Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:4144

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
200.156.680_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2651
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:3791
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:3330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwikkeling vennootschap onder firma. Onregelmatigheden in de administratie. Latente risico’s. Deskundigenbericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.156.680/01

arrest van 26 september 2017

[appellant] ,

handelend onder de naam [Financiële Diensten] Financiële Diensten,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. M.A.M. Bannenberg te ’s-Hertogenbosch,

tegen

1 [Assurantiën B.V.] Assurantiën B.V.,

2. [geïntimeerde 2],

3. [geïntimeerde 3],

gevestigd dan wel wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

geïntimeerden in principaal hoger beroep,

appellanten in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [Assurantiën B.V.] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] ,
gezamenlijk [geïntimeerden] ,

advocaat: mr. H.G.J. Jacobs te Waalre,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 april 2015 in het incident, het bevelschrift van 15 september 2015, waarbij de nakosten zijn begroot, en de tussenarresten van 29 september 2015 en 13 juni 2017 in het hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 12 februari 2014 en 2 juli 2014, gewezen tussen (a) [appellant] als gedaagde in conventie en eiser en reconventie en [Assurantiën B.V.] als eiseres in conventie en verweerster in reconventie (zaak 12-185) en (b) [appellant] als eiser en [geïntimeerden] als gedaagden (zaak 12-377).

8 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure in beide zaken blijkt uit:

  • -

    het arrest van 13 juni 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 31 augustus 2017.

Het hof heeft de datum voor arrest bepaald.

9 De verdere beoordeling

9.1.

Partijen hebben tijdens de comparitie afgesproken het hof te verzoeken als volgt te beslissen:

( a) BHB Dullemond Bedrijfsadvies B.V. wordt benoemd als deskundige.

( b) Aan de deskundige wordt verzocht twee vragen te beantwoorden:

1. Wat is de invloed van de latente risico’s op de waarde van € 185.715,-- per 1 januari 2011 en op de waarde van € 357.000,-- per 1 januari 2007?

2. Welke kosten zijn reëel en redelijk om de onregelmatigheden te onderzoeken en om geëigende maatregelen te treffen?

( c) De deskundige zal uitgaan van het tussenarrest van 13 juni 2017 voor wat betreft deze waardes, de latente risico’s, de onregelmatigheden en de vorderingen van partijen. De deskundige kan ervoor kiezen de kosten te begroten aan de hand van een aantal uur, een uurtarief, bepaalde functies en een aantal personen voor die functies. Partijen wensen BHB Dullemond Bedrijfsadvies B.V. te benoemen als deskundige en zij gaan ervan uit dat deze deskundige intern de nodige disciplines betrekt bij het onderzoek en waar nodig meerdere ervaren collega’s inschakelt om te komen tot een afgewogen oordeel voor de beantwoording van de vragen.

( d) De andere kwesties in de zaak worden in dit stadium niet verder besproken en kunnen eventueel later nog aan de orde komen.

( e) Indien nodig kan de meest gerede partij tijdens het onderzoek door de deskundige de raadsheer-commissaris benaderen met het verzoek een comparitie te houden om de gang van zaken in het onderzoek en eventuele vragen die opkomen te bespreken.

( f) De raadslieden geven zo spoedig mogelijk verhinderingen op voor de periode december 2017 tot en met februari 2018 voor een comparitie. Indien nodig kan de deskundige worden uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn. Het doel van de comparitie is partijen de gelegenheid te geven zich uit te laten over het deskundigenbericht en eventueel over andere kwesties waarover zij in dat stadium een beslissing vragen of waarover het Hof inlichtingen verlangt. Partijen kunnen twee weken voor de comparitie desgewenst een schriftelijke toelichting met betrekking tot het deskundigenbericht indienen. Partijen zullen behoudens uitzonderlijke gebeurtenissen geen uitstel vragen voor de comparitie, geen memorie na deskundigenbericht nemen en geen pleidooi vragen. Afhankelijk van de beschikbaarheid en de planning van deskundige, kan een andere datum worden gepland voor de comparitie.

9.2.

De bewijslast op de punten in geschil rust op [appellant] , maar in het tussenarrest van 13 juni 2017 heeft het hof beslist dat sprake is van onregelmatigheden door toedoen van [geïntimeerde 2] (c.s.). Het onderzoek door de deskundige is nodig voor de kwantificering van (eventueel) nadeel aan de zijde van [appellant] . Deze omstandigheden in aanmerking genomen zal het voorschot voor de deskundige voorshands ten laste van [appellant] en [geïntimeerden] gezamenlijk, ieder voor de helft, worden gebracht.

9.3.

Het hof zal, gelet op voormelde afspraken, BHB Dullemond Bedrijfsadvies B.V. benoemen als deskundige om de vragen onder (b) hiervoor te beantwoorden. Een comparitie zal worden gelast voor uitlating na deskundigenbericht en voor eventuele andere kwesties in dat stadium. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

10 De beslissing

Het hof:

10.1.

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:

1. Wat is de invloed van de latente risico’s op de waarde van € 185.715,-- per 1 januari 2011 en op de waarde van € 357.000,-- per 1 januari 2007?

2. Welke kosten zijn reëel en redelijk om de onregelmatigheden te onderzoeken en om geëigende maatregelen te treffen?

3. Welke opmerkingen zijn naar uw oordeel mogelijk verder van belang ten behoeve van de beoordeling van het hof?

10.2.

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

BHB Dullemond Bedrijfsadvies B.V.

Contactpersoon: mw [contactpersoon] , secretariaat

[adres]

[postcode] [plaats]

Postbus [Postbus]

[postcode] [plaats]

[emailadres]

Telefoon: [telefoon] ;

10.3.

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

10.4.

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

10.5.

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 13.500,-, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 13.500,-, derhalve € 6.750,-, zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

10.6.

benoemt mr. L.S. Frakes tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

10.7.

gelast dat een comparitie van partijen wordt gehouden zoals overwogen onder 9.3 hiervoor;

10.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. T. Rothuizen-van Dijk, J.A.M. van Schaik-Veltman en

L.S. Frakes en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 september 2017.

griffier rolraadsheer