Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:4848

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-11-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
20-002449-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2016:4056, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Schadevergoedingsuitspraak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Woningovervallen en bedrijfsinbraken in en nabij Oss. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de onderzoeksresultaten niet buiten iedere twijfel worden vastgesteld dat de verdachte als mededader betrokken is geweest bij de onder 1 ten laste gelegde poging tot doodslag, waarbij het slachtoffer met een honkbalknuppel zwaar is toegetakeld. Wel acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als mededader betrokken is geweest bij twee bedrijfsinbraken en een woningoverval (ripdeal) te Heesch. Het hof legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002449-16

Uitspraak : 10 november 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 29 juli 2016, parketnummer 01-879098-15 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 01-845346-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

wonende te [adres] ,

thans verblijvende in P.I. Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de advocaat-generaal geëist dat het hof diens vordering zal toewijzen tot een bedrag van € 53.933,19 voor materiële schade, € 15.000,00 voor immateriële schade en € 1.788,00 voor de kosten van rechtsbijstand, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Wat betreft de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze geheel zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring door de rechtbank van het onder 1 ten laste gelegde. Ten aanzien van de bewezenverklaringen van het onder 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Voorts is een strafmaatverweer gevoerd en betoogd dat de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder onder parketnummer 01-845346-12 voorwaardelijk opgelegde straf niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de raadsman primair verzocht de vorderingen ter zake van feit 1 niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair ter zake van feit 1 de posten 1.1, 1.4 en 1.6 af te wijzen en het toe te wijzen bedrag te matigen.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich derhalve mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder 5 ten laste gelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open van een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal, voor zover onderworpen aan het oordeel van het hof, worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 13 januari 2015 te Oss, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een (honkbal)knuppel, althans met een hard en/of zwaar voorwerp meermalen, althans eenmaal met (aanzienlijke) kracht op/tegen het hoofd en/of de benen van die [slachtoffer 1] heeft geslagen (al dan niet terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
hij op of omstreeks 21 februari 2015 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een slagerij gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid vlees en/of een hoeveelheid garnalen en/of een hoeveelheid messen en/of een hoeveelheid (keuken- en/of snij)machines en/of een hoeveelheid weegschalen en/of een hoeveelheid snijplanken en/of een hoeveelheid barbecues en/of een hoeveelheid gasflessen en/of een hoeveelheid broodmanden en/of een hoeveelheid plastic lepels en/of een hoeveelheid afvalbakken en/of een hoeveelheid (ham)haken en/of een hoeveelheid beeldschermen en/of een hoeveelheid bewakingscamera's en/of een decoder en/of een koffiezetapparaat en/of een biertap en/of een messenslijper en/of een hogedrukreiniger en/of een bestelauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] Slagerij en/of [slager] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.
hij op of omstreeks 12 maart 2015 te Oss tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een vriescel, behorende bij een bedrijfspand gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid vlees, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.
hij op of omstreeks 19 maart 2015 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A.

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning gelegen aan [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid hennep(planten) en/of een telefoon en/of een babyfoon en/of een hoeveelheid sleutels en/of een personenauto en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

B.

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid hennep(planten) en/of een telefoon en/of een babyfoon en/of een hoeveelheid sleutels en/of een personenauto en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), als volgt heeft/hebben gehandeld,

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 4] vastgegrepen en/of (terug) de woning (gelegen aan [adres] ) in geduwd en/of (daarbij) die [slachtoffer 4] de woorden toegevoegd: "naar binnen, naar binnen" en/of

- een vuurwapen op (het hoofd en/of in de nek van) die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gedrukt en/of gericht (gehouden).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van feit 1

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Weliswaar zijn in het dossier aanwijzingen te vinden dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de onder 1 ten laste gelegde poging tot doodslag. Zo is de auto die destijds bij hem in gebruik was op de pleegdatum en -tijd nabij de plaats delict gezien en is uit camerabeelden af te leiden dat de verdachte een trainingsbroek heeft gedragen die lijkt op de trainingsbroek van een van de daders. Die camerabeelden dateren echter van enige tijd na 13 januari 2015, terwijl de verdachte bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard dat hij zijn auto heeft uitgeleend aan derden. Naar het oordeel van het hof kan niet buiten iedere twijfel worden vastgesteld dat verdachte als mededader betrokken is geweest bij het onder 1 ten laste gelegde feit. Om die reden zal hij daarvan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2.
hij omstreeks 21 februari 2015 te Helmond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een slagerij gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid vlees en een hoeveelheid garnalen en een hoeveelheid messen en een hoeveelheid (keuken- en/of snij)machines en een hoeveelheid weegschalen en een hoeveelheid snijplanken en een hoeveelheid barbecues en een hoeveelheid gasflessen en een hoeveelheid broodmanden en een hoeveelheid plastic lepels en een hoeveelheid afvalbakken en een hoeveelheid (ham)haken en een hoeveelheid beeldschermen en een hoeveelheid bewakingscamera's en een decoder en een koffiezetapparaat en een biertap en een messenslijper en een hogedrukreiniger en een bestelauto, toebehorende aan [slachtoffer 2] Slagerij en/of [slager] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

3.
hij op 12 maart 2015 te Oss tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vriescel, behorende bij een bedrijfspand gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen een hoeveelheid vlees, toebehorende aan [slachtoffer 3] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

4.
hij op 19 maart 2015 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid hennepplanten en een telefoon en een babyfoon en een hoeveelheid sleutels en een personenauto en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, hebbende hij, verdachte en zijn mededaders,
- die [slachtoffer 4] vastgegrepen en terug de woning (gelegen aan [adres] ) in geduwd en daarbij die [slachtoffer 4] de woorden toegevoegd: "naar binnen, naar binnen" en
- een vuurwapen op (het hoofd en/of in de nek van) die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] gedrukt en/of gericht (gehouden).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn oordeel op onderstaande bewijsmiddelen en (bewijs)overwegingen, in onderling verband en samenhang bezien. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot het bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Het bewijs 1

1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 maart 2015 (pg. 631-646), met bijlagen, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slager] namens [slachtoffer 2] Slagerij:

Ik doe aangifte van inbraak in [slachtoffer 2] Slagerij gelegen aan de [adres] in Helmond. Op 20 februari 2015, omstreeks 19:00 uur, is de slagerij afgesloten. Hierbij is de dagopbrengst in een afsluitbaar kastje gedaan dat zich achter de toonbank bevindt. Op 21 februari 2015, omstreeks 07:00 uur, vernam ik dat er was ingebroken in de slagerij. Ik hoorde dat bijna al mijn vlees uit de slagerij was weggenomen alsmede mijn bedrijfsbus, messen, diverse machines, barbecues, een biertap en tv-schermen. Op 21 februari 2015, omstreeks 13:30 uur, was ik ter plaatse in de slagerij. Ik zag dat de toegangsdeur aan de voorzijde van de slagerij braakschade had. De toegangsdeur was opengebroken. Op 22 februari 2015 zag ik dat twee bewakingscamera’s die voorin de winkel hingen waren weggenomen. Het vlees wat in de werkplaats hing om te drogen is weggenomen. Ik zag dat er vlees was weggenomen uit de vriezer. Mijn bedrijfsbus, een witte Mercedes Sprinter, kenteken [kenteken] , was weggenomen uit de berging die achter de werkplaats is gelegen. Uit de vleeswarencel waren barbecues, gasflessen, een hoge drukreiniger, een slijpmachine, een snijmachine, een weegschaal, een biertap en een gehaktmolen weggenomen. Op 23 februari 2015 is mijn bedrijfsbus uitgebrand in Volkel aangetroffen.

Bijlage goederen:

Vlees, messen, keuken- en snijmachines, weegschalen, snijplanken, barbecues, gasflessen, broodmanden, plastic lepels, afvalbakken, (ham)haken, beeldschermen, camera’s, decoder, koffiezetapparaat, biertap, messenslijper, hogedrukreiniger en een bestelauto.

2. Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 10 maart 2015 (pg. 647-651), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slager] :

De recorder waarop de (weggenomen) camera’s waren aangesloten, is ook weggenomen. Op het overgrote deel van het vlees zaten stickers. Hierop stond onder andere waar het vlees geslacht is. Via de nummers moet het vlees naar mij te traceren zijn. Er zijn ook circa 22,5 dozen met scampi (het hof begrijpt: garnalen) spiezen weggenomen.

3. Het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] d.d. 30 juli 2015 (pg. 625-630), historische verkeersgegevens en tapgesprekken (pg. 679-693):

Op 20 februari 2015 te 23:25 uur hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] telefonisch contact en zal [verdachte] naar het kamp komen. De Ford Focus in gebruik bij [verdachte] staat om 23:38 uur stil op [adres] (pg. 628, 679-681).

Op 21 februari 2015 te 00:34 uur hebben de 06-nummers van [verdachte] en [medeverdachte 1] telefonisch contact (pg. 628, 679, 682). Om 00:35 uur is er telefonisch contact tussen de 06-nummers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (pg. 628, 679).

Op 21 februari 2015 te 06:36 uur raadpleegt het 06-nummer in gebruik bij [echtgenote van verdachte] de website 112 meldingen Helmond (pg. 628, 683).

Op 21 februari 2015 te 13:08 uur zegt [verdachte] tegen een NN-man dat hij hem vanmorgen nodig had gehad en dat het nu te laat is. [verdachte] zegt dat het wel iets heel moois was geweest voor NN-man (pg. 628, 686).

Op 21 februari 2015 te 14:44 uur vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte] of hij iets heeft. [verdachte] zegt dat hij wel een bakplaat heeft (pg. 628, 687).

Op 21 februari 2015 te 14:59 uur heeft [verdachte] een telefonisch gesprek met zijn vader ( [naam] ). Zijn vader vraagt of hij nog wat heeft meegemaakt, waarop [verdachte] zegt “zat”, maar dat kan hij nu niet vertellen. [verdachte] zegt dat hij ze weer heeft verdiend en dat het ook wel iets voor hem was geweest. Zijn vader vraagt of hij het heeft verdiend met die andere? [verdachte] zegt ja en dat hij nu iets fijns voor zichzelf heeft, zo’n recorder met twee van die dingetjes erbij (pg. 628-629, 688).

Op 22 februari 2015 te 16:30 uur heeft [verdachte] telefonisch contact met [naam] en vraagt aan hem of hij camera’s kan installeren. [verdachte] heeft zijn telefoonnummer van [medeverdachte 1] gekregen en zegt dat hij twee camera bolletjes en opname apparatuur heeft die aangesloten moeten worden (pg. 629, 689).

Op 22 februari 2015 te 16:33 uur vertelt [echtgenote van verdachte] tegen een NN-man dat [verdachte] een doos garnalen voor haar heeft meegenomen (pg. 690).

Op 22 februari 2015 te 19:41 uur hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] telefonisch contact. [medeverdachte 1] ligt ziek op bed. [verdachte] zegt dat hij hem had geappt en voor de deur staat. [medeverdachte 1] vraagt of het belangrijk is. [verdachte] zegt: “ja, afmaken he!”. [medeverdachte 1] zegt dat het goed komt. (Opmerking hof: melding autobrand in Volkel van de bestelbus van aangever is om 20:54 uur).

4. Het relaas d.d. 30 juli 2015 (pg. 625-630), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 22 februari 2015 te 20:54 uur stond op de [adres] te Volkel een bedrijfsbus met kenteken [kenteken] in brand.

5. Het relaas van verbalisant [verbalisant] d.d. 30 juli 2015 (pg. 625-630) en de bakengegevens van de Ford Focus met kenteken [kenteken] (pg. 680):

De Ford Focus met kenteken [kenteken] stond op 22 februari 2015 tussen 20:29 uur en 20:47 uur stil op de locatie [adres] te Volkel.

6. Het relaas d.d. 30 juli 2015 (pg. 383-391), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Uit de gegevens van de RDW blijkt dat het kenteken [kenteken] is afgegeven voor een zwarte Ford Focus met als tenaamgestelde [echtgenote van verdachte] wonende te [adres] . [echtgenote van verdachte] is de echtgenote van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] . Op 17 november 2014 en 15 januari 2015 werd door verbalisanten vastgesteld dat [verdachte] als bestuurder optrad van de onderhavige auto.

7 Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Oost-Brabant d.d.

8 juli 2016 (pg. 4), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

Ik maak gebruik van de auto van mijn vriendin (het hof begrijpt: [echtgenote van verdachte]). Het is een donkere Ford Fiësta (het hof begrijpt: Focus).

8. Het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] d.d. 30 juli 2015 (pg. 625-630) en het gesprek met herkomst tap nummer 355172057794090 (pg. 693):

Op 23 februari 2015 te 02:55 uur bekijkt het 06-nummer van [verdachte] de internetpagina http://kliknieuws.nl/nieuws/191203/bestelbus-in-lichterlaaie-in-volkel geraadpleegd.

9. Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 19 maart 2015 (pg. 37-47) en het proces-verbaal binnentreden woning d.d. 20 maart 2015 (pg. 53-54):

Inbeslaggenomen tijdens doorzoeking perceel [adres] (hof: woning [verdachte] ) onder [echtgenote van verdachte] :
1 pak garnalenspies (1 kg verpakking, merk Seacon)

2 witte bolcamera’s
Harddisc Quadplex H.264

10. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2015 (pg. 1373-1374), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 19 maart 2015 werd in de woning [adres] opnameapparatuur aangetroffen, merk Quadplek (het hof begrijpt: Quadplex) Dur H.264.

11. Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 20 maart 2015 (pg. 74-82) en het verslag van binnentreden woning ex art. 10 Awbi d.d. 20 maart 2015 (pg. 67):

Inbeslaggenomen tijdens doorzoeking perceel [adres] te Oss (hof: woning [medeverdachte 1]): in een vriezer: 4 zakken vlees en 3 dozen met garnalen (3 kilo in totaal).

12. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 23 maart 2015 (pg. 662) en het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] d.d. 30 juli 2015 (pg. 625-630):

(pg. 627)

Op 23 maart 2015 werden aan aangever [slager] foto’s getoond van vlees en dozen garnalen die bij de doorzoeking van perceel [adres] te Oss (hof: woning [medeverdachte 1]) en de [adres] (hof: woning [verdachte] ) werden aangetroffen. Hierbij herkende aangever [slachtoffer 2] het overgrote deel van de aan hem getoonde goederen.

(pg. 662)

Op 23 maart 2015 stelde ik, verbalisant [verbalisant] , een onderzoek in terzake foto's van gestolen vlees. Ik ben met de foto's van het vlees naar aangever [slachtoffer 2] gegaan om te vragen of hij het vlees herkent als zijnde vlees wat hij verkoopt in zijn slagerij.

Ik, verbalisant [verbalisant] , liet de foto's aan aangever [slachtoffer 2] , zien en ik hoorde

dat hij gelijk zei "ja, dat herken ik dat komt uit mijn slagerij". Ik zag dat hij hierbij wees naar foto 1; op deze foto is het rundvlees te zien van vleeshandel [naam] . Ik verbalisant hoorde dat de aangever zei dat foto 2, de achterzijde van het vlees was op foto 1.

Ik verbalisant hoorde dat de aangever zei dat het batchnummer op de verpakking van foto 1 overeenkomt met de slachtdatum van het rund. De aangever heeft mij verbalisant, 2 kopieën van facturen overhandigd die overeenkomen met batchnummer/slachtdatum. Ik, verbalisant, hoorde dat de aangever zei dat op foto's 3, 4 en 5, varkenshaas te zien was die ook uit zijn slagerij komt. Ik hoorde dat de aangever zei "ik herken het handschrift op de verpakking, dat is van een van mijn medewerkers". Ik verbalisant hoorde dat de aangever zei dat foto 6, ook vlees is wat hij verkoopt en dat foto's 7 en 8, garnalen zijn die hij ook verkoopt in zijn slagerij.

13. Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 7 mei 2015 (pg. 673-675), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slager] :

De weggenomen camera’s waren houders waarin witte bollen met een lens zaten. Rondom de lens zaten rode lampjes voor ’s avonds.

De recorder was zwart van kleur met witte letters erop. U toont mij twee foto’s (pg. 676-677). Deze camera’s komen qua kleur en model overeen met de camera’s die bij mij zijn weggenomen. U toont mij een foto met nummer 3 (pg. 678, zwarte recorder Quadplex H.264). Dit is een soortgelijke recorder als de recorder die bij mij uit het bedrijf is weggenomen.

14. Het relaas d.d. 30 juli 2015 (pg. 627), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

De aan aangever [slachtoffer 2] getoonde twee bolcamera’s en recorder werden aangetroffen in de woning van verdachte [verdachte] gelegen aan de [adres] .

15. Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 24 maart 2015 (pg. 50-51) en het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] d.d. 30 juli 2015 (pg. 625-630):

Op 19 maart 2015 werd de mobiele telefoon van de verdachte [verdachte] , merk Samsung, type Galaxy S4 GT-19505, in beslag genomen. Deze telefoon bevatte onder meer een afbeelding van een foto kennelijk gemaakt in een slagerij met daarop een drietalgemaskerde personen.

16. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 mei 2015 (pg. 694), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Ik toonde aan de heer [slachtoffer 2] een foto waarop een slagerij te zien was. [slachtoffer 2] verklaarde dat hij de getoonde foto herkende als zijn slagerij.

17. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 12 maart 2015 (pg. 804-806), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slager] namens [slachtoffer 3] :

Ik doe aangifte van een inbraak uit mijn bedrijf [slachtoffer 3] , gelegen aan de [adres] te Oss. De inbraak heeft plaatsgevonden op een tijdstip tussen 11 maart 2015 te 17:00 uur en 12 maart 2015 te 06:00 uur. Op laatstgenoemd tijdstip bemerkte ik dat er was ingebroken in de vriescel die los tegen het bedrijfspand aan staat. Ik zag dat een metalen plaat die de vriescel afschermt was gedemonteerd. Via dit gat heeft men diverse kratten met diepgevroren vlees weggenomen. Men heeft ook nog een gat geknipt in het hekwerk naast mijn bedrijf.

Opmerking verbalisant: ter plaatse zag ik dat het prikkeldraad tussen de gemeentewerf en het terrein aan de [adres] was doorgeknipt. Ook zag ik dat bij de vriescel een aluminium plaat was gedemonteerd en dat er een gat in het isolatiemateriaal was geslagen. Tot slot zag ik dat er een gat was geknipt in een hekwerk naast het bedrijfspand.

18. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 maart 2015 (pg. 814-815), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slager] :

Er zijn worstenbroodjes weggenomen. Deze zaten in een witte doos. In deze doos zaten transparante verpakkingen van twintig stuks kleine worstenbroodjes. Verder zijn er snackballetjes weggenomen. Ook deze (een zeventigtal) zaten in een transparante verpakking in een witte doos. Verder mis ik een doos met (veertig) verpakte gehaktballen.

19. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015 (pg. 867-869), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Ik heb camerabeelden bekeken afkomstig van een onder [medeverdachte 1] inbeslaggenomen opnameapparaat. Weergegeven worden de beelden van de voorzijde en achterzijde van de woning van [medeverdachte 1] gelegen aan de [adres] te Oss . Van de achterzijde van de woning zijn met name beelden van onder een zich aldaar bevindende overkapping en van de binnenplaats. Zowel aan de voorzijde van de woning als onder de verkapping zijn elk twee camera’s geplaatst.

Een aantal met name genoemde personen is mij ambtshalve bekend. Van een aantal met name genoemde personen werden de namen mij door collega’s aangegeven.

De mij bekende personen betreffen:
[medeverdachte 1] junior, wonende aan de [adres] te Oss ;
[vader van medeverdachte 1] senior, zijnde de vader van [medeverdachte 1] junior;
[medeverdachte 2] .
De mij aangereikte namen van met name genoemde personen betreffen:
[verdachte] en [naam] .

Hieronder worden de gebeurtenissen beschreven die zichtbaar zijn op de beelden:
11 maart 2015:
22:39:17 uur: [medeverdachte 1] komt alleen thuis met zijn auto
23:13:10 uur: [medeverdachte 2] komt bij [medeverdachte 1] aan de voordeur en gaat de woning
binnen.

12 maart 2015:

00:13:11 uur: [medeverdachte 1] komt in de aanbouw.

00:13:26 uur: [medeverdachte 2] komt in de aanbouw.

00:23:50 uur: Ford Focus met [verdachte] arriveert aan de voorzijde van de

woning van [medeverdachte 1]

00:24:46 uur: [verdachte] staat voor de deur van de woning van [medeverdachte 1] Vanuit de woning wordt de auto van [medeverdachte 1] geopend. [verdachte] pakt iets uit de auto, mogelijk onder de bijrijderstoel vandaan en gaat naar binnen.

00:26:26 uur: De voordeur gaat open en [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] komen naar buiten. Zij

stappen in de auto van [verdachte] (Ford Focus), [medeverdachte 2] rechts achterin, [medeverdachte 1] rechts voorin en [verdachte] links voorin. Nadat zij zijn ingestapt rijden zij weg.

02:11:47 uur: Ford Focus komt aangereden bij de woning van [medeverdachte 1] met gedoofde

verlichting. [medeverdachte 1] en [verdachte] stappen uit en gaan de woning van [medeverdachte 1]
binnen.

02:13:02 uur: [medeverdachte 1] gaat de schuur aan de achterzijde van de woning binnen.

02:14:25 uur: [medeverdachte 2] stapt uit de auto van [verdachte] en loopt voor de woning van [medeverdachte 1]

voorbij om een eindje verderop in de straat rechts af te slaan en uit beeld te verdwijnen, ter hoogte van een bocht naar links.

02:15:35 uur: [verdachte] gaat naar de schuur waar [medeverdachte 1] nog steeds is.

02:16:05 uur: [verdachte] en [medeverdachte 1] komen uit de schuur.

02:16:50 uur: [medeverdachte 1] en [verdachte] stappen in de Ford Focus en rijden weg in de richting van

de bocht waar [medeverdachte 2] uit beeld verdween. De auto stopt ter hoogte van de plaats waar [medeverdachte 2] uit beeld verdween. [medeverdachte 2] stapt weer in de auto.

04:11:00 uur: [medeverdachte 1] komt de hoek om waar [medeverdachte 2] eerder uit beeld verdween. [medeverdachte 1] gaat

vervolgens zijn woning aan de voorzijde binnen. [medeverdachte 1] heeft een zakje in zijn hand.

04:12:06 uur: [medeverdachte 1] opent de poort aan de achterzijde van zijn woning.

04:12:21 uur: [medeverdachte 1] rijdt een wandelwagen de binnenplaats op.

04:12:37 uur: Vier personen komen via de poort de binnenplaats op en gaan de schuur in.

04:17:21 uur: Vijf personen komen uit de schuur en gaan onder de overkapping in de

achtertuin zitten. De personen betreffen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [vader van medeverdachte 1] en vermoedelijk [naam] .

04:58:40 uur: Iedereen staat op en gaat de woning van [medeverdachte 1] binnen.

05:00:00 uur: [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] vertrekken met de auto van [medeverdachte 1]

05:08:34 uur: [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] komen met de auto van [medeverdachte 1] terug. Zij gaan de

woning van [medeverdachte 1] binnen.

05:10:10 uur: Vier personen stappen in de auto van [medeverdachte 1] Een persoon blijft in de woning

achter. De auto rijdt vervolgens weg.

05:16:09 uur: De auto komt terug gereden, de vijfde persoon komt uit de woning en stapt in de auto waarna de auto weg rijdt.

05:47:10 uur: [medeverdachte 1] komt alleen met de auto terug, stapt uit en maakt de voordeur van zijn woning open. Vervolgens loopt [medeverdachte 1] terug naar zijn auto en maakt de klep aan de achterzijde van de auto open.

05:47:45 uur: [medeverdachte 1] pakt twee dozen op elkaar gestapeld uit de achterzijde van zijn auto en loopt met de dozen naar binnen. De achterklep van de auto blijft open staan.

05:47:59 uur: [medeverdachte 1] komt uit zijn woning en loopt weer naar de achterzijde van zijn auto,

waarvan de achterklep nog open stond. [medeverdachte 1] haalt een kleinere doos uit de achterzijde van zijn auto, sluit de achterklep en loopt met het doosje naar binnen.

20. Het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] d.d. 30 juli 2015 (pg. 798-803), een overzicht bakengegevens van 12 maart 2015, een plattegrond van Google en een luchtfoto van Google Maps (pg. 829-831):

De Ford Focus met kenteken [kenteken] rijdt op 12 maart 2015, omstreeks 02:13 uur, weg in de [adres] (woning [medeverdachte 1] ) en staat van 02:17 tot 03:59 uur stil op de [adres] . Deze locatie is gelegen ter hoogte van het bedrijfspand aan de [adres] te Oss.

21. Het relaas d.d. 30 juli 2015 (pg. 8-20), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] op pg. 15:

Op 26 maart 2015 werden aan aangever [slager] foto’s getoond afkomstig van de bij de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] gemaakte foto’s.

22. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 maart 2015 (pg. 822-823), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slager] :

U toont mij een aantal foto’s (foto’s, pg. 824-828). Ik zie Bouwmanballen en worstenbroodjes in de diepvriezer liggen. Ik herken de Bouwmanballen en worstenbroodjes als mijn eigendom. De witte doos die in de diepvriezer ligt, herken ik ook. Dergelijke dozen gebruik ik om mijn snackballen in te verpakken.

23. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 maart 2015 (pg. 997-998), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] ,

[verbalisant] en [verbalisant] :

Op 19 maart 2015, omstreeks 08:00 uur, reageerden wij op een melding dat omstreeks 05:00 uur de woning gelegen aan [adres] te Heesch werd verlaten door drie mannen met bivakmutsen. Deze mannen waren vertrokken in de auto, een BMW, van de bewoners. Omstreeks 08:15 uur waren wij ter plaatse bij genoemde woning. De bewoonster, [slachtoffer 5] , gaf aan dat er een hennepkwekerij in de woning was en dat deze vanochtend vroeg was leeggehaald door drie personen met bivakmutsen. [slachtoffer 5] gaf voorts aan dat zij een vuurwapen op haar hoofd had gehad.

24. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 19 maart 2015 (pg. 1003-1008), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 4] :

Ik woon op adres [adres] te Heesch, binnen de gemeente Bernheze. Toen ik op 19 maart 2015, omstreeks 04:45 uur, de voordeur van mijn woning opende en de woning wilde verlaten, werd ik onmiddellijk vastgegrepen en terug de woning in geduwd. Ik zag dat er drie personen met mij mee de woning in gingen. Ik hoorde dat ze zeiden: “Naar binnen, naar binnen”. De drie personen waren geheel in het zwart gekleed en droegen allemaal bivakmutsen. Ik zag dat een persoon een vuurwapen had. Ik voelde en zag dat dit vuurwapen op mijn voorhoofd werd geduwd toen ik naar binnen werd geduwd. Ik moest in de gang blijven staan. Er bleef iemand bij mij staan. Mijn vriendin werd van boven gehaald en moest bij mij in de gang staan. Ik moest van de persoon die bij ons bleef staan mijn telefoon en autosleutels afgeven. De twee andere personen gingen naar boven. Ik had een kwekerij op de zolder van mijn woning. De personen namen de planten mee in een langwerpige tas. De persoon met het vuurwapen had een normaal postuur en was ongeveer even groot als ik zelf (1.78 meter). De bivakmuts was zwart van kleur en had bij de ogen twee gaten. Een van de andere personen was eveneens zo groot als ikzelf en had een slank postuur. De resterende persoon was circa 20 centimeter groter als ikzelf en had ook een slank postuur.

Het vuurwapen was ongeveer 20 centimeter lang en zwart van kleur. Het middengedeelte ervan was zilverkleurig. Het was een pistool. In mijn auto lag mijn portemonnee met daarin mijn rijbewijs, ID-kaart en bankpasjes.

Bijlage goederen:

Een telefoon (Nokia), sleutels, babyfoon, wietplanten (het hof begrijpt: hennepplanten), ID-kaart t.n.v. [slachtoffer 4] , rijbewijs t.n.v. [slachtoffer 4] en een personenauto BMW met kenteken [kenteken] .

25. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 maart 2015 (pg. 1009-1010), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 5] over hetgeen plaatsvond op 19 maart 2015:

Ik woon op adres [adres] te Heesch, binnen de gemeente Bernheze. Mijn vriend [slachtoffer 4] (het hof begrijpt: aangever [slachtoffer 4] ) gaat elke dag tussen 04:00 en 05:00 uur de deur uit. Ik hoorde een hoop gerommel en liep richting de trap. Er kwam een persoon met een bivakmuts en een slank postuur de trap opgelopen. Ik moest van deze persoon mee naar de hal beneden lopen. Ik zag [slachtoffer 4] in de hal bij de voordeur staan. Wij moesten ons omdraaien met ons gezicht naar de muur. Ik kreeg een vuurwapen tegen mijn kin en nek. Ik zag twee mannen met bivakmutsen met zakken sjouwen. Ik rook een sterke hennepgeur. De personen wilden onze autosleutels. Het vuurwapen is de hele tijd op ons gericht geweest. Het was een klein wapen.

26. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 25 maart 2015 (pg. 1013-1017), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [naam] :

Ik woon op adres [adres] te Heesch. Op 19 maart 2015, omstreeks 04:45 uur, werd ik wakker van een harde bons en gegil van mijn buurvrouw. Vervolgens hoorde ik gestommel en geschuif. Vijf à tien minuten later keek ik naar buiten en zag ik een persoon bij de kofferbak van de auto, een BMW, van mijn buurman staan. Deze persoon had iets in zijn hand en legde het in de kofferbak. Toen sloot hij de kofferbak. Ik zag dat deze persoon achter het stuur van de auto van mijn buurman ging zitten. Deze persoon reed de auto enkele meters achteruit en kort daarop hoorde ik dat de voordeur van de buren hard werd dichtgeslagen. Toen zag ik twee personen met bivakmutsen tevoorschijn komen en in de auto van mijn buurman plaatsnemen. De auto reed vervolgens weg. De persoon die de auto bestuurde, droeg ook een bivakmuts met een uitsparing voor de ogen. Het waren mannen. Twee van hen waren bijna even groot. De derde man was langer, ik schat ergens vanaf 1.85 meter.

27. Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 27 maart 2015 (pg. 1021-1023), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en

[verbalisant] :

Op 19 maart 2015 bevonden wij ons in de woning gelegen aan [adres] te Heesch. Op de zolderverdieping bevond zich in een afzonderlijke ruimte een ingerichte hennepkwekerij. Enkele restanten uitgezonderd zaten er geen planten in de potten (foto’s 11 en 12, pg. 1029).

28. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2015 (pg. 1032), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 20 maart 2015, omstreeks 15:30 uur, vernam ik dat er aan de [adres] te Oss een BMW met kenteken [kenteken] stond geparkeerd vanaf 19 maart 2015 tussen 08:00 en 08:30 uur.

29. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2015 (pg. 1033), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 20 maart 2015 trof ik naar aanleiding van een melding aan de [adres] te Oss een BMW met kenteken [kenteken] aan.

30. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015 (pg. 1081-1084), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Ik heb camerabeelden bekeken, gemaakt in en buiten (voor- en achterzijde) van de woning gelegen aan de [adres] te Oss (opmerking hof: woning medeverdachte [medeverdachte 1]).

18 maart 2015:

17:01 uur: [medeverdachte 2] loopt al bellend de serre/overkapping uit de achtertuin van de woning in. [medeverdachte 1] en [verdachte] komen vanuit de woning de serre/overkapping in lopen.

19 maart 2015:
03:29 uur: [medeverdachte 2] loopt in de richting van de woning. Er wordt een auto
geparkeerd bij de woning en [verdachte] stapt als bestuurder uit
deze auto.

03:32 uur: [verdachte] en [medeverdachte 2] lopen de serre binnen.

03:41 uur: [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] verlaten de woning en lopen naar de auto van [verdachte] . [verdachte] stapt in als bestuurder en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als passagiers.

06:00 uur: Er komt een kleine donkere auto langs de woning rijden.

06:01 uur: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] komen bij de woning aan. [medeverdachte 1] gaat naar binnen.

06:02 uur: [medeverdachte 1] verlaat de woning en stapt samen met [medeverdachte 2] in zijn auto en rijdt weg.

08:54 uur: [medeverdachte 1] komt met zijn auto bij de woning aan en loopt naar binnen.

09:03 uur: [medeverdachte 1] verlaat de woning en rijdt met de auto weg.

10:47 uur: [medeverdachte 1] komt met zijn auto thuis en gaat de woning binnen.

11:06 uur: [medeverdachte 2] komt op de fiets bij de woning aan en gaat naar binnen.

31. Het proces-verbaal van bevindingen kleding verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] d.d. 30 juni 2015 (pg. 1113-1116), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Bij het uitkijken van de camerabeelden van 19 maart 2015, afkomstig van de woning van [medeverdachte 1] ( [adres] ) is zichtbaar dat [verdachte] een jas draagt die tijdens de doorzoeking van zijn woning op 20 maart 2015 (het hof begrijpt:

19 maart 2015) in beslag werd genomen, zijnde een donkere jas met bruin lederen elleboogstukken, merk Munero Ramez (prints, pg. 1126-1127; foto’s, pg. 1129-1131 en pg. 61).

32. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2015 (pg. 55), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Tijdens de doorzoeking op 19 maart 2015 van perceel [adres] (opmerking hof: woning van verdachte [verdachte]) werd een donkere jas aangetroffen. Het betrof een dik gewatteerde herenjas, heupmodel, merk Munero Ramez. Meerdere naden en beide ellenbogen waren afgezet met bruin leer. De jas rook zeer sterk naar hennep terwijl er nergens in de woning hennep aanwezig was.

33 Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Oost-Brabant d.d.

8 juli 2016 (pg. 4), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

Op 19 maart 2015 is onder mij een jas in beslag genomen. U toont mij in dit verband foto’s van een jas op blz. 466-468 van het dossier. Dat is mijn jas.

34. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2015 (pg. 1097-1098), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Op 19 maart 2015, omstreeks 06:10 uur, reden wij door de [adres] te Oss. Ter hoogte van [adres] , de woning van [medeverdachte 1] , zagen wij een donkerkleurige Volkswagen Golf staan. Toen wij de woning waren gepasseerd, zag ik, verbalisant [verbalisant] , dat de zwarte Volkswagen Golf achter ons aan ging rijden. Wij hebben de Volkswagen Golf ons laten passeren en zijn de auto gevolgd. Wij zagen op enig moment de achterlichten van de auto verdwijnen in de parkeergarage behorend bij een appartementencomplex gelegen aan de [adres] . Het was ons bekend dat [medeverdachte 1] tot voor kort gebruik maakte van een zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] . Wij hebben het kenteken bevraagd en daaruit bleek dat deze auto sinds 17 maart 2015 op naam stond van [echtgenote van verdachte] , wonende te [adres] . Het is ons ambtshalve bekend dat [echtgenote van verdachte] de echtgenote is van [verdachte] .

35. Het relaas d.d. 30 juli 2015 (pg. 986-996), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] op pg. 911 en een overzicht bakengegevens, een plattegrond van Google, een luchtfoto van Google Maps (pg. 1039-1041):

De Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] , in gebruik bij [verdachte] was voorzien van een peilbaken. Uit de gegevens van dit peilbaken blijkt dat deze auto zich op 19 maart 2015 tussen 04:21 uur en 05:16 uur in de directe omgeving van het adres [adres] te Heesch bevond (opmerking hof: op circa 5 minuten loopafstand).

36. Het relaas d.d. 30 juli 2015 (pg. 8-20), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] op pg. 17:

Verdachte [verdachte] heeft een lengte van 1,76 meter.

37. Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 19 maart 2015, voor zover inhoudende als relaas van rapporteur [verbalisant] :

Plaats: [adres] (hof: adres van verdachte [verdachte])

Datum en tijd: 19 maart 2015 te 19:01 uur

(p. 39) Een herenportemonnee met pasjes op naam van [slachtoffer 4] ;
(p. 40) Een rijbewijs en identiteitskaart ten name van [slachtoffer 4] ;
(p. 41) Een (Rabo)bankpas ten name van [slachtoffer 4] .

38 Tapgesprekken (pg. 1042-1079):

Op 18 maart 2015 te 16:23:57 uur belt [telefoonnummer] i.g.b. [medeverdachte 1] naar [telefoonnummer] i.g.b. [verdachte] (pg. 1042):

[medeverdachte 1] : Ikke ben net gebeld door de neus

[verdachte] : Ja

[medeverdachte 1] : Die moest mijn hebben, dan weetje wel waar het om gaat he?

[verdachte] : Ja

[medeverdachte 1] : Ja dan moet ik jou dadelijk eigenlijk voor hebben, hoe laat kan ik jou effe zien?

[verdachte] : Ja ikke ben zo hier klaar, dan kom ik naar huis gereden, gooi ik [echtgenote van verdachte] effe af en kom ik wel effekes langs jou

[medeverdachte 1] : Ja is goed jonge, duurt maar vijf minuutjes

Op 19 maart 2015 te 06:02:12 uur belt [telefoonnummer] i.g.b. [medeverdachte 1] naar [telefoonnummer] i.g.b. [verdachte] (pg. 1048):

[verdachte] : Jo

[medeverdachte 1] : Ja hoezo?

[verdachte] : Ze staan tot bij mijn poort

[medeverdachte 1] : Bij jouw poort?

[verdachte] : Ja ze zijn me helemaal nagereden

[medeverdachte 1] : Ow ja nou wacht effe 10 minuten (..) wacht effe tot ze weg rijden

39. Het proces-verbaal OVC bezoek 1 PI Grave, [verdachte] d.d. 29 juni 2015 (pg. 528-538), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Datum/tijd: 10 april 2015 omstreeks 10:40 uur
Verdachte(n): [verdachte] (afkorting naam in PV: [verdachte] )
Betrokken sprekers: [echtgenote van verdachte] (afkorting naam in PV: [echtgenote van verdachte] )

(pg. 531)
[verdachte] : weet je wat het kutte is met die andere zaak dat ze een portemonnee (..)
[echtgenote van verdachte] : ja dat zegt iedereen (..) hun allemaal zeggen tegen jou dat je het nooit mee
naar huis had moeten nemen

(pg. 535)

[echtgenote van verdachte] : (..) ja klote (..)

[verdachte] : Ja dat denk ik dus ook want euh de signalement en dat [medeverdachte 1] en ik ongeveer even groot zijn. [medeverdachte 1] is 1,78 en ik 1,76 ofzo

(pg. 537)

[echtgenote van verdachte] : ik heb toch gezegd tegen jou, ik zei nog blijf daar uit de buurt daar

[verdachte] : (..) ja nou dan

[echtgenote van verdachte] : beter gewoon werken, rustig leven echt waar. Dit gaan we gewoon echt niet meer doen.

W: (..) weet je waarom ze mij en [medeverdachte 1] houden? Omdat wij (..) zoiets 1,75 meter lang die de mensen omschreven. Nou en om die peilbaken in de auto. En dan de portemonnee

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof overweegt ten aanzien van de bewezenverklaring van die feiten nog als volgt.

Feiten 2 en 3

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat uit de inhoud van de hierboven vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, dusdanig evident het daderschap van de verdachte bij de afzonderlijke bedrijfsinbraken blijkt, dat zonder nadere motivering kan worden volstaan met de enkele verwijzing naar de desbetreffende bewijsmiddelen. Het hof merkt de rol van de verdachte bij beide bedrijfsinbraken aan als die van medepleger met in elk geval telkens medeverdachte P.P.J. [medeverdachte 1] . Uit de bewijsmiddelen blijkt immers van een gezamenlijke uitvoering en van verdeling van de buit.

Feit 4

Op grond van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen staat vast dat de bewoners ( [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ) van de woning gelegen aan [adres] te Heesch op 19 maart 2015 rond 04:45 uur werden overvallen door drie mannen met bivakmutsen.

Eén van hen was in het bezit van een vuurwapen, dat hij tegen het lichaam van de slachtoffers heeft geduwd en op hen gericht heeft gehouden. De man met het vuurwapen is bij de bewoners blijven staan, terwijl de twee andere mannen de hennepplanten uit de op de zolder gelegen hennepkwekerij hebben weggehaald en meegenomen. De drie daders zijn weggereden in de auto van aangever [slachtoffer 4] . In die auto lag de portemonnee van [slachtoffer 4] met daarin diverse pasjes, waaronder zijn identiteitskaart en rijbewijs.

Op 19 maart 2015 omstreeks 19:01 uur is door de politie in de woning van verdachte een herenportemonnee aangetroffen alsmede een rijbewijs, een identiteitsbewijs en een (Rabo) bankpas op naam van het slachtoffer [slachtoffer 4] . Voorts heeft de politie tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte die dag een donkere jas aangetroffen die sterk naar hennep rook. De verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank verklaard dat het zijn jas betreft. Op de camerabeelden van 19 maart 2015, gemaakt om 03:32:36 uur en 03:32:54 uur en afkomstig van de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] , is te zien dat de verdachte die nacht een jas droeg die een zeer sterke gelijkenis heeft met de in zijn woning aangetroffen jas.

In een OVC-gesprek met zijn echtgenote [echtgenote van verdachte] d.d. 10 april 2015 zegt verdachte: “het kutte is met die andere zaak dat ze een portemonnee”. [echtgenote van verdachte] zegt dat ze van anderen

heeft gehoord dat verdachte dat nooit mee naar huis had mogen nemen.

Het hof acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als dader betrokken is geweest bij de woningoverval op de slachtoffers [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . Wat betreft het daderschap van de verdachte acht het hof, evenals de rechtbank, van belang dat de jas die hij ruim een uur voor de overval droeg circa 14 uren later in zijn woning is aangetroffen met een enorme hennepgeur, hetgeen past bij de betrokkenheid bij de onderhavige roof van hennepplanten. Daar komt bij dat een deel van de buit (portemonnee en pasjes) bij hem in de woning is aangetroffen. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat de auto die verdachte op dat moment in gebruik had, die nacht in Heesch is geweest en kort voor de overval voor een aaneengesloten tijdspanne van nagenoeg een uur nabij de plaats delict heeft stilgestaan.

Uit het hiervoor weergegeven samenstel van feiten en omstandigheden volgt naar het oordeel van het hof dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking

tussen verdachte en de twee andere daders tot het plegen van de roof. Het hof merkt daarom verdachte aan als medepleger van deze woningoverval.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:


diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de gevangenisstraf die door de rechtbank is opgelegd aanzienlijk zal worden gematigd. De raadsman heeft het hof verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd van de verdachte, die ten tijde van de ten laste gelegde feiten het jeugdstrafrecht nog maar net was ontgroeid en voorts het goede gedrag van de verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van de ernst van de feiten overweegt het hof dat de bewezenverklaring inhoudt dat de verdachte zich met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan twee bedrijfsinbraken en een gewapende woningoverval.

De slachtoffers van de onder 4 bewezen verklaarde woningoverval werden in de vroege ochtend in hun woning geconfronteerd met drie gemaskerde mannen, waarvan één dader zichtbaar in het bezit was van een vuurwapen. Dit wapen is op dreigende wijze tegen de slachtoffers gedrukt en op hen gericht gehouden. Een woningoverval, zeker wanneer daarbij ter afdreiging een vuurwapen wordt gebruikt, is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Immers, een woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig en geborgen moet kunnen voelen. Het spreekt voor zich dat de onderhavige overval grote gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers heeft veroorzaakt. Verdachte heeft zich van die gevoelens geen althans onvoldoende rekenschap gegeven toen hij besloot op gewelddadige en uiterst brutale wijze met anderen hennep(planten) te gaan roven.

Het onder 4 bewezen verklaarde betreft een gewelddadig feit waardoor de rechtsorde zeer ernstig is geschokt en dat in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg brengt.

De onder 2 en 3 bewezen verklaarde bedrijfsinbraken hebben aanzienlijke schade en veel overlast bij de benadeelden veroorzaakt. Met name de inbraak in slagerij [slachtoffer 2] is van een zelden vertoonde omvang, die de bedrijfsvoering heeft ontwricht.

Dergelijke feiten brengen aanzienlijke financiële en materiële schade met zich voor de eigenaar van de onderneming en/of hun verzekeraars. Bovendien leiden dergelijke feiten tot grote overlast, ongemak en ergernis voor de benadeelden.

Bij het bepalen van de aard en omvang van de op te leggen straf heeft het hof acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij een woningoverval met ander geweld: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof gelet op:

  • -

    de inhoud van het hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 augustus 2017, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk tot straf is veroordeeld ter zake van gewelds- en vermogensdelicten;

  • -

    de inhoud van diverse reclasseringsadviezen van Reclassering Nederland, waarin is te lezen dat de verdachte niet wil meewerken aan het opstellen van een rapportage, waardoor het zicht op zijn huidige leefomstandigheden ontbreekt;

  • -

    de inhoud van de Pro Justitia rapportages van psychiatrisch en psychologisch onderzoek van respectievelijk 8 juni 2015 en 29 juni 2015, waaruit blijkt dat de verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek;

  • -

    de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor langere duur met zich brengt. Alles overziend acht het hof het passend en geboden aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

Beslag

Van de onder verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een personenauto Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (goednummer 638446) en een herenjas van het merk Munero Ramez (goednummer 773129), zal de teruggave aan hem worden gelast.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 80.533,73 (bestaande uit € 55.533,73 aan materiële schade en € 25.000,00 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 68.933,19 (bestaande uit € 53.933,19 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente.

Voorts is de verdachte door de rechtbank veroordeeld in de (proces)kosten van de benadeelde partij tot een bedrag van

€ 1.788,00, alsmede de kosten van tenuitvoerlegging. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Nu aan de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet in zijn vordering worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slager]

De benadeelde partij [slager] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 13.773,00, te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en in hoger beroep onverminderd gehandhaafd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slager] als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte en zijn mededader(s) rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte en zijn mededader(s) zijn tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering integraal toewijsbaar is, te weten tot een bedrag van € 13.773,00 en te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De verdachte en zijn mededader(s) zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie te ’s-Hertogenbosch heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 20 dagen, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Oost-Brabant van 4 februari 2013 onder parketnummer 01-845346-12. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Nu de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten pas na het verstrijken van de proeftijd hebben plaatsgevonden, zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een personenauto Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (goednummer 638446);

- een herenjas van het merk Munero Ramez (goednummer 773129).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [slager]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slager] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 13.773,00 (dertienduizend zevenhonderddrieënzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader(s), hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slager] , ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 13.733,00 (dertienduizend zevenhonderddrieëndertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 103 (honderddrie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover (een) mededader(s) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft/hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 01-845346-12.

Aldus gewezen door

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos en mr. C. Karsdorp, griffiers,

en op 10 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.P.M.F. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd, verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Oost-Brabant, districtsrecherche ’s-Hertogenbosch, nummer 21DRA15008 (onderzoek Baudour), gesloten d.d. 29 juli 2015 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1591). Alle te noemen processen-verbaal zijn in wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.