan voornoemde [benadeelde partij] en een of meer familieleden, vrienden, kennissen, collega’s en bekenden van voornoemde [benadeelde partij] ;

3:
hij op 17 juni 2015 te Leende, gemeente Heeze-Leende, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [naam straat] heeft weggenomen een computer, toebehorende aan [benadeelde partij] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

4:
hij op tijdstippen in de periode van 14 december 2014 tot en met 15 december 2014 te Leende, gemeente Heeze-Leende, [benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat en met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij] dreigend per WhatsApp-bericht de woorden toegevoegd: "Als je echt verder was gegaan wat je dreigde; iets te flikken met woonruimte deurwaarders of UWV dan had ik je gewoon door je hoofd geknald. Echt." en "Als je zulke dingen de volgende keer zou flikken steek ik alle banden van je auto lek of zet hem in de fik, trek de schuurdeur uit zijn voegen en gooi hem door je kamerruit";

5:
hij in november 2014 te Eindhoven zijn levensgezel, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door voornoemde [benadeelde partij] tegen het hoofd te slaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De verdediging heeft bepleit verdachte vrij te spreken van de feiten 2-5, omdat – samengevat weergegeven – voor elk van deze feiten het wettig en/of overtuigend bewijs ontbreekt.

Naar het oordeel van het hof vindt dit standpunt van de verdediging reeds zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen, alsook in de motivering van de bewezenverklaring van de rechtbank, die het hof overneemt en tot de zijne maakt.

Het hof voegt hier wat betreft het tenlastegelegde feit onder 2 aan toe dat, anders dan de verdediging in hoger beroep heeft gesteld, het opzet van de verdachte op aanranding van de eer en goede naam niet is komen te ontbreken door gedragingen van het slachtoffer.

Wat betreft het tenlastegelegde onder feit 4 heeft de rechtbank naar het oordeel van het hof terecht en op goede gronden geoordeeld dat uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de bewoordingen van dien aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat bij [benadeelde partij] de redelijke vrees kon ontstaan dat zij door verdachte zou worden gedood, dat hij een misdrijf zou plegen waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen zou ontstaan en/of dat hij brand zou stichten. Hetgeen de verdediging in hoger beroep meer of anders heeft aangevoerd, maakt het oordeel van het hof niet anders.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

smaadschrift.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met brandstichting

en

bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het hof neemt, gelijk de rechtbank, in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zijn ex-partner [benadeelde partij] mishandeld en bedreigd, hij heeft uit haar woning een computer weggenomen en hij heeft zich schuldig gemaakt aan smaadschrift, waardoor de eer en goede naam van [benadeelde partij] werden aangetast.

Door zo te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij] , zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor haar.

Deze handelwijze van verdachte is voor [benadeelde partij] een zenuwslopende ervaring geweest, die zij niet snel zal vergeten. Uit de verklaring die [benadeelde partij] ter terechtzitting van het hof heeft afgelegd, blijkt dat zij in haar dagelijks leven nog steeds de nadelige gevolgen ondervindt van het handelen van verdachte.

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is het hof gebleken dat de verdachte de schuld voor het overgrote deel buiten zichzelf legt en dat hij nauwelijks zelf de verantwoording neemt voor zijn daden.

Verder blijkt uit het uittreksel Justitiële Documentatie dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Het hof betrekt een en ander ten nadele van de verdachte bij de strafoplegging.

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof niet alle feiten bewezen. Het hof zal daarom een lagere straf opleggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

Het hof is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van 91 dagen.

Het hof zal 90 dagen van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

Het hof acht daarenboven een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.085,00, bestaande uit € 2.000,00 immateriële schade en € 85,00 materiële schade.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Rekening houdend met de omstandigheden van het geval en gelet op de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, begroot het hof de immateriële schade op ten minste € 500,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2015 en met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover die het bedrag van € 500,00 aan immateriële schade te boven gaat. Naar het oordeel van het hof zou de behandeling van dat gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren, aangezien het nader onderzoek vergt om vast te kunnen stellen of en in hoeverre – boven het nu al toegewezen bedrag – schade is ontstaan door en valt toe te rekenen aan de bewezen verklaarde feiten.

Het hof zal de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk verklaren in de gevorderde materiële schade (spaarpot [naam dochter] € 40,00 en toetsenbord € 45,00), aangezien geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

De benadeelde partij kan de gedeeltes van haar vordering waarin zij niet-ontvankelijk is
(€ 85,00 materiële en € 1.500,00 immateriële schade) slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering tenuitvoerlegging

Het hof is ten aanzien van de vordering van het openbaar ministerie te Oost-Brabant van
18 september 2015, tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof te
's-Hertogenbosch van 20 juni 2014 onder parketnummer 20-002767-13 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, van oordeel, dat – nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt – de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op zijn plaats is.

Echter op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken zal het hof, in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven, een taakstraf gelasten voor het hierna te vermelden aantal uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 261, 285, 300, 304 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 (eenennegentig) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;

  • -

    gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de in deze strafzaak genoemde en aan verdachte bekende, bij een algeheel contactverbod belanghebbende personen [benadeelde partij] en haar dochter [naam dochter] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, een en ander met dien verstande dat onder dit contactverbod niet vallen contacten van of door tussenkomst van de advocaat van verdachte met genoemde personen;

  • -

    zich na het onherroepelijk worden van het arrest van het hof binnen twee dagen meldt bij Reclassering Nederland via het telefoonnummer 073-6408080. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    wordt verplicht om zich ambulant te laten behandelen voor zijn persoonlijkheidsstoornis bij een (forensisch) psychiatrische polikliniek, de GGzE of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven,

waarbij aan de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis;

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 2, 3, 4, 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
250,00 (tweehonderdvijftig euro);

bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 17 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het onder 2, 3, 4, 5 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 17 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juni 2014, parketnummer 20-002767-13, te weten van 2 maanden gevangenisstraf, te vervangen door: taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. P.M. Frielink, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. M.A.A. van Capelle, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Martens, griffier,

en op 13 juni 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.A.A. van Capelle is buiten staat het arrest mede te ondertekenen.