Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:4760

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-11-2017
Datum publicatie
15-01-2018
Zaaknummer
200.195.028_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

onderbewindstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.195.028/01

arrest van 7 november 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. W.R. Aerts te Vlissingen,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. C.J. de Wit te Vlissingen,

op het bij exploot van dagvaarding van 14 juni 2016 ingeleide hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen vonnissen van 6 januari 2016 en 16 maart 2016 tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4202233/15-3354)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 14 juni 2016;

- de memorie van grieven van [appellant] van 20 september 2016 met een productie;

- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 15 november 2016.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1

Alvorens op de zaak zelf in te gaan overweegt het hof het volgende. In het tussenvonnis van 6 januari 2016 heeft de kantonrechter overwogen dat bij beschikking van 20 maart 2014 opnieuw een bewind is ingesteld over de goederen van [appellant] . Gesteld noch gebleken is dat het bewind over de goederen van [appellant] inmiddels is geëindigd. Dat betekent dat de bewindvoerder het hoger beroep tegen [geïntimeerde] had moeten instellen. Dat is echter niet het geval. Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen bij akte een verklaring in het geding te brengen waaruit blijkt dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt (HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525). Voor enig ander doel is deze akte niet bestemd. Een antwoordakte wordt niet verwacht.

3.2

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 21 november 2017 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 3.1 vermelde doel (geen antwoordakte);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 november 2017.

griffier rolraadsheer