Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:5968

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
02-02-2018
Zaaknummer
001012-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Inhoudsindicatie

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking waarbij de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk werd verklaard.

Gelet op de omstandigheid dat bij de behandeling in raadkamer nieuwe bezwaren aan de orde zijn geweest zoals vermeld in de appelmemorie had de rechtbank het openbaar ministerie in de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering dienen te ontvangen.

Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en verklaart het beroep gegrond. Vervolgens dient het hof te onderzoeken of de door het openbaar ministerie aangevoerde bezwaren voldoende ernstig zijn om de voorlopige hechtenis tot die feiten uit te breiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Bijzondere zaak, nummer: [nummer]

Parketnummer 1e aanleg: [nummer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Oost-Brabant van [nummer], waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:

[Naam]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in [detentieadres]

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van [datum], bij welke beschikking de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk werd verklaard.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij de officier van justitie tijdig beroep heeft aangetekend tegen de beslissing van de rechtbank waarbij het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof heeft kennis genomen van de appelmemorie.

Het hof heeft gezien een schriftelijke verklaring van de verdachte, waarin deze kenbaar maakt afstand te doen van de mogelijkheid om in raadkamer te worden gehoord.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, alsmede de raadsvrouwe van verdachte.

Het hof overweegt als volgt.

Een vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering is bedoeld om te voorkomen dat tijdens de tenuitvoerlegging van een bevel tot voorlopige hechtenis, indien het openbaar ministerie de verdachte (verder) wenst te vervolgen voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, voor dat feit een nieuwe procedure voorlopige hechtenis moet worden gevolgd en telkens nieuwe en afzonderlijke beslissingen moeten worden genomen. De wet kent voor wat betreft de feiten die mede aan de lopende voorlopige hechtenis ten grondslag worden gelegd, geen beperkingen. Met het oog op de ratio van artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering en gelet op het dynamische karakter van het onderzoek in deze fase van het strafproces is het hof van oordeel dat ook feiten die eerder aan de rechter-commissaris zijn voorgelegd als grondslag voor de voorlopige hechtenis, in de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering (mede) aan de orde kunnen zijn wanneer er sprake is van nieuwe bezwaren jegens verdachte.

Dat eerder aan het openbaar ministerie de mogelijkheid open stond om in beroep te gaan tegen de afwijzende beslissing van de rechter-commissaris waarbij ten aanzien van deze feiten onvoldoende ernstige bezwaren jegens verdachte bestonden om voorlopige hechtenis te rechtvaardigen, maakt dat niet anders.

Gelet op de omstandigheid dat bij de behandeling in raadkamer nieuwe bezwaren aan de orde zijn geweest zoals vermeld in de appelmemorie had de rechtbank het openbaar ministerie in de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering dienen te ontvangen.

Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en verklaart het beroep gegrond.

Vervolgens dient het hof te onderzoeken of de door het openbaar ministerie aangevoerde bezwaren voldoende ernstig zijn om de voorlopige hechtenis tot die feiten uit te breiden.

Het hof overweegt als volgt.

Uit onderzoek, mede naar aanleiding van een TCI proces-verbaal van [datum] inhoudende dat verdachte samen met [naam medeverdachte] en een of twee anderen veel ramkraken pleegt, is gebleken dat in de woning waar verdachte woont en is aangehouden, bivakmutsen zijn aangetroffen, een [merk auto] en een [merk auto] in de garage bij de woning van verdachte zijn aangetroffen welke voertuigen bij een groot aantal ramkraken zijn gebruikt; dat uit telefoonverkeer met [naam medeverdachte] blijkt dat er contacten zijn geweest onder andere over een ramkraak bij [naam bedrijf], bij [naam bedrijf], bij [naam bedrijf] en bij [naam bedrijf], waarbij onder andere aan verdachte wordt gevraagd of hij veel gepakt heeft. Verdachte bericht dat hij 23 stuks [merk gereedschap] heeft, terwijl bij [naam bedrijf] [merk gereedschap] gereedschap is gestolen. Verdachte appt voorts na de ramkraak bij [naam bedrijf] dat hij veel gepakt heeft. Uit het onderzoek blijkt voorts dat bij verdachte thuis rode schoenen zijn aangetroffen die volgens de getuige [Naam] toebehoren aan verdachte, terwijl dergelijke rode schoenen zijn waargenomen bij de ramkraak bij [naam bedrijf]. Voorts wijst het hof naar de bevindingen van het uitkijken van de camerabeelden, zoals geverbaliseerd in het proces-verbaal van [datum], waaruit onder meer blijkt dat verdachte gezien is terwijl hij met anderen gereedschap uit de auto haalt en wegbrengt, kort nadat een ramkraak heeft plaatsgevonden in België waarbij gereedschap is gestolen.

Het hof is van oordeel dat gelet op bovenstaande vooralsnog sprake is van voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ten aanzien van diefstal door een of meer personen waarbij verdachte en of een of meer medeverdachten zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, alsmede ten aanzien van deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, gelet op de overige inhoud van het dossier waaruit blijkt van ernstige bezwaren jegens verdachte dat hij deel uitmaakt van een groep personen die meermalen ramkraken heeft gepleegd.

Het hof overweegt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte, indien hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een feit als bedoeld in artikel 67a lid 2 Strafvordering, gelet op de aard en intensiteit van de thans aan verdachte verweten strafbare feiten, waaraan slechts een einde is gekomen door ingrijpen van politie en justitie. Voorts is het hof van oordeel dat aan de voorlopige hechtenis de onderzoeksgrond ten grondslag dient te worden gelegd nu het onderzoek nog gaande is, welk onderzoek door de verdachte niet mag worden tegen gewerkt.

Het hof zal derhalve de voorlopige hechtenis mede baseren op diefstal door twee of meer personen alsmede op deelname aan een criminele organisatie.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst toe het hoger beroep en vernietigt de beschikking voor zover betrekking hebbende op de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering,

In zoverre opnieuw recht doende,

Wijst toe de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering en bepaalt dat het bevel gevangenhouding mede komt te berusten op diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij verdachte en/of een of meer van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of pogingen hiertoe, alsmede deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Aldus gedaan op 19 oktober 2017

door mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. M.E.F.H. van Erve, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I.H.M. Fluitsma, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 19 oktober 2017

Gezien d.d.

De directeur van PI Zuid West - De Dordtse Poorten