Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:4207

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
20-001532-15
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vals opgemaakte inkoopverklaringen ter zake metaalafval, bewezenverklaring valsheid in geschrifte, veroordeling tot geldboete. Redelijke termijn overschreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001532-15

Uitspraak : 3 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 28 april 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-993219-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij voornoemd vonnis is verdachte veroordeeld ter zake van - kort gezegd - het in de periode van 2007 tot en met 2010 vals opmaken van inkoopverklaringen ter zake ingekocht metaalafval (valsheid in geschrift), tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De rechtbank heeft een deel van de in de tenlastelegging opgenomen gedachtestreepjes (verfeitelijkingen) bewezen verklaard. Van een ander deel is verdachte door de rechtbank vrijgesproken. Het hoger beroep, door verdachte ingesteld, moet blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de bewezen verklaarde data en verfeitelijkingen.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen, behoudens de opgelegde straf, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, verdachte zal veroordelen tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

De verdediging heeft primair bepleit dat het hof verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde. Subsidiair, indien het hof tot bewezenverklaring zou komen, heeft de raadsman bepleit dat geen straf zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de jaren 2007 tot en met 2010 te Wintelre (gemeente Eersel) en/of te Vessem (gemeente Eersel), althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) inkoopverklaring(en) voor de inkoop en betaling van metaalafval - zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft doen opmaken of heeft vervalst of heeft doen vervalsen, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (een) inkoopverklaring(en) gedateerd

- 8 mei 2007 (D-001) en/of 12 december 2008 (D-002) op naam van [A] en/of

- 15 maart 2007 (D-013), 4 mei 2007 (D-014), 19 september 2007 (D-015), 24 september 2007 (D-016), 28 januari 2008 (D-017), 2 februari 2008 (D-018), 20 maart 2008 (D-019), 22 augustus 2008 (D-020), 20 oktober 2008 (D-021) en/of 21 oktober 2009 (D-022) op naam van [B] van de [firma B] en/of

- 20 februari 2008 (D-109), 3 april 2008 (D-110), 7 mei 2008 (D-111), 5 juni 2008 (D-112), 27 juni 2008 (D-113), 21 augustus 2008 (D-114), 3 december 2008 (D-115) en/of 17 december 2010 (D-116) op naam van [C] van de [firma C] en/of

- 14 januari 2008 (D-120), 10 april 2008 (D-121), 16 mei 2008 (D-122), 29 augustus 2008 (D-123), 12 december 2008 (D-124), 24 september 2010 (D-125) en/of 8 oktober 2010 (D-126) op naam van [D] van [firma D] en/of

- 4 februari 2010 (D-173) op naam van [E] van de [firma E] en/of

opgemaakt of laten opmaken, terwijl (telkens) in werkelijkheid het op de inkoopverklaring vermelde metaalafval niet werd ingekocht van en/of (telkens) het op de inkoopverklaring vermelde aankoopbedrag niet werd betaald aan

- [A] en/of

- [B] en/of de [firma B] en/of

- [C] en/of de [firma C] en/of

- [D] en/of de [D] en/of

- [E] en/of de [firma E] ,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij in of omstreeks de jaren 2007 tot en met 2010 te Wintelre (gemeente Eersel) en/of te Vessem (gemeente Eersel), althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) inkoopverklaring(en) voor de inkoop van en betaling voor metaalafval - zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft doen opmaken of heeft vervalst of heeft doen vervalsen, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (telkens) (een) inkoopverklaring(en) gedateerd

- 4 juni 2009 (D-052), 4 september 2009 (D-053), 16 december 2009 (D-054) en/of 26 januari 2010 (D-055) op naam van [F] van de [firma F] en/of

- 11 februari 2010 (D-056), 10 juni 2010 (D-057) en/of 3 september 2010 (D-059) op naam van [G] van de [firma G] en/of

- 16 februari 2007 (D-127), 10 mei 2007 (D-128), 27 juni 2007 (D-129), 15 november 2007 (D-130), 1 februari 2008 (D-131) en/of 31 oktober 2008 (D-132) op naam van [H] en/of

- 31 maart 2008 (D-153), 14 januari 2009 (D-157), 9 april 2009 (D-158), 8 april 2010 (D-160) en/of 10 juni 2010 (D-161) op naam van [I] van de [firma I]

opgemaakt of heeft doen opmaken terwijl van

- [F] en/of

- [G] en/of de [firma G] en/of

- [H] en/of

- [I] en/of de [firma I]

(telkens) in werkelijkheid een kleinere hoeveelheid metaalafval ingekocht werd dan op de inkoopverklaring vermeld en/of (telkens) in werkelijkheid voor een lager bedrag metaalafval ingekocht werd dan op de inkoopverklaring vermeld, zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij in of omstreeks de jaren 2007 tot en met 2010 te Wintelre (gemeente Eersel) en/of te Vessem (gemeente Eersel), althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) inkoopverklaring(en) voor de inkoop van en betaling voor metaalafval - zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft doen opmaken of heeft vervalst of heeft doen vervalsen, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (telkens) (een) inkoopverklaring(en) gedateerd

- 12 april 2007 (D-004), 19 oktober 2007 (D-007), 30 januari 2008 (D-008), 18 juli 2008 (D-010), 23 april 2009 (D-011) en/of 22 september 2010 (D-012) op naam gesteld van [J] en/of

- 17 juni 2008 (D-067) op naam gesteeld van [K] en/of

- 7 februari 2007 (D-073), 3 januari 2008 (D-075), 15 januari 2009 (D-077), 15 december 2009 (D-078) en/of 7 juli 2010 (D-079) op naam gesteld van [L]

opgemaakt of heeft doen opmaken, terwijl (telkens) in werkelijkheid metaalafval niet ingekocht werd van de op de inkoopverklaring vermelde particuliere personen, maar van de firma('s) waaraan deze particuliere perso(o)n(en) verbonden is/zijn, te weten

- respectievelijk - [firma J] en/of [firma K] en/of [firma L] ,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Partiële vrijspraken

Het hof zal verdachte vrijspreken van het vals opmaken van inkoopverklaringen ten name van [firma B] , [firma C] , [firma D] en [H] .

Ten behoeve van de leesbaarheid van het arrest zal het hof de overwegingen die ten grondslag liggen aan deze partiële vrijspraken weergeven onder de na de bewezenverklaring opgenomen nadere overwegingen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de jaren 2007 tot en met 2010 te Vessem (gemeente Eersel), meermalen, telkens een inkoopverklaring voor de inkoop en betaling van metaalafval - zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid inkoopverklaringen gedateerd

- 8 mei 2007 en 12 december 2008 op naam van [A] en

- 4 februari 2010 op naam van [E] van de [firma E] opgemaakt, terwijl telkens in werkelijkheid het op de inkoopverklaring vermelde metaalafval niet werd ingekocht van en telkens het op de inkoopverklaring vermelde aankoopbedrag niet werd betaald aan

- [A] en

- [E] en/of de [firma E] ,

zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij in de jaren 2007 tot en met 2010 te Vessem (gemeente Eersel), meermalen, telkens een inkoopverklaring voor de inkoop van en betaling voor metaalafval - zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid inkoopverklaringen gedateerd

- 4 juni 2009, 4 september 2009, 16 december 2009 en 26 januari 2010 op naam van [F] van de [firma F] en/of

- 11 februari 2010, 10 juni 2010 en 3 september 2010 op naam van [G] van de [firma G] en

opgemaakt terwijl van

- [F] en

- [G] en/of de [firma G]

telkens in werkelijkheid een kleinere hoeveelheid metaalafval ingekocht werd dan op de inkoopverklaring vermeld en/of telkens in werkelijkheid voor een lager bedrag metaalafval ingekocht werd dan op de inkoopverklaring vermeld, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij in de jaren 2007 tot en met 2010 te Vessem (gemeente Eersel), meermalen telkens een inkoopverklaring voor de inkoop van en betaling voor metaalafval - zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid telkens inkoopverklaringen gedateerd

-12 april 2007, 19 oktober 2007, 30 januari 2008, 18 juli 2008, 23 april 2009 en 22 september 2010 op naam gesteld van [J] en

- 17 juni 2008 op naam gesteeld van [K] en

- 7 februari 2007, 3 januari 2008, 15 januari 2009, 15 december 2009 en 7 juli 2010 op naam gesteld van [L]

opgemaakt, terwijl telkens in werkelijkheid metaalafval niet ingekocht werd van de op de inkoopverklaring vermelde particuliere personen, maar van de firma's waaraan deze particuliere personen verbonden zijn, te weten - respectievelijk - [firma J] en [firma K] en [firma L] , zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring, opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs en overwegingen die tot (deel)vrijspraak hebben geleid

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof de volgende feiten en omstandigheden af.1

Verdachte is directeur en 50% aandeelhouder van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] ., samen met [medeverdachte] , die eveneens directeur is en houder van de andere 50% van de aandelen. [bedrijf van verdachte en medeverdachte] houdt zich bezig met de in- en verkoop van metaalafval.

De operationele activiteiten binnen [bedrijf van verdachte en medeverdachte] (de inzameling en inkoop van metaalafval) worden uitgevoerd door werknemers [werknemer X] en [werknemer Y] . Verdachte verzorgt de boekhouding en financiële administratie.

[werknemer X] en [werknemer Y] hebben verklaard2 dat zij bij leveranciers het metaalafval ophalen. Het afval wordt ter plaatse gewogen en (meestal) contant afgerekend. Op verzoek wordt een weegbon uitgeschreven door [werknemer X] of [werknemer Y] . De weegbon vermeldt de gegevens van de leveranciers, adresgegevens en de ingekochte hoeveelheden metaalafval, alsmede een totaalprijs. De weegbon wordt opgemaakt met behulp van een bonnenboekje waarin per pagina een doorslag is opgenomen. De weegbon wordt in enkelvoud opgemaakt; de doorslag wordt niet gebruikt noch bewaard. [werknemer Y] verantwoordt zijn (uitsluitend contante) uitgaven aan [werknemer X] , die op zijn beurt zijn uitgaven (contant dan wel giraal) verantwoordt aan verdachte, die de kasadministratie opmaakt en bijhoudt.

Door [werknemer X] en [werknemer Y] wordt geregeld aan verdachte doorgegeven wat er is gekocht, hoeveel kilogram van welk metaal, tegen welke prijs en van wie. Op basis van de opgaven van [werknemer X] en [werknemer Y] maakt verdachte een zogenaamde inkoopverklaring op.3

I. De ten laste gelegde inkoopverklaringen

Ten behoeve van de leesbaarheid van het arrest heeft het hof de ten laste gelegde inkoopverklaringen ingedeeld in drie categorieën:

  1. de categorie van verklaringen welke zien op inkoop van leveranciers waar volgens de steller van de tenlastelegging - kort gezegd - geen metaalafval is ingekocht;

  2. de categorie van verklaringen welke zien op méér inkoop van leveranciers dan waarvan volgens de steller van de tenlastelegging blijkt uit in de administratie aangetroffen weegbonnen;

  3. de categorie van verklaringen die ten naam zijn gesteld van particulieren, terwijl volgens de steller van de tenlastelegging is ingekocht van een bedrijf.

II.A (categorie A)

II.A.i. Vrijspraakoverweging ten aanzien van de inkoopverklaringen op naam van [firma B] , [firma C] en [firma D]

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de in de ten laste gelegde ten name van opgemelde leveranciers gestelde inkoopverklaringen. Tegenover de verklaringen van de leveranciers dat zij niet dan wel niet conform de aan hen getoonde inkoopverklaringen dan wel niet in de op de inkoopverklaringen genoteerde jaren hebben geleverd aan [bedrijf van verdachte en medeverdachte] , staat de verklaring van verdachte dat dit wel het geval is geweest. Nu de overige in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, zoals de verklaring van inkoper [werknemer X] , op dit punt niet onderscheidend zijn, kan het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de inkoopverklaringen vals heeft opgemaakt, zodat vrijspraak dient te volgen van deze onderdelen.

II.A.ii. Bewijsoverweging ten aanzien van de inkoopverklaringen op naam van [A]

In de administratie van verdachte zijn twee inkoopverklaringen aangetroffen op naam van [A] (documentnummers D-001 en D-0024). [A] heeft tijdens zijn verhoor hierover verklaard dat hij nooit metaal aan [bedrijf van verdachte en medeverdachte] heeft verkocht en dat hij de op de aan hem getoonde inkoopverklaringen genoteerde bedragen nooit van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] , verdachte of [medeverdachte] heeft ontvangen5. [A] heeft deze verklaring herhaald ten overstaan van de rechter-commissaris6. [broer van A] heeft, geconfronteerd met de inkoopverklaring van 8 mei 2007 (documentnummer D-001), verklaard dat hij niets met metalen van doen heeft en zijn broer [A] ook niet7. [broer van A] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij nooit metaalafval heeft verkocht of geleverd aan [bedrijf van verdachte en medeverdachte] Aan hem zijn twee facturen voorgehouden op naam van [A] en hij heeft verklaard dat wat daarop staat niet op hem slaat8. Nu ook [medeverdachte] , mede-eigenaar en mede-aandeelhouder van het bedrijf van verdachte, bij de rechter-commissaris heeft verklaard9 dat hij [A] kent, maar dat die geen leverancier is van metaalafval, schuift het hof de enkele stelling van de verdediging dat aan de verklaring van [A] geen geloof moet worden gehecht, terzijde.

II.A.iii. Bewijsoverweging ten aanzien van de inkoopverklaring op naam van [E]

Documentnummer D-173 betreft een inkoopverklaring ten name van de heer [E] d.d. 4 februari 201010, onder meer betrekking hebbende op de inkoop van 1760 kilo koper. [E] heeft over de inkoopverklaring op zijn naam verklaard dat de namen [bedrijf van verdachte en medeverdachte] , [verdachte] ), [medeverdachte] en [werknemer X] hem niets zeggen en dat er niet aan de firma [bedrijf van verdachte en medeverdachte] metaalafval is geleverd.11

[getuige R] heeft verklaard dat [bedrijf van verdachte en medeverdachte] hem niets zegt en dat er geen contante betalingen zijn ontvangen van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] . In reactie op de aan hem gezonden inkoopverklaring heeft [getuige R] bericht dat zij geen metaalafval aan [bedrijf van verdachte en medeverdachte] hebben verkocht en geen enkel bedrag hebben ontvangen van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] . [firma E] heeft bovendien geen koperafval.12

[werknemer X] , een van de inkopers van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] . verklaarde bij de rechter-commissaris dat hij de namen (van leveranciers, hof) op de hem getoonde bijlage (gevoegd achter zijn verklaring) kent, op [E] na.13 Aangezien ook [werknemer Y] heeft verklaard dat hij geen zaken deed met [E]14, houdt het hof het er - evenals de rechtbank - voor dat [bedrijf van verdachte en medeverdachte] met [E] geen zaken heeft gedaan en dat verdachte deze inkoopverklaring valselijk heeft opgemaakt.

II.B. (Categorie B)

II.B.i. Vrijspraakoverweging ten aanzien van de inkoopverklaringen ten name van [H]

Anders dan de rechtbank, acht het hof niet bewezen dat de ten laste gelegde inkoopverklaringen ten name van [H] vals zijn opgemaakt.

Het hof stelt vast dat voor het bewijs van deze handelingen slechts de verklaringen van de betreffende leverancier voorhanden zijn en onvoldoende ondersteunende verklaringen van [werknemer X] . Daarmee is aan het bewijsminimum niet voldaan, zodat vrijspraak van deze ten laste gelegde onderdelen dient te volgen.

II.B.ii. Bewijsoverweging ten aanzien van de inkoopverklaringen ten name van [S] of [G] (van [firma G] )

In het dossier bevinden zich enerzijds weegbonnen van bij (volgens opgave van die weegbonnen) [firma G] ingekocht metaalafval (documentnummers D-032 t/m D-039).15

Anderzijds bevinden zich in het dossier de inkoopverklaringen, opgemaakt voor [S] [firma G] (documentnummer D-040), voor [S] (D-041 t/m D-055) en voor [G] (D-056 t/m D-061).16

[S] en [G] zijn als getuigen gehoord en hebben verklaard17 dat zij beiden werkzaam zijn bij [firma G] te Helmond. De opkoper voor hun metaalafval is [bedrijf van verdachte en medeverdachte] . [werknemer X] is hun contactpersoon. Over de aan hen getoonde inkoopverklaringen verklaren zij dat deze aansluiten bij de weegbonnen die zij van iedere afhandeling van de inkoop van metaal ontving van [werknemer X] , maar dat op die inkoopverklaringen andere gewichten en andere bedragen zijn vermeld: meer kilo’s en een hoger bedrag, hetgeen dus afwijkt van de werkelijk geleverde kilo’s en ontvangen bedragen.

[werknemer X] heeft verklaard dat hij de weegbonnen die zijn uitgeschreven bij [firma G] zelf heeft uitgeschreven, dat hij die weegbonnen naar waarheid opmaakt en dat de aan hem getoonde inkoopverklaringen afwijken van de inkopen zoals hij die daadwerkelijk heeft gedaan.18

Zoals reeds overwogen blijkt uit het dossier dat verdachte telkens de inkoopverklaringen opmaakte. Gelet op het voren overwogene passeert het hof de ontkennende verklaring van verdachte.

II.B.iii. Bewijsoverweging ten aanzien van de inkoopverklaringen ten name van [I] (van [firma I] )

In het dossier bevinden zich enerzijds weegbonnen van bij (volgens opgave van die weegbonnen) [firma I] ingekocht metaalafval (documentnummers D-163, D-165, D-166, D-170 en D-171).19 Anderzijds bevinden zich in het dossier de inkoopverklaringen, opgemaakt ten name van [I] (documentnummers D-153, D-157, D-158, D-160 en D-161).20

[I] heeft verklaard dat [werknemer X] van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] het metaalafval meerdere keren per jaar bij [firma I] kwam afhalen. [werknemer X] schreef een bon uit met daarop de kilogrammen en bedragen en betaalde contant uit.21 Verbalisant heeft naar aanleiding van de verklaring van [I] de door [firma I] van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] ontvangen weegbonnen opgevraagd en ontvangen. Verbalisant heeft geconstateerd dat enkele data van de bonnen overeenkomen met de in de administratie van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] verwerkte inkoopverklaringen. De bedragen wijken systematisch af en worden telkens voor een hoger bedrag verwerkt in de kasadministratie van [bedrijf van verdachte en medeverdachte] . Het ingekochte hardmetaal wordt opgehoogd.22

[I] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij telkens één bon kreeg; het bedrag dat daarop vermeld stond is steeds door [werknemer X] betaald. Er zijn nooit twee bonnen opgemaakt met betrekking tot dezelfde partij afval. Wat op de bon (het hof begrijpt: de weegbon) staat, dat was het ook.23

[werknemer X] heeft verklaard, geconfronteerd met de weegbonnen van [firma I] , dat het zijn handschrift is op de weegbonnen en dat hij die eerlijk en correct heeft opgemaakt. Hij heeft geen verklaring voor de afwijkingen op de inkoopverklaringen en geeft zijn werkelijke inkoopgegevens eerlijk door aan [verdachte] .24

Zoals reeds overwogen blijkt uit het dossier dat verdachte telkens de inkoopverklaringen opmaakte. Gelet op het voren overwogene passeert het hof de ontkennende verklaring van verdachte.

II.C. (Categorie C)

II.C.i. Bewijsoverweging ten aanzien van de inkoopverklaringen ten name van [J] , [K] en [L]

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij wist dat [werknemer X] en [werknemer Y] kochten van zowel de bedrijven waar ze kwamen als van particulieren die daar werkten. De handel bestond uit ‘iets voor de baas en iets voor mezelf’, zo heeft verdachte desgevraagd verklaard. Dat ziet verdachte niet als zijn verantwoordelijkheid. Zijn doel was om zijn administratie in orde te maken wat betreft kasstroom en herkomst van zijn handel. Verdachte telde de totale handel op en maakte vervolgens een inkoopverklaring op.25

[werknemer X] heeft verklaard dat hij zijn inkopen doet bij bedrijven en dat hij niet begrijpt waarom verdachte die inkoopverklaringen dan op naam van een particulier stelt. Er wordt nauwelijks metaalafval ingekocht bij particulieren; een enkele keer wordt er wel eens wat gebracht of via email aangeboden. Volgens [werknemer X] weet verdachte goed dat er hoofdzakelijk alleen maar bij bedrijven wordt ingekocht.26 [werknemer Y] verklaarde in gelijke zin: er wordt voornamelijk alleen maar ingekocht bij bedrijven en die gegevens worden doorgegeven. [werknemer Y] begrijpt niet waarom er particuliere namen op de inkoopverklaringen staan.27

De verklaringen van [J] , [K] en [L] komen er kort gezegd op neer dat er werd geleverd aan [bedrijf van verdachte en medeverdachte] door de betreffende bedrijven, respectievelijk [firma J] , [firma K] en [firma L] Privé is er niets verkocht aan [bedrijf van verdachte en medeverdachte]

De ten laste gelegde inkoopverklaringen zijn op naam gesteld van [J] , [K] en [L] . Uit de verklaring van verdachte, bezien in samenhang met de verklaringen van inkopers [werknemer X] en [werknemer Y] en de verkopers [J] , [K] en [L] blijkt dat verdachte wist dat metaalafval afkomstig is van bedrijven en ook dat verdachte wist van welke bedrijven op grond van de opgave van zijn metaalinkopers. Desalniettemin heeft verdachte de verklaringen op naam gesteld van de contactpersonen bij die bedrijven.

Naar het oordeel van het hof wist verdachte dat hij dit deed in strijd met de waarheid. Daarmee staat vast dat de inkoopverklaringen vals zijn opgemaakt met het doel deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

III. Eindconclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid opmaken van de inkoopverklaringen op naam van - kort gezegd - [A] , [E] , [S] / [G] , [I] , [J] , [K] en [L] .

Het verweer van de verdediging vindt zijn weerlegging in de door het hof gebruikte bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van valsheid in geschrift, door het opmaken van valse inkoopverklaringen in de periode van 2007 tot en met 2010. De ratio van de verplichting deze inkoopverklaringen op te maken, is gelegen in het kunnen traceren van de herkomst van metaalafval. Door het opstellen van valse verklaringen heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de overheid en bedrijven over en weer stellen in het economisch verkeer en dat een juiste, volledige en voor de overheid controleer- en verifieerbare administratie wordt gevoerd.

Met betrekking tot de persoon van verdachte houdt het hof rekening met hetgeen blijkt uit het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.19 juli 2017. Verdachte is niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten met politie en justitie in aanraking geweest.

Voorts heeft hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM is geschonden. Immers, het eerste verhoor van verdachte vond plaats op 25 mei 2011, terwijl eerst op 28 april 2015 door de rechtbank vonnis is gewezen. Ook in hoger beroep is de redelijke termijn geschonden, nu het onderhavige arrest wordt gewezen op 3 oktober 2017, méér dan 2 jaar na het vonnis van de rechtbank.

Gelet op de omstandigheid dat het hof minder bewezen acht dan de rechtbank, de persoon van verdachte en de aanzienlijke schending van de redelijke termijn, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf, zoals door de rechtbank opgelegd niet passend, noch geboden. Evenmin acht het hof de door de advocaat-generaal voorgestelde strafmodaliteit van een taakstraf - welke zonder schending van de redelijke termijn passend zou zijn geweest - aangewezen.

Het hof zal, alle omstandigheden afwegende, verdachte veroordelen tot een geldboete ter hoogte van € 7.500,--, bij niet-voldoening te vervangen 72 dagen hechtenis. Naar het oordeel van het hof wordt daarmee voldoende recht gedaan aan de ernst van het bewezen verklaarde feit.

Het hof zal daarbij bevelen dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. J.J.M. Gielen-Winkster, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Dieleman, griffier,

en op 3 oktober 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Tenzij anders vermeld, wordt verwezen naar het [politiedossier] .

2 Verklaring [werknemer X] , dossierpagina’s 266-268. en verklaring [werknemer Y] , dossierpagina 429.

3 Verhoor verdachte, dossierpagina 224.

4 Dossierpagina’s 879 en 880.

5 Dossierpagina’s 296-298.

6 Proces-verbaal van verhoor van [A] bij de rechter-commissaris op 2 december 2013.

7 Dossierpagina 305.

8 Proces-verbaal van verhoor van [broer van A] bij de rechter-commissaris op 2 december 2013.

9 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 28 november 2013.

10 Dossierpagina 1056.

11 Proces-verbaal van verhoor van [E] bij de rechter-commissaris op 23 september 2014.

12 Dossierpagina’s 417-419.

13 Proces-verbaal van verhoor van [werknemer X] bij de rechter-commissaris op 7 januari 2014.

14 Proces-verbaal van verhoor van [werknemer Y] bij de rechter-commissaris op 2 december 2013.

15 Dossierpagina’s 912-918.

16 Dossierpagina’s 933, 935-939, 941.

17 Dossierpagina 350.

18 Dossierpagina 269.

19 Dossierpagina’s 1046, 1048, 1049, 1053 en 1054.

20 Dossierpagina’s 1036, 1040, 1041, 1043 en 1044.

21 Dossierpagina 415.

22 Dossierpagina 416.

23 Proces-verbaal van verhoor van [I] bij de rechter-commissaris op 23 september 2014.

24 Dossierpagina 273.

25 Verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 19 september 2017.

26 Dossierpagina 272 en 284.

27 Dossierpagina 429.