Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:5903

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
000911-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

Er is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank, bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen. Het runnen van hennepkwekerijen is een ernstig strafbaar feit, vanwege het gevaar voor de gezondheid van personen maar ook omdat het runnen van kwekerijen doorgaans gebeurt in woningen van personen die vanwege hun schulden bijzonder kwetsbaar zijn. Om deze redenen zet de overheid, centraal en lokaal, zwaar in op de bestrijding van deze vaak de samenleving ondermijnende criminaliteit, en op grond hiervan zou het met de geldende rechtsovertuiging strijden wanneer personen ten aanzien van wie ernstige bezwaren bestaan dat zij deelnemen aan een criminele organisatie die tot doel heeft het runnen van hennepkwekerijen hun berechting in vrijheid zouden mogen afwachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Bijzondere zaak, nummer: [Raadkamer]

Parketnummer 1e aanleg: [Raadkamer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 augustus 2017, waarbij namens:

[Verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in PI Middelburg- locatie Torentijd

hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 augustus 2017, bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [Verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen de afwijzing van het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis ter terechtzitting gegeven.

Het hof heeft gehoord de verdachte en diens raadsvrouwe, alsmede de advocaat-generaal.

Het hof is van oordeel dat jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan ten aanzien van het medeplegen van overtreding van artikel 3 B in elk geval C van de Opiumwet alsmede deelname aan een criminele organisatie. Voorts is het hof van oordeel dat mede gelet op het strafblad van verdachte, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een strafbaar feit als bedoeld in artikel 67 a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft daarbij tevens gelet op de aard van de thans aan verdachte verweten gedragingen. Het opzetten en onderhouden van een hennepkwekerij is naar algemene bekendheid een lucratieve onderneming die niet eenvoudig wordt beëindigd. Dat geldt te meer nu, zoals in deze zaak, jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan dat hij de hennepkweek in georganiseerd verband heeft uitgeoefend, welk georganiseerd verband niet eenvoudig verlaten kan worden. Verdachte is eerder met politie en justitie voor overtreding van de Opiumwet in aanraking gekomen en is daar ook onherroepelijk voor veroordeeld. Ten tijde van het plegen van de thans aan verdachte verweten strafbare feiten liep verdachte bovendien in een proeftijd. Daarmee heeft verdachte bewezen zich niet door politie en justitie te laten weerhouden van deelname aan de lucratieve bezigheid van het kweken van hennep.

Het hof verklaart het beroep ongegrond.

Namens verdachte is een verzoek om schorsing gedaan.

Het hof overweegt als volgt.

Jegens verdachte bestaan ernstige bezwaren ten aanzien van deelname aan een criminele organisatie en het runnen van hennepkwekerijen. De voorlopige hechtenis is gebaseerd op de recidivegrond. De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten, maar dat kan anders zijn wanneer zoals in het onderhavige geval, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een strafbaar feit als bedoeld in artikel 67 a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechter zal alsdan desalniettemin dienen na te gaan of het mogelijk is om op andere voor de verdachte minder belastende wijze te voorzien in het belang waarvoor de voorlopige hechtenis bevolen is, in de onderhavige zaak de bescherming van de samenleving tegen het plegen van een of meer strafbare feiten. Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking geweest voor het overtreden van de Opiumwet en is daar ook voor veroordeeld. Ten tijde van de thans aan verdachte verweten gedragingen, ten aanzien waarvan jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan, liep verdachte nog in een proeftijd. Het hof ziet, gelet hierop, geen mogelijkheid om door het stellen van voorwaarden aan een schorsing van de voorlopige hechtenis, de kans op herhaling tot een voor de samenleving aanvaardbaar niveau te reduceren. Het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis dient derhalve zwaarder te wegen dan het persoonlijk belang van verdachte, zoals namens hem door zijn raadsvrouwe naar voren gebracht. De omstandigheid dat thans nog geen datum voor een inhoudelijke behandeling van de zaak vast staat maakt dat oordeel niet anders. Het hof zal derhalve het verzoek om schorsing afwijzen.

Ten overvloede overweegt het hof nog als volgt.

Het runnen van hennepkwekerijen is een ernstig strafbaar feit, vanwege het gevaar voor de gezondheid van personen maar ook omdat het runnen van kwekerijen doorgaans gebeurt in woningen van personen die vanwege hun schulden bijzonder kwetsbaar zijn. Ten gevolge van het illegaal aftappen van stroom ontstaan ook in woonwijken levensgevaarlijke situaties wegens brandgevaar en kortsluiting, en zelfs ernstig gevaar voor elektrocutie. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat hennepteelt gepaard gaat met andere vormen van soms zeer ernstige criminaliteit zoals liquidaties en bedreigingen, en van vermenging van de bovenwereld met de onderwereld. Om deze redenen zet de overheid, centraal en lokaal, zwaar in op de bestrijding van deze vaak de samenleving ondermijnende criminaliteit, en op grond hiervan zou het met de geldende rechtsovertuiging strijden wanneer personen ten aanzien van wie ernstige bezwaren bestaan dat zij deelnemen aan een criminele organisatie die tot doel heeft het runnen van hennepkwekerijen hun berechting in vrijheid zouden mogen afwachten. In een dergelijk geval is schorsing eerst aan de orde wanneer er sprake is van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden op basis waarvan het belang dat de samenleving heeft bij het voortzetten van de voorlopige hechtenis zou dienen te wijken voor het belang dat de verdachte heeft bij het in vrijheid afwachten van zijn berechting. Van dergelijke omstandigheden is het hof niet gebleken.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Bevestigt de beslissing waarvan beroep.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 20 september 2017

door mr. A.J.M. van Gink, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. R.W.J. van Veen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. A.G.A. Aben, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 20 september 2017

Gezien d.d.

De directeur van PI Middelburg- locatie Torentijd