Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:4535

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
20-001306-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:3604, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van - kort gezegd - het medeplegen van een zestal gewapende overvallen op cafetaria's en ter zake van diefstal in vereniging van een auto en kentekenplaten, tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001306-16

Uitspraak : 19 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van

25 april 2016 in de strafzaak met parketnummer 03-700149-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

thans verblijvende in Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis is verdachte ter zake van – kort weergegeven – diefstal in vereniging van een personenauto door middel van braak en/of verbreking (feit 1 primair), diefstal in vereniging van kentekenplaten (feit 2), diefstallen voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld in vereniging gepleegd (feiten 3, 4, 5, 6 en 8) en diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld in vereniging gepleegd in eendaadse samenloop begaan met medeplegen van afpersing (feit 7) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de rechtbank beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. De vorderingen van benadeelde partijen [cafetaria 6] en [slachtoffer 6] duren van rechtswege voort in hoger beroep, voor zover zij door de rechtbank in eerste aanleg zijn toegewezen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen behoudens de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft het hof verzocht te volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor een maximale duur van 5 jaren. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [cafetaria 6] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] en het beslag heeft de verdediging zich achter de vordering van de advocaat-generaal geschaard, die heeft geëist dat het hof daarover beslist zoals de rechtbank heeft gedaan.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft:

 de opgelegde gevangenisstraf;

 de kwalificatie van het onder 7 bewezen verklaarde. Deze behoort te luiden:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

in eendaadse samenloop begaan met

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

 en met dien verstande dat het hof bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] is uitgegaan van het per 1 januari 2011 gewijzigde criterium als bedoeld in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, in die zin dat niet-ontvankelijkverklaring wordt uitgesproken, nu de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Daarnaast behoeft de bewijsvoering, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, verbetering. Omwille van de leesbaarheid wordt de bewijsvoering in haar geheel vervangen. De bewezenverklaring door de rechtbank komt uitsluitend te berusten op de hierna volgende bewijsmiddelen1.

Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen, aangezien de verdachte, zoals blijkt uit de hieronder weergegeven verklaring, het bewezen verklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.

Elk der bewijsmiddelen wordt telkens slechts gebezigd tot bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2017, voor zover inhoudende:

Het is juist dat ik op 15 maart 2015 in de gemeente Herzogenrath (Duitsland) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] ), toebehorende aan een ander dan aan mij of mijn mededader, waarbij ik en mijn mededader het weg te nemen goed onder ons bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Het is juist dat ik op 15 maart 2015 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen kentekenplaten ( [kenteken 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] .

Het is juist dat ik op 17 maart 2015 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een kassa met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [cafetaria 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

het richten van een vuurwapen, op voornoemde [slachtoffer 2] , en

het dreigend roepen: "Overval, overval".

Het is juist dat ik op 19 maart 2015 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [cafetaria 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] .

Het is juist dat ik op 20 maart 2015 te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [cafetaria 3] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 5] , en

het dreigend roepen: "Overval, kassa open, doe kassa open".

Het is juist dat ik op 20 maart 2015 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een kassa met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [cafetaria 4] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] .

Het is juist dat ik op 21 maart 2015 in de gemeente Voerendaal tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [cafetaria 5] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en met het oogmerk om mij en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 10] heb gedwongen tot afgifte van een kelnersbeurs met inhoud, toebehorend aan [slachtoffer 9] en/of [cafetaria 5] , welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 10] , en

het dreigend roepen: “Geld, geld, papiergeld!”.

Het is juist dat ik op 22 maart 2015 in de gemeente Meerssen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heb weggenomen een kassalade met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [cafetaria 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

het richten van een vuurwapen op voornoemde [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] , en

het dreigend roepen: "Geef mij geld, geef mij geld, maak de kassa open!" en/of "Ik wil het geld uit de kassa!".

Bij deze overvallen was ik steeds degene die het vuurwapen vasthad. Het was een echt vuurwapen.

  • -

    een geschrift, te weten een Strafanzeige d.d. 15 maart 2015, dossierpagina 775.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 maart 2015, pagina’s 79 en 80.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 18 maart 2015, pagina’s 92 en 93.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 20 maart 2015, pagina 128.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 20 maart 2015, pagina 130.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 21 maart 2015, pagina’s 162 en 163.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] d.d. 21 maart 2015, pagina’s 198 en 199.

  • -

    processen-verbaal van verhoor aangever van [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] d.d. 21 maart 2015, pagina’s 206, 207-208 en 211.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] d.d. 22 maart 2015, pagina’s 228 en 229.

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] d.d. 22 maart 2015, pagina’s 267 en 268.

  • -

    proces-verbaal van verhoor getuige van [slachtoffer 13] d.d. 23 maart 2015, pagina 273.

Op te leggen straf of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft het hof verzocht te volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de maximale duur van 5 jaren.

Het hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het hof ook acht geslagen op de inhoud van de reclasseringsrapporten van 16 juni 2015 en 23 februari 2017.

Verdachte heeft zich samen met een ander in het korte tijdsbestek van nog geen week schuldig gemaakt aan een zestal gewapende overvallen op cafetaria’s. Het wapen dat zij hebben gebruikt is niet gevonden, maar uit de verklaringen van [verdachte] blijkt dat zij er in de bossen proefschoten mee gelost hebben en dat het derhalve een echt wapen is geweest. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke overvallen hiervan vaak nog jaren last ondervinden, ook in hun dagelijks functioneren. Dat dit in onderhavige zaak ook het geval is, blijkt uit de onderbouwing van de benadeelde partijen bij hun vordering tot vergoeding van de immateriële schade. De verdachte heeft zich echter uitsluitend laten leiden door eigen gewin. Het hof is van oordeel dat gelet op de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Voor het bepalen van de duur van de gevangenisstraf neemt het hof het landelijke oriën-tatiepunt straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, tot uitgangspunt. Gelet daarop zou voor een overval op een winkel waarbij licht geweld/bedreiging is toegepast een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren per overval passend zijn. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zestal overvallen.

Als strafverhogende factoren heeft het hof rekening gehouden met de volgende omstandigheden. Verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten begaan in vereniging met een ander, waarbij verdachte degene was die zich ten tijde van de overvallen heeft bediend van een vuurwapen dat hij op de slachtoffers heeft gericht. Verdachte en zijn mededader zijn berekend te werk gegaan. Zij hebben ruim voor de overvallen maskers aangeschaft met het enkele doel deze te gebruiken voor criminele doeleinden, zoals overvallen en/of inbraken. Kort voor de overvallen hebben verdachte en zijn mededader zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een auto en kentekenplaten, welke gestolen auto (voorzien van de gestolen kentekenplaten) zij vervolgens hebben gebruikt als vervoermiddel naar en vanaf de plaatsen van de overvallen.

Het hof zou aldus kunnen komen tot een hogere straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en door de rechtbank is opgelegd.

Ten voordele van verdachte heeft het hof evenwel rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uiteindelijk openheid van zaken heeft gegeven ten aanzien van het bewezen verklaarde, er blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien en dat hij geen relevant strafblad heeft. Ook de door de verdediging aangevoerde omstandigheden, te weten de persoon van de verdachte, zijn relatief jeugdige leeftijd en zijn privé-situatie ten tijde van de bewezen verklaarde overvallen, heeft het hof in het voordeel van verdachte laten meewerken.

Het hof zal gelet op al het vorenstaande volstaan met het opleggen van de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,

en op 19 oktober 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2015048852, gesloten d.d. 9 juni 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 801.