Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:5905

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
001008-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot voorlopige hechtenis. Het hof stemt in met het aan de voorlopige hechtenis ten grondslag gelegde recidivegevaar. Namens verdachte is een verzoek tot schorsing gedaan. Door de centrale en de lokale overheid wordt veel geld en menskracht ingezet ter bestrijding van gedragingen strafbaar gesteld in de Opiumwet vanwege de gevaren die verdovende middelen kunnen hebben voor de volksgezondheid maar ook vanwege de vaak met drugscriminaliteit samenhangende de samenleving ondermijnende strafbare feiten. Alsdan is het in strijd met de geldende rechtsopvatting en zal het door de samenleving niet begrepen worden dat een persoon jegens wie ernstige bezwaren bestaan ten aanzien van de exploitatie van een drugslaboratorium zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Bijzondere zaak, nummer: [nummer]

Parketnummer 1e aanleg: [nummer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Oost-Brabant van [datum] , waarbij namens:

[naam verdachte]

geboren [geboortedaum] te [geboorteplaats]

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande

thans verblijvende in HvB Grave (Unit A + B)

hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van [datum] , bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [naam verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, welke beslissing is genomen door de rechtbank ter terechtzitting.

Het hof heeft gehoord de verdachte en zijn raadsman, alsmede de advocaat-generaal.

Het hof heeft kennis genomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt naar het oordeel van het hof van voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ten aanzien van de drie feiten welke verdachte thans verweten worden, kort samengevat het exploiteren van een laboratorium voor de productie van synthetische drugs, het plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van en de handel in verdovende middelen, en het voorhanden hebben van grondstoffen voor de productie van verdovende middelen. Het hof verwijst daartoe onder meer naar het proces-verbaal van brigadier [naam] waaruit blijkt van het aantreffen van een drugslaboratorium aan de [adres] , de verklaring van de verdachte [naam] waaruit blijkt van de onderverhuur van het pand aan [naam] , naar de verklaring van [naam] waaruit blijkt dat verdachte hem het huurcontract heeft laten tekenen en verdachte in zijn aanwezigheid een overboeking heeft gedaan, naar de verklaring van de getuige [naam] waaruit blijkt dat de betaling van verdachte via [naam] bedoeld was voor huur, naar het proces-verbaal houdende bevindingen betreffende het onderzoek in de woning van verdachte [naam] , naar het proces-verbaal houdende bevindingen naar aanleiding van het onderzoek van de auto [merk] welke regelmatig bij het aangetroffen laboratorium is gesignaleerd en van welke auto verdachte eveneens bestuurder was, alsmede naar het rapport van het TMFI waaruit blijkt dat op een in het laboratorium aangetroffen handschoen DNA van verdachte is aangetroffen.

Het hof is op grond hiervan van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn jegens verdachte ten aanzien van de hem thans verweten feiten.

Het hof stemt voorts in met het aan de voorlopige hechtenis ten grondslag gelegde recidivegevaar. De aan verdachte verweten strafbare feiten betreffen onder meer de productie van verdovende middelen. Daarvan is algemeen bekend dat dat een activiteit is waarmee in relatief korte tijd veel geld kan worden verdiend. Kennelijk heeft verdachte die verleiding niet kunnen weerstaan. Daarnaast moet worden aangenomen dat het mede in verband met de hiervoor geduide grote verleiding, het doorgaans niet eenvoudig is zich te onttrekken aan deze activiteiten en nu slechts door politieoptreden een einde is gemaakt aan het laboratorium in [adres] is de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte zodra zich de gelegenheid opnieuw voordoet, zich schuldig zal maken aan een strafbaar feit waardoor de gezondheid van personen en of de veiligheid van goederen in gevaar kan worden gebracht. Voor wat betreft dit laatste merkt het hof op dat de politie het laboratorium op het spoor is gekomen door een sterke rookontwikkeling hetgeen duidt op het brandgevaar dat met de exploitatie van dit soort laboratoria gepaard gaat.

Het hof zal derhalve het beroep tegen de afwijzing van de voorlopige hechtenis afwijzen.

Namens verdachte is een verzoek tot schorsing gedaan.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer zich een situatie voordoet waarin het belang van de samenleving zwaarder dient te wegen dan het belang dat verdachte heeft bij het in vrijheid afwachten van zijn berechting. In de onderhavige zaak dient het belang van de samenleving in beginsel zwaarder te wegen gelet op de aan verdachte verweten gedragingen die betrekking hebben op betrokkenheid bij een laboratorium voor de productie van verdovende middelen. Door de centrale en de lokale overheid wordt veel geld en menskracht ingezet ter bestrijding van gedragingen strafbaar gesteld in de Opiumwet vanwege de gevaren die verdovende middelen kunnen hebben voor de volksgezondheid maar ook vanwege de vaak met drugscriminaliteit samenhangende de samenleving ondermijnende strafbare feiten zoals liquidaties en andere vormen van geweld, en bedreigingen jegens derden, waaronder plaatselijke bestuurders, naast de toenemende verwevenheid tussen boven en onderwereld. Alsdan is het in strijd met de geldende rechtsopvatting en zal het door de samenleving niet begrepen worden dat een persoon jegens wie ernstige bezwaren bestaan ten aanzien van de exploitatie van een drugslaboratorium zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten. Het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis is derhalve groter dan het persoonlijk belang van de verdachte. Dat kan anders zijn wanneer er sprake is van bijzonder zwaarwichtige de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden, zoals een ernstige ziekte van verdachte of zijn partner, dan wel van een kind van verdachte, maar dergelijke omstandigheden zijn niet gesteld, noch is het hof anderszins daarvan gebleken.

Het hof wijst derhalve het verzoek om schorsing af.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Bevestigt de beslissing waarvan beroep.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 19 oktober 2017

door mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. M.E.F.H. van Erve, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I.H.M. Fluitsma, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 19 oktober 2017

Gezien d.d.

De directeur van HvB Grave (Unit A + B)