Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2017:4140

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
20-002731-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2016:4912, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het hof komt tot een bewezenverklaring van drie woninginbraken en twee pogingen daartoe, waarvan één poging gevolgd van geweld, en van één opzetheling, en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.

Twee benadeelde partijen zien hun vorderingen deels toegewezen worden; een derde benadeelde partij wordt in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002731-16

Uitspraak : 27 september 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 7 september 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-845153-16, 01-820106-16, 01-820107-16 en 01-845924-15, tegen

[verdachte] ,

geboren te Oss op [geboortedag] 1993,

thans verblijvende in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep vernietigt en, opnieuw rechtdoende, verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde met parketnummer 01-845153-16, het onder 1 primair ten laste gelegde met parketnummer 01-820106-16, het onder 1 en 2 ten laste gelegde met parketnummer 01-820107-16 en het primair ten laste gelegde met parketnummer 01-845924-15 veroordeelt tot een gevangenisstraf van 40 maanden, met aftrek van voorarrest.

Verder heeft de advocaat-generaal ter zake van de op de beslaglijst vermelde goederen gevorderd het geld en de schoenen terug te geven aan verdachte en de ring te bewaren ten behoeve van de rechthebbende.

Ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat het hof op dit punt dezelfde beslissingen zal nemen als de rechtbank, dus tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 1.205,56,

tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 1.148,82 en

tot volledige toewijzing van de vordering van [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] van € 10.639,91, alle te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedings-maatregel.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en deels van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde met parketnummer 01-845153-16, van het onder 1 en 2 ten laste gelegde met parketnummer 01-820107-16 en van het primair ten laste gelegde met parketnummer 01-845924-15 en heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Daarnaast heeft de verdediging verweer gevoerd tegen de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] en [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] .

Het hof merkt op dat de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 4] in het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering en zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd heeft. De vordering is in hoger beroep daarom niet meer aan de orde.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Blijkens de akte van beroep d.d. 9 september 2016 is het hoger beroep namens verdachte onbeperkt ingesteld. Dit hoger beroep is later niet beperkt door een partiële intrekking.

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg vrijgesproken ter zake van het onder 2 ten laste gelegde met parketnummer 01-820106-16.

Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal verdachte derhalve niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen het onder 2 ten laste gelegde met parketnummer 01-820106-16.

Al hetgeen hierna wordt overwogen heeft dan ook uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep – ten laste gelegd (voor zover nog aan de orde) dat:

Zaak met parketnummer 01-845153-16:
1 primair:
hij op of omstreeks 2 maart 2016 te Lith, gemeente Oss, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een portemonnee en/of een ring en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer A] en/of [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, terwijl voornoemde [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] de door hem, verdachte, bestuurde auto vast had (gepakt) gas gaf en weg reed, waardoor die [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] ten val is gekomen;

1. subsidiair:

hij op of omstreeks 2 maart 2016 te Lith, gemeente Oss, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] weg te nemen goederen van zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer A] en/of [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming met een breekvoorwerp een uitzetraam/bovenlicht van voornoemde woning heeft geforceerd en/of voornoemde woning heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, terwijl voornoemde [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] de door hem, verdachte, bestuurde auto vast had (gepakt) gas gaf en weg reed, waardoor die [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] ten val is gekomen;


2:
hij op of omstreeks 1 maart 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een tas en/of een horloge en/of een geldkist en/of twee, althans een notebook(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak/verbreking;

3:
hij op of omstreeks 1 maart 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een fotocamera en/of een tas en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak/verbreking;

4
primair:
hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan [adres] heeft weggenomen een geldkistje en/of een paspoort en/of één of meer sleutel(s) en/of een videocamera en/of een (sport)tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking;

4 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, en/of Oss, een goed te weten een (sport)tas en/of één of meer toiletartikel(en) en/of één of meer maglite(s) en/of een knieband en/of een tok heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Zaak met parketnummer 01-820106-16 (gevoegd):
1 primair:
hij op of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 11 augustus 2015 te Helvoirt, gemeente Haaren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer C] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, een raam van voornoemde woning heeft geforceerd en/of via dit geforceerde raam de woning is binnen gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1 subsidiair:
hij op of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 11 augustus 2015 te Helvoirt, gemeente Haaren, opzettelijk en wederrechtelijk een raam(kozijn) (van een woning, gelegen aan de [adres] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer C] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Zaak met parketnummer 01-820107-16 (gevoegd):
1:
hij op of omstreeks 19 augustus 2014 te Vught met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een verrekijker en/of een fotocamera en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een horloge en/of een bijouteriedoos en/of een cadeaubon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer D] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2:
hij op of omstreeks 21 oktober 2014 te Vught met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen één of meer siera(a)d(en) en/of één of meer medaille(s)en/of één of meer horloge(s) en/of één of meer munt(en) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer E] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Zaak met parketnummer 01-845924-15 (gevoegd):

primair:
hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Vught, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een kluis met inhoud en/of een objectief (merk Sigma 4.0/75-300, serienummer 2006533) en/of een objectief (merk Sigma 2.8/17-35) en/of een teleconvertor (merk Solignor) en/of een horloge (merk Cartier) en/of een horloge (merk Dogma) en/of een ring en/of drie/een ketting(en) en/of twee/een armband(en) en/of twee/een (zak)horloge(s) en/of manchetknopen en/of oorringen en/of een broche en/of een parelketting en/of (diverse) waardepapieren en/of fietssleutels en/of een hoeveelheid geld van 250 euro of daaromtrent en/of een molton en/of een hoeslaken en/of een sleutelpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Vught en/of
's-Hertogenbosch, een goed te weten een objectief (merk Sigma) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voor kwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijs-middelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 primair, het in de zaak met parketnummer 01-820107-16 onder 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 01-845924-15 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat overtuigend bewijs ontbreekt dat er bij de inbraak in de woning aan de [adres] te Lith (zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 primair) door verdachte goederen zijn weggenomen. Uit het dossier komt naar voren dat de bewoners in eerste instantie geen goederen misten en dat pas enkele dagen na de inbraak proces-verbaal opgemaakt is van weggenomen goederen. Onvoldoende staat vast dat die goederen bij deze inbraak zijn weggenomen.

Met betrekking tot de inbraak in de woning aan de [adres] te Vught (zaak met parketnummer 01-820107-16 onder 1) is het hof met de verdediging en anders dan de advocaat-generaal van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd. Verdachte heeft verklaard dat hij de rugzak met inbrekers-werktuigen, die twee dagen na de inbraak bij hem aangetroffen werd, gevonden heeft. Naar het oordeel van het hof kan deze verklaring op basis van het dossier onvoldoende worden weerlegd. Daarmee is de vaststelling dat de bij verdachte aangetroffen schroevendraaier matcht met het braakspoor op het inklimraam evenmin voldoende bewijs dat verdachte dit delict heeft gedaan. Het schoenspoor dat op de tafel onder het inklimraam is aangetroffen matcht wel met de linkerschoen van verdachte, maar de deskundige kan niet méér zeggen dan dat het spoor is veroorzaakt met een linkerschoen, soortgelijk aan de schoen van verdachte.

Ook met betrekking tot de inbraak in de woning aan de [adres] te Vught (zaak met parketnummer 01-820107-16 onder 2) is het hof met de verdediging en anders dan de advocaat-generaal van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd. Uit het dossier blijkt dat in de woning, waar ingebroken is, weliswaar een flesje aangetroffen is met daarop het DNA van verdachte, maar dat, omdat het een 'mobiel voorwerp' betreft, niet uitgesloten kan worden dat een ander dan verdachte het flesje met daarop zijn DNA in de woning achtergelaten heeft.

Met betrekking tot de inbraak in de woning aan de [adres] te Vught (zaak met parketnummer 01-845924-15 onder primair) is het hof met de verdediging en anders dan de advocaat-generaal van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd. Getuigen [getuige 1] en [getuige 2] zijn op 17 respectievelijk
23 maart 2017 nogmaals door de politie gehoord en hebben tijdens dat verhoor een foto van verdachte gezien. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de man op de foto degene kan zijn, maar ook niet kan zijn, die zij op de dag van de inbraak voor de flat De Vlasmeer zag staan met een voorwerp groter dan een nachtkastje en kleiner dan een wasmachine. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat het zou kunnen, maar dat ze niet zeker weet, dat de man op de foto één van de mannen is die zij op de dag van de inbraak voor flat De Vlasmeer zag sjouwen met een zwaar voorwerp. Het hof heeft daarom niet de overtuiging dat verdachte degene is geweest die de inbraak heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 primair en in de zaak met parketnummer 01-820106-16 onder 1 primair en in de zaak met parketnummer 01-845924-15 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 01-845153-16:
1 subsidiair:
hij op 2 maart 2016 te Lith, gemeente Oss, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] weg te nemen goederen van zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer A] en/of [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming met een breekvoorwerp een uitzetraam/bovenlicht van voornoemde woning heeft geforceerd en genoemde woning heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, terwijl voornoemde [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] de door hem, verdachte, bestuurde auto vast had (gepakt) gas gaf en weg reed, waardoor die [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] ten val is gekomen;

2:
hij op 1 maart 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag en sieraden en een tas en een horloge en een geldkist en twee notebooks, toebehorende aan [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 4] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3:
hij op 1 maart 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een fotocamera en een tas en een laptop, toebehorende aan [aangever/slachtoffer B] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4 primair:
hij op 23 februari 2016 te Nistelrode, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan [adres] heeft weggenomen een geldkistje en een paspoort en sleutels en een videocamera en een sporttas, toebehorende aan [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Zaak met parketnummer 01-820106-16 (gevoegd):
1 primair:
hij op 11 augustus 2015 te Helvoirt, gemeente Haaren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever/slachtoffer C] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming, een raam van voornoemde woning heeft geforceerd en via dit geforceerde raam de woning is binnen gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 01-845924-15 (gevoegd):
2 subsidiair:
hij op 22 juli 2015 te 's-Hertogenbosch een goed, te weten een objectief (merk Sigma) heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Met betrekking tot de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair heeft de verdediging als verweer aangevoerd dat verdachte niet het noodzakelijke oogmerk had op het geweld. Verdachte bestrijdt dat [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] aan het geopende portier van de auto heeft gehangen en over een afstand van enkele meters is meegesleurd. De raadsman van verdachte heeft in dat verband gewezen op het proces-verbaal van aangifte van [aangever/slachtoffer A] (politiedossier p. 137-140), waarin zij verklaart dat zij de auto zag wegrijden en dat het portier aan de bestuurderszijde van de auto geopend was, maar zij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] daarbij niet gezien heeft. De verklaringen van [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] zijn wisselend en kloppen niet met de waarneming van [aangever/slachtoffer A] . Andere getuigen van hetgeen is gebeurd zijn er niet. De toedracht is daardoor onduidelijk gebleven, aldus de raadsman.

Het verweer van de verdediging wordt door de gebezigde bewijsmiddelen weerlegd. Uit de verklaring van [aangever/slachtoffer A] volgt dat zij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] niet steeds in het oog gehouden heeft. Het is naar het oordeel van het hof heel aannemelijk dat [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] al ten val gekomen was op het moment dat [aangever/slachtoffer A] de auto zag. De verklaringen van [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] en [aangever/slachtoffer A] zijn dan ook niet strijdig met elkaar. [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] heeft voorts consistent verklaard dat hij gevallen is doordat de auto wegreed. Weliswaar wordt, zoals de raadsman van verdachte heeft aangegeven, in bijlage 2 bij het verzoek tot schadevergoeding gerept van het in elkaar geslagen zijn door een inbreker, maar in dezelfde bijlage 2 wordt eveneens melding gemaakt van ‘multitrauma agv meesleuren auto inbreker’. Het feit dat verdachte direct na het gebeuren naar het huis van zijn moeder is gereden, hetgeen de raadsman ook nog ter verdediging heeft aangevoerd, doet naar het oordeel van het hof niet ter zake.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 4 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-820106-16 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het in de zaak met parketnummer 01-845924-15 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

De rechtbank heeft voor de door haar bewezen verklaarde feiten, te weten zeven woninginbraken, waarvan een gevolgd van geweld, en één poging tot inbraak in een woning, aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van zes woninginbraken en twee pogingen tot inbraak in een woning, waarvan één gevolgd van geweld, zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 40 maanden, met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft bepleit de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest en daarnaast een werkstraf of deels voorwaardelijke straf op te leggen.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof komt, anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank, tot een bewezenverklaring van drie woninginbraken en twee pogingen daartoe, waarvan één poging gevolgd van geweld, en van één opzetheling.

Niettemin is het hof van oordeel, met de rechtbank en de advocaat-generaal en anders dan de verdediging dat, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Woninginbraken brengen niet alleen materiële schade met zich, maar zorgen ook voor gevoelens van angst en onrust bij de bewoners. Zij worden geconfronteerd met een forse inbreuk in hun privacy en moeten leven met de wetenschap dat onbekenden zich in hun woning hebben bevonden, bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Het helen van goederen draagt bij aan de instandhouding van de afzetmarkt voor gestolen goederen.

Bij de straftoemeting heeft het hof verder gelet op de omstandigheid dat verdachte bij een poging tot inbraak geweld gebruikt heeft, waarbij een van de bewoners onder meer een breuk van de oogkas en een breuk van de wand van een kaakholte heeft opgelopen, en dat verdachte vóór het begaan van de nu bewezen verklaarde feiten al éénmaal eerder ter zake van een gewelddadig vermogensdelict onherroepelijk is veroordeeld.

Voor het bepalen van de duur van de gevangenisstraf zoekt het hof aansluiting bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden.

Voor een woninginbraak is het uitgangspunt bij recidive een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. In hetgeen door de verdediging is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om in strafverzwarende dan wel strafmatigende zin af te wijken van genoemd uitgangspunt.

Als afgeleide daarvan hanteert het hof voor een poging tot inbraak in een woning een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en voor een poging tot inbraak, gevolgd van geweld als in deze zaak, een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.

Daarnaast acht het hof voor de bewezen verklaarde opzetheling, tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor is overwogen omtrent onder meer de recidive, een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden in beginsel passend.

Alles overziend komt het hof tot oplegging van een gevangenisstraf voor de hierna te vermelden duur, met aftrek van voorarrest.

Verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling

Op grond van het vorenstaande acht het hof geen termen aanwezig om de verdachte in vrijheid te stellen en zal het verzoek van de raadsman daartoe afwijzen.

Beslag

De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep beslissingen genomen ter zake van diverse in beslag genomen voorwerpen.

In het dossier bevindt zich één beslaglijst met daarop de volgende goederen:

  1. 15,35 euro;

  2. een paar zwart/grijze schoenen;

  3. een bronskleurige ring met certificaat.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat dit de enige goederen zijn die op dit moment als in beslag genomen goederen in het systeem geregistreerd staan.

Naar het oordeel van het hof kan dan ook alleen ter zake van deze goederen een beslissing genomen worden.

Het hof zal de teruggave aan verdachte gelasten van de goederen genoemd onder 1) en 2), nu het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen teruggave ervan.

Het hof zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het goed genoemd onder 3), nu teruggave aan de betrokkene niet mogelijk is, aangezien niet bekend is wie daarvan de rechthebbende is.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.855,56. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.205,56.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

De raadsman heeft zich ter zake van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , zoals door de rechtbank werd toegewezen, gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] als gevolg van het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden en acht de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 1.205,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De gevorderde materiële schade (totaal € 455,56) acht het hof, net als de rechtbank, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade volledig toewijsbaar.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade acht het hof het aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, begroot het hof deze immateriële schade naar billijkheid net als de rechtbank op € 750,00 en wijst de vordering voor het overige af.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.073,92. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.148,82.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

De raadsman heeft verweer gevoerd tegen de vordering van de benadeelde partij en gesteld dat de vordering moet worden afgewezen voor zover deze meer bedraagt dan € 1.148,82, het door de rechtbank toegewezen bedrag.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 4 primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van
€ 1.148,82.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering is niet-ontvankelijk wat betreft de gevorderde materiële schade met betrekking tot het plaatsen van beveiligingscamera’s en het plaatsen van een hekwerk in de tuin (totaal € 820,65), aangezien deze schade niet rechtstreeks toegebracht is door het bewezen verklaarde feit.

Het hof zal net als de rechtbank de benadeelde partij ook wat betreft het restant van de gevorderde schadevergoeding voor materiële en immateriële schade, zijnde een bedrag van € 3.104,45, niet-ontvankelijk verklaren. Voor het vaststellen van het restant is nader onderzoek naar de juistheid en omvang van deze schade nodig en dat vereist een uitgebreide nadere behandeling. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom nu in de vordering niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan de vordering voor dit deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3]

De benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 10.639,91. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Het hof acht niet voldoende gebleken dat de gestelde schade door het in de zaak met parketnummer 01-845924-15 subsidiair bewezen verklaarde handelen van verdachte (opzetheling) is veroorzaakt. De benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. Met betrekking tot de kosten zal worden beslist als in het dictum vermeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 60a, 63, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-820106-16 onder 2 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 primair en in de zaak met parketnummer 01-820107-16 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-845924-15 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 primair en in de zaak met parketnummer 01-820106-16 onder 1 primair en in de zaak met parketnummer 01-845924-15 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 primair en in de zaak met parketnummer 01-820106-16 onder 1 primair en in de zaak met parketnummer 01-845924-15 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een bedrag van 15,35 euro en een paar schoenen, vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 1 respectievelijk 2;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een bronskleurige ring met certificaat, vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder nummer 3;

wijst het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling af;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1]

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.205,56 (duizend tweehonderdvijf euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 455,56 (vierhonderdvijfenvijftig euro en zesenvijftig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;

bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.205,56 (duizend tweehonderdvijf euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 455,56 (vierhonderdvijfenvijftig euro en zesenvijftig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2]

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 4 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.148,82 (duizend honderdachtenveertig euro en tweeëntachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering wat betreft de gevorderde materiële schade met betrekking tot het plaatsen van de beveiligingscamera’s en het plaatsen van een hekwerk (totaalbedrag € 820,65 (achthonderdtwintig euro en vijfenzestig cent));

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het restant van € 3.104,45 niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-845153-16 onder 4 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.148,82 (duizend honderdachtenveertig euro en tweeëntachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3]

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk;

verwijst de benadeelde partij [slachtoffer/aangever/benadeelde partij 3] in de door de verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. Y.G.M. Baaijens- van Geloven, voorzitter,

mr. E.N. van der Spoel en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Martens, griffier,

en op 27 september 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.